Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Afscheid en symposium KUB over taalproblemen en de EU

Datum nieuwsfeit: 22-09-2000
Bron: Katholieke Universiteit Nijmegen
Zoek soortgelijke berichten
Katholieke Universiteit Nijmegen PB 00 - 116
Nijmegen, 18 september 2000

Afscheid en symposium over de taalproblemen en de Europese Unie HET ENGELS ALS WERKTAAL VAN DE EUROPESE UNIE

Het aantal talen dat men gebruikt binnen de instituties van de Europese Unie kan en moet drastisch terug. Dat kan ook zonder dat dit onmiddellijk gevolgen heeft voor de positie en rol van de talen in het eigen land. De keuze voor één werktaal moet niet langer worden uitgesloten en dan is de keuze voor het Engels voor de hand liggend. Dat betoogt prof. dr. Theo van Els bij zijn afscheid als hoogleraar Toegepaste Taalkunde van de KU Nijmegen op vrijdag 22 september. In een veel pagina's omvattend afscheidscollege, dat in sterk verkorte vorm zal worden uitgesproken, nuanceert en beargumenteert Van Els deze stellingname vanuit de toegepaste taalkunde.

Elf werktalen
De vijftien lidstaten van de Europese Unie (EU) hebben allemaal het recht om in de instituties (Europees Parlement, Europese Commissie, Raad van Ministers) een eigen nationale taal te gebruiken (het plurilinguïstisch principe). In 'Brussel' gaat het nu om elf officiële en werktalen. Zo mag elke Europese parlementariër in de plenaire vergadering (en in commissies) zijn eigen landstaal gebruiken. Dat levert - ondanks de grote inspanningen op het gebied van vertalingen - communicatieproblemen op, stelt Van Els. Bovendien signaleert hij dat er regelmatig ook in de praktijk, inofficieel, pragmatische oplossingen gevonden worden, waarbij het principiële standpunt even niet opgaat. "Echter, het principe van gelijkheid van alle EU-talen stelt nauwelijks iemand ter discussie, ook niet wanneer de toekomstige situatie ter sprake komt. Bij uitbreiding van de EU komt het aantal talen snel boven de twintig. Dat op zich baart wel iedereen zorgen".

Kwaliteit van de communicatie
Vanuit taalkundig oogpunt voert Van Els een aantal argumenten aan voor beperking van het aantal werktalen. Die hebben te maken met een aantal mythes waarmee 'taal' voor veel mensen, ook politici, omgeven is. Die hebben ook betrekking op de kwaliteit van de communicatie. "Dat mensen in het nadeel zijn, wanneer ze in een vreemde taal moeten communiceren, is evident. En in de EU, waar voor de lidstaten grote economische en politieke belangen op het spel staan, kan een dergelijke handicap ernstige gevolgen in economische termen hebben."
Bij de keuze voor één werktaal (het Engels) wordt de kwaliteit van de communicatie negatief beïnvloed door de verschillen in taalvaardigheid tussen de 'native-speakers' en 'niet-natives'. Men beheerst een taal die men niet van kindsaf heeft gebruikt, gewoonlijk slechter dan de moedertaal. Een goede afweging van alle relevante factoren zal, zo meent Van Els, tot verdere beperking dan nu al gepraktiseerd kunnen leiden. Maar die beperking zal niet voor alle domeinen dezelfde hoeven zijn: "Bijvoorbeeld, voor overleg binnen de instituties van de EU zal met een enkele werktaal volstaan kunnen worden. In de contacten met de lidstaten en hun burgers kan men er voor kiezen het huidige grotendeels plurilinguïstische regime voort te zetten".

Zie volgende pagina

Lingua franca
Volgens Van Els is het Engels op dit moment duidelijk dé taal van de wereld. In zijn ogen is de EU met haar plurilinguïstisch model een buitenbeentje onder de grote internationale organisaties. Zo is het ondenkbaar om in de wereld van het internationale bankwezen een andere taal te gebruiken dan het Engels. Multinationals kiezen meestal voor één 'corporate language' of bedrijfstaal, vaak ook overigens binnen hun locale vestigingen in combinatie met de regionale of de landstaal. De VN gebruikt zes talen, de Raad van Europa twee.
De veelgehoorde vrees dat invoering van het Engels als lingua franca (voertaal) in de EU ook ten koste zal gaan van het gebruik van de eigen landstaal buiten de EU-instituties, pareert Van Els met praktijkgegevens. Onderzoek onder het ambtelijk apparaat van diverse Euregio's wijst uit dat die in het officiële taalverkeer, zowel schriftelijk als mondeling, elkaars buurtalen gebruiken. Daarbij hoeft invoering van het Engels ook niet gepaard te gaan met culturele verschraling. Met de taal hoeft niet de culturele lading overgenomen te worden. En de lingua franca kan ook weer worden verrijkt met nieuwe culturele inhoud.

------- einde bericht -------

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie