Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Financieringsbehoefte Rijk 2001 bedraagt 40,4 miljard gulden

Datum nieuwsfeit: 19-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Financiën
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financiën

Titel: FINANCIERINGSBEHOEFTE RIJK IN 2001 BEDRAAGT 40,4 MILJARD GULDEN



Persberichtnr. 00/188 Den Haag 19 september 2000

FINANCIERINGSBEHOEFTE RIJK IN 2001 BEDRAAGT 40,4 MILJARD GULDEN

De financieringsbehoefte van het Rijk in 2001 wordt geraamd op 40,4 miljard gulden, uitsluitend veroorzaakt door de herfinanciering van de aflossingen op de bestaande schuld.

De jaarlijkse financieringsbehoefte, exclusief aflossingen in verband met omruil en inkoop, bereikt in 2000 een niveau van f 51,4 miljard. De rentelasten bedragen in 2000 en 2001 f 28,7 miljard.

De opbouw van de financieringsbehoefte van het Rijk in 2000 en 2001 is samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 1. Financieringsbehoefte van het Rijk (op kasbasis, in miljarden guldens)

 
                                           2000      2001 

1. Feitelijk financieringssaldo 5,2 0,0


2. Aflossing gevestigde schuld 58,2 40,4
- w.v. regulier 39,2 40,4
- w.v. vervroegd 7,0 -
- w.v. vervroegd i.v.m. omruil 12,0 -

3. Financieringsbehoefte (1+2) 63,4 40,4
- idem, exclusief omruil 51,4 40,4

In 2000 zal de staatsschuld per saldo afnemen met f 0,4 miljard en zal daarmee ultimo 2000 naar verwachting een omvang van f 417,8 miljard bereiken.

De dekking van de financieringsbehoefte

Uitgangspunt van het huidige financieringsbeleid is dat de dekking van de financieringsbehoefte geheel plaatsvindt op de kapitaalmarkt. De Staat geeft op de kapitaalmarkt leningen uit met een looptijd van 3 en 10 jaar. De uitgifte van leningen met een looptijd van 30 jaar is voorlopig opgeschort in verband met de afgenomen financieringsbehoefte. Het kapitaalmarktberoep (f 40,4 miljard in 2001) wordt daarom nog slechts gespreid over twee leningen. De emissies vinden plaats in meerdere tranches. Daardoor is het
-ondanks het relatief geringe beroep van de Nederlandse Staat op de kapitaalmarkt- mogelijk om een door de markt gewenste omvang van de leningen te bereiken. In de praktijk blijkt dat leningen met een omvang van minimaal 10 miljard euro (f 22 miljard) door beleggers het meest worden gewaardeerd.

Voor de dekking van de financieringsbehoefte 2000 hebben in de eerste helft van dit jaar zes emissies plaatsgevonden waarbij f 22,9 miljard aan leningen is uitgegeven tegen een gemiddeld rendement van 5,18%.

Herstructurering van de staatsschuld

Met de introductie van de euro is een grote Europese markt voor staatsleningen ontstaan. Hierdoor is de positie van de Nederlandse Staat veranderd van een dominante partij op de guldenmarkt in een middelgrote partij op de euromarkt. Om concurrerend te blijven op de Europese kapitaalmarkt is het financieringsbeleid afgestemd op de voorkeur van beleggers voor liquide leningen. De Staat emitteert daarom alleen leningen met een uiteindelijke omvang van tenminste 10 miljard euro.

Ter vergroting van de liquiditeit van de Nederlandse staatsschuld is in juli 1999 begonnen met de herstructurering van de staatsschuld door middel van een grote omruiloperatie. Deze omruiloperatie is in zes rondes uitgevoerd. In totaal is er voor een bedrag van f 65,4 miljard geruild. Na de laatste omruil in maart 2000 is de herstructurering in mei vervolgd door middel van een terugkoopfaciliteit voor kleine openbare staatsleningen. In mei en juni is in totaal ter waarde van f 6 miljard teruggekocht. Ultimo juni 2000 bestaat bijna de helft van de totale uitstaande schuld uit leningen met een omvang van 10 miljard euro of meer.

Risicobeheer

De Staat streeft ernaar de tekorten te financieren met de uitgifte van obligaties tegen zo laag mogelijke rentekosten binnen een aanvaardbaar risiconiveau voor de rijksbegroting. Sinds begin 1999 is het risicomanagement bepalend voor het emissiebeleid en het beheer van de staatsschuld.

In het kader van het huidige financieringsbeleid geeft de Staat twee leningen uit met een looptijd van 3 en 10 jaar en een omvang van tenminste 10 miljard euro. Wanneer in enig jaar de financieringsbehoefte onder de 20 miljard euro (f 44 miljard) daalt, zal het niet mogelijk blijken om twee nieuwe liquide leningen uit te geven. Er zal dan worden gekozen om primair een nieuwe lening in het 10-jarige segment uit te geven. In dit segment leent de Staat relatief tegen de laagste rente. Dat wordt onder andere bepaald door de kredietwaardigheid van de Staat en de voorkeur van de markt voor 10-jarige leningen.

Geïntegreerd middelenbeheer

Naast de staatsschuld heeft begroting IXA tevens betrekking op het geïntegreerd middelenbeheer. Geïntegreerd middelenbeheer is het bundelen van financiële middelen van het Rijk en van organisaties die onderdeel uitmaken van, of gelieerd zijn aan de centrale overheid, zoals agentschappen, sociale fondsen en zelfstandige bestuursorganen (ZBO's). Doordat het Rijk tegen een scherper tarief kan lenen dan andere overheidsorganisaties wordt door het geïntegreerd middelenbeheer een rentevoordeel gerealiseerd. Daarnaast resulteert geïntegreerd middelenbeheer in verlaging van de EMU-schuld, doordat schulden en bezittingen voor de overheid met elkaar kunnen worden verrekend.

Meer informatie over de begroting op www.minfin.nl/miljoenennota2001

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie