Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie Anti Racisme Centrum op uitspraken Sorgdrager

Datum nieuwsfeit: 12-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Anti Racisme Informatie Centrum

Nieuws

Racisme niet overdrijven

Deze tekst werd in Contrast, weekblad over de multiculturele samenleving, gepubliceerd en is een verkorte versie van de lezing die Winnie Sorgdrager, als vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid bij de ECRI, op 12 september bij het Landelijk Bureau tegen Rassendiscriminatie uitsprak.

Voetbalclubs met zich racistisch misdragende suporters moeten gestraft. Maar al te snel schermen met het begrip discriminatie maakt de problemen alleen maar erger, betoogt ex-minister van Justitie Winnie Sordrager.

Toen mijn oudste kind vijf jaar was en naar de kleuterschool ging was er een discussie over zwarte en witte scholen. Ik wist eigenlijk niet precies hoe het er bij het schooltje van mijn zoon voorstond en vroeg aan hem: `Zijn er bij jou veel zwarte kinderen in de klas?' Hij keek me verbaasd aan.

`Nee', zei hij.

`Helemaal niet?'

`Nee.'

Ik vond dat merkwaardig, maar nam aan dat het zo was. Een van de volgende dagen ging ik hem ophalen en tot mijn verbazing zag ik wel degelijk zwarte kinderen. Ik schaamde me dat ik het hem had gevraagd. Kinderen zien het verschil kennelijk niet.

In de wereld van volwassenen is dat helaas anders. In veel Europese landen zien we zelfs een algemene toename van intolerantie en steeds meer racistische uitingen. Rechts-extremistische partijen worden populairder en het wordt steeds minder afkeurenswaardig om je in het openbaar negatief ten opzichte van vreemdelingen uit te laten. Er is sprake van een verharding ten opzichte van vreemdelingen. Een en ander is te lezen in recente rapporten van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) over racisme en intolerantie.

Natuurlijk is de situatie in de verschillende lidstaten ook zeer verschillend. De Raad van Europa telt inmiddels 41 leden en de situatie in Moldavië verschilt van die in Denemarken en die in Georgië van Frankrijk. De historie van de landen is ook heel divers. Er zijn landen met een traditionele minderheid en landen waar het bestaan van die minderheden altijd al voor problemen heeft gezorgd. De Roma in sommige landen in midden en Oost-Europa zorgen bijvoorbeeld voor nogal wat discriminatieproblematiek. Ik herinner me de muur die in een Tsjechisch dorp was gebouwd om een gemeenschap van Roma in te sluiten. Europa reageerde verontwaardigd over deze racistische politiek.

Terecht, maar er zat nog een ander probleem achter. Het bleek dat deze mensen door de overheid tezamen werden gehuisvest, omdat ze uit hun oorspronkelijke woningen waren gezet wegens huurschulden en het veroorzaken van overlast. Ze werden nu gezamenlijk ondergebracht in een oud flatgebouw dat grensde aan een keurige arbeiderswijk waar de mensen hard werkten voor hun geld en 's morgens vroeg op moesten staan. De Roma hadden een ander manier van leven: 's avonds werd er muziek gemaakt en gedanst tot laat in de nacht, wat weer tot klachten leidde van de mensen die wilden slapen.

Bovendien nam men het niet zo nauw met de hygiëne en de verwerking van afval. Kortom de vele klachten van de naburige wijk leidden ertoe dat de plaatselijke overheid besloot een muur te bouwen rond de flat van de Roma, in een poging om de overlast te verminderen. Er was dus een reden, maar geen goede, en de uitwerking gaf een weerzinwekkend beeld. De muur is overigens vrij kort na de oprichting afgebroken.

Uitzondering

Ik maak me, samen met het ECRI, zorgen over het antisemitisme dat hier en daar weer de kop op steekt. Enigszins op het niveau van de overheid, maar meer nog in de publieke opinie. In Rusland, Polen, het oostelijk deel van Duitsland en Oostenrijk. Ook de opkomst van rechts-extremistische partijen is een tendens.

Wat dat betreft is Nederland een uitzondering. We afficheren onszelf graag als een tolerant land en in zekere zin is dat ook zo. Een aantal verontrustende tendensen die je elders ziet komen bij ons veel minder voor. De overheid doet er veel aan om racisme, discriminatie en intolerantie tegen te gaan, in de pers kun je nauwelijks spreken van racistische uitingen en rechts-extremistische politieke partijen hebben nauwelijks aanhang. Dat zijn positieve punten, zeker als je het vergelijkt met andere landen. Maar ook bij ons zijn genoeg zaken die de aandacht vragen: de houding ten opzichte van vreemdelingen is verhard, racistisch geweld neemt toe. Merkwaardigerwijs wordt daar in de pers weinig ophef van gemaakt: er zijn toch regelmatig aanslagen op asielzoekerscentra, er is een tijd geweest dat politici van linkse signatuur regelmatig werden bedreigd en nog steeds is de werkloosheid onder allochtone bevolkingsgroepen veel te hoog.

Op dit moment is de Raad van Europa bezig met de voorbereiding van de wereldconferentie tegen racisme. Onderwerpen als wettelijke maatregelen, good practices, beleidsmaatregelen, onderwijs en media zullen de revue passeren. Internet zal een speciaal onderwerp zijn waaraan aandacht wordt besteed. Terecht, want dat is een van de problemen die het moeilijkst grijpbaar zijn vanwege het mondiale karakter. Er zijn dus activiteiten genoeg. Maar er zijn ook valkuilen.

Een van de grootste gevaren die ons bedreigen is de overdrijving. Het is belangrijk dat we uitdragen dat het geen verschil maakt welke kleur je hebt. Nergens. Maar als we te snel het begrip discriminatie uit de kast halen, kan dat contraproductief werken. Wanneer de gemeente Driebergen zich met een oprotpremie ontdoet van een Roma-familie verdient dat geen applaus. Maar de kwestie reduceren tot een simpel geval van rassendiscriminatie, gaat te ver. Ook de Roma-familie treft blaam en heeft zichzelf onmogelijk gemaakt.

In het dagelijks bestaan moeten we niet elke opmerking die op zichzelf discriminerend kan zijn, als racistisch bestempelen. Iets anders is het wanneer er bijvoorbeeld hele spreekkoren worden aangeheven tijdens voetbalwedstrijden. Daartegen zou juist wel opgetreden moeten worden. Hoe? Politie erbij, mensen arresteren? Ja, als het kan wel, maar in ieder geval moeten voetbalclubs wiens supporters het betreft, gestraft worden. Net zoals er wordt gestraft als er geweld wordt gebruikt. Kun je racisme en discriminatie uitbannen? Ik ben bang van niet. Maar je moet het wel proberen. Tegengaan en verbeteren is wel degelijk mogelijk. Het publiek bewust maken, te beginnen bij jongeren. Bovendien heeft de pers een belangrijke functie. Het is belangrijk dat we zo volwassen mogelijk met de problematiek omgaan. Als er problemen zijn, moeten we die ook benoemen.

Gelukkig gebeurt dat steeds meer. Een aantal jaren geleden was het not done om hardop te praten over de problematiek van sommige Marokkaanse jongeren. Nu kan dat wel en dat is niet in de laatste plaats te danken aan de Marokkaanse bevolkingsgroep zelf. Er is een commissie van Marokkaanse vertegenwoordigers ingesteld en zij kwamen met voorstellen voor de aanpak. Benoem eventuele problemen, schakel de mensen er zelf bij in, en er komen ideeën.

Een voorbeeld nog, van een dilemma dat in de praktijk heeft gespeeld. In enkele landen van de EU bestaat het voorschrift dat mensen die langer dan een half jaar in bepaalde delen van Afrika waren, worden uitgesloten van het geven van bloed als bloeddonor. Er zijn mensen die serieus menen dat dit ongeoorloofd is, want discriminerend. Vanuit het volstrekt theoretische model dat uitgaat van het feit dat er geen onderscheid gemaakt mag worden, is dat inderdaad het geval. Maar ik wil dezelfde mensen nog wel eens horen als blijkt dat er onvoldoende voorzorg is geweest bij het verzamelen van bloed voor bloedtransfusies en het vervaardigen van bloedpreparaten.

En zo is er ook steeds het dilemma van enerzijds de vrijheid van meningsuiting en anderzijds het beledigen van groepen mensen wegens hun ras of andere kenmerken. De Nederlandse rechter is bereid om een beperking van de vrijheid van meningsuiting aan te nemen, maar dat is niet in ieder land het geval. Sommige landen zijn misschien nog strakker dan Nederland, maar anderen hechten beduidend meer waarde aan de vrijheid van meningsuiting. Het duidelijkste voorbeeld zijn de Verenigde Staten, maar ook in Europa zijn er verschillen. Het zal duidelijk zijn dat dat voor de bestrijding van racisme en discriminatie op internet een groot probleem is.

Niet direct

In het Verdrag van Amsterdam is het inmiddels beroemde artikel 13 opgenomen: het non-discriminatie-artikel. Het artikel draagt de ministers op om binnen de grenzen van de bevoegdheden van de EU, met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Europese Commissie en na raadpleging van het Europees parlement, maatregelen te nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden. Dit artikel heeft echter tot verdriet van velen geen directe werking. Dat wil zeggen dat de burgers van de Unie aan dat artikel niet rechtstreeks rechten kunnen ontlenen.

Toch is het belangrijk dat de EU via artikel 13 een anti-discriminatieverplichting heeft gekregen. De EU kan bindende besluiten nemen en landen die ze niet nakomen op hun verantwoordelijkheden wijzen. Dat kan de Raad van Europa niet. Bovendien is de kring van landen daar zo groot dat het heel moeilijk zal zijn tot echte strakke verplichtingen te komen.

Maar heeft de EU dat niet al lang gedaan? Ja, ze heeft een poging gewaagd. De sancties tegen Oostenrijk. Maar wat is daar geklungeld. Ferme uitspraken toen de FPÖ aan de regering kwam. Men heeft elkaar in de emotie gesteund en even de realiteit uit het oog verloren. Maar wat is de grond voor sancties wanneer een regering nog geen enkele beleidsdaad heeft verricht? Dat het in Oostenrijk voor minderheden in het dagelijks leven soms heel moeilijk is, wisten we al lang. Officieel heeft de Oostenrijkse regering nog steeds geen aanstootgevende beslissingen genomen en handelt ze niet veel anders of slechter dan andere lidstaten. Met hulp van artikel 13 had de proef op de som genomen kunnen worden: is de Oostenrijkse regering bereid de nationale wetgeving aan te passen? Zo nee, dan zou het moment van sancties gekomen kunnen zijn. Jammer dat het anders gelopen is. Eigenlijk heeft de Unie zich een beetje belachelijk gemaakt. Dat maakt het een volgende keer een stuk ingewikkelder.

Meer over de LBR-lezing.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie