Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief minister Economische Zaken inz. exploitatiecontracten

Datum nieuwsfeit: 21-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief EZ inzake exploitatiecontracten

Gemaakt: 26-9-2000 tijd: 13:50

Volgvel minute

4

Paraaf en datum

Minute

Auteur

Toestelnummer

Classificatienummer

A.J.L. van Bohemen/BvS

6355

Datum

Uiterste verzenddatum

Verzendwijze

18-9-2000

Aan

Informatiekopie aan

Medeafdoening van ons kenmerk

de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

2513 AA `s-GRAVENHAGE

Archief

Medeparaaf en datum

AEP/Van Hell

Datum

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Bijlage(n)

21-9-2000

E/EM/00058710

Onderwerp

brief aan TK over exploitatiecontracten n.a.v. TK-vragen over perspublicaties

Bezoekadres

Doorkiesnummer

Telefax

Bezuidenhoutseweg 20

(070) 379 6355

(070) 379 7841

Hoofdkantoor

Bezuidenhoutseweg 30

Postbus 20101

2500 EC 's-Gravenhage

Telefoon (070) 379 89 11

Telefax (070) 347 40 81

Telex 31099 ecza nl

Telegramadres ecza gv

X-400 adres S=EZPOST/C=NL/A=400NET/P=MIN EZ

Internetadres (ezpost@minez.nl)

Verzoeke bij beantwoording van deze brief ons kenmerk te vermelden

27400 Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2001

Nr. 4 Brief van de minister van Economische Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 september 2000

Op 14 september jl. zond u mij een afschrift van een deel van het stenografisch verslag van die datum, waarin mijn reactie wordt gevraagd op perspublicaties over delen van het ECD-rapport over onderzoek naar mogelijke kartelvorming in de sector van motorbrandstoffen. Met name gaat het dan om vraagstukken rond standaardcontracten tussen exploitanten van benzinepompen en oliemaatschappijen. De Minister van Justitie zal invulling geven aan zijn toezegging, gedaan tijdens het vragenuurtje van 12 september jl., om delen van het ECD-rapport vertrouwelijk aan de Tweede Kamer te zenden.

Historie

Door de aanleg van nieuwe snelwegen daalde de omzet van exploitanten van benzinestations langs bestaande wegen. Het beleid van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat was erop gericht bij de verdeling van stations langs nieuwe wegen voorrang te geven aan exploitanten met hoog omzetverlies.

In 1972 zijn regels ingevoerd waarbij een nieuw te realiseren station in eerste instantie werd toegewezen aan een oliemaatschappij; die maatschappij was echter verplicht vervolgens de exploitatie uit te besteden aan een door de Minister van Economische Zaken aangewezen exploitant. De minister maakte een objectieve keuze uit de exploitanten met hoog omzetverlies, die te kennen hadden gegeven voor de exploitatie van een snelwegstation in aanmerking te willen komen.

Om de relatie tussen de exploitant en de oliemaatschappij te regelen werd aan partijen een standaardexploitatie-overeenkomst voorgelegd, die door het Ministerie van Economische Zaken in overleg met vertegenwoordigers uit de sector was opgesteld. Hierin werd o.a. geregeld:

De exploitant neemt zijn producten exclusief af van de oliemaatschappij;

De oliemaatschappij hanteert dezelfde groothandelsprijzen als voor zijn andere afnemers in de regio.

De overeenkomst bevat geen bepalingen over consumentenprijzen die de exploitant hanteert; hierin is de exploitant vrij. Sinds het loslaten van het prijsbeleid in 1982 heeft het Ministerie van Economische Zaken ook overigens geen bemoeienis meer met de prijzen die pomphouders aan consumenten in rekening brengen.

De meeste standaard contracten zijn gesloten in de jaren '70 en '80; enkele in de jaren '90; de laatste dit voorjaar. In totaal gaat het om ca. 50 van de in totaal ca. 250 snelweglocaties. Het aanwijzen van exploitanten geschiedt op basis van een ministeriële regeling die in de Staatscourant is gepubliceerd (laatstelijk Stcrt. 1984, nr. 49). Oproepen voor gegadigden die voor aanwijzing als exploitant voor een specifieke locatie in aanmerking wensen te komen werden eveneens in de Staatscourant gepubliceerd.

Begin jaren '90 is voor eenieder duidelijk geworden dat de regels gedateerd waren. In 1995 is aan de Kamer een conceptregeling voorgelegd met een meer marktgericht toewijzingssysteem (veiling). Die regeling liet echter de bestaande verhoudingen onverlet. In het kader van de MDW-operatie benzine is daarom voorgesteld met het oog op een betere marktwerking ook de bestaande verhoudingen op een nieuwe leest te schoeien. Zie bijvoorbeeld de brief van de betrokken ministers aan de Tweede Kamer van 21 oktober 1999 (TK 24 036, nr. 139).

De regels uit 1972 worden door mij de laatste jaren niet meer toegepast en gehandhaafd, zij het dat gedane toezeggingen werden nagekomen. In 1989 zijn voor het laatst benzinestations aan nog aan te leggen snelwegen toegewezen aan oliemaatschappijen. Voor de stations die daadwerkelijk zijn gerealiseerd zijn conform de 1972-regels exploitanten aangewezen.

Het standaardcontract voorziet in een blijvende betrokkenheid van mij bij de verhouding tussen oliemaatschappij en exploitant. Ook aan die betrokkenheid wordt de laatste jaren geen invulling meer gegeven. Voor alle duidelijkheid zullen de regels uit 1972 op korte termijn ook formeel worden ingetrokken.

Nadere beschouwing

Gegeven de bovenbeschreven wijze van toedelen van de exploitatie van snelwegstations aan exploitanten met hoog omzetverlies op andere wegen, hebben we in onderhavige gevallen dus te maken met aan de ene kant een aangewezen exploitant en aan de andere kant een oliemaatschappij die een vergunning heeft verworven voor een locatie langs de snelweg. Beide partijen hebben hun belangen die in een exploitatieovereenkomst tot uitdrukking moeten komen.

Het belang van de oliemaatschappij is dat op de locatie zijn merk wordt gevoerd en zijn producten worden verkocht. Daartoe heeft hij immers de vergunning voor die locatie verworven. In dat licht is de exclusieve afname bij de oliemaatschappij een logische bepaling in de exploitatieovereenkomst.

Gegeven de exclusieve afname heeft de oliemaatschappij een sterke positie en is het dus voor de pomphouder van belang dat hij redelijke inkoopprijzen betaalt. De in het standaardcontract gekozen prijsreferentie (de prijs die de oliemaatschappij ook aan anderen in de regio in rekening brengt) is dan een logische. Het standaardcontract bevat geen bepalingen over de prijs die de exploitant vervolgens aan consumenten in rekening brengt; daarin is hij vrij.

Reactie op de perspublicaties

Met bovenstaande heb ik het door het Ministerie van Economische Zaken in overleg met betrokkene opgestelde standaardcontract getypeerd en de historische context geschetst. Ook heb ik aangegeven dat het hier om procedures gaat die reeds lang ter openbare kennis zijn gebracht en overigens binnen de sector zeer bekend zijn.

Het systeem van 1972 verdient tegen de achtergrond van de huidige opvattingen over hoe om te gaan met schaarse productiefactoren van de overheid, zoals frequenties of benzinelocaties, zeker geen schoonheidsprijs en wordt dan ook herzien. Maar gegeven de wijze waarop vergunningen voor locaties aan oliemaatschappijen werden toegekend kan niet gesteld worden dat de regeling voor het aanwijzen van exploitanten van 1972 de concurrentie belemmerd heeft. Indien niet met de systematiek van aangewezen pomphouders was gewerkt, had de vergunninghoudende oliemaatschappij zelf de exploitatie van de desbetreffende snelweglocatie ter hand kunnen nemen. Die oliemaatschappij zou dan vrij zijn zelf de consumentenprijzen op die locatie te bepalen. Dat veel exploitanten zich als prijsvolger opstellen doet daar niet aan af. En ik heb overigens geen aanwijzingen dat de door het Ministerie van Economische Zaken aangewezen exploitanten zich in dit opzicht anders gedragen dan andere exploitanten van benzinestations. Zoals bekend is het MDW-project benzine erop gericht de prijsconcurrentie in de sector te vergroten.

(w.g.) A. Jorritsma-Lebbink

Minister van Economische Zaken

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie