Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen instroom hbo- en mbo verpleegkunde (2)

Datum nieuwsfeit: 11-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over instroom hbo- en mbo verpleegkundigen
Gemaakt: 12-9-2000 tijd: 15:49

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

11 september 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Kant (SP) over de instroom van HBO- en MBO-verpleegkundigen (2990014830).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

3

Antwoorden op kamervragen van Kant over de instroom van HBO- en MBO-verpleegkundigen.

(2990014830)


1.

Wat zijn de gevolgen van de vermindering van het aantal inschrijvingen voor opleidingen hbo-verpleegkundige personeelstekorten in de zorg? Hoe kunt u dit opvangen?


1.

Bij het afsluiten van het convenant voor het nieuwe opleidingsstelsel voor verpleging en verzorging (ingevoerd in 1997) hebben de partijen aangegeven dat de gewenste verhouding tussen MBO- en HBO verpleegkundigen ongeveer 80-20 zou bedragen. Nadat de belangstelling voor HBO-V en MBO-V opleidingen aanvankelijk nagenoeg gelijk was, komt de verhouding tussen de instroom langzaam maar zeker in overeenstemming met deze verhouding. In 1999 stroomden 2899 HBO-V leerlingen in en (volgens voorlopige cijfers) 5976 MBO-V leerlingen. Hiermee ligt de totale instroom (HBO en MBO) in 1999 op 8875, dat is 1673 (23%) meer dan in 1998.

De verwachte tekorten betreffen alle verpleegkundigen, met HBO- en MBO-opleiding. De gesignaleerde daling bij de vooraanmelding voor het HBO is dan ook een punt van zorg.

HBO'ers geven aan dat onvoldoende onderscheid wordt gemaakt tussen HBO'ers en MBO'ers bij stage/beroepspraktijkvorming en bij aanstelling. In het algemeen wordt geconstateerd dat onvoldoende gebruik wordt gemaakt van functiedifferentiatie bij de zorginstellingen.


2.

Klopt de stelling van directeur Van Bergen van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen dat een HBO-verpleegkundige er vijf jaar over doet om op het niveau te komen van een beginnend onderwijzer en dat het verschil in beloning tussen een HBO'er en MBO'er nihil is? Zo ja, deelt u zijn mening dat de lage salarissen een zware rol spelen bij het geringe animo? Zo neen, waarom niet?

2.

De gezondheidszorg kent een beloning naar functiezwaarte en niet naar opleiding. De functiewaarderingssystemen zijn niet vastgesteld door de Minister van VWS, maar door sociale partners. Binnen bijvoorbeeld het in grote delen van de zorg gehanteerde functiewaarderingssysteem (FWG
3.0) bestaan verschillende functiegroepen. Veelal starten verpleegkundigen in een aanloopschaal die lager is dan de functionele schaal. Afhankelijk van de inpassing van de functie in een functiegroep en de precieze inpassing in de schaal kan het dat een beginnende HBO-verpleegkundige een lager startsalaris heeft dan een beginnende leraar basisonderwijs. Overigens geldt dat verschillende salarissystemen niet zonder meer te vergelijken zijn. Zo verschilt de opbouw van periodieken en de snelheid waarmee men door schalen heenloopt. Ook geldt in de zorg CAO's het recht op onregelmatigheidstoeslagen (22-60%); in het onderwijs worden soortgelijke inconveniënten geacht in het salaris te zijn begrepen.

Of er een verschil is in beloning tussen een HBO- en een MBO-opgeleide verpleegkundige hangt af van de concreet toegewezen functie en de inpassing in een functiegroep. Als daar geen of weinig verschil tussen zit geldt dat ook voor het verschil in salaris.

Uit verschillende onderzoeken (o.a. van het SEO) blijken de belangrijkste motieven bij de keuze voor studies (in het HBO) te zijn: interesse in het onderwerp van studie, de mogelijkheid tot zelfontplooiing en het vooruitzicht op een betaalde baan. Het salaris speelt daarbij geen doorslaggevende rol. Dat neemt niet weg dat het salaris natuurlijk belangrijk is. Gecombineerd met de overige motieven wijst (zoals zelfontplooiing) dat op het belang van voldoende functiedifferentiatie binnen de instellingen. Zie in dit verband mijn antwoord op uw volgende vraag.

3.

Bent u van mening dat de inhoud van het werk voldoet aan de mogelijkheden van de opgeleide HBO-verpleegkundige? Zo neen, wat kunt en gaat u hieraan doen?

3.

Hoewel naar mijn mening nog onvoldoende functie-onderscheid gemaakt wordt tussen HBO- en MBO-verpleegkundigen, ben ik van mening dat voldoende werk voor handen is voor HBO'ers. Met name waar het werk betreft met een grote complexiteit, werk dat zelfstandigheid en zelfreflectie vereist. Deze functies bieden tevens de aanknopingspunten voor taakherschikking tussen artsen en verpleegkundigen. Het is daarom van belang dat zorginstellingen meer aandacht besteden aan functiedifferentiatie bij verpleegkundige en verzorgende beroepen. In vervolg op de motie Weekers/Oudkerk zal ik over dit onderwerp met de betrokken partijen een voorstel doen om functiedifferentiatie voor deze beroepen in de zorginstellingen te stimuleren.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie