Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Lijst van vragen regels voor inrichtingen motorvoertuigen

Datum nieuwsfeit: 15-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

lijst van vragen regels voor inrichtingen voor motorvoertu igen

Gemaakt: 15-9-2000 tijd: 10:35

26 800 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2000

nr.

Lijst van vragen en .......

vastgesteld,

De vaste Commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft de navolgende vragen over het besluit van 13 juni 2000, houdende regels voor inrichtingen voor motorvoertuigen (Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer) (Staatsblad 2000, nr. 262).

De regering heeft deze vragen ............. bij brief van .....

De vragen en .................. zijn hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Reitsma

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Jonker

Welk belang hecht de regering aan de onafhankelijkheid van de inspecteurs, die de Verklaring van Vloeistofdichtheid kunnen afgeven? Is de regering van mening dat ook ten aanzien van dit Besluit een scheiding tussen beleidsbepaling en beleidsuitvoering gewenst en zelfs noodzakelijk is, bijvoorbeeld als het gaat om keuringstermijnen en de keuring zelf?

2.

Wat is het beleid van de regering met betrekking tot het aanwijzen van inspectie-instellingen door een minister? In dit besluit is er geen sprake van aanwijzing van inspectie-instellingen door een minister. Worden er in twee (of meer) AmvB's op grond van de Wet Milieubeheer verschillende inspecties geregeld?

3.

Waarom is in het Besluit de deskundigheid van de inspectie m.b.t de vloeistofdichtheid wél gewaarborgd en de onafhankelijkheid niet? Waarom is hiermee een andere opzet gekozen dan in bijvoorbeeld het ontwerpbesluit Tankstations Milieubeheer, waarin de onafhankelijkheid van inspecteurs wel is opgenomen?

4.

Hoe gaat de regering haar toezichthoudende taak op de inspecties van vloeistofdichte voorzieningen uitoefenen?

5.

Kan de regering uiteenzetten hoe zij in het verleden zijn toezichthoudende taak uitgeoefend heeft, gezien de volstrekt onevenwichtige verdeling van belanghebbende marktpartijen binnen de PBV organisatie en het College van Deskundigen bodembeschermende voorzieningen.

6.

Is het de regering bekend dat aannemers die vloeistofdichte vloeren aanleggen tevens actief zijn op het gebied van het inspecteren van deze voorzieningen. Hoe denkt de regering te voorkomen dat `de slager zijn eigen vlees keurt'? (blz. 65)

7.

Hoe denkt de regering over het onafhankelijk van elkaar organiseren van uitvoering en beleid? (blz. 65)

8.

Hoe denkt de regering over de suggestie van de BOVAG om een gezamenlijk college van deskundigen op te richten, waarin alle belanghebbende partijen plaats nemen? (blz. 65)

9.

Waarom zijn de branches niet betrokken bij het meebeslissen over de voorwaarden waaronder de keuringseisen worden geformuleerd?

10.

Hoe moeten de rol en taak van KIWA als enerzijds een certificerende en anderzijds een inspecterende instantie worden gezien? Op welke wijze is de onafhankelijkheid van deze certificeringsinstelling gegarandeerd?

11.

In welke rol en hoedanigheid opereert KIWA in PBV verband?

12.

In hoeverre is de KIWA als ondermening in de zin van de mededingingswet aan te merken?

13.

Welke garanties kan de regering geven dat de vloeren, die voor 1990 zijn aangelegd en die vloeistofdicht behoren te zijn, kunnen worden beoordeeld door een onafhankelijke en gecertificeerde deskundige inspecteur? Dit temeer omdat de opleiding voor dergelijke inspecteurs nog in de startblokken staat. Zou een overgangstermijn hier niet op zijn plaats zijn?

14.

Kan de regering uitleggen waarom aan het lozen van afvalwater met minerale olie, 2 verschillende eisen wordt gesteld? (blz.53)

15.

Wat is de onderbouwing voor de lozingsnorm van 20 mg/l voor afvalwater, dat ontstaat bij het reinigen van werkplaatsen, terwijl voor wasstraten, autowasplaatsen en dergelijke, alsmede voor opslagplaatsen van vloeistofbevattende autowrakken een lozingsnorm van 200 mg/l geldt, alvorens een olieafscheider verplicht wordt gesteld?

16.

Hoe beoordeelt de regering de ontwikkeling in de branche dat steeds meer gebruik wordt gemaakt van «droge» reinigingsmethoden, hetgeen tot gevolg heeft dat nat reinigen nog slecht in beperkte mate plaatsvindt?

17.

Kan de regering inzicht geven in de kosten die de branche zou moeten maken wanneer de lozingsnorm van 20 mg/l gaat gelden? Kan de regering inzicht geven in de concrete milieuwinst die daarmee zou worden behaald?

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie