Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg rapport Chinezen in Nederland

Datum nieuwsfeit: 11-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg rapport de maatschappelijke positie van chineze n in nederland

Gemaakt: 13-9-2000 tijd: 16:30

14

26800 VII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2000

Nr. 49 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 11 september 2000

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties<1> en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<2> hebben op 30 augustus 2000 overleg gevoerd met minister Van Boxtel voor het Grote Steden- en Integratiebeleid en Staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het kabinetsstandpunt over het rapport van het ISEO "De maatschappelijke positie van Chinezen in Nederland" (BZK-99-685 en 26800-VII, nr. 40).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Schutte (RPF/GPV) merkte op dat de Chinese bevolkingsgroep al een oude minderheidsgroep in Nederland is, met een heel eigen karakter. Er wordt zelden politieke aandacht aan gegeven. Onder andere door het gesloten karakter van de Chinese gemeenschap is het moeilijk een goed inzicht te krijgen. De wens tot overleg stuit op het probleem van de representativiteit. Hij vroeg in hoeverre de LFCON (Landelijke federatie van Chinese organisaties in Nederland) representatief is voor de totale bevolkingsgroep.

Naar de indruk van de heer Schutte wordt in de reactie van het kabinet een wat te positief beeld gegeven, vooral door de nadruk op de tweede generatie, een belangrijk argument voor de regering om deze groep niet zonder meer bij het doelgroepenbeleid voor minderheden onder te brengen. De eerste generatie is echter de grootste groep. Bovendien dreigt een nieuwe groep Chinezen in een moeilijke positie te komen, als niet iets kan worden gedaan voor de mensen die hetzij illegaal, hetzij legaal naar Nederland komen. Naar zijn indruk is er wel degelijk sprake van een cumulatie van problemen, volgens de regering ook een voorwaarde voor opneming in het doelgroepenbeleid. Een specifiek probleem is dat de groep sterk is verspreid over Nederland, waardoor de gebruikelijke decentrale kanalen niet altijd geschikt zijn om deze groep te bereiken. Hij was er niet van overtuigd dat de Chinese groep geen doelgroep voor het minderhedenbeleid zou zijn, zeker nu de groep zelf aangeeft dat zij daaraan toe is. Het daarbij betrekken van de eigen organisaties, vooral van de ouderen, zou hij daarbij niet willen uitsluiten. In de Chinese horeca bestaan veel problemen, zoals gebrek aan rentabiliteit, slechte arbeidsvoorwaarden, een moeilijke werving, omdat de tweede generatie er over het algemeen niet wil werken enz.

Naar aanleiding van schriftelijke vragen van de heer Schutte enkele jaren geleden is een rapport "Waarom zou je de rijkdom weigeren?" over het deelnemen aan kansspelen door Chinezen uitgebracht. Volgens berichten in de media destijds kwamen daar soms ernstige problemen uit voort. De aard van de problematiek onder Chinezen blijkt anders te zijn dan bij Nederlandse gokkers, dus het Nederlandse beleid, het preventie- en hulpverleningsaanbod, kan niet zo maar worden toegepast. Wat is hier het laatste jaar aan gedaan? Hij vroeg in het bijzonder nog aandacht voor de suggesties inzake woekerpraktijken. Onderzoek daarnaar achtte hij beslist noodzakelijk.

Mevrouw Verburg (CDA) vond de reactie van het kabinet nogal afwachtend, zelfs enigszins onverschillig. Er zijn vage toezeggingen gedaan en goede bedoelingen zonder concrete oplossingen geuit. Uit het ISEO-rapport (Instituut voor sociologisch economisch onderzoek) blijkt de dringende noodzaak om oplossingen te vinden. Zij pleitte voor een zodanig gerichte aanpak dat Chinezen in Nederland niet langer worden gehinderd door knellende banden, intimidatie en criminaliteit.

Omdat de Chinese horeca verzadigd is, achtte mevrouw Verburg verbreding van het economisch perspectief van groot belang. Zij pleitte voor gerichte voorlichting en aandacht voor jonge Chinese ondernemers. Daarover moeten afspraken worden gemaakt met organisaties van werkgevers, kamers van koophandel en diverse centra die allochtone ondernemers faciliëren. Voor horecaondernemers die willen stoppen zijn omscholings- en voorlichtingsfaciliteiten nodig. Te denken valt aan een bedrijfsbeëindigingsregeling als die voor de land- en tuinbouw. Voor vrouwen zijn sectoren als onderwijs en zorg een aantrekkelijk alternatief. Taalstages op de werkvloer zijn hierbij voorwaarde. De sociale wet- en regelgeving voor werkgevers en werknemers in de horeca moet de komende jaren strak worden nageleefd. De arbeidsinspectie doet op dit moment niets extra's, zo blijkt uit haar jaarverslag 1999. Zij pleitte voor het inschakelen van de regionale interdisciplinaire fraudeteams en zo mogelijk het expertiseteam Zuidoost-Azië (ZOA). Het geheel kan worden ingepast in het actieplan bestrijding illegale arbeid, dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het najaar is toegezegd. Ook de taskforce mensensmokkel moet erbij worden betrokken. Strenge handhaving in combinatie met het bieden van nieuwe perspectieven kan licht brengen voor veel Chinezen in Nederland.

Het convenant tussen de arbeidsvoorziening, CNV horeca en de horecaondernemers over de Wet arbeid vreemdelingen blijft een precaire afspraak. Voor Chinese werknemers is in het convenant een bijzondere constructie gekozen, namelijk een detacheringsbureau in China zelf. Zorgvuldige naleving van het convenant in de contracten is dringend gewenst, evenals afspraken over begeleiding bij terugkeer na afloop van een overeenkomst. Het zou niet de eerste keer zijn dat een tijdelijke werknemer in de illegaliteit verdween. Voorts pleitte mevrouw Verburg voor het opleiden van werkloze koks in Nederland door een docent-kok uit China.

Mevrouw Verburg steunde het voorstel van het ISEO om meer gebruik te maken van de Chinese scholen voor het onderwijs in de Nederlandse taal.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) constateerde dat het onderzoeksrapport leeft in de Chinese gemeenschap en een soort brugfunctie met de Nederlandse samenleving kan hebben. Met een grote groep uit die gemeenschap gaat het niet zo goed als menigeen dacht. In de vrij gesloten Chinese gemeenschap is er een sterke hiërarchie, gerelateerd aan de confuciaanse denkwijze, waardoor men zich niet goed kan richten op werk in de Nederlandse samenleving of de rechten van individuen in een kleine werkgemeenschap die onder druk staat. De Chinese gemeenschap zelf kan niet zo goed meer oplossingen verzinnen; daarvoor is er te veel mis. Zij vond het jammer dat de urgentie van de problemen niet sprak uit de reactie van de minister.

Viervijfde van de Chinezen werkt in de Chinese horeca, waarmee het deels niet zo goed gaat. Er is sprake van werkloosheid, isolement, gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en slechte arbeidsomstandigheden. Mevrouw Noorman-den Uyl had voor de zomer al aangegeven dat zij kritiek had op de gang van zaken rond het convenant voor de horeca, vooral op het open einde van het convenant. Nog niet alle punten uit dat convenant zijn geaccordeerd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Naleving van de CAO's en open en transparante arbeidsvoorwaarden zijn noodzakelijk. Illegale arbeid en criminaliteit moeten worden aangepakt. Dat gebeurt op dit moment niet. Zij herinnerde aan de commissie-Van Kemenade, die is ingesteld om alle verschillende zelforganisaties van minderheden bij elkaar te krijgen en één steunfunctie te creëren. Zij zou zich een taskforce uit verschillende geledingen van de samenleving en van verschillende departementen kunnen voorstellen, die probeert tot een integrale aanpak ter gezondmaking van de Chinese horeca te komen, door goede saneringsregelingen en andere structurele oplossingen. Er mag niet langer worden getolereerd dat er plekken in de samenleving zijn waar criminaliteit welig tiert.

Het grootste deel van de Chinese gemeenschap voldoet naar het inzicht van mevrouw Noorman-den Uyl aan de criteria voor toelating tot het minderhedenbeleid. Zij hechtte er sterk aan dat die gemeenschap een representatieve vertegenwoordiging in het Landelijk overleg minderheden (LOM) krijgt. De hele Chinese gemeenschap, en niet alleen de bazen, moeten in gesprek komen met de overheid.

Mevrouw Noorman-den Uyl vroeg aandacht voor de eerste generatie Chinese vrouwen, die een vergeten groep in de samenleving dreigt te worden, voor de generatiekloof in Chinese gezinnen en voor de toegang tot de arbeidsmarkt. Mensen die meer kansen hebben vallen toch vaak terug in de horeca. Voorts vroeg zij aandacht voor de toegang van ouderen tot de Nederlandse voorzieningen.

De heer Rijpstra (VVD) vroeg zich af of er in het minderhedenbeleid nog wel gewerkt moet worden met doelgroepen in de breedste zin of dat er naar maatwerk per gemeente gestreefd moet worden. Doelgroepenbeleid leidt tot generalisaties. Er zal nog uitvoerig gediscussieerd gaan worden over doelgroepen in het minderhedenbeleid. Het leek hem daarom geen geschikt moment om de Chinese groep nu als doelgroep toe te voegen. Hij erkende echter dat de problematiek van die groep niet gering is en waardeerde het dat de groep een dialoog wenst. Hij juichte het toe dat bijvoorbeeld Horeca Nederland, maar ook het kabinet, daarop wil ingaan. Hij zag de door het kabinet geformuleerde uitgangspunten als een startpunt. Hij was benieuwd wat er met de beschikbare twee ton zal worden gedaan. Hij vroeg of de LFCON kan functioneren als een koepel. Welke voorwaarden zouden er dan zijn om bij het LOM aan te sluiten? Kan de LFCON de status van waarnemer krijgen? Wie bepaalt of een organisatie mag deelnemen aan het LOM? Waarom hebben Molukkers en Zuid-Europeanen, die niet tot de erkende minderheden in Nederland behoren, wel een plaats in het LOM gekregen?

De heer Rijpstra sprak zijn zorgen uit over de opvang en de zorg voor de oudere Chinezen. Hij vroeg of aan de voorbeeldcomplexen in bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam in andere gemeentes bekendheid wordt gegeven. Hij beoordeelde het argument van het kabinet om het verzoek van de Chinezen om een landelijk aangiftepunt bij de politie, namelijk dat zoiets voor geen enkele groepering bestaat, als onvoldoende.

Afspraken die met de Chinese bevolkingsgroep worden gemaakt, moeten vaak op gemeentelijk niveau uitgevoerd worden. De heer Rijpstra vroeg of de gemeentes daarvoor voldoende inzicht hebben in de problemen. Voor Amsterdam zal dat misschien nog niet zo'n probleem zijn, maar voor kleinere gemeentes wel. Levert het verzoek van de minister aan provincies en gemeentes, gedaan bij brief, om zich meer open te stellen voor verzoeken uit de Chinese gemeenschap iets concreets op? De Chinese gemeenschap is in veel gemeentes te klein voor onderwijs in allochtone levende talen (OALT). Hij verzocht de bewindslieden, samen met andere collega's uit het kabinet de samenwerking van gemeentes in dezen te stimuleren.

Mevrouw Ravestein (D66) zag op het eerste gezicht geen objectieve redenen om de Chinezen, die volgens de studie een positie tussen Turken en Marokkanen enerzijds en Surinamers en Antillianen anderzijds hebben, geen doelgroep voor het minderhedenbeleid te laten zijn. De eerste generatie was selfsupporting. De tweede generatie komt meer naar buiten en komt daardoor ook meer in aanraking met typische integratieproblemen. Zij vroeg of nog steeds voorzien wordt dat de WRR-studie naar het integratiebeleid op het eind van het jaar verschijnt. Zij constateerde dat er behoefte is aan een nieuwe definitie van doelgroepen of een heel andere benadering van minderheden.

De Chinese organisaties zijn thans vooral de spreekbuis van de grote ondernemers, wijst het onderzoek uit. Als de Chinezen doelgroep van het minderhedenbeleid worden, geldt automatisch de eis van representativiteit. De zelforganisaties van de Chinezen hebben een gebrek aan kader. Hoe kan de vorming daarvan worden gestimuleerd? In hoeverre kan EZ helpen bij de modernisering en herstructurering van de horeca? Wat vinden de bewindslieden van het voorstel van de FNV om een platform van sociale partners en overheid op te richten om de problemen in de horeca gezamenlijk aan te pakken?

Mevrouw Ravestein vroeg of de minister overleg had gehad met zijn collega van Justitie over het gevraagde landelijke meldpunt bij de politie voor Chinezen. Zij kon zich vinden in de keuze van het kabinet om niet te streven naar aparte Chinese zorginstellingen voor ouderen. Zij zou graag iets horen over de clustering binnen zorginstellingen waarvan sprake is. Wordt gedacht aan speciale cursussen voor het zorgpersoneel? Het algemene preventiebeleid tegen gokverslaving lijkt onder Chinezen niet aan te slaan. Het verbaasde haar dat in de brief vooral aandacht wordt besteed aan het OALT en veel minder aan het verwerven van kennis van de Nederlandse taal.

Mevrouw Halsema (GroenLinks) memoreerde de op 11 september 1998 door mevrouw Oedayraj Singh Varma georganiseerde conferentie over de problemen in de Chinese horeca. Voorts haalde zij de socioloog De Swaan aan, die heeft beschreven dat dank zij de Chinezen in Nederland het uit eten gaan is gedemocratiseerd.

Onder andere doordat de Chinese gemeenschap klein en gesloten is, wordt zij niet als een probleemgroep ervaren. Het lijkt alsof zij daarvoor nu de prijs moet betalen, doordat er geen aandacht is voor het isolement van de ouderen, de kwetsbare positie van oudere vrouwen, de taalproblemen, de verzadigde horecamarkt, waarvan nog altijd 80% van de Chinese gezinnen afhankelijk is en de continuering van een eerstegeneratieprobleem door de toestroom van legale en illegale immigranten. In een artikel in NRC-Handelsblad werd geschreven dat alleen al in Belgrado naar schatting 40.000 Chinezen wachten op hun vertrek naar West-Europa. Mevrouw Halsema was blij met het convenant voor de horeca, dat in elk geval de mogelijkheid geeft tot legale toetreding van koks. Zij vond de opwaartse mobiliteit van de tweede generatie geen goed argument om de Chinezen niet tot het minderhedenbeleid toe te laten, want dan wordt niets gedaan aan problemen bij andere groepen Chinezen. Ook de zelfredzaamheid vond zij geen goed argument, want de keerzijde daarvan is een voortdurend isolement. Toelating tot het minderhedenbeleid geeft ruimere mogelijkheden tot subsidie, tot betere representatie en tot officiële erkenning van de problemen, die er wel degelijk zijn. Het instellen van een taskforce of een platform sprak haar aan, mits dat niet leidt tot een zwaar aangekleed vergadercircuit.

Het antwoord van de regering

De minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid merkte op dat er in het verleden al over de Chinese bevolkingsgroep is gesproken, maar dat dit misschien niet zo diepgaand is gebeurd. Hij beklemtoonde dat in de laatste anderhalf jaar een aantal keren zeer intensief is gesproken met deze groep. Afgesproken is dat dit gesprek gestructureerd wordt. Met de stappen die zijn gezet hebben de bewindslieden het beeld dat wat gemakkelijk zou worden voorbijgegaan aan deze groep willen wegnemen. Er is geld beschikbaar gesteld voor de Chinese gemeenschap om tot een representatieve vertegenwoordiging te komen en die te faciliëren. Voorts had hij gemeentes en provincies een brief gestuurd, waarin hij erop wees dat deze groep plaatselijk gemakkelijk op de achtergrond raakt, omdat zij plaatselijk vaak klein is. Hij kon moeilijk allerlei bevoegdheden gaan recentraliseren, maar de Chinese gemeenschap heeft nu wel een titel om bij gemeentes aan te kloppen.

De Chinese gemeenschap is minder eenvoudig te duiden dan vele andere groepen, die vaak gewoon naar het land van herkomst kunnen worden geduid. De Chinezen in Nederland zijn afkomstig uit een aantal landen. De Surinaamse Chinezen hebben bijvoorbeeld vertegenwoordigers in het Surinaams inspraak orgaan. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in de afgelopen jaren intensief contact gehad met het LFCON als een van de grotere vertegenwoordigers van de Chinezen in Nederland, maar er zijn ook andere groeperingen. De minister zag het samenstellen van een representatieve groep niet als zijn eigen verantwoordelijkheid, maar wilde dat aan de Chinezen zelf overlaten.

Het beeld dat het kabinet heeft van de tweede generatie Chinezen in Nederland is naar de stellige overtuiging van de minister niet te positief, al erkende hij dat er problemen zijn. De onderwijsresultaten van Chinezen zijn bijvoorbeeld zeer goed. Zij nemen daar zeker niet de tussenpositie in waarover mevrouw Ravestein sprak. Dat neemt niet weg dat uit het onderzoek blijkt dat er problemen met de aansluiting op de arbeidsmarkt zijn en dat er ook sprake is van uitval, overigens een algemener verschijnsel. Cruciaal zijn de verzadiging van de horeca, de arbeidsomstandigheden daar enz. De minister was blij met het convenant voor die sector. In Amsterdam is reeds een docent-kok, een Sichuanspecialist, die mensen uit Nederland opleidt. Het is de bedoeling dat er meer komen. Hij zou nagaan of het verlenen van arbeidsvergunningen soepel verloopt. Hij was van harte bereid om met zijn collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en andere collega's na te gaan of door middel van een taskforce of platform voor de sector verbeteringen kunnen worden bereikt. Hij vond wel dat er marktwerking moet plaatsvinden, want zo werkt de economie het best. Daarnaast dienen er op het punt van de arbeidsomstandigheden maatregelen te worden genomen. Daar zijn wettelijke instrumenten voor en er dient een beleidsmatige inzet plaats te vinden. Door het convenant zijn er allerlei goede ontwikkelingen, bijvoorbeeld dat een deel van het loon van mensen die naar Nederland komen in het land van herkomst wordt uitbetaald. In het gesprek met zijn collega Vermeend zou de minister ook de mogelijkheid om te komen tot een interdisciplinair fraudeteam en de mogelijkheid tot inkadering in het actieplan bestrijding illegale arbeid aan de orde stellen.

De intentie van de minister is door overleg tussen vertegenwoordigers van de Chinese gemeenschap en het ZOA een kanaal open te maken. Voor geen enkele groepering is er thans een landelijk meldpunt om aangifte te doen. De Kamer zal bericht ontvangen of het overleg tot vorderingen op dit punt leidt.

De minister hechtte eraan om heel duidelijk te maken dat er geen sprake is van disrespect voor of het op afstand houden van de Chinese gemeenschap. Hij hoopte dat een regulier overleg met een representatieve groep tot stand kan komen. Het rapport van de WRR over het minderhedenbeleid komt naar alle waarschijnlijkheid op het eind van het jaar uit. Zelf was hij voornemens de Kamer na de jaarwisseling een kabinetsnota over een (nieuw) doelgroepenbeleid te doen toekomen. Moet dat beleid niet meer probleemgerelateerd worden? Moeten er consequenties worden getrokken uit het arriveren van heel nieuwe grote groepen, zoals Somaliërs, Iranezen, Irakezen en Afghanen? Hij wilde daarop beleidsmatig niet vooruitlopen. Hij erkende dat er voor groepen binnen de Chinese gemeenschap grote problemen zijn. In het debat in het komende voorjaar kan blijken welke oplossing voor al deze groepen de beste is. Als de Chinese gemeenschap morgen toetreedt tot het LOM, moet het over enkele maanden misschien weer anders. Bovendien is directe toetreding niet mogelijk, aangezien er thans geen representatieve vertegenwoordiging is. Als er in het voorjaar een kabinetsstandpunt is, is de Kamer aan zet. Zij kan dan snel reageren. Hij had reeds met de Chinese gemeenschap afgesproken dat er overleg gevoerd blijft worden. Afgesproken is reeds dat de minister twee maal per jaar aan tafel zit met een representatie van de Chinese gemeenschap. Tijdens de twee eerste vergaderingen waren naast de LFCON ook de Vriendschap en de Chinese Brug aanwezig.

De overheid beslist over toelating van doelgroepen tot het LOM, waarbij de representativiteit ook aan de orde is. De groep Zuid-Europeanen is, verenigd in het LIZE, onder andere op aandrang van de Kamer in het LOM gekomen.

De staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkende dat in het overheidsbeleid aandacht dient te worden besteed aan de Chinese bevolkingsgroep, bij voorrang aan de kwetsbare maatschappelijke positie van oudere Chinezen, die sociaal geïsoleerd zijn. Op dit moment zijn er zo'n 1700 oudere Chinezen, maar de groep groeit en is moeilijk bereikbaar vanuit de traditionele voorzieningen in Nederland. Dat geldt overigens ook voor andere oudere migranten. Gelet op de grote diversiteit voelde zij niet voor categorale voorzieningen, maar wilde zij voldoende mogelijkheden scheppen binnen het bestaande zorgaanbod. Zij vond de Chinese Brug een heel goed project. Er zijn ook verzorgingshuizen met vleugels of appartementen waar mensen met eenzelfde achtergrond bij elkaar wonen. Het is daar van groot belang dat voldoende mensen in het personeel voor de aansluiting met de groep kunnen zorgen. In de groep Chinezen zijn er, zoals in andere migrantengroepen, kwetsbare groepen vrouwen die door een toeleidingsbeleid een functie op de arbeidsmarkt zouden kunnen vinden in de zorg. Begin volgend jaar verschijnt een beleidsnotitie waarin dit onderwerp aan de orde komt. Het Nederlands instituut voor zorg en welzijn (NIZW) heeft materiaal ontwikkeld. De staatssecretaris kon zich voorstellen dat bij de uitbreiding van de capaciteit van woonzorgcomplexen en kleinschalige woonvormen voor kleinere gemeenschappen een adequate opvang wordt gerealiseerd. Die zorg komt tot stand via de AWBZ. De gemeentes spelen een belangrijke rol bij de totstandkoming van de woongebouwen, waarbij zij ervoor zullen moeten zorgen dat het aanbod aansluit bij de vraag.

Het is de bedoeling van de staatssecretaris dat de Chinese zelforganisaties voluit gebruik kunnen maken van de ondersteuning die wordt voorzien in de over enkele weken te behandelen notitie Met vereende kracht.

In antwoord op Kamervragen is het vorig jaar al aangegeven dat het Trimbosinstituut zou worden gevraagd een beperkt pilotproject te starten voor informatievoorziening over gokken aan de Chinese bevolkingsgroep in Nederland. Er wordt Chineestalig informatiemateriaal ontwikkeld en hulpverlening georganiseerd. Er worden een Chineestalige telefonische hulplijn en een hulpnetwerk opgezet. Er wordt een publiciteitsplan uitgevoerd en een programma van deskundigheidsbevordering afgewerkt. Verwacht wordt dat dit alles in september van start kan gaan.

De staatssecretaris zegde toe op enkele heel specifieke punten nog schriftelijk te zullen reageren, onder andere over onderzoek naar woekerpraktijken.

Nadere gedachtewisseling

De heer Schutte (RPF/GPV) hechtte vooral belang aan het voor alle overheden herkenbaar maken van de Chinese bevolkingsgroep als onder het minderhedenbeleid behorende categorie, vooral lokaal. Hij vroeg zich af of voor deze groep een beleid met een decentraal karakter wel mogelijk is.

Uit het ISEO-rapport leidde de heer Schutte af dat de gokproblematiek onder de Chinezen van een andere aard is dan onder andere bevolkingsgroepen. Hij hoopte dat in de toegezegde informatie op de beleidsmatige relevantie hiervan wordt ingegaan.

Mevrouw Verburg (CDA) constateerde dat de minister een onderscheid maakte tussen de potentie van het functioneren van de Chinese gemeenschap in Nederland en de huidige situatie. De Chinese groep kan nu met veel aplomb opgenomen worden in het minderhedenbeleid, maar zij kon zich vinden in het opnieuw wegen en overwegen van het totale minderhedenbeleid, waarbij bekeken kan worden in hoeverre beleid veel meer op doelgroepen gericht kan worden.

Mevrouw Verburg bepleitte meer aandacht voor Chinese ondernemers die zouden willen veranderen. Het grotestedenbeleid (GSB) is voor de Chinese gemeenschap onvoldoende. Zij onderstreepte dat heel veel voorlichting nodig is aan vrouwen die een plaats zoeken op de arbeidsmarkt. Zij wees op de onvoldoende AOW-opbouw en de onbekendheid met allerlei mogelijkheden voor Chinese ouderen.

Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA) was verheugd over de toezegging van de minister dat hij met enkele collega's zal bekijken of een taskforce of platform voor de Chinese horeca kan worden gevormd, inclusief de justitiële problematiek, de arbeidsvoorwaarden en de mogelijkheden tot sanering. Zij vernam graag op welke termijn de Kamer hier meer over kan horen.

Kamerbreed is zorg uitgesproken over de onvoldoende representatie van de totale Chinese gemeenschap in de huidige organisaties. Voor een toetreding tot het LOM zou dat moeten veranderen. Mevrouw Noorman-den Uyl nodigde de minister uit om samen met alle geledingen die hem bekend zijn na te gaan, in welke mate een representatieve vertegenwoordiging van de Chinese gemeenschap kan worden gevormd. Als dat lukt, leek het haar toch in de rede te liggen dat wordt toegetreden tot de het LOM. Zij vroeg op welke specifieke punten de minister een extra inzet zou willen plegen. Zij spoorde de staatssecretaris aan om na te gaan of aangepaste taalprogramma's nodig zijn voor ouderen die nu weinig zelfredzaam zijn.

De heer Rijpstra (VVD) vermoedde dat een gesprek van een specifieke bevolkingsgroep met de minister meer effect zou hebben dan het lidmaatschap van een omvangrijk overlegorgaan. Er dient zoveel mogelijk dialoog gezocht te worden, maar dat moet wel tot iets leiden, vooral in de gemeentes. Hij hoopte dat het effect van de brief van de minister zal worden gemonitord. Hij brak een lans voor gemeentelijke samenwerking op het punt van het OALT, bijvoorbeeld door het aanwijzen van kerngemeentes of doordat de provincie een rol speelt.

De heer Rijpstra plaatste de stappen die nu zijn gezet graag in het licht van de beoordeling van het minderhedenbeleid in de komende tijd. Hij had vertrouwen in het overleg dat regelmatig met de Chinese gemeenschap zal worden gevoerd.

Mevrouw Ravestein (D66) stelde vast dat het kabinet heel veel aandacht heeft voor de maatschappelijke positie van de Chinezen. Zij dankte de minister voor de toezegging contact te zullen opnemen met minister Vermeend en, naar zij aannam, staatssecretaris Ybema, die etnisch ondernemerschap in zijn portefeuille heeft. Zij was bereid de notitie van de minister over de doelgroepen in het minderhedenbeleid af te wachten. Zij hoopte dat de Chinese gemeenschap intussen zal werken aan een representatieve vertegenwoordiging, zodat geen tijd verloren behoeft te gaan.

Mevrouw Halsema (GroenLinks) constateerde dat beide bewindslieden blijk hebben gegeven van betrokkenheid bij de problemen van de Chinese gemeenschap. Zij voelde zich er wat ongemakkelijk over dat de gunstige sociale mobiliteit van de tweede generatie Chinezen lijkt te worden gebruikt om de problemen enigszins te relativeren.

Het officieel opnemen van de Chinese groep in het minderhedenbeleid is niet alleen van belang voor toegang tot het LOM, maar ook voor de erkenning van de problemen op de verschillende lokale niveaus en bij de verschillende partners en voor de mogelijkheden tot subsidie.

De afgelopen tien, vijftien jaar is misschien wat te lichtvaardig gedacht over de problemen van de Chinese problemen, waardoor niet genoeg is gedaan. Het stelde mevrouw Halsema teleur dat op het moment dat de problemen eindelijk worden erkend het oplossen ervan afhankelijk worden gemaakt van een abstracte beleidsmatige discussie over de toekomst van het minderhedenbeleid. Daar wilde zij niet op wachten.

Onder andere om meer mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding te bieden, waardoor bijvoorbeeld gokverslaving kan worden tegengegaan, verzocht mevrouw Halsema de minister met de staatssecretaris van OCW te overleggen over toelating van Chinese zenders op de Nederlandse kabel.

De minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid toonde zich gaarne bereid om met zijn collega Van der Ploeg te gaan praten over faciliteiten voor Chinese zenders, maar wees erop dat het kabinet niet meer over de toegang tot de kabel gaat.

De minister was niet van mening dat door de Chinezen een plaats in het LOM te geven een soort ereschuld zou worden ingelost. Hij was het eens met de heer Rijpstra dat het soms zijn voordeel kan hebben om met een bepaalde bevolkingsgroep apart om de tafel te gaan zitten. Zijn belangrijkste argument is dat breed de wens leeft om in discussie te gaan over de toekomst van het minderhedenbeleid, onder andere ook met het oog op het effect op het lokale beleid. Daarna kan in een bredere context worden gezien, hoe iedere specifieke groep met haar eigen kenmerken daarin een plek kan krijgen. Hij was bereid om te bekijken of de Chinese gemeenschap tot die tijd met een soort waarnemersstatus in het LOM aanwezig kan zijn, maar daarover wilde hij ook praten met de LOM-partners. Hij zag er weinig heil in om nu tot toegang tot het LOM te beslissen en over een halfjaar weer iets anders te doen. In het laatste gesprek met de Chinese gemeenschap is de representativiteitseis al duidelijk gemaakt. Hij verzekerde dat over specifieke punten verder gesproken wordt, samen met de collega's van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Economische Zaken, zonder nu direct toe te zeggen dat er een taskforce of een platform komt. Binnen enkele maanden zou hij rapporteren over de voortgang van die besprekingen.

In de brief aan de gemeentes had de minister uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheden van het GSB-instrumentarium voor het etnisch ondernemerschap. De bevoegdheden op dat punt berusten echter bij de gemeentes. Dat de Chinese gemeenschap sterk gespreid is, is een bij de overheid bekend probleem, dat overigens niet exclusief is voor de Chinezen. Over voorlichting wordt binnenkort gesproken, aan de hand van het Communicatieplan voor minderheden. Misschien kan in dat kader nog worden bekeken of aparte invalshoeken voor de Chinese gemeenschap nodig zijn.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wees erop dat iedereen met een AOW-tekort een beroep kan doen op de bijstand. Voor de Chinese ouderen is al voorlichtingsmateriaal op dit punt ontwikkeld door het NIZW. In de beleidsnotitie over oudere migranten zullen allerlei aspecten, ook taalprogramma's, aan de orde komen. Een aantal punten uit het advies van de Raad voor de volksgezondheid en zorg (RVZ) over interculturalisatie van de zorg worden daarin meegenomen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Cloe

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Gier

1 Samenstelling:


Leden: Schutte (RPF/GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Hoekema (D66), Rijpstra (VVD), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), De Boer (PvdA), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Balemans (VVD), De Swart (VVD)

Plv. leden: Rouvoet (RPF/GPV), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Cherribi (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Cornielje (VVD), Kuijper (PvdA), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Essers (VVD), Nicolaï (VVD)

2 Samenstelling:


Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Rouvoet (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Kant (SP), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD)

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Örgü (VVD), Van Gent (GroenLinks), Van de Camp (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Ravestein (D66), Weekers (VVD), Schutte (RPF/GPV), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Belinfante (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ross-van Dorp (CDA), Th.A.M. Meijer (CDA), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Marijnissen (SP), O.P.G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie