Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Begrotingsbrief emancipatiebeleid 2001

Datum nieuwsfeit: 19-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid Directie Voorlichting,
Bibliotheek en Documentatie

Persvoorlichting

Nr. 2000/156
15 september 2000
Embargo:
19 september 2000
tot 15.15 uur Postbus 90801
2509 LV Den Haag
Anna van Hannoverstraat 4
Telefoon 070 - 333 44 33
Telefax 070 - 333 40 30

Begrotingsbrief emancipatiebeleid 2001: financieel voordeel werkgevers voor doorbetalen ouderschapsverlof en meer belastingaftrek voor kosten kinderopvang

Het kabinet komt met een stimuleringsregeling voor de doorbetaling van (een gedeelte van) het loon tijdens het ouderschapsverlof. Werkgevers mogen met ingang van 2001 50% van het doorbetaalde loon, tot een maximum van 50% van het minimumloon, in mindering brengen op de afdracht van loonbelasting en premies volksverzekeringen.

Daarnaast is voor 2001 75 miljoen gulden beschikbaar om de buitengewone lastenaftrek voor de kosten van kinderopvang verder te verruimen. Hierdoor kunnen mensen met een laag inkomen nagenoeg alle kosten aftrekken. Ook voor mensen met een midden en hoger inkomen betekent deze maatregel een verlaging van de kosten van kinderopvang.

Er komt een regeling voor zwangerschaps- en bevallingsverlof voor gemeenteraadsleden, leden van Provinciale Staten en van het parlement. Dit moet het voor vrouwen aantrekkelijker maken lid te worden of te blijven van politieke organen.

Dit blijkt uit de Begrotingsbrief emancipatiebeleid 2001 van staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het beleid op het gebied van arbeid en zorg en emancipatie. De begrotingsbrief is vandaag naar het parlement gestuurd.

In de brief is het beleid geformuleerd voor 2001 op het gebied van onder meer arbeid, zorg en inkomen, dagindeling en mensenrechten. De beleidsvoornemens vormen het begin van de uitvoering van de Meerjarennota Emancipatiebeleid en lopen vooruit op het Meerjarenbeleidsplan dat in november naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Arbeid, zorg en inkomen

Het bevorderen van de economische zelfstandigheid van vrouwen is nog steeds de kern van het emancipatiebeleid. Het aan het werk helpen van vrouwen gaat nadrukkelijk samen met inspanningen om de kwaliteit van het werk te verbeteren en om de mogelijkheden voor de combinatie van werk en privé te vergroten. Doordat meer vrouwen gaan werken kunnen er gaten in de zorg vallen. In het beleid van staatssecretaris Verstand is dan ook aandacht voor zorgvoorzieningen en een betere verdeling van zorgtaken tussen mannen en vrouwen.

Sinds 1991 geldt voor werknemers een wettelijk recht op ouderschapsverlof. Uit een evaluatie van deze regeling afgelopen voorjaar is gebleken dat ongeveer 20% van de werknemers die recht heeft op deze vorm van verlof daar ook daadwerkelijk gebruik van heeft gemaakt. De meeste werknemers krijgen tijdens het verlof niet doorbetaald. In maar 5% van de CAO's zijn afspraken gemaakt over (gedeeltelijke) doorbetaling van het loon tijdens het verlof. De evaluatie toonde verder aan dat in sectoren waar het verlof (gedeeltelijk) wordt doorbetaald er vijfmaal zoveel werknemers gebruik van maken.

De resultaten van de evaluatie vormen een aanleiding om de belemmeringen voor het gebruik van ouderschapsverlof te verminderen. Daarmee wordt zowel betaald werken door vrouwen als de zorg door mannen gestimuleerd. Werkgevers krijgen de korting op de afdracht van belasting en premies als zij tijdens het ouderschapsverlof minimaal 70% van het minimumloon doorbetalen. Deze grens is gekozen om het met name voor mensen met een laag inkomen aantrekkelijk te maken ouderschapsverlof op te nemen.

Een andere voorwaarde die aan de afdrachtsvermindering is verbonden, is dat in de CAO of een bedrijfsregeling afspraken worden gemaakt over (gedeeltelijke) loondoorbetaling tijdens het ouderschapsverlof.

De afdrachtskorting zal naar verwachting leiden tot een toename van het betaald ouderschapsverlof van 12.500 verlofnemers dit jaar tot 68.000 in 2006. De kosten van deze regeling bedragen 56 miljoen gulden in 2001 oplopend naar 196 miljoen gulden in 2006.

De betaalbaarheid van kinderopvang zal verder worden vergroot door aanpassing van de tabel voor belastingaftrek van de kosten van kinderopvang. Dit houdt in dat mensen met een laag inkomen met ingang van 2001 de kosten van kinderopvang boven 100 gulden van de belasting mogen aftrekken. Nu geldt nog een aftrek van de kosten boven 336 gulden. Voor huishoudens met een midden of een hoger inkomen betekent deze maatregel bij de voltijdse opvang van één kind een verlaging van de kosten met 400 tot ruim 1800 gulden netto per jaar. Komend jaar maken naar schatting 80.000 gezinnen gebruik van de tabel.

Daarnaast wordt extra geld uitgetrokken voor gemeenten die snel kinderopvangplaatsen kunnen scheppen. Voor meer kinderopvangplaatsen in de onderwijssector, het wegnemen van knelpunten in de uitbreiding van opvang en voor het bevorderen van ruimere openingstijden in de kinderopvang is 20 miljoen gulden extra beschikbaar.

Het kabinet gaat mogelijke knelpunten in beeld brengen in de regelgeving voor zwangere onderneemsters en zwangere vrouwen die meewerken in het bedrijf van hun partner. Daarbij gaat de aandacht vooral uit naar de fiscale regelingen voor deze groep en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).

Zelfstandigen die bij hun belastingaangifte gebruik willen maken van de zelfstandigen- en/of startersaftrek mogen dit alleen doen als zij kunnen aantonen dat zij minstens 1225 uur per jaar in het eigen bedrijf werken. De periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt als niet gewerkte periode beschouwd. Daardoor komt een zelfstandig onderneemster soms niet aan het aantal uren dat vereist is voor de belastingaftrek.

Bij de evaluatie van de WAZ dit najaar wordt onder meer de inkomenspositie van zwangere zelfstandigen betrokken.

Onderzoek moet uitwijzen of in het socialezekerheidsstelsel knelpunten voorkomen die van invloed zijn op betaald werken door (lager opgeleide) vrouwen en die een betere verdeling van zorg tussen mannen en vrouwen in de weg staan. Daarbij wordt vooral gekeken naar de wensen van mannen en vrouwen in verschillende fasen van hun leven, bijvoorbeeld minder werken in verband met de zorg voor kinderen. Het kabinet stelt in de loop van het komend jaar zijn standpunt hierover vast.

Nog dit jaar zal staatssecretaris Verstand met voorstellen komen tot wijziging van de Wet financiering loopbaanonderbreking. Uit een evaluatie van deze wet afgelopen voorjaar bleek dat er nog weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid de loopbaan te onderbreken met een financieel steuntje in de rug.

Extra aandacht wordt besteed aan banen voor allochtone vrouwen (met kinderen). Dit jaar start een onderzoek naar de kansen, belemmeringen en stimulansen voor deze groep vrouwen. Daarbij wordt in samenwerking met de minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid een commissie betrokken die gaat bekijken hoe de praktijk er wat dat betreft uit ziet en die goede voorbeelden verzamelt van bemiddeling van deze vrouwen naar betaald werk. De aanbevelingen van de commissie moeten leiden tot een grotere deelname van allochtone vrouwen aan maatschappelijke activiteiten en aan betaald werk.

Dagindeling

Tot 1 november van dit jaar kunnen voor de vierde en laatste keer voorstellen worden ingediend om te experimenteren met een eigentijdse dagindeling. Op grond van de Stimuleringsmaatregel Dagindeling is hiervoor in totaal 60 miljoen gulden beschikbaar. De stimuleringsmaatregel moet beleidsmakers ertoe aanzetten tijd en ruimte beter aan te laten sluiten op nieuwe arbeids- en levenspatronen van mensen die werk en zorg combineren. Zorg is daarbij niet alleen zorg voor de kinderen, maar ook voor de betrokkene zelf (scholing, vrije tijd) en naasten.

Nog dit jaar wordt begonnen met de evaluatie van de experimenten dagindeling. Eind 2001 zal staatssecretaris Verstand de Tweede Kamer een tussenstand sturen en daarbij aangeven hoe de resultaten van de experimenten moeten doorwerken in het beleid van het rijk, de provincies en de gemeenten. Na 1 januari 2003 - de datum waarop de stimuleringsregeling afloopt - komen de definitieve resultaten en aanbevelingen.

Voor de periode 2000 - 2006 is ongeveer miljoen gulden per jaar uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) beschikbaar voor experimenten met dagindeling. De ervaringen die hiermee worden opgedaan worden gedeeld met andere EU-landen.

Steeds meer mensen die werk en arbeid combineren hebben behoefte aan het uitbesteden van zorgtaken, vooral huishoudelijke taken en klussen. De markt begint in te spelen op deze vraag naar persoonlijke dienstverlening, maar vraag en aanbod zijn nog onvoldoende op elkaar afgestemd. Het uitgroeien van de markt van persoonlijke dienstverlening tot een nieuwe, volwaardige bedrijfstak krijgt de nodige aandacht. Een werkgroep van onder meer de ministeries van Economische Zaken, Financiën en SZW zal kijken naar knelpunten in de regelgeving, het verbeteren van de rechtspositie van persoonlijke dienstverleners en het verbeteren van het imago van de bedrijfstak.

Tot nu toe is het aantal experimenten dagindeling dat te maken heeft met ruimtelijke ordening achtergebleven. Bij de laatste verdeling van het subsidiegeld zullen zo mogelijk meer voorstellen op dit gebied en dat van verkeer en vervoer gehonoreerd worden. De ervaringen met deze experimenten zullen worden gebruikt bij de uitwerking van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. Voor mensen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken, de reconstructie van naoorlogse wijken en het maken van bestemmingsplannen zal een leidraad worden opgesteld. Hierdoor kunnen zij rekening houden met wensen van (toekomstige) bewoners die werk en zorg combineren.

Vrouwen aan de top en in de politiek

In de politiek en in leidinggevende functies bij de overheid en in het bedrijfsleven zijn (allochtone) vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd. Het kabinet blijft in zijn beleid streven naar een evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op deze gebieden.

Met het zwangerschaps- en bevallingsverlof voor politieke vertegenwoordigers en een vervangingsregeling voor de verlofgangster wordt een belemmering voor vrouwen weggenomen om zich verkiesbaar te stellen. De druk vermindert om ontslag te nemen bij zwangerschap of om later te stoppen en weer te snel te beginnen met het politieke werk. Voor een vervangingsregeling is een wijziging van de Grondwet nodig.

Ondanks de sterke groei van het aantal vrouwen met een baan en het feit dat het opleidingsniveau van vrouwen nagenoeg gelijk is aan dat van mannen zijn er nog steeds grote verschillen in de posities van mannen en vrouwen in het bedrijfsleven en in de non-profitsector.

Om duidelijk te maken welke kosten zijn verbonden aan de onderbenutting van talenten van vrouwen worden deze in beeld gebracht. De uitkomsten van dit onderzoek zijn nog voor het eind van dit jaar beschikbaar.

Voor projecten die opgezet worden om meer vrouwen aan de top te krijgen is geld van het Europese subsidieprogramma Equal beschikbaar.

Mensenrechten

Het kabinet komt met een plan van aanpak ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen. Daarin wordt onder meer aandacht besteed aan een goede samenwerking tussen de vele instanties die hierbij betrokken zijn. Vooruitlopend op

dit plan zal op korte termijn het beleid gericht op de bestrijding van geweld in huiselijke sfeer worden geïntensiveerd. Ook zal het kabinet met voorstellen komen om genitale verminking te voorkomen. Uitgangspunt daarbij is dat deze vorm van geweld op geen enkele manier gedoogd kan worden.

Subsidies

In de Europese Unie is een deel van het geld uit de Europese structuurfondsen voor de periode 2000 tot 2006 bestemd voor projecten die tot doel hebben alle vormen van discriminatie en ongelijkheid op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Dit programma heet Equal. Bij de uitwerking van dit programma zal het kabinet maatschappelijke organisaties betrekken waaronder belangenorganisaties voor vrouwen en minderheden. De Europese Commissie stelt 440 miljoen gulden ter beschikkking voor de uitvoering van het programma. Samen met co-financiering uit diverse Nederlandse bronnen (gemeenten, arbeidsbureaus, ministeries, bedrijfsleven enz.) is in totaal 880 miljoen gulden beschikbaar. De bevordering van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen moet zoveel mogelijk tot uiting komen in de projecten die met dit geld worden uitgevoerd.

In 2001 wordt 14,3 miljoen gulden uitgetrokken voor organisaties en activiteiten die het emancipatieproces ondersteunen. Daarvan is 1,7 miljoen gulden beschikbaar voor themasubsidies. Voor 2001 zijn de thema's: het verbeteren van de digitale informatie en communicatiestromen en het bevorderen van kennis op dit gebied binnen vrouwenorganisaties, het zogheten ongezien onderscheid en het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en meisjes.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie