Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervragen over schade door gen-patenten

Datum nieuwsfeit: 18-09-2000
Bron: Ministerie van Economische Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Economische Zaken

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: Persbericht
Nummer: 156
Datum: 18-09-2000

MAATREGELEN OM SCHADE DOOR GEN-PATENTEN TE VOORKOMEN

Het lid van de Tweede Kamer Marijnissen (SP) heeft aan de staatssecretarissen van Buitenlandse Zaken en van Economische Zaken op 28 augustus 2000 de volgende schriftelijke vragen gesteld.


1 Kent u de uitspraak van het Europese Hof van Justitie, waarin het verzoek tot schorsing van de Richtlijn over Gen-patenten wordt afgewezen?
1)



2 Kent u ook het oordeel van de President van het Hof dat de Nederlandse autoriteiten maatregelen kunnen treffen om schade te voorkomen (verlening octrooi onder opschortende of ontbindende voorwaarde)?


3 Wat voor maatregelen gaat u nemen om schade te voorkomen door de implementatie van de Richtlijn 98/44/ EG die mogelijk door het Europese Hof nietigverklaard zal worden?


4 Bent u bereid dergelijke maatregelen op te nemen in het wetsvoorstel ter implementatie van deze richtlijn?


1 98/44/EG.

De staatssecretaris van Economische Zaken, drs. G. Ybema, heeft deze vragen mede namens de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, drs. D.A. Benschop als volgt beantwoord.


1 Ja, ik heb u over de uitkomst van het verzoek om schorsing van Richtlijn 98/44/EG, betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen, geinformeerd bij brief van 23 augustus 2000 (Kamerstukken II, 1999-2000, 26 568 (R1638), nr. 27).


2 Ja.
De Rijksoctrooiwet 1995 (ROW 95) bevat echter geen bepalingen voor het verlenen van octrooi onder opschortende of ontbindende voorwaarde. Het verlenen van octrooi op basis van de ROW 95 onder opschortende of ontbindende voorwaarde acht ik bovendien niet mogelijk omdat het Bureau voor de Industriele Eigendom op basis van de genoemde wet ongetoetst octrooi verleent.
Ik acht overigens de kans gering, dat er problemen zijn te verwachten met de verlening van octrooi voor biotechnologische uitvindingen, aangevraagd voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot implementatie van Richtlijn 98/44/EG, omdat deze uitvindingen, mede gezien de stand van de techniek, voor het overgrote deel niet in het domein zullen liggen waarvoor de Richtlijn 98/44/EG een van de ROW 95 afwijkende regeling treft.

De vraag of een octrooi al dan niet terecht is verleend voor een biotechnologische uitvinding, vanaf het moment waarop Richtlijn 98/44/EG in de Nederlandse wetgeving geimplementeerd had moeten zijn, komt eerst aan de orde indien de Nederlandse rechter desgevraagd een uitspraak moet doen over de geldigheid van een octrooi verleend sinds

30 juli 2000 en voor zover het gaat om een uitvinding waarvoor het verschil in de Rijksoctrooiwet 95 en de bepalingen van de Richtlijn 98/44/EG van belang is.
De rechter zal dan het geldend recht moeten toepassen waarbij het niet is uitgesloten dat hij in een concreet geval rechtstreekse werking toekent aan de richtlijn, zolang de richtlijn niet door het Hof is vernietigd.


3 en 4 Blijkens het antwoord op vraag 2 zal het aantal verleende Nederlandse octrooien voor uitvindingen waarvoor de Richtlijn 98/44/EG een van de ROW 95 afwijkende regeling treft zeer gering zijn. Een aanvrager van octrooi die maximale rechtszekerheid in Nederland wenst voor het verleende octrooi zal de voorkeur geven aan een getoetst octrooi en daartoe een octrooi-aanvraag indienen bij het Europees Octrooibureau te München met designatie Nederland. Bij de octrooiverlening op basis van het Europees Octrooi Verdrag (EOV) wordt bij de verlening rekening gehouden met de bepalingen van Richtlijn 98/44/EG die voor zover nodig zijn geimplementeerd in het EOV-Uitvoeringsreglement. Een octrooi-aanvrager kan dus schade voorkomen door een octrooi-aanvraag in te dienen bij het Europees Octrooibureau.
Schade door het uitblijven van tijdige implementatie is echter in beginsel wel mogelijk. Ik heb u daarover reeds uitgebreid geinformeerd in de Nota naar aanleiding van het verslag
(Kamerstukken II, 1999-2000, 26 568 (R1638), nr. 5, blz. 5 en 6). Bij het plenair overleg over het wetsvoorstel tot implementatie van Richtlijn 98/44/EG op 7 juni jl. heb ik aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het amendement van de leden Witteveen-Hevinga, Van der Hoeven, M.B. Vos, Stellingwerf en Van der Vlies (Kamerstukken II, 1999-2000, 26 568 (R 1638), nr. 17). Dat amendement beoogt de kans op schadeclaims te verkleinen door de toevoeging van een vernietigingsprocedure voor daarvoor in aanmerking komende octrooien die zijn verleend tussen de datum waarop de richtlijn in de Nederlandse wetgeving geimplementeerd had moeten zijn en de datum waarop de richtlijn eventueel wordt vernietigd door het Hof van Justitie.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie