Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

FNV Bouw sluit sectorgebonden looneis niet uit

Datum nieuwsfeit: 19-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: FNV Bouw
Zoek soortgelijke berichten
56,453,452,451,449,448,442 nbcode: nb04 NL00 bron: FNV Bouw

FNV Bouw

datum: 19-09-2000 / bericht: 20 van 24



Bond sluit sectorgebonden looneis niet uit

Het bondsbestuur van FNV Bouw wil komend cao-seizoen inzetten op een loonsverhoging van 4 procent. Met de mogelijkheid daar per sector via andere beloningsvormen iets aan toe te voegen als de vereniging daarvoor kiest. Bovenop die loonsverhoging komt nog eens minimaal 0,5 procent ter verbetering van de pensioenen en aanvullingen op WAO en WW-uitkeringen.

Een ander speerpunt waar het bestuur voor kiest is de strijd om de tijd: zeggenschap over werktijden, tijd voor het aanpakken van werkdruk en tijd voor scholing. FNV Magazine vroeg cao-coördinator en bondsbestuurder Dick van Haaster om een toelichting.

De arbeidsvoorwaarden van zon 300 duizend werknemers in de bouw- en houtnijverheid staan volgend jaar ter discussie. Dat jaar gaat de bond met diverse werkgeversdelegaties om de tafel om aflopende caos te vernieuwen en waar mogelijk te verbeteren. Het gaat hier om de caos voor de houtverwerkende industrie, de timmerfabrieken, de houthandel, de jachtbouw, de bouw, de uta en de steigerbouw, de bagger, de natuursteen, de meubelmakers, de dakdekkers, de woningcorporaties, de parketvloerondernemingen, het schilders-, afwerk- en glaszetbedrijf, en de mortel- en morteltransportondernemingen. Om goed voorbereid aan al die onderhandelingen te beginnen, discussiëren de leden van FNV Bouw de komende weken op tal van ledenvergaderingen over de nota arbeidsvoorwaardenbeleid 2001. Daarna stelt de bondsraad op 23 oktober de definitieve uitgangspunten voor het komend cao-seizoen vast.

Economisch evenwicht

Het bondsbestuur kiest voor een loonsverhoging van 4 procent en wil tegelijkertijd de sectoren in de bouw- en houtnijverheid de ruimte geven daar desgewenst van af te wijken. Dick van Haaster: We volgen met die 4 of eigenlijk 4,5 procent het uitgangspunt dat we binnen de FNV willen afspreken. Die loonruimte, inclusief de prijscompensatie van zon 2,5 procent, beschouwen de FNV-bonden als economisch verantwoord. Maar het kan zijn dat er in een bepaalde sector van de bouw- en houtnijverheid, naar het oordeel van de desbetreffende vakgroepsraad, meer ruimte is. Als de vakgroep mogelijkheden voor bijzondere looneisen ziet, dan sluit het bondsbestuur zich daarbij aan. We zijn ten slotte een vereniging. De cao-coördinator verwacht dat meerdere vakgroepsraden inderdaad zullen pleiten voor een extra loonsverhoging. Daar kunnen goede, sectorgebonden redenen voor zijn. Bijvoorbeeld het uit de pan rijzen van de reiskosten. Maar hij waarschuwt wel dat ook op sectorniveau het economisch evenwicht van groot belang blijft. Als dat zoek raakt, aldus Van Haaster, bijten we onszelf in de staart. We hebben er niets aan als bijvoorbeeld de meubelsector zichzelf uit de internationale markt prijst of als bedrijven naar andere caos vluchten omdat hun eigen cao hen te duur wordt. Omgekeerd kan de looneis voor een bepaalde sector ook lager uitpakken. Van Haaster: Naar onze overtuiging kunnen alle sectoren in de bouw- en houtnijverheid die 4 procent opbrengen, maar inderdaad: als een sector dat niet zou kunnen, dan moet je die niet de nek omdraaien door vast te houden aan dat percentage. Sprekend over toekomstige looneisen is het goed even stil te staan bij de huidige loonontwikkelingen. Van Haaster: Daar kun je op twee manieren naar kijken. De lonen in onze sectoren zijn afgelopen jaar gemiddeld met 3,6 procent gestegen als je kijkt naar de cao-afspraken die daarover zijn gemaakt. Wat dat betreft doen wij het overigens ietsje beter dan de andere sectoren in Nederland. Als je kijkt naar de daadwerkelijke loonstijging dan ligt dat percentage iets hoger. Die verdiensten bovenop het cao-loon zijn feitelijk een vorm van prestatiebeloning. Een begrip overigens waar Van Haaster niet te veel woorden aan wil wijden. Werkgevers kloppen dat begrip te veel op als zijnde een nieuw fenomeen. Zij willen individuele loonstijgingen in de plaats stellen van collectieve. Dat kunnen ze glad vergeten. Ook over de maatschappelijke discussie rond optieregelingen en zichzelf verrijkende topmanagers, houdt Van Haaster het kort. Onze bedrijfstakken kennen amper bedrijven met optieregelingen. Waar de bondsbestuurder zich liever druk over maakt, zijn de jeugdschalen. Jongeren worden nu betaald op basis van leeftijd, maar het bondsbestuur ziet liever dat het aantal ervaringsjaren bepalend is. Dat moet in ieder geval meetellen, zegt Van Haaster, want nu zijn er jonge vaklieden die hetzelfde presteren als hun oudere collegas maar daar toch minder voor betaald krijgen. Naast de loonsverhoging wil de bond ook inzetten op 0,5 procent voor het verbeteren van de pensioenen en de aanvullingen op WAO en WW-uitkeringen. Dat brengt de totale onderhandelingsruimte rond de 4,5 procent.

Strijd om de tijd

Genoeg over geldzaken. Hoog op de bondsagenda als het over de arbeidsvoorwaarden gaat, staat ook de reïntegratie op de arbeidsmarkt van gedeeltelijk arbeidsgeschikten en langdurig werklozen. Van Haaster: Gezien de enorme krapte op de arbeidsmarkt is het nu natuurlijk dé tijd om deze mensen aan het werk te helpen. Daar is geen extra geld voor nodig, want de overheid en de bedrijfstakken hebben daar al volop geld voor. Waar het om gaat is dat we extra afspraken maken over het opleiden en begeleiden van deze mensen. Datzelfde geldt voor het grote potentieel aan allochtone en vrouwelijke arbeidskrachten. Er zijn steeds meer goed opgeleide allochtonen en vrouwen, maar toch staan deze groepen nog steeds langs de kant. Ook bij deze voornemens is het goed te weten welke resultaten er het afgelopen cao-seizoen zijn geboekt. De cao-coördinator: Als het gaat om de WAO zijn we op de goede weg: het aantal mensen dat met succes weer aan de slag gaat stijgt jaarlijks. Wat betreft het aan het werk helpen van allochtonen en vrouwen is het beeld niet rooskleurig. Het blijft moeilijk om deze specifieke doelgroepen voor onze sectoren te winnen. Maar we blijven daar heel veel aandacht voor houden. Een ander punt waar de bond volgend jaar stevig op wil inzetten is de kwaliteit van de arbeid, en dan in het bijzonder de strijd om de tijd. Van Haaster: De vanzelfsprekendheid dat werkgevers jouw werktijden bepalen, moet verdwijnen. Want werknemers willen hun kinderen naar school brengen of andere zorgtaken verrichten. Of een cursus volgen. Of zelf bepalen wanneer ze op vakantie gaan. Als meer mensen hun werk en privé-leven beter kunnen combineren, leidt dat tot meer plezier in het werk, minder werkdruk en minder ziekteverzuim. En tot een vergroting van het arbeidsaanbod denk bijvoorbeeld aan vrouwen. Wat ik trouwens opmerkelijk vind, is dat de roep om meer flex aanvankelijk vooral een thema van de werkgevers was. Inmiddels gaat die discussie steeds meer over wat werknemers willen. Dat past ook bij de moderne arbeidsverhoudingen. Dat zullen werkgevers moeten begrijpen.

Robert Niessen



FNV Bouw
Postbus 520
3440 AM WOERDEN
Telefoon: (0348) 575575
Fax: (0348) 423610
E-mail: (info@fnvbouw.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie