Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg Veiligheidsraad

Datum nieuwsfeit: 22-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg verslag veiligheidsraad maart 2000
Gemaakt: 26-9-2000 tijd: 13:27


1


26301 Lidmaatschap Veiligheidsraad

NR. 29 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 22 september 2000

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken<1> heeft op 7 september 2000 overleg gevoerd met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken over:


- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 11 april inzake het verslag van de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand maart 2000 (26301, nr. 24);


- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 29 mei 2000 inzake het verslag van de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand april 2000 (26301, nr. 25);


- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 16 juni 2000 inzake het verslag van de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand mei 2000 (26301, nr. 26);


- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 13 juli 2000 inzake het verslag van de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand juni 2000 (26301, nr. 27);


- de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 24 augustus 2000 inzake het verslag van de werkzaamheden van de Veiligheidsraad in de maand juli 2000 (26301, nr. 28).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Van Baalen (VVD) vond het jammer dat de minister voor Ontwikkelingssamenwerking het nodig heeft gevonden de permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de VN, de heer Van Walsum, te kapittelen vanwege diens uitspraken over de situatie in Bosnië. De heer Van Walsum heeft namelijk behartigenswaardige woorden gesproken over het gebrekkig functioneren van de Bosnische staat. Hij heeft erop gewezen dat de uitvoering van het programma voor de terugkeer en de herhuisvesting van Bosnische burgers slecht verloopt en het slecht is gesteld met het innen van belastingen. Tevens heeft hij de corruptie in de Bosnische politiek aan de orde gesteld. In aanmerking moet worden genomen dat Bosnië in het internationale verkeer een zwakke plek is bij de bestrijding van de mensensmokkel. De groep Chinezen die de fatale reis naar Dover maakte, bleek via Bosnië te zijn gereisd. Wat is de mening van de minister over de kritiek van de heer Van Walsum en welke mogelijkheden ziet hij om in VN-kader de Bosnische staatsstructuren wel te laten functioneren?

De heer Van Baalen vroeg voorts in hoeverre de Nederlandse regering vasthoudt aan de stelling dat Kosovo onder de volledige soevereiniteit van de Federale Republiek Joegoslavië valt. Dit mede in verband met de implicaties voor de verkiezingen in Joegoslavië op 24 september a.s. In dit kader verwees hij naar de opmerkingen van de heer Blaauw tijdens het overleg op 16 maart jl., waarin deze Kosovo als een rechteloos gebied omschreef. Indien de status van Kosovo onduidelijk blijft, kan dat de positie van het voormalige Kosovo bevrijdingsleger (KLA) versterken. Desgevraagd gaf de heer Van Baalen aan dat de VVD haar eerder ingenomen standpunten ten aanzien van Kosovo niet heeft gewijzigd. In het licht van een definitieve vredesregeling voor Kosovo staat het denken niet stil en kunnen verschillende posities worden betrokken.

De permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de VN heeft ook opmerkingen gemaakt over de situatie in de Westelijke Sahara. Hij heeft met name gesproken over het stagneren van het proces dat zou moeten leiden tot het houden van een referendum over de staatkundige positie van dit gebied. In welke mate is de missie van de heer Baker succesvol? Is het waar dat de heer Van Walsum de schuld voor het stagneren van dit proces eenzijdig bij Marokko heeft gelegd? Welke opstelling kiest Nederland bij deze kwestie?

De heer Van Baalen vroeg ten slotte welke opstelling Nederland in VN-kader kiest ten aanzien van het ontbreken van generaal Wiranto op de lijst van mogelijke verdachten van de gewelddadigheden op Oost-Timor.

De heer Eurlings (CDA) wilde weten of op de prestigieuze millenniumtop van de VN ook het rapport van het internationale panel over vredesoperaties zal worden besproken. De voornaamste boodschap van het rapport is dat de VN de neiging hebben te veel taken op zich te nemen, gelet op de middelen die deze organisatie ter beschikking staan. Wat is het standpunt van de Nederlandse regering in dit verband? Op welke manier kunnen tekortkomingen worden weggenomen? Wat vindt de regering van het voorstel om de rapid deployment van de VN te versnellen?

De heer Eurlings zei voorts dat de situatie op de Molukken de CDA-fractie grote zorgen baart. Het ziet er steeds minder naar uit dat de Indonesische regering het conflict zelf kan oplossen en de CDA-fractie is dan ook voor bespreking van deze kwestie in de Veiligheidsraad. Het zou verder een goede zaak zijn een speciale gezant naar de Molukken te sturen om mogelijkheden te inventariseren en om oplossingsrichtingen beter in kaart te kunnen brengen. Ook kan gedacht worden aan een gecoördineerde actie van ambassadeurs van de EU en de Veiligheidsraad, inclusief de vertegenwoordiger van het VN-kantoor. Over deze laatste mogelijkheid heeft minister Shihab zich positief uitgelaten. Welke positie zou Nederland op dit punt in de Veiligheidsraad moeten innemen? Zal in de Veiligheidsraad worden gesproken over de situatie op Oost-Timor, waar de dreiging van infiltratie uit West-Timor blijft bestaan, terwijl UNTAET tekortschiet bij het handhaven van de mensenrechten en ook het strafrechtelijke systeem niet voldoet? Is de minister bereid te bevorderen dat vertegenwoordigers van de Veiligheidsraad overleg plegen met de Indonesische regering teneinde destabilisering op Oost- en West-Timor na de terugtrekking van de VN-troepen uit West-Timor zoveel mogelijk tegen te gaan?

De heer Eurlings sprak voorts over de ontwikkelingen in enkele andere landen en vroeg de minister of voor de VN-missie in Kongo, MONUC, inmiddels een nieuw mandaat is opgesteld. Ook ten behoeve van Ethiopië en Eritrea is sprake van de vorming van een vredesmacht. Hoe groot is de kans dat een waarnemersmissie en een troepenmacht van 4200 man naar die landen zullen worden gezonden? Hoe groot zal eventueel de Nederlandse bijdrage zijn? Is het niet beter om, in tegenstelling tot wat premier Kok lijkt te willen, met de besluitvorming over de Nederlandse bijdrage te wachten tot meer duidelijkheid bestaat over het mandaat van een VN-missie en over de betrokkenheid van de verschillende landen bij die missie? Zal de vredesmacht in Sierra Leone worden versterkt nu het geweld zich daar opnieuw lijkt uit te breiden?

De heer Eurlings merkte voorts op dat de CDA-fractie onaangenaam verrast was door de uitspraken van ambassadeur Van Walsum over de corruptie in Bosnië en de correctie van die uitspraken door minister Herfkens. Als de heer Van Walsum gelijk had, dient zich de vraag aan waarom de minister hem corrigeerde. Als hij geen gelijk had, is de vraag aan de orde waarom de heer Van Walsum een dergelijk statement in de Veiligheidsraad kon doen. Op welke manier komen de instructies aan de permanente vertegenwoordiger in de VN tot stand? Is hier opnieuw sprake van een eigenzinnig optreden van de Nederlandse vertegenwoordiger in New York? Of gaat het hier om een gerichte actie van de minister van Buitenlandse Zaken en handelde minister Herfkens verkeerd? Op welke manier kunnen dit soort incidenten worden voorkomen? Wat is de inhoudelijke mening van de minister van Buitenlandse Zaken over de opmerking van de heer Van Walsum?

De heer Hoekema (D66) herinnerde aan het recente bericht over de moord op drie medewerkers van het hoge commissariaat voor de vluchtelingen van de VN op West-Timor en vroeg op welke manier de minister-president bij de millenniumtop en de minister van Buitenlandse Zaken hierop hebben gereageerd. Hij gaf aan dat bij de VN de bescherming van het eigen personeel voorop moet staan. Welke plannen zijn er in VN-verband om het sterk oplaaiende geweld op West-Timor tegen te gaan?

De heer Hoekema vond dat degenen die verantwoordelijk moeten worden gehouden voor het geweld en de schending van de mensenrechten op Oost-Timor strafrechtelijk moeten worden vervolgd. Hij wees op het belang van de totstandkoming en de uitvoering van wetgeving op het terrein van de mensenrechten, het goed functioneren van een strafrechtelijk systeem en de aanvaarding van het constitutionele amendement.

De heer Hoekema vroeg voorts hoe groot de kans is dat een VN-missie naar de Molukken wordt gestuurd. Wordt ook gedacht aan een missie waaraan non-gouvernementele organisaties deelnemen? Hij merkte in dat verband op dat deelname aan een missie door vertegenwoordigers van landen in de regio voor de Indonesische regering de missie wellicht eerder acceptabel maakt. In ieder geval moet de regering doorgaan met het zoeken naar een opening in Jakarta voor het zenden van een internationale missie, die van belang is voor de presentie van de internationale gemeenschap die daarmee ter plekke "ogen en oren" heeft waarmee verder geweld zou kunnen worden voorkomen.

Hij refereerde voorts aan de totstandkoming van de resolutie over het zenden van een vredesmacht naar Ethiopië en Eritrea. Bestaat al duidelijkheid over het mandaat, de tijdsduur enzovoorts, van deze missie? Is al iets bekend over de besluitvorming over de uitbreiding van de missie naar Sierra Leone? De heer Hoekema wees erop dat de situatie in dat land nog steeds wordt gekenmerkt door de inzet van kindsoldaten en een grote toevloed van kleine wapens. Hij was verheugd met het embargo in VN-verband op de invoer van diamanten uit Sierra Leone en vroeg wat de ervaring met deze sanctie inmiddels is.

Hij vroeg voorts wat de stand van zaken is ten aanzien van het Lusaka-akkoord. Is er zicht op toelating van de VN-militairen tot het Grote-Merengebied? Wat is de mening van de minister over de suggestie van onder meer Amnesty International om een onderzoek in te stellen naar de schending van de mensenrechten in Kongo? Wat was het doel en effect van het recente bezoek van de VN-rapporteur aan Kinshasa?

Ondanks de inspanningen van bemiddelaar Baker, lijkt het vredesproces in de Westelijke Sahara te stagneren. Is er thans enig zicht op een doorbraak en op het houden van een referendum daar?

Door het niet-participeren van een aantal partijen in het vredesproces in Burundi is daar een akkoord uiteindelijk niet tot stand gekomen. Is het onderwerp nu geagendeerd voor een bijeenkomst van de Veiligheidsraad? Is een hernieuwde poging te verwachten om het vredesproces in dit land te bevorderen?

Zal het Brahimirapport over de versterking van het vermogen van de Verenigde Naties om snel te reageren bij conflicten en om de peace keeping te verbeteren in de algemene vergadering van de VN aan de orde komen? Zal het op de agenda van de Veiligheidsraad worden geplaatst en wat is in het algemeen bekend over de follow-up van de behandeling van dit zeer belangwekkende rapport? Welke plannen heeft Nederland voorts met betrekking tot zijn komend voorzitterschap van de Veiligheidsraad? Welke onderwerpen denkt het te agenderen? Zou humanitaire interventie zich daarvoor lenen?

Ook de heer Hoekema herinnerde aan de uitspraken van de heer Van Walsum over de situatie in Bosnië. Hij wees op het belang van eenheid van buitenlands beleid en het opvolgen van instructies. Hij zei geïnteresseerd te zijn in toezending van de desbetreffende speech van de heer Van Walsum.

Hij merkte voorts op dat de situatie in Kosovo hem zorgen baart, aangezien het niet mogelijk blijkt te zijn aanslagen op burgers te voorkomen. Door het geweld recentelijk met name tegen de Serviërs en het niet effectief kunnen opsluiten van gestraften blijft de sfeer gespannen. Is de politiemacht daar wel voldoende op sterkte?

De heer Hoekema vroeg ten slotte om verduidelijking van een passage in de brief van de minister van 24 augustus. Daarin wordt terzake van Afghanistan gesproken over de zogenaamde 6+2-groep. Daarmee wil de VN discussiëren over de drugsproblematiek. Wie worden met deze groep bedoeld? Wat houden de vredesinitiatieven van de Organization of Islamic Conference in? Hij zei zeer bezorgd te zijn over het feit dat maar 22% van de hulpfondsen voor Afghanistan daadwerkelijk beschikbaar is gesteld. Misschien kan de Nederlandse regering, die zich gewoonlijk bij hulpverlening constructief opstelt, andere landen oproepen haar voorbeeld te volgen.

De heer Koenders (PvdA) wees op de mogelijkheid van het hebben van bilaterale contacten in het kader van de millenniumtop, waarbij ook een gesprek tussen premier Kok en de Palestijnse leider Arafat aan de orde is. Welke positie zal de premier innemen met betrekking tot de voorgenomen stichting van de Palestijnse staat?

In het Brahimirapport wordt een groot aantal aanbevelingen gedaan voor operaties door de VN. Welk oordeel heeft de Nederlandse regering over dit zeer belangrijke rapport? Zullen de aanbevelingen ervan worden uitgevoerd? Hoe hoog zouden de kosten daarvan zijn? Impliciet staat in het rapport dat regionalisering belangrijk is voor het bereiken van vrede en veiligheid. Geconstateerd moet worden dat door de gebrekkige militaire operationele mogelijkheden van Afrikaanse landen, regionalisering daar te weinig oplevert. Daarom zal de VN er nog vele jaren een centrale rol moeten vervullen.

In het rapport komt terzake van conflictpreventie ook het aspect van politieke assistentie aan de orde. De vraag is nu in welke mate die geboden moet worden in bijvoorbeeld Montenegro. Zou de secretaris-generaal van de VN nu in die regio moeten optreden?

Ook de heer Koenders wees op het ontbreken van voldoende internationale "ogen en oren" in Kongo. Hierdoor kunnen daar nog steeds de mensenrechten worden geschonden en kan onvoldoende worden beoordeeld of hulp- en rehabilitatieprojecten goed worden uitgevoerd.

Hij waarschuwde voorts voor het sluiten van een vredesakkoord in Burundi, dat niet door alle partijen wordt gedragen. Door een te snelle totstandkoming ervan kunnen partijen buiten het proces komen te staan, hetgeen weer de dreiging met zich brengt van de situatie die destijds in Rwanda ontstond. Daarom zal de Nederlandse regering bij haar inbreng in de Verenigde Naties voor dit aspect aandacht moeten hebben. De heer Koenders vond dat voor het geval in Sierra Leone ECOWAS-troepen worden gestationeerd, een deel van het vredesfonds van de VN zou kunnen worden gebruikt voor financiering van de training van de troepen.

Hij vond het zorgelijk dat de Indonesische regering zoveel mogelijk zelfstandig de vrede in de diverse conflictgebieden wil bewaren. Nederland zou in VN-kader kunnen streven naar het sturen van een missie met vertegenwoordigers van de VN en ASEAN. Wat is de opvatting van de Nederlandse regering over het bericht dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de moord op Sander Thoenes niet voor berechting in aanmerking lijken te komen?

Ten slotte wees de heer Koenders erop dat ministers verantwoordelijk blijven voor de uitspraken van ambassadeurs. Hij vroeg of aan de heer Van Walsum wel duidelijke instructies zijn gegeven.

Mevrouw Karimi (GroenLinks) betreurde het dat de VN geen actie heeft genomen om de nood van de vluchtelingen op West-Timor te lenigen. Is dit het gevolg van een gebrek aan middelen, mogelijkheden of capaciteiten? Wordt de UNHCR wel voldoende ondersteund om de complexe taken te kunnen uitvoeren? Zal het voor UNTAET mogelijk zijn op Oost-Timor een strafrechtssysteem op te zetten om te voorkomen dat door straffeloosheid het geweld blijft aanhouden? Mevrouw Karimi sloot zich aan bij de vragen van de heer Hoekema over de internationale presentie op de Molukken en zijn vragen met betrekking tot Sierra Leone.

Zij was blij met de maatregelen die ten aanzien van de diamantenhandel met Sierra Leone zijn genomen. Het is van belang een effectief systeem van controle op te zetten, zodat het wereldwijde certificatiesysteem gecontroleerd kan worden. Veel diamanten worden via Amsterdam geïmporteerd. Wil Nederland beginnen met het opzetten van een registratiesysteem dat duidelijk maakt waar de diamanten vandaan komen die via Amsterdam worden geïmporteerd? Bij het delven van diamanten is eigenlijk sprake van slavenarbeid. Is het mogelijk de diamantenhandel zodanig te organiseren dat de inkomsten die daarmee worden verkregen voor een deel ten goede komen aan de delvers? Wat is de opvatting van de Nederlandse regering over het rapport van USAID?

Wat is haar opvatting over het ICRC-rapport over een verbod op clusterbommen? Ziet Nederland kans dat onderwerp in de Veiligheidsraad te agenderen?

Bestaat de kans dat de VN-missie MONUC II verder geoperationaliseerd wordt? Wat zijn de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van het Lusaka-akkoord?

Mevrouw Karimi was benieuwd naar de reactie van Nederland op het Brahimirapport. Zij vond het van belang dat de aanbevelingen ervan op de agenda van de Veiligheidsraad komen en dat het nodige wordt gedaan om in de toekomst halfslachtige vredesoperaties te voorkomen.

Zij betreurde het dat de Veiligheidsraad nog steeds geen actie heeft genomen om tot verbetering van de situatie in Afghanistan te komen. Zij vroeg wat de reden kan zijn voor de afzijdige houding van de westerse landen en waarom een groot deel van de hulpfondsen nog steeds niet voor activiteiten in Afghanistan beschikbaar zijn gesteld. In november zal Nederland voorzitter worden van de Veiligheidsraad. Welke onderwerpen wil het dan agenderen? Tot de onderwerpen die aan de orde zouden moeten komen behoren de kwesties van de smartsancties en de financiering van conflicten.

De heer Van Middelkoop (RPF/GPV) merkte op dat thans zowel nationaal als internationaal het instrument van de sancties aandacht heeft, aangezien de Veiligheidsraad ze gaat evalueren en Nederland hierover een notitie zal uitbrengen. Zal er voor de wederzijdse standpunten aandacht zijn?

Hij wees erop dat uit de berichtgeving over de millenniumtop blijkt dat het niet de bedoeling is dat de minister-president daar zal spreken over de situatie op de Molukken. Waarom wil de minister-president dat onderwerp niet aan de orde stellen en bijvoorbeeld wel Oost-Timor ter sprake brengen? Wat is de opvatting van minister Shihab over een internationale presentie op de Molukken?

De heer Van Middelkoop vroeg de minister voorts te bevorderen dat er een uitvoerig onderzoek komt naar de dood van de drie VN-medewerkers op West-Timor, waarbij de rol van het leger in aanmerking wordt genomen. Op die manier zou het Indonesische leger internationaal ter verantwoording worden geroepen, hetgeen weer van invloed kan zijn op het optreden ervan in andere delen van Indonesië.

Uit de verslagen van de werkzaamheden van de Veiligheidsraad blijkt dat regelmatig evaluaties worden uitgevoerd. Een evaluatie van een ingrijpende operatie die gebaseerd is op een resolutie van de Veiligheidsraad is terecht en leerzaam. Bij deze evaluaties zou nagegaan moeten worden hoe groot de juridische legitimatie van een VN-missie is. Op die manier kan het internationale recht meer gestalte krijgen.

De heer Van Middelkoop vreesde voor verslapping van de politieke aandacht voor Kongo. Hij sloot zich aan bij het verzoek van voorgaande sprekers om aandacht voor de schending van de mensenrechten daar en wees voorts op een onduidelijke passage in een van de verslagen. Wat kan bedoeld worden met: het gebalanceerd omgaan met de erkenning van de soevereiniteit van alle betrokken landen? Wordt bedoeld dat de schending van de soevereiniteit van Kongo door Rwanda en Oeganda gedoogd moet worden?

De heer Van Middelkoop sloot zich aan bij de opmerkingen van de heer Koenders over Burundi. De constatering dat de situatie die zich eerder in Rwanda voordeed opnieuw kan ontstaan, vond hij niet zonder betekenis. Zij doet denken aan de situatie die zich in Srebrenica voordeed: burgers zoeken bescherming bij een VN-vredesmacht, terwijl die voor het bieden van bescherming niet voldoende is uitgerust of gemandateerd. Op zo'n moment wordt schrijnend zichtbaar dat de internationale gemeenschap niet de bescherming kan bieden die van haar wordt verwacht.

De heer Van Middelkoop herinnerde voorts aan resolutie 4425, die tot stand kwam na de invasie van Israël in Zuid-Libanon en op grond waarvan UNIFIL werd gevormd. Israël heeft zich inmiddels uit dat gebied teruggetrokken. Wat zijn thans de plannen met UNIFIL? Welke standpuntbepaling heeft het overleg in Gymnich van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU opgeleverd ten aanzien van de door Arafat voorgenomen uitroeping van de Palestijnse staat?

Ten slotte vroeg de heer Van Middelkoop aandacht voor de toekomst van Kosovo. Welke staatkundige positie moet het land krijgen? Wordt daarover in het rapport van de VN-missie naar Kosovo iets gezegd?

Het antwoord van de minister

De minister zei dat de Nederlandse regering haar medeleven met de nabestaanden van de drie vermoorde VN-medewerkers op West-Timor heeft betuigd. De hoge commissaris voor de vluchtelingen, mevrouw Ogata, heeft in de Veiligheidsraad de moord het ernstigste veiligheidsincident ooit genoemd en erop gewezen dat sinds 1992 184 medewerkers van de VN zijn omgekomen. In een tweetal gevallen is sprake geweest van vervolging. Onder deze 184 slachtoffers bevindt zich ook Saskia von Meijenfeldt. Door de Nederlandse regering wordt op vele niveaus onderzocht hoe zij om het leven is gekomen.

De Veiligheidsraad was eensgezind in zijn veroordeling van de moord op de drie VN-medewerkers. Nederland, dat pleitte voor een harde verklaring, heeft erop gewezen dat op West-Timor dezelfde gewelddadigheden dreigen als die zich op Oost-Timor hebben voorgedaan. Het heeft ook gewaarschuwd voor een te snelle afname van de VN-presentie in die regio. In de afgelopen periode deed zich namelijk de sterke neiging voor die presentie vrij spoedig te doen verminderen. De minister zei onder de indruk te zijn van het werk van VN transitional administrator Vieira de Mello.

Niet alleen op het niveau van de Veiligheidsraad, maar ook in alle bilaterale contacten met de Indonesische regering is opgeroepen de orde en de rust in de regio te herstellen en om een eind te maken aan het gewelddadig optreden van de milities. De president van Indonesië ondervindt in zijn pogingen om de rust te herstellen echter tegenwerking van onderdelen van het leger. De moeilijkheid voor hem is dan ook troepen naar onrustige gebieden te kunnen sturen die datgene doen wat de regering in Jakarta van hen verwacht. Buitenlandse inmenging op bijvoorbeeld de Molukken wordt door Indonesië gezien als aantasting van de soevereiniteit en om die reden is agendering ervan in de Veiligheidsraad niet aan de orde. Met name China verzet zich daartegen.

De minister-president heeft over de gebeurtenissen met president Wahid gesproken. In dat gesprek heeft president Wahid toegezegd alle maatregelen te zullen nemen die hij moet nemen. Geconstateerd kan thans worden dat de pogingen van de Indonesische regering om op de Molukken de rust te herstellen er inderdaad toe hebben geleid dat daar vanaf eind juli sprake is van relatieve rust. Nederland wil niettemin de Indonesische regering zoveel mogelijk blijven aanspreken op datgene wat zij zegt te zullen doen. Inmiddels heeft ook de Nederlandse vertegenwoordiger bij de VN de gewelddadigheden op de Molukken tijdens een debat over Oost-Timor aan de orde gesteld en de Indonesische regering opgeroepen daaraan een eind te maken. De gedachte om ASEAN op enigerlei wijze een rol in de regio te laten spelen stuit op weerstand bij de VS.

De Indonesische regering heeft Nederland laten weten dat een lijst is opgesteld van personen die strafrechtelijke zouden moeten worden vervolgd. De naam van generaal Wiranto is kennelijk niet op die lijst gekomen. De Indonesische regering is te verstaan gegeven dat het maken van uitzonderingen in dit verband op veel weerstand in de internationale gemeenschap zal stuiten. De Indonesische minister van buitenlandse zaken Shihab heeft laten weten zich hiervan bewust te zijn. In het gesprek dat de Nederlandse regering met hem had is ook de moord op de Nederlandse journalist Thoenes aan de orde gesteld.

Op interrupties over de noodzaak van internationale presentie op de Molukken, antwoordde de minister dat vanwege de koloniale geschiedenis de Nederlandse bemoeienis als gevoelig wordt ervaren. Van de kant van de Indonesische regering is gewezen op de mogelijkheden die de Nederlandse ambassade heeft. Aangezien een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade naar de Molukken is gegaan, is daar voor Nederland in wezen sprake van "ogen en oren". Daarnaast moet in aanmerking worden genomen dat de VS meer invloed in het gebied kunnen uitoefenen. Zij zijn gewezen op de mogelijkheid van het zenden van vertegenwoordigers en dat heeft ertoe geleid dat USAID medewerkers naar de Molukken wil sturen. Op deze manier wordt op diplomatieke manier gestreefd naar verbreding van de internationale presentie. De realiteit brengt echter met zich mee dat ingrijpen door een internationale troepenmacht niet aan de orde is. Daarvan kan pas sprake zijn als de Indonesische regering zelf te kennen geeft die nodig te achten.

De minister ging vervolgens in op de opmerkingen over de Balkan. Hij gaf aan dat op 28 oktober in Kosovo gemeenteraadsverkiezingen zullen worden gehouden. Van de Albanese Kosovaren is 90% geregistreerd, maar de Serviërs weigeren zich te laten registreren. De FRJ dreigt in het geval van registratie hun pensioenen niet uit te betalen. Nederland zal twee waarnemers leveren die langere tijd in Kosovo zullen blijven en dertig die er kort zullen verblijven. Nederland is tevreden over de organisatie en de datum van de verkiezingen alsmede over het werk van UNMIK en KFOR. Het heeft ermede voor gezorgd dat door de voorzitter van de Veiligheidsraad een verklaring is opgesteld over de positie van de Nederlandse, de Britse en de Canadese gevangenen van de FRJ. Met resolutie 1244 is het raamwerk gegeven voor het komen tot een definitieve staatkundige oplossing voor Kosovo. Veel zal afhangen van de ontwikkelingen in Servië en de uitslag van de verkiezingen daar. De Nederlandse regering heeft bij diverse gelegenheden aangegeven dat Kosovo behoort tot de Joegoslavische staatseenheid, maar er zijn veel modellen denkbaar waarmee in hoge mate tegemoet kan worden gekomen aan de wensen met betrekking tot autonomie en decentralisatie.

Op een interruptie van de heer Van Baalen dat het onverstandig zou zijn vast te houden aan het idee dat Kosovo een onderdeel is van de FRJ, antwoordde de minister dat ook in kringen van de contactgroep en Kosovaarse politici de opvatting bestaat dat het niet verstandig zou zijn nu het debat daarover te openen. Thans kan beter de uitslag van de verkiezingen worden afgewacht, opdat duidelijk wordt met welke politici in de toekomst overleg zal moeten worden gevoerd.

De minister ging vervolgens in op opmerkingen van de leden over de Westelijke Sahara en zei dat het proces nog niet tot een politieke oplossing heeft geleid. De algemene teneur dat het settlementplan nog steeds als uitgangspunt moet worden beschouwd, wordt door Nederland gedeeld. Nederland is nog steeds bereid in Minurso te participeren, maar gelet op de teleurstellende voortgang lijkt het zinvol die bereidheid te heroverwegen.

Op een interruptie van de heer Van Baalen, waarmee hij aangaf dat de Marokkaanse regering Nederland beschuldigde van vooringenomenheid, antwoordde de minister dat hem een dergelijke opstelling van de Marokkaanse regering niet bekend is. In zijn contacten met de minister van buitenlandse zaken van Marokko is geen enkele kritiek aan het adres van Nederland geuit.

In de DRC is de laatste maanden de situatie zeer verslechterd. Kabila blijft de inzet van MONUC dwarsbomen en heeft het vertrouwen in bemiddelaar Masire opgezegd. Met een minitop op 14 augustus en verschillende andere initiatieven is getracht het Lusakaproces nieuw leven in te blazen. Op de millenniumtop zal opnieuw een oproep aan de DRC worden gedaan. Voor de EU en de VS blijft het Lusaka-akkoord uitgangspunt voor de onderhandelingen. Nederland heeft zich zowel op diplomatiek gebied als in financieel opzicht nadrukkelijk ingespannen om de kwestie Kongo de nodige aandacht te geven. De minister was het met de heer Van Middelkoop eens dat de zin in de brief van 29 mei over de soevereiniteit van betrokken landen gebrekkig is geformuleerd. In het oosten van de DRC bevinden zich nog steeds de génocidairs en voor dat probleem moet een oplossing worden gevonden. Zolang die er niet is, zullen landen als Rwanda en Oeganda blijven zeggen dat zij problemen hebben met de terugtrekking van hun troepen.

De Nederlandse regering heeft zeer positief gereageerd op het rapport van de heer Brahimi en zal ernaar streven dat het in de Veiligheidsraad en de algemene vergadering aan de orde wordt gesteld. De secretaris-generaal stimuleert het proces van vergroting van de VN-capaciteit voor vredesmissies, maar een aantal landen vreest dat die vergroting leidt tot vermindering van de VN-inzet op andere punten. Op een interruptie van de heer Koenders antwoordde de minister dat het Amerikaanse Congres weliswaar sceptisch blijft over de doelmatigheid van de VN, maar dat de huidige Amerikaanse president zich inspant voor een meer positiever beeld van de VN bij het Amerikaanse publiek. Het onderwerp van het functioneren van de VN zal in het kader van de algemene vergadering in gesprekken tussen de EU en de VS aan de orde komen.

Waarschijnlijk zal de Veiligheidsraad in de week van 11 september stemmen over de resolutie met betrekking tot Ehtiopië-Eritrea. Zo spoedig mogelijk na aanneming van de resolutie zal de Kamer de tekst worden toegezonden. Het kabinet bereid zich voor op de beantwoording van de vraag of de Nederlandse regering in UNMEE wil participeren. Op een interruptie van de heer Koenders over de gewenste omvang van UNMEE, antwoordde de minister dat de militaire component moet bestaan uit 4200 deelnemers. Gelet op de aard van de taak zou een dergelijk aantal voldoende zijn. De hoofdtaak van UNMEE zal moeten bestaan uit het uitoefenen van toezicht.

De minister merkte voorts op dat de heer Van Walsum op verzoek van de Nederlandse regering een bezoek heeft gebracht aan Sierra Leone. De bedoeling daarvan was een geactualiseerd beeld van de situatie daar te krijgen. De Nederlandse regering is thans van mening dat een politieke oplossing van de situatie in Sierra Leone slechts mogelijk zal zijn als er sprake is van een geloofwaardige en krachtige militaire druk. De mogelijkheid van inschakeling van regionale troepen ter versterking van de militaire kracht van Sierra Leone wordt niet uitgesloten. Indien daarvoor geschikte plannen kunnen worden opgesteld, kan een internationale financiële bijdrage worden geleverd.

De schending van de mensenrechten in Sierra Leone blijft een zorgelijk punt. Het opzetten van een tribunaal brengt de vraag met zich mee of het internationale recht of het recht van Sierra Leone moet gelden. In aanmerking moet worden genomen dat in Sierra Leone de doodstraf kan worden toegepast, terwijl veel westerse landen daartegen zijn. De controle op de diamanthandel kan bijdragen aan beëindiging van de strijd. Er zal een panel of experts worden ingesteld dat de relevante landen bezoekt om te kunnen controleren of het embargo wordt nageleefd. Dat panel kan de rol tussen de handel in diamanten en die in wapens onderzoeken en nagaan wat de kwaliteit van het air traffic control system is. Het panel moet ten slotte aanbevelingen doen aan de Veiligheidsraad ter versterking van de implementatie van het embargo. Uiteraard zal de Nederlandse regering al het mogelijke doen om de diamantstromen die via Nederland lopen te controleren.

Op een interruptie van mevrouw Karimi over het ontwapenings-, demobilisatie- en reïntegratieprogramma, het zogenaamde DDR-programma, antwoordde de minister dat de uitvoering ervan te wensen overlaat. Het ware beter dit programma onder VN-beheer te brengen en het niet door de regering van Sierra Leone te laten uitvoeren. Uitvoering door de internationale gemeenschap zou haar greep op de ontwikkelingen daar kunnen versterken. Naar het oordeel van de Nederlandse regering zou financiering van het programma via de Wereldbank moeten geschieden.

De Nederlandse regering heeft Nelson Mandela gesteund in zijn pogingen in Burundi een vredesovereenkomst te sluiten en het heeft aandacht gevraagd voor de ontmanteling van de regroupmentkampen. Deze ontmanteling heeft ondanks toezeggingen nog niet plaatsgevonden. Verder heeft Nederland ten behoeve van het Arushaproces 1 mln. dollar beschikbaar gesteld. Het is ook bereid een multilateraal programma ten behoeve van ontwapening te steunen als er een door partijen gesteund akkoord tot stand is gekomen. Nederland heeft aangedrongen op de opsporing en berechting van de daders van de moord op VN-medewerkers.

De Veiligheidsraad heeft zich regelmatig bezighouden met de problemen in Afghanistan. De uitzichtloosheid van het conflict wordt vergroot door de steun van buitenaf aan de strijdende partijen. Door de deelname van niet-Afghanen aan het conflict is er de dreiging van uitbreiding ervan naar andere delen van de regio. Vanwege de grote droogte in het gebied en het opnieuw uitbreken van gevechten is de humanitaire situatie in het land zorgwekkend. Vooral de vrouwen hebben er te lijden onder de schending van de mensenrechten. De Taliban heeft zich met een edict gekeerd tegen de tewerkstelling van vrouwen bij internationale organisaties en NGO's. Uiteraard zal Nederland in de Veiligheidsraad aandacht voor het conflict blijven vragen en trachten te voorkomen dat derden militaire steun aan de strijdende partijen geven.

In het kader van de millenniumtop heeft de minister-president gesproken met de Palestijnse leider Arafat. Daarbij heeft hij gewezen op het eminente belang van voortzetting van het vredesproces en het contraproductieve effect van de uitroeping van de Palestijnse staat op 13 september. Uit de diverse contacten tussen ministers van de EU en de Palestijnse leider, is gebleken dat de Palestijnen zich hiervan bewust zijn en het is dan ook niet te verwachten dat op 13 september de Palestijnse staat zal worden uitgeroepen. Naar de mening van de Nederlandse regering is de verklaring van de Amerikaanse president dat de Israëlische regering in het vredesoverleg in Camp David tot veel concessies bereid was, geheel juist. In verband met de binnenlandse Israëlische politiek is inmenging van buitenaf op dit moment niet raadzaam.

De minister gaf voorts aan dat tijdens het aanstaande voorzitterschap van Nederland van de Veiligheidsraad de kwesties die Afrika betreffen een belangrijk onderdeel van de agenda zullen zijn. Hij zei voornemens te zijn zich met een reis naar Afrika voor te bereiden op het leiden van de Veiligheidsraad. Nederland is van plan eind november een thematisch debat te organiseren over de manier van het verminderen van VN-presenties. Ook is het voornemens mevrouw Del Ponte te vragen een briefing te organiseren over het internationaal tribunaal voor Joegoslavië. Verder zal in samenwerking met de International Peace Academy een seminar worden georganiseerd over humanitaire interventies. Dat seminar zal een follow-up zijn van eerdere seminars over dit onderwerp.

De minister zei voorts niets toe te willen voegen aan de reactie van minister Herfkens over de uitlatingen van de heer Van Walsum over de situatie in Bosnië. Hij vond dat zowel de minister voor Ontwikkelingssamenwerking als de heer Van Walsum juist heeft gehandeld en wees erop dat Nederland het initiatief heeft genomen voor een onderzoek door de Wereldbank naar de besteding van de gelden. Gebleken is dat Bosnië in veel opzichten kampt met de problemen waarmee veel ontwikkelingslanden te maken hebben. Nederland blijft bereid het tekortschieten van de corruptiebestrijding aan de kaak te stellen en de autoriteiten in Bosnië aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Waar mogelijk zal Nederland ze helpen met het verbeteren van het overheidssysteem.

Op interrupties van de heer Van Baalen en mevrouw Karimi zegde de minister toe de verslagen van de debatten in de Veiligheidsraad over Bosnië en de Westelijke Sahara alsmede een brief over de controle op de diamanteninvoer via Amsterdam de Kamer toe te zenden.

De voorzitter van de commissie,

De Boer

De griffier van de commissie,

Hommes


1 Samenstelling:


Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Valk (PvdA), Apostolou (PvdA), Hillen (CDA), Verhagen (CDA), ondervoorzitter, Hessing (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), M.B. Vos (GroenLinks), Dijksma (PvdA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Van der Knaap (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Timmermans (PvdA), Remak (VVD), Wilders (VVD)

Plv. leden: Dijkstal (VVD), Van Baalen (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Zijlstra (PvdA), Belinfante (PvdA), Visser-van Doorn (CDA), Eurlings (CDA), Cherribi (VVD), De Haan (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van Bommel (SP), Harrewijn (GroenLinks), Gortzak (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Van den Akker (CDA), Leers (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Duivesteijn (PvdA), Feenstra (PvdA), Patijn (VVD), Balemans (VVD)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie