Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Cultuurnota 2001 - 2004

Datum nieuwsfeit: 19-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, directie Voorlichting
Datum: 19-09-2000 Home

Persbericht
Nummer: 115

Cultuurnota 2001-2004: forse impuls voor cultuursector

Met de cultuurnota 2001-2004 komt er een forse impuls voor de cultuursector. Ongeveer de helft van de bestaande instellingen krijgt extra subsidie. Daarnaast is het advies van de Raad voor Cultuur overgenomen om 168 nieuwe aanvragers structureel van een subsidie te voorzien. Een kwart miljard gulden komt beschikbaar voor de politieke prioriteiten in het cultuurbeleid. Met de vernieuwing en restauratie van het Rijksmuseum is tot en met 2007 een investering van 445 miljoen gulden gemoeid. Daarvan wordt in de komende cultuurnotaperiode 235 miljoen gulden besteed. Dit schrijft de staatssecretaris voor Cultuur en Media, dr. F. van der Ploeg, in de cultuurnota Cultuur als Confrontatie.

De Tweede Kamer heeft in 1999 de uitgangspuntennota Cultuur als confrontatie behandeld. In deze nota staan de politieke prioriteiten voor het cultuurbeleid geformuleerd. Hiermee beoogt staatssecretaris Van der Ploeg de cultuursector te stimuleren een zo groot en gevarieerd mogelijk publiek te bereiken zonder concessies te doen aan de kwaliteit. De prioriteiten zijn culturele planologie, e-culture, cultureel ondernemerschap, verwerven en tonen van cultureel vermogen, jeugd, culturele diversiteit en versterking van de programmering. In de uitgangspuntennota heeft de staatssecretaris al aangegeven hiervoor een bedrag van 131 miljoen te willen bestemmen. Inmiddels is jaarlijks een bedrag van ongeveer 250 miljoen gulden bestemd voor deze prioriteiten. Daarvan nemen 30 gemeenten en 12 provincies 30 miljoen gulden voor hun rekening.

Cultureel vermogen

Voor het verwerven en tonen van cultureel vermogen trekt staatssecretaris van der Ploeg een bedrag uit van 33 miljoen gulden. Dit komt beschikbaar voor de selectie en aankoop van objecten, collectiemobiliteit, tentoonstellingen en digitalisering. Met collectiemobiliteit wil Van der Ploeg initiatieven ondersteunen om museumcollecties uit de depots te halen en ten toon te stellen voor een groter publiek. De aankoopfondsen worden versterkt om het nieuwe op de voet te volgen en het bestaande te verbeteren en aan te vullen. Dit kan door bijvoorbeeld cultureel divers te verzamelen. De Mondriaan Stichting gaat een integrale aankoopregeling uitvoeren. Deze regeling zal van toepassing zijn op alle soorten museumcollecties, van kunst en vormgeving tot volkenkunde, cultuur- en natuurhistorie. December 2000 adviseert een speciale commissie de staatssecretaris over hoe musea en instellingen voor beeldende kunst beter kunnen samenwerken om het publieksbereik voor hedendaagse kunst te vergroten.

Voor culturele planologie als vertrekpunt bij stedenbouw en de inrichting van het landschap trekt de staatssecretaris 20 miljoen gulden uit. Uitgangspunt hierbij is dat oude en nieuwe cultuur een prominente plaats krijgen bij de inrichting van Nederland. De volgende onderwerpen zijn hierbij van belang: meer publieke participatie, meer uitwisseling binnen de culturele sector, een sterker veld voor architectuur en cultureel erfgoed en het ontwikkelen en beschikbaar stellen van kennis.

Jeugd

Voor de speerpunten versterking programmering, culturele diversiteit en jeugd heeft Van der Ploeg 137 miljoen gulden gereserveerd. Behalve voor havo- en vwo-leerlingen krijgen ook vmbo-scholieren speciale cultuurbonnen. Hiermee kunnen zij tegen een gereduceerd tarief gebruik maken van culturele voorzieningen. In aanvulling hierop is voor de komende cultuurnotaperiode vijf miljoen per jaar beschikbaar voor vouchers ten behoeve van culturele activiteiten van leerlingen in de basisvorming. Dit in het kader van kunst- en maatschappijvakken. Het streven is erop gericht deze vouchers in 2001 te introduceren. Om een impuls te geven aan het kunstonderwijs op basisscholen komt er een pedagogisch-didactische leerweg voor kunstenaars.

Om voor de podiumkunsten een jonger, gevarieerder en groter publiek te trekken, zal de staatssecretaris de komende jaren investeren in een sterkere programmering. De Stedelijke en Provinciale Programmas Cultuurbereik zijn er onder meer op gericht om nieuwe publieksgroepen te bereiken voor nieuw veelbelovend, maar vaak nog onbekend aanbod. In het algemeen zullen podiumkunstenaars en podia worden gestimuleerd om beter samen te werken bij de promotie, marketing en programmering van kwalitatief hoogwaardige voorstellingen.

e-culture

Er komt acht miljoen gulden structureel ten goede aan e-culture. Dit geld is bedoeld om een digitaal deltaplan op te starten. De Raad wees in zijn advies al op de mogelijkheden die ICT kan bieden voor het realiseren van doelstellingen van het cultuurbeleid. Door cultuuruitingen en cultureel erfgoed te digitaliseren, hebben mensen veel makkelijker toegang tot Rijkscollecties of cultuuruitingen die met overheidsmiddelen mogelijk worden gemaakt. Ook onderwijs kan profiteren van e-culture, bijvoorbeeld via het kennisnet. Dit net biedt als portal gericht op het onderwijs, culturele instellingen een rechtstreeks communicatiekanaal naar het onderwijs. Een aantal instellingen speelt in hun beleidsplannen in op de mogelijkheden die ICT en cultuur bieden.

Vernieuwing en restauratie Rijksmuseum

Voor de vernieuwing en restauratie van het Rijksmuseum wordt tot 2007 in totaal 445 miljoen geïnvesteerd. Tijdens de cultuurnotaperiode wordt hiervan 235 miljoen besteed. Dit is de staatssecretaris overeengekomen met de minister van Financiën, de staatssecretaris van VROM en de directie van het Rijksmuseum. De vernieuwing zal zorgen voor een goede toegankelijkheid voor een miljoenenpubliek, een nieuwe educatieve infrastructuur, een betere presentatie van de collectie en voor het herstel van de heldere monumentale architectuur van Cuypers. Daarmee zal het museum in staat blijven om een vooraanstaand museum van internationale allure te zijn. Voor de incidentele kosten is een bedrag van 195 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Het Rijksmuseum neemt hiervan zestig miljoen gulden voor zijn rekening. Dit komt onder meer ten goede aan de renovatie, restauratie en herinrichting van het hoofdgebouw. Vanaf 2007 stelt het rijk structureel 22 miljoen gulden en het Rijksmuseum structureel 4 miljoen gulden beschikbaar in verband met de investeringen. Dit is bestemd voor de verbouwing van het museum, vernieuwing van de museale presentatie en voor de publieksvoorzieningen.

Stedelijke en provinciale programmas

Via de stedelijke en provinciale programmas cultuurbereik (in totaal vijftig miljoen gulden per jaar) worden cultureel aanbod en nieuwe publieksgroepen bij elkaar gebracht. Het rijk werkt hierbij samen met 30 gemeentes en 12 provincies. De culturele programmering van verschillende soorten accommodaties wordt versterkt, van theater en poppodium tot galerie, bibliotheek, museum of buurthuis. Verder krijgt culturele diversiteit ruim baan en gaan de overheden investeren in jeugd en jonge kunstenaars. Tot slot krijgen ook hier culturele planologie en het beter zichtbaar en bereikbaar maken van cultureel vermogen prioriteit.

Muziekcommissie

De Raad adviseert om de subsidies aan het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest en het Radio Symfonieorkest stop te zetten. Met de vrijkomende middelen wil hij de kwaliteit van de symfonische sector verbeteren en een aantal nieuwe ensembles een kans geven. Ook adviseert de Raad de Hoofdstad Operette op te heffen en geld te reserveren om een nieuwe operettefunctie in het leven te roepen.

Van der Ploeg heeft het advies van de Raad overgenomen om een commissie in te stellen die met een plan moet komen voor de uitwerking en de invoering van het raadsadvies. Deze commissie zal, onder leiding van Hans Hierck, begin 2001 aan de staatssecretaris rapporteren.

Financiën

Veertig procent van de instellingen die de komende vier jaren subsidie krijgen, is nieuw. Deze nieuwe instellingen nemen slechts twintig procent van het budget in beslag. Van de bestaande instellingen heeft dertien procent minder subsidie toegewezen gekregen. Van ruim dertig instellingen is de subsidie beëindigd. Voor een aantal van deze instellingen is in een convenant met de provincies afgesproken dat er alsnog een budget beschikbaar komt. In totaal hebben 745 instellingen een aanvraag ingediend.

Gedurende de huidige kabinetsperiode komt eenmalig 1,1 miljard gulden beschikbaar. Daarvan komt 670 miljoen gulden ten goede aan de monumentenzorg.

Er zijn binnen de Cultuurnota 2001-2004 enkele instellingen die op grond van hun onomstreden excellente kwaliteit en hun internationale uitstraling een koppositie innemen in het culturele leven. Ter ondersteuning van activiteiten van deze instellingen met een internationale uitstraling worden er in de nabije toekomst incidentele middelen vrijgemaakt.

Procedure

In januari 2000 vroeg de staatssecretaris aan de Raad voor Cultuur om hem te adviseren over de subsidieverzoeken. Bij zijn advies heeft de Raad gekeken naar meerdere criteria. Naast kwaliteit als belangrijk criterium heeft de Raad ook de prioriteiten uit de Uitgangspuntennota laten meewegen. In mei van dit jaar heeft de Raad het advies uitgebracht. Direct daarna zijn de instellingen door de Raad op de hoogte gesteld van zijn advies. Aanvragers hebben bovendien het verzoek ontvangen van het ministerie om binnen tien dagen te reageren als er sprake zou zijn van onjuistheden. De aanvragers van subsidie in het kader van deze cultuurnotaperiode krijgen 19 september de beschikking van de staatssecretaris toegestuurd.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie