Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg inzake algemene Europese raad

Datum nieuwsfeit: 13-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake algemene raad
Gemaakt: 20-9-2000 tijd: 17:39


1


21501-02 Algemene Raad

Nr. 351 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 13 september 2000

De algemene commissie voor Europese Zaken<1> en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken<2> hebben op 31 augustus 2000 overleg gevoerd met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Benschop van Buitenlandse Zaken over:


- het verslag van de Algemene Raad van 10 en 11 juli 2000 (EU-00-154);

- de agenda van de informele Algemene Raad (Gymnichoverleg) van 2 en 3 september 2000 te Evian (EU-00-170);


- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 7 juli 2000 inzake de prioriteiten van het Franse EU-voorzitterschap (EU-00-151).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Verhagen (CDA) wijst erop dat de commissies eraan hechten overleggen te voeren op basis van agenda's en Nederlandstalige stukken. De uitnodigingsbrief van de Franse minister Védrine is in dit verband minder geschikt voor de communicatie tussen regering en parlement.

De minister legt uit dat de uitnodiging van minister Védrine het informele karakter van het Gymnichoverleg weergeeft. Hij neemt niettemin goede nota van de opmerking van de heer Verhagen.

De heer Van Baalen (VVD) meent dat de Europese richtlijn betreffende de toegang van burgers tot documenten te beperkend van aard is, zeker nu duidelijk is dat het gemeenschappelijk veiligheids- en buitenlands beleid (GBVB) hiervan generiek wordt uitgesloten. Hoe vindt de besluitvorming over de openbaarheid van het GBVB plaats en wat is de opstelling van de minister hierin?

Het rapport van de commissie van wijzen over de diplomatieke relaties met Oostenrijk schijnt bijna klaar te zijn. Wat zullen de veertien lidstaten met dit rapport doen?

Hoewel de minister zelf heeft geconstateerd dat Rusland nog niet aan de westerse wensen terzake van Tsjetsjenië is tegemoetgekomen, wordt het TACIS-programma weer ter hand genomen. Welke redenen zijn hiervoor?

Bezorgd is de heer Van Baalen over de komende verkiezingen in Servië. Hoe zal de Europese Unie druk uitoefenen op de oppositie en op Montenegro om zich te verenigen, opdat Milosevic niet ongehinderd de verkiezingen wint?

Met het oog op Zimbabwe bepleit hij het aanvangen van een consultatieprocedure in het kader van het Verdrag van Lomé, omdat de schendingen van de mensenrechten aanhouden.

De heer Van Baalen constateert dat het Franse voorzitterschap veel aandacht besteedt aan het sociale Europa en aan het internationale optreden van de EU, maar hij benadrukt dat een goede afsluiting van de IGC voor de VVD voorop staat. Op basis van het Verdrag van Nice moet de toetreding van nieuwe lidstaten realiteit worden.

De heer Van Middelkoop (RPF/GPV) heeft er weinig vertrouwen in dat het Gymnichoverleg een geheel informeel karakter zal hebben. Hij vraagt zich af waarom er tijdens dit overleg over het vredesproces in het Midden-Oosten wordt gesproken. Hoort dit niet in de Algemene Raad te gebeuren? Wat is het standpunt van de regering met betrekking tot het eventueel eenzijdig uitroepen van de Palestijnse staat door de heer Arafat op 13 september? Heeft de regering het voornemen om ooit de ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen? Hij vestigt de aandacht op de tien Joden, tegen wie in Iran een proces loopt. Binnenkort komt er een uitspraak. Wil de minister naar bevind van zaken handelen in het belang van deze mensen?

De heer Van Middelkoop vraagt meer informatie over het voorstel van Oostenrijk om het olie-embargo tegen Joegoslavië op te heffen. Het doel hiervan zou zijn om de Servische oppositie een steuntje in de rug te geven. Wat is het standpunt van de Nederlandse regering?

Inzake de openbaarheid van bestuur in Europa en het GBVB herinnert hij eraan dat de regering voor het reces al heeft toegezegd bondgenoten te zoeken om de openbaarheid te bevorderen. Wat is de stand van zaken?

Wat vindt de minister van de ideeën van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Fischer over een federaal Europa?

Ook mevrouw Scheltema-de Nie (D66) vraagt hoe de minister de recente ontwikkelingen in het vredesproces van het Midden-Oosten beoordeelt. Heeft het bezoek van de nieuwe Israëlische minister van Buitenlandse Zaken nog nieuwe inzichten opgeleverd?

Zij vindt dat het gezamenlijk optreden van de lidstaten van de EU in het buitenland de laatste tijd niet sterk is geweest. Is de minister van plan tijdens het Gymnichoverleg op een versterkt optreden aan te dringen? Juist ten aanzien van Rusland is een gezamenlijk Europees optreden van groot belang.

Wat zal de inbreng van Nederland zijn tijdens het Gymnichoverleg inzake de sancties tegen Servië?

Bezorgd is mevrouw Scheltema over het geweld van Albanezen in Kosovo tegen jeugdigen en bejaarden. Bestaan er plannen om KFOR hiertegen te laten optreden?

Ook vindt zij dat het GBVB niet buiten de Europese richtlijn voor de openbaarheid van bestuur mag vallen.

De heer Koenders (PvdA) vraagt of er bij de actuele vraagstukken een gezamenlijk Beneluxoptreden zal zijn tijdens het Gymnichoverleg. Kan de minister ook iets zeggen over de Europese vergezichten van de Duitse minister Fischer? De heer Koenders maakt hierbij een onderscheid tussen soevereiniteitsfuncties en sociaal-economische vraagstukken binnen de Unie.

Klopt het dat de Europese Raad de afronding van het EU-handvest voor de grondrechten meer naar zich toe trekt? Het standpunt van de regering wordt dan na de Europese Raad van Biarritz essentieel, waardoor het parlement zich er op dit moment niet te zeer mee hoeft bezig te houden.

Wil de regering instemmen met het Oostenrijkse initiatief om het olie-embargo tegen Servië op te heffen? Het lijkt de heer Koenders minder gepast -- gezien de huidige situatie met de vier Nederlandse gevangenen in Belgrado -- dat Nederland aandringt bij Joegoslavië op internationale waarneming van de verkiezingen daar.

De relatie tussen de eerste en tweede pijler van het Europese veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) is zorgwekkend. Het is belangrijk dat de ontwikkeling van de militaire poot gelijk loopt met die van de civiele crisisbeheersing. Op dit moment lijkt dat niet het geval te zijn. Ook is de recente beslissing over geheimhouding van de besluitvorming zorgwekkend. Het is van belang dat Nederland straks een goed pakket krijgt toebedeeld voor het EVDB. Wat is de inzet van de regering voor de Nederlandse bijdrage?

Ten slotte bepleit de heer Koenders een gezamenlijke missie naar de Molukken van vertegenwoordigers van de nationale ambassades en van het VN-kantoor daar, liefst in overleg met de ASEAN. Kan de regering hiertoe het initiatief nemen binnen de EU?

Ook mevrouw Karimi (GroenLinks) vindt dat de ontwikkeling van de civiele crisisbeheersing van het EVDB gelijk moet lopen met die van de militaire poot. Heeft dit voor de minister prioriteit en brengt hij dit in de Europese discussie in?

In het verslag van de Algemene Raad mist zij de discussie over de uitbreiding van de Unie met Turkije. Wordt er in de Raad wel eens gesproken over de activiteiten van het Turkse leger in Koerdistan?

Wat is de Nederlandse inbreng in de sociale agenda, die door het Franse voorzitterschap als prioriteit is geformuleerd?

Ook mevrouw Karimi wil graag weten wat de houding van de Nederlandse regering is inzake het eventueel eenzijdig uitroepen van de Palestijnse staat door de heer Arafat.

Welke rol speelt de heer Solana in de besluitvorming over de openbaarheid van het GBVB? Wat is er deze zomer nu precies besloten?

Zij is ook nieuwsgierig naar de ideeën van de minister over de toekomst van de EU in reactie op de visie van minister Fischer.

Het is betreurenswaardig dat de EU, maar ook de landen in de regio, zich zo afzijdig houden van de problemen in Afghanistan, vooral als het gaat om vluchtelingen. Welke politieke actie onderneemt Nederland op dit punt in de Algemene Raad? Afghanistan vormt voor Nederland immers een speerpunt van beleid in het kader van de High Level Working Group.

De heer Verhagen (CDA) toont zich eveneens geïnteresseerd in de plannen van de veertien lidstaten met het rapport van de commissie van wijzen over de verhouding met Oostenrijk.

In verband met de openbaarheid van documenten in relatie tot het EVDB overweegt het Europees Parlement om een procedure aan te spannen bij het Europese Hof van Justitie, omdat het besluit in strijd kan zijn met artikel 28 van het EU-verdrag. Wil de staatssecretaris zich bij de opstelling van het Europees Parlement aansluiten?

Kan de minister ervoor zorgen dat tijdens het Gymnichoverleg aandacht wordt besteed aan de situatie in Birma? De VN, de VS en het Verenigd Koninkrijk hebben reeds geprotesteerd tegen de beknotting van de oppositie en de EU kan hierbij niet achterblijven.

Wil de minister ervoor zorgen dat binnen de Algemene Raad duidelijk is dat Nederland geen voorstander is van het eventueel eenzijdig uitroepen van de Palestijnse staat?

De minister heeft beweerd dat voor een volwaardige ontwikkeling van het EVDB een verdragswijziging nodig is, terwijl Frankrijk als voorzitter, heeft aangegeven geen verdragswijziging te willen. Zal Nederland een verdere ontwikkeling van het EVDB blokkeren als er geen verdragswijziging plaatsvindt? De heer Verhagen is hier geen voorstander van.

Hij meent dat de precieze doelstellingen van de sancties tegen Servië niet duidelijk zijn. Het ondersteunen van de oppositie in Servië is van groot belang en dat gebeurt nu onvoldoende. Hoe zal Nederland zich opstellen in de discussie over het sanctiebeleid tegen Servië?

Ook de heer Verhagen is verbaasd dat de samenwerkingsrelatie met Rusland steeds meer lijkt te worden genormaliseerd, terwijl Rusland zijn toezeggingen aan het Westen volstrekt niet waarmaakt.

Het antwoord van de regering

De minister verwacht dat het rapport van de commissie van wijzen over de verhouding met Oostenrijk niet voor eind september zal uitkomen. Vervolgens zal Frankrijk, als voorzitter, in overleg met de overige lidstaten met voorstellen moeten komen. Het is in het belang van de EU en van de verhouding tussen de veertien lidstaten en Oostenrijk dat er, na verschijning van het rapport, zo snel mogelijk een besluit wordt genomen.

Het is niet de bedoeling dat de relatie met Rusland zonder meer genormaliseerd wordt. Het TACIS-programma zal zich vooral richten op de bevordering van de rechtsstaat in de Russische Federatie en de Europese Commissie zal met name in dit kader voorstellen doen.

Het zou contraproductief zijn als, lopende de onderhandelingen, de heer Arafat eenzijdig de Palestijnse staat uitroept rond 13 september. Ook in Palestijnse kringen wordt dat zo gevoeld. In het gesprek met zijn Israëlische collega heeft de minister geen indicatie gekregen dat de Palestijnen van plan zijn dit te doen. Het is te hopen dat, na de gesprekken in Camp David, nu ook de Palestijnen iets meer tot toenadering geneigd zijn. De Verenigde Staten en Egypte spelen een belangrijke rol in de vredesonderhandelingen. Gedurende deze onderhandelingen is het niet verstandig te speculeren over een eventuele verplaatsing van de ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem.

De minister erkent dat zowel Nederland als de EU alert moet zijn op de uitspraak in het proces van de tien Joden in Iran, dat rond 5 september verwacht wordt.

Het is niet verstandig als de EU zich bemoeit met de manier waarop de oppositie in Servië voor de komende verkiezingen georganiseerd is. Wel moet bekeken worden of het sanctiebeleid kan worden aangepast aan de wensen van de oppositie. Eén van de oppositiekandidaten heeft aangegeven dat de sancties opgeheven moeten worden op het moment dat er een verandering van het regime in Belgrado plaatsvindt. De minister geeft er de voorkeur aan vóór de verkiezingen duidelijk te stellen dat de sancties opgeheven worden als de oppositie wint. Dit is een beter signaal dan het opheffen van het olie-embargo voor de verkiezingen. Mocht hierover tijdens het Gymnichoverleg overeenstemming worden bereikt, dan is het goed dit standpunt naar buiten te brengen voor de formele Algemene Raad op 18 september.

De discussie over het gezamenlijk optreden naar buiten van de EU-lidstaten gaat vooral over de vraag hoe de ministers van Buitenlandse Zaken beter hun prioriteiten en posterioriteiten kunnen stellen. Belangrijk hierbij is de begrotingsrichtlijn vier, die meer inhoud moet krijgen.

De minister vindt het onduidelijk wat precies het Europese model is dat de heer Fischer heeft geprobeerd te schetsen. Het is belangrijk te begrijpen dat Duitsers vaak iets anders verstaan onder "federalisme" dan Nederlanders. Nederlanders beschouwen federalisering sneller als een vorm van centralisatie. De Franse president Chirac heeft voorstellen gedaan voor een intergouvernementele samenwerking, die de Nederlandse regering misschien maar beter kan verwerpen. Het is beter om voort te bouwen op het model van Monet en Schuman; dit communautaire, supranationale stelsel is immers succesvol gebleken en het is niet bewezen dat uitbreiding van de Unie erdoor belemmerd wordt. Wel moet er eens nader gepraat worden over de invulling van de subsidiariteit en de rol van de lidstaten.

KFOR, zo meent de minister, moet continu alert blijven op het geweld van Albanezen in Kosovo tegen jeugdigen en bejaarden.

Een Beneluxdocument in het kader van de IGC kan nuttig zijn, maar alleen op het juiste tijdstip. De impact van een dergelijke bijdrage wordt zeer bepaald door het moment waarop men ermee komt.

In de stukken voor de rijksbegroting 2001 en in de staat van de Unie wordt uitgewerkt hoe de regering zich de Nederlandse inzet voor het Europese vredes- en veiligheidsbeleid voorstelt.

De staatssecretaris geeft aan dat Nederland, samen met enkele andere landen, zich heeft verzet tegen het besluit om documenten aangaande het veiligheids- en defensiebeleid uit te sluiten van de regeling inzake de openbaarheid van bestuur. Dit verzet heeft niet mogen baten, maar hij laat bekijken hoe in de komende maanden de bezwaren van Nederland in de Algemene Raad, in het Europees Parlement en in bilaterale contacten duidelijk gemaakt kunnen worden en of er steun voor kan worden verworven. Het is nu een beetje vroeg om te speculeren over het aanspannen van een procedure bij het Europese Hof, maar de staatssecretaris sluit niet uit dat hiertoe besloten zal worden.

De concepttekst voor het handvest van de grondrechten wordt pas tijdens de Europese Raad in Biarritz, midden oktober, besproken. Er is dus nog voldoende tijd voor regering en parlement om deze tekst vooraf te bespreken.

De sociale agenda is aan de orde gekomen tijdens de informele Sociale Raad in juli jongstleden. Het gaat hierbij om het voortzetten van reeds bestaande activiteiten inzake de informatiemaatschappij, de armoedebestrijding, uitsluitingsvraagstukken en antidiscriminatievraagstukken. Tijdens de top in Nice zal hier verder over gesproken worden. De regering steunt deze aanpak.

Deze week is het verslag van de laatst gehouden High Level Working Group aan de Kamer gestuurd. Daarbij is een beschrijving gevoegd van de aanpak van het Franse voorzitterschap tot de top in Nice, waar over de High Level Working Group gerapporteerd zal worden. In dat verslag staat meer informatie over de prioriteitenstelling inzake Afghanistan.

De voorzitter van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Patijn

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,

De Boer

De griffier van de algemene commissie voor Europese Zaken,

Mattijssen


1 Samenstelling:


Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Oven (PvdA), ondervoorzitter, Voûte-Droste (VVD), Hessing (VVD), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF/GPV), De Haan (CDA), Koenders (PvdA), Patijn (VVD), voorzitter, Van den Akker (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Weekers (VVD), Albayrak (PvdA), Eurlings (CDA), Van Baalen (VVD)

Plv. leden: Blaauw (VVD), Dittrich (D66), Van den Berg (SGP), Valk (PvdA), Wilders (VVD), Remak (VVD), Ter Veer (D66), Van Bommel (SP), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), De Graaf (D66), Van der Knaap (CDA), Waalkens (PvdA), Verbugt (VVD), Balkenende (CDA), Mosterd (CDA), M.B. Vos (GroenLinks), Feenstra (PvdA), Zijlstra (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Örgü (VVD), Gortzak (PvdA), Crone (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Valk (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA), ondervoorzitter, Hessing (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), M.B. Vos (GroenLinks), Dijksma (PvdA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Van der Knaap (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Remak (VVD), Wilders (VVD)

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Zijlstra (PvdA), Belinfante (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Eurlings (CDA), Cherribi (VVD), De Haan (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van Bommel (SP), Harrewijn (GroenLinks), Gortzak (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Van den Akker (CDA), Leers (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duivesteijn (PvdA), Feenstra (PvdA), Patijn (VVD), Balemans (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie