Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Berekening fictieve opzegtermijn geval van beroep op ww

Datum nieuwsfeit: 19-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over berekening van de fictieve opzegtermijn in geval van een beroep op de ww

Gemaakt: 21-9-2000 tijd: 15:39

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

19 september 2000

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid De Wit (SP) over berekening van de fictieve opzegtermijn in geval van een beroep op de WW.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

J.F. Hoogervorst1

Kamervragen De Wit (SP) over berekening van de fictieve opzegtermijn in geval van een beroep op WW (nr. 2990014990)

Vraag 1.

Herinnert u zich uw antwoorden op de vragen over de berekening van de fictieve opzegtermijn in geval van een beroep op de WW? Uw antwoord van 17 augustus 2000 (2990013460)

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2.

Ligt het niet veel meer voor de hand dat de uitvoeringsinstellingen zelf in hun bestanden nagaan welke werknemers vanwege de inmiddels doorgevoerde wijziging van het standpunt van het Lisv alsnog recht hebben op een gehele of gedeeltelijke WW-uitkering, en vervolgens zelf met deze werknemers in contact treden in plaats van het initiatief in deze te leggen bij de betreffende werknemers?

Vraag 3.

Zo ja, bent u bereid hierover met het Lisv te overleggen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord op 2 en 3.

Met zijn mededeling M 00.77 heeft het Lisv de uitvoeringsinstellingen geïnstrueerd om in alle gevallen waarin nog geen sprake is van een rechtens onaantastbaar geworden beslissing, ambtshalve over te gaan tot een herbeoordeling van de WW-aanvragen op basis van het bijgestelde standpunt. Dit betreft alle beslissingen waarvoor de bezwaartermijn nog niet is verstreken of waartegen de werknemer bezwaar heeft aangetekend, respectievelijk in beroep is gegaan.

In de gevallen waarin geen bezwaar of beroep is ingesteld, en de daarvoor beschikbare termijn is verstreken, wordt de WW-aanvraag op verzoek van de werknemer opnieuw bezien. Dit betreft naar het oordeel van het Lisv een zeer gering aantal gevallen.

Het Lisv heeft een eigen verantwoordelijkheid bij het vaststellen van de wijze waarop het de herbeoordeling van de - achteraf - ten onrechte afgewezen WW-aanvragen laat plaatsvinden.

Desgevraagd heeft het Lisv medegedeeld dat de WW-aanvragen die zijn afgewezen omdat door de toepassing van een fictieve opzegtermijn niet aan de wekeneis is voldaan, niet als zodanig zijn geregistreerd. Het is daarmee praktisch niet haalbaar om deze dossiers voor een ambtshalve herbeoordeling te achterhalen.

Het standpunt van het Lisv dat in de fictieve opzegtermijn gelegen weken bij nader inzien toch meetellen voor de wekeneis, heeft veel publiciteit gekregen. Het Lisv heeft het besluit om het eerder ingenomen standpunt te herzien, bekendgemaakt door middel van een persbericht. Mede naar aanleiding hiervan is in de landelijke dagbladen ruime aandacht besteed aan het gewijzigde standpunt van het Lisv.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie