Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van Hoof bij 55-jarig bestaan IGK

Datum nieuwsfeit: 13-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Defensie
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Defensie



Toespraken


55-jarig bestaan IGK

13-09-2000

Dames en Heren,
Het doet mij genoegen vandaag aanwezig te zijn bij het 11e lustrum van het Inspectoraat-Generaal der Krijgsmacht (IGK). Het IGK neemt een aparte plaats in binnen de Nederlandse krijgsmacht. Dat blijkt onder meer uit het organigram van het ministerie van Defensie, zoals u dat op onze internetsite kunt vinden. Op die site "hangt" het IGK ergens in het luchtledige, boven de organisatie. Maar wel op gelijke hoogte met de politieke leiding, waarmee het ook nog eens met een stippellijntje is verbonden. En dat stippellijntje symboliseert de onafhankelijke positie van dit instituut binnen de Krijgsmacht. Die zweverige positie en dat stippellijntje zijn dus niet symbolisch voor het belang dat wij aan het IGK hechten. Integendeel, de afgelopen 55 jaar is het bestaansrecht van het IGK duidelijk aangetoond en dat is ook de verwachting voor de toekomst. Voordat ik echter op de toekomst van het IGK in ga, wil ik eerst nog eens terugblikken op het verleden.

Het IGK, zoals we het instituut nu kennen, is in 1945 ingesteld. Ik zeg nadrukkelijk 'zoals we het nu kennen,'want in de negentiende eeuw verscheen de functie van Inspecteur-Generaal voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse leger. De laatste Inspecteur-Generaal uit die periode, prins Frederik, nam in 1868 overigens ontslag vanwege gebrek aan steun van de minister en het uitblijven van verbeteringen in het leger. Toen al bleek dat de mate waarin de IGK het vertrouwen van zowel de politieke leiding als van de krijgsmacht geniet, essentieel is voor zijn functioneren.

In 1945 werd Prins Bernhard benoemd tot de eerste na-oorlogse IGK. Hij bekleedde deze positie 31 jaar, tot 1976. Een record, dat waarschijnlijk nooit meer wordt gebroken, hoe hoog we de flo-leeftijd ook opwaarderen. Met zijn markante verschijning gaf de Prins het IGK cachet en onder zijn leiding werd de functie van IGK inhoud gegeven. Al in het begin van zijn commando, in 1946, werd het stijlvolle landhuis 'De Zwaluwenberg', waar we nu te gast zijn, betrokken.

Na 1976 kwam het IGK in een overgangsperiode terecht, waarin het voortbestaan van het instituut een aantal jaar ter discussie stond. De opvolger van de Prins, luitenant-generaal De Savornin Lohman, aanvaardde zijn functie zelfs met de duidelijke opdracht een nota voor de minister, en later voor het Parlement, te maken, met zijn zienswijze op de vraag of het Instituut moest blijven bestaan of niet.

In de jaren daarna is in het functioneren van het Instituut het nodige veranderd. In 1980 verscheen de zogeheten 'Instructie voor de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht'. In die instructie wordt de Inspecteur opgedragen "onze Minister (van Defensie), gevraagd en ongevraagd, van advies te dienen ten aanzien van alle vraagstukken de Krijgsmacht betreffende, alsmede een onderzoek in te stellen of te bemiddelen in individuele aangelegenheden (....)." De laatste twintig jaar hebben vijf Inspecteurs hieraan ieder op hun eigen wijze invulling gegeven en daarmee het IGK verder uitgebouwd tot het vooraanstaande instituut zoals we dat nu kennen.

Dames en Heren,
Ik begon mijn inleiding met de uitspraak dat de toekomst van het IGK er voorspoedig uitziet. Graag ga ik daar iets dieper op in. Men zou de vraag kunnen stellen: waarom toch een IGK? In het bedrijfsleven is een dergelijke figuur niet aanwezig en ook bij andere sectoren van de overheid zult u een dergelijk instituut niet in het organigram terugvinden. Waarom dan wel bij Defensie? Één van de aspecten van het IGK is het signaleren wat er in de organisatie -in brede zin- gaande is. Zoals gebruikelijk melden we hierbij niet wat goed gaat, maar wel het minder goede. Op zich is dat ook opmerkelijk, want je zou kunnen zeggen dat dat in normale organisatie deze informatie via de lijn naar boven komt.

Een ander aspect is de rol van de IGK bij collectieve en individuele problemen. Maar ook hier geldt dat er tal van andere adressen zijn, denkt u aan commandanten, aan de medische dienst, de Geestelijke verzorging, de Maatschappelijke dienst Defensie en aan de vakorganisaties.

En toch is en blijft het Instituut van belang. Zoals bekend willen Minister De Grave en ik in een permanent proces de organisatie van Defensie verder verbeteren. In dat kader hebben we een aantal maatregelen genomen ter vergroting van de transparantie en de doelgerichtheid. De verbetering van de interne en externe communicatie van Defensie is bij dit streven van doorslaggevend belang.

Één van onze maatregelen ter vergroting van de interne communicatie betreft de versterking van de rol van de IGK. Want, zoals de minister en ik vorig jaar in een brief aan het parlement stelden, 'op basis van bewezen autoriteit en een goede reputatie fungeert het instituut (IGK) als smeerolie in een grote, soms bureaucratische omgeving.' Gezien de positie en rol van de IGK wordt bereikt, dat bevindingen en aanbevelingen van de IGK op het hoogste niveau bekend worden en nadrukkelijker dan voorheen actief bij de beleidsontwikkeling van Defensie worden gebruikt. Ik noem u enkele concrete voorbeelden.

De afgelopen tijd kwamen er regelmatig signalen dat de verschillende uitvoeringsbepalingen van de vier krijgsmachtdelen een negatieve invloed hebben op de bedrijfsvoering bij de interservice organisaties van Defensie. Ik had behoefte aan een objectieve inventarisatie van deze problematiek en heb dan ook bewust de IGK verzocht die uit te voeren. Zijn conclusies en aanbevelingen dienaangaande zijn opgenomen in het jaarverslag 1999. Aan de hand van die inventarisatie wordt thans nagegaan of en hoe de door de IGK geconstateerde knelpunten kunnen worden opgelost. Dit onderstreept de positie van de IGK als onafhankelijk adviseur. Ook het jaarverslag, dat onlangs op 17 juli aan de Tweede Kamer is gezonden, getuigt hiervan. Het verslag kan zich daar in een warme belangstelling verheugen.

De IGK besteedt daarnaast veel aandacht aan individuele bemiddeling. Afgelopen jaar hebben 428 personen hiervoor een beroep op hem gedaan. Gelukkig maar een half procentje van de Defensiepopulatie, maar toch. In verband hiermee constateert de IGK in zijn jaarverslag dat de defensie-organisatie zakelijker is geworden. Ik denk dat dat waar is en ook dat dat anno 2000 niet anders kan. In sommige gevallen moeten keuzen worden gemaakt die de defensie-organisatie ten goede komen, maar die in individuele gevallen een minder positief neveneffect kunnen hebben.
In de eerdergenoemde brief schrijft de minister dan ook dat "in die gevallen de aandacht vooral moet worden gericht op het vinden van 'maatwerk' (..)."

Het is hierbij, dames en heren, dat de IGK in zijn rol van onafhankelijke ombudsman voor onze organisatie een belangrijke rol vervult: het bemiddelen bij klachten van medewerkers die zich gedupeerd voelen. Het feit dat jaarlijks nog altijd zoveel mensen (ook al is dat procentueel gelukkig niet zo hoog) een beroep op hem doen, betekent dat men hem weet te vinden. Dit zijn slechts twee voorbeelden die het belang van het instituut IGK 'als smeerolie in onze organisatie' onderstrepen.

Daarnaast is de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht sinds 1991 tevens Inspecteur der Veteranen. Deze uitbreiding van het werkterrein past in het veteranenbeleid dat Defensie sinds begin jaren negentig heeft ontwikkeld.

Vorige week donderdag, 7 september, sprak ik tijdens de Nationale herdenking bij het Indië-monument in Roermond van het ontstaan van een veteranentraditie.

Ik weet dat de IGK, die uiteraard in Roermond aanwezig was, deze relatief nieuwe taak zeer serieus opvat, wat bepaald niet alleen blijkt uit het aantal evenementen dat hij vorig jaar in zijn hoedanigheid als Inspecteur der Veteranen bijwoonde.

Dames en Heren,
Voordat ik deze rede besluit en we het officieuze gedeelte voortzetten, wil ik graag eerst nog een officiële handeling verrichten. Want, zoals ik al zei, de Minister en ik zien voor de IGK een duidelijke rol bij de versterking van de interne communicatie. Daarvoor is het uiteraard nodig dat antwoorden op vragen als 'waarvoor staat de IGK?' en 'wat kan de IGK eventueel voor mij betekenen?' gemakkelijk te vinden zijn. In de 'nieuwe economie' waarin we vandaag de dag leven, wordt dergelijke informatie op internet beschikbaar gesteld.
Zoals u wellicht weet, beheert het Ministerie van Defensie haar eigen internetsite. WWW . Mindef . nl. Daarop vindt de geïnteresseerde bezoeker informatie over een breed scala aan defensiegerelateerde onderwerpen. Wat daar tot nu toe echter aan ontbrak, was uitgebreide achtergrondinformatie over het IGK.
Althans, ik vond op onze site alleen maar het Curriculum Vitae van generaal (Cees) de Veer, voorzien van een foto waarop hij ons met enigszins fronsende blik aankijkt. Hoewel zeer interessant, kan dat toch niet de inhoudelijke informatie zijn waarmee de IGK invulling geeft aan zijn streven de ombudsman voor Defensie te zijn.

Om in deze lacune te voorzien heeft het IGK onder de homepage van het Ministerie een eigen link gekregen. Hier vindt u informatie over onder meer de taakstelling, de historie, de bereikbaarheid en wat de IGK voor de(ex-) werknemers van Defensie en hun naasten kan betekenen. Het is mij een eer op deze 11e lustrumbijeenkomst de IGK-site officieel te openen.

Dank u.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie