Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vragen inzake omvorming CBR tot zelfstandig bestuursorgaan

Datum nieuwsfeit: 18-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vragen inzake omvorming cbr tot zelfstandig bestuursorga an

Gemaakt: 20-9-2000 tijd: 15:6

Lijst van vragen

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft de minister van Verkeer en Waterstaat een aantal vragen voorgelegd over haar brief dd. 3 juli 2000 inzake omvorming van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen tot zelfstandig bestuursorgaan. De voorzitter van de commissie, Blaauw De griffier van de commissie, Roovers 's-Gravenhage, 18 september 2000

Aan de minister van Verkeer en Waterstaat

Namens de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat verzoek ik u bijgaande vragen over uw brief dd. 3 juli 2000 inzake omvorming van het CBR tot zelfstandig bestuursorgaan te beantwoorden.

De griffier van de commissie,

C.J.M. Roovers
Schriftelijke vragen aan de minister van Verkeer en Waterstaat over haar brief dd. 3 juli 2000 inzake omvorming van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) tot een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO).


1.


Ten aanzien van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) is een taakanalyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de publiekelijke en niet-publiekelijke taken van het CBR. Kunt u het rapport in dezen aan de Tweede Kamer doen toekomen?


2.

Op termijn komen twee juridisch volledig zelfstandige, onafhankelijke organisaties tot stand. De één die de publieke taken ten aanzien van de toetsing van rijvaardigheid en rijgeschiktheid behartigt. De ander gaat zich toeleggen op marktgerichte activiteiten. Kunt u nader en uitgebreider toelichten welke activiteiten dat zijn?


3.

Welke huidige taken van het CBR vallen onder de publieke taken en welke onder de niet-publieke taken?


4.

Wat definieert u in het geval van het CBR precies als taken van openbaar gezag?


5.

Kan nader worden ingegaan op de afweging die heeft plaatsgevonden tussen deze taken van openbaar gezag en mogelijke argumenten die ervoor pleitten om het CBR als een privaatrechtelijk orgaan voort te laten bestaan?


6.

Kan worden aangegeven hoe een overlap tussen beide nieuwe organisaties kan worden voorkomen?


7.

Is overwogen om van het CBR een dienst te maken die ressorteert onder het Ministerie van Verkeer en Waterstaat?


8.

Het publiekrechtelijke zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) zal verantwoordelijk zijn voor de toetsing van rijvaardigheid en rijgeschiktheid. Dit heeft tot gevolg dat geen andere instantie de mogelijkheid krijgt een zelfde taak uit te voeren. Hoe is de toetsing van rijvaardigheid en rijgeschiktheid in andere landen van de Europese Unie geregeld? Is deze een zaak van één publiekrechtelijk orgaan of is in deze landen sprake van een andere situatie?


9.

Waarom wordt er voor het publiekrechtelijk deel van het CBR geopteerd voor een ZBO, terwijl de Algemene Rekenkamer reeds in 1994 constateerde dat er een ondoorzichtig woud van ZBO's lijkt te zijn ontstaan?


10.

Hoe kan worden voorkomen dat er sprake zal zijn van onderlinge concurrentie of juist onderlinge bevoordeling bijvoorbeeld in het geval dat het publiekrechtelijke CBR te maken krijgt met het beoordelen van rijexamens van mensen opgeleid door rijscholen van het privaatrechtelijke CBR-deel ten opzichte van de beoordeling van mensen die opgeleid zijn door andere rijscholen? Hoe zal een preferente behandeling van de rijscholen van de privaatrechtelijke CBR-tak worden voorkomen?


11.

Hoe zal de ministeriële verantwoordelijkheid ten aanzien van het nieuwe ZBO en de controle door het parlement worden vorm gegeven? Hoe kan bijvoorbeeld inzicht in de vermogensvorming van het nieuwe ZBO worden gegeven? Dit in het licht van de recente vaststelling door de Algemene Rekenkamer dat de ZBO's over vele tien- tallen of zelfs honderden miljoenen aan vermogen beschikken zonder dat het Rijk weet wat daarmee gebeurt of welke risico's daaraan verbonden zijn. Hoe zal bovendien ook paal en perk worden gesteld aan de salarissen die de toekomstige bestuurders van het nieuwe ZBO zichzelf toekennen?


12.

De minister heeft overeenstemming bereikt met een afvaardiging van de Raad van Toezicht en de Algemeen Directeur van het CBR over het op een termijn van enkele jaren tot stand komen van twee organisaties. Is behalve over de termijn en de oprichting gesproken over andere zaken om tot een accoord te komen? Zo ja, welke zaken betreft het?


13.

Wat zijn de financiële consequenties van de omvorming van het CBR tot ZBO?


14.

Wordt bij het wetsvoorstel de rechtspositie van het Bureau Nader Onderzoek Rijvaardigheid (BNOR) en het Bestuur van de Stichting Beroepsopleiding (INNOVAM) betrokken? Zo nee, waarom niet?


15.

Het CBR heeft per 1 januari 2000 de NEA Transportonderzoek en
-opleiding BV overgenomen. De NEA is een zelfstandige organisatie binnen het CBR. Middels de NEA biedt het CBR Nederlandse rijexamens en cursusmateriaal aan in het buitenland. Wordt de rechtspositie van de NEA en haar activiteiten bij het wetsvoorstel betrokken? Zo nee, waarom niet?

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie