Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg advies commissie mediaconcentraties

Datum nieuwsfeit: 22-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg advies van de commissie mediaconcentraties
Gemaakt: 25-9-2000 tijd: 11:16


1


27087 Mediaconcentraties

Nr. 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 22 september 2000

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen<1> heeft op 6 september 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over:


- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 17 mei 1999 ter aanbieding van het advies van de commissie mediaconcentraties (brief nr. OCW-99-438);


- de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 20 april 2000 ter aanbieding van het kabinetsstandpunt inzake het advies van de commissie mediaconcentraties (27087, nr. 1).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Wagenaar (PvdA) benadrukte het belang van een pluriforme en onafhankelijke pers voor een democratische samenleving. Zij betreurde het dat het onderzoek van de commissie mediaconcentraties voornamelijk is gericht op het landelijke niveau, terwijl mediaconcentraties zich juist internationaal, lokaal en regionaal ontwikkelen. Zo is op regionaal niveau onder andere sprake van dwarsverbanden tussen dagbladen en huis-aan-huisbladen. Voor het lokale en regionale niveau vond mevrouw Wagenaar de regelingen rond het cross-ownership te ruimhartig. Zij pleitte voor een nader onderzoek hiernaar, met speciale aandacht voor de positie van de huis-aan-huisbladen, omdat deze voor mensen met een laag inkomen vaak de enige bron van geschreven nieuws vormen. Ontoereikend en achterhaald vond zij het commissierapport over de ontwikkelingen op internationaal niveau. De door de commissie voorgestelde monitorfunctie van het Commissariaat voor de media had haar instemming, al vond zij het voorstel onvoldoende uitgewerkt.

Verder benadrukte mevrouw Wagenaar dat de scheiding van netwerkexploitatie en aanbod van internetdiensten monopolievorming tegengaat en pluriformiteit bevordert. Ook dient toegang tot de kabel voor verschillende internetaanbieders zo spoedig mogelijk te worden gerealiseerd.

De commissie ziet marktwerking als middel om de balans tussen publieke en commerciële omroep te handhaven. Om die marktwerking te optimaliseren is het wel noodzakelijk dat de publieke omroep in de gelegenheid wordt gesteld om zijn internetactiviteiten uit te breiden.

Door de rechterlijke uitspraak in Kranten.com vs. PCM kan het voor de nieuwsconsument moeilijk worden om de onafhankelijkheid van nieuwsbronnen te beoordelen. Wat vindt de regering daarvan? Redactie- en programmastatuten bevorderen eveneens de onafhankelijkheid van de pers. Waarom wijst de staatssecretaris "voorshands" een actievere rol in dezen af? Omwille van pluriformiteit en diversiteit van het aanbod in de ether is het soms wenselijk om aanbieders over meer dan één zender te laten beschikken. De overheid moet zulks bij de komende uitgifte van radiofrequenties derhalve niet bij voorbaat uitsluiten.

Ook de heer Nicolaï (VVD) benadrukte het belang van een vrije pers voor een vrije en democratische samenleving en wees op het gevaar van monopolisering. Tot zijn genoegen bleek de commissie over het algemeen tevreden over de wijze waarop in Nederland de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de nieuwsmedia worden beschermd. Ook het bescheiden standpunt van de regering in dezen stemde de heer Nicolaï verheugd.

Voor het garanderen van diversiteit en onafhankelijkheid achtte hij generieke mededingingsregels in het algemeen voldoende. Aanvullingen in de vorm van specifieke regelgeving zijn nodig als de vrije marktwerking nog niet is verzekerd, zoals in overgangssituaties. De overheid maakt de publieke omroep mogelijk; ook een nuttige rol in het geheel. Zij kan de diversiteit van het aanbod echter ook bevorderen door het bij de aanstaande veiling van etherfrequenties mogelijk te maken dat één eigenaar over meer zenders beschikt. De bij velen aanwezige angst voor een te groot aantal buitenlandse overnames moet sterk worden gerelativeerd.

Wel riep de heer Nicolaï de regering op tot een alertere, meer pro-actieve opstelling. De wijze waarop nu wordt gecontroleerd op concentratietendensen in de media heeft immers een voornamelijk reactief karakter; neem bijvoorbeeld de wijze waarop de NMA de vrije mededinging bewaakt. De voorgestelde jaarlijkse rapportage van het Commissariaat voor de media kan hierbij een rol spelen, maar het commissariaat speelt geen rol bij de regelgeving. Hoe denkt de staatssecretaris hierover? Meer in het algemeen achtte de heer Nicolaï de komst van het internet een grote zegen voor de pluriformiteit van de media.

De heer Atsma (CDA) vond dat het rapport van de commissie mediaconcentraties weinig diepgang had. De reactie van de regering erop vond hij flinterdun. Het commissierapport geeft onvoldoende aan hoe de overheid ongewenste concentraties in de media kan voorkomen. Wel maakt het duidelijk dat de huidige cross-ownershipregeling te kort schiet, omdat deze voornamelijk is gericht op de dagbladenbranche en omroepen. Uitbreiding hiervan naar andere sectoren zoals internetproviders, kabelmaatschappijen en de telecombranche is in de sterk veranderde mediawereld noodzakelijk.

De heer Atsma sprak zijn grote bezorgdheid uit over de horizontale en verticale concentratieontwikkelingen in de nationale en internationale media. Instituten als NMA en OPTA richten zich op het tegengaan van te grote horizontale machtsconcentraties, maar daarmee wordt geen enkele garantie geboden voor de handhaving van pluriformiteit. Redactiestatuten bieden geen tegenwicht aan concentraties, maar bevorderen wel de onafhankelijkheid van media. Verbreding daarvan naar alle media, ook naar commerciële omroepen en internetproviders, verdient daarom nadere overweging.

Monitoring door het Commissariaat voor de media vond de heer Atsma een goede zaak, al vroeg hij zich af of het voldoende voor die taak is toegerust. Hij wees op het gebrek aan een toetsingskader voor de monitoring; zonder uitgebreid toetsingskader kan het terrein wellicht inzichtelijk worden gemaakt, maar is ingrijpen niet mogelijk.

Classic FM dreigt door zijn relatie met Sky Radio bij de komende veiling van etherfrequenties buiten de boot te vallen. Met een toewijzing van overheidswege van de etherfrequenties zouden dergelijke dilemma's niet bestaan. Pluriformiteit en diversiteit zijn ook gediend met toewijzing. De heer Atsma riep de staatssecretaris derhalve op om de veiling van de etherfrequenties te heroverwegen, of in ieder geval uit te stellen totdat duidelijk is geworden wat bij de recente veiling van de UMTS-frequenties is misgegaan.

De heer Van Walsem (D66) beklaagde zich over de grote vertraging in de reactie van de regering op het rapport van de commissie mediaconcentraties. Hij vreesde dat de regering, evenals de commissie overigens, de ernst van de problematiek van concentraties in de media te weinig onderkent. Dit stemde hem weinig optimistisch voor de toekomst.

De commissie mediaconcentraties vindt dat in Nederland voldoende is geregeld voor de bescherming van de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de pers. De heer Van Walsem meende in het algemeen in de houding van de commissie een verkeerd soort liberalisme aan te treffen, een laissez-faire-attitude waarbij veel te veel aan marktpartijen wordt overgelaten. Concentratie en cross-ownership kunnen inderdaad soms de economische mogelijkheden van partijen vergroten en is derhalve niet in alle gevallen ongewenst, maar desondanks dient de onafhankelijkheid van de media actief tegen ongebreidelde commercie te worden beschermd. Het bleef de heer Van Walsem onduidelijk hoe de keuzevrijheid van de consument bij verticale en horizontale concentratie en integratie blijft gewaarborgd. De regering is vaag over de eigendomsverhoudingen die zij nog aanvaardbaar vindt. De monitorfunctie voor het Commissariaat voor de media is onvoldoende uitgewerkt. Volstaat men met het toezicht door de NMA? Aan maatregelen ter bescherming van de journalistieke onafhankelijkheid worden door regering en commissie weinig woorden vuilgemaakt. De heer Van Walsem pleitte derhalve voor een tweede commissie-Jessurun: niet om het werk van de eerste over te doen, maar om de regering op korte termijn vanuit de huidige stand van zaken te adviseren.

Ten slotte vond de heer Van Walsem dat de regering uitgaat van een te starre interpretatie van artikel 82f van de Mediawet, dat bepaalt dat programma-aanbieders slechts één radiostation in eigendom mogen hebben. Een dergelijke interpretatie is fnuikend voor de concurrentiepositie van de commerciële radio ten opzichte van die van de publieke radio.

De heer Vendrik (GroenLinks) betreurde de late reactie van de regering op het rapport. Bovendien hekelde hij het voorlopige en weinig ambitieuze karakter ervan. Waarom toont de regering zich zo weinig daadkrachtig op dit zo belangrijke terrein? De heer Vendrik vond het hoog nodig dat de in verschillende regelingen verspreide concentratiewetgeving wordt geïntegreerd en nader uitgewerkt. De bestaande regelingen omtrent mededinging zijn voor de bevordering van pluriformiteit op de mediamarkt onvoldoende; een actievere rol van de overheid hierbij is zeer gewenst. Ook is het de hoogste tijd voor een heldere, brede regelgeving omtrent cross-ownership.

Het programmastatuut vormde volgens de heer Vendrik in beginsel een waarborg voor pluriformiteit en onafhankelijkheid. Hij pleitte voor een duidelijke omschrijving van de status van het programmastatuut en een versterking van de positie van programmamakers daarin. De overheid kan, indien nodig, de verbreding van het programmastatuut naar andere media forceren door een ultimatum te stellen. Verder vond de heer Vendrik dat de belangrijke monitoringsopdracht voor het Commissariaat voor de media een heldere en concrete uitwerking verdient. De mogelijkheden tot toezicht dienen in ieder geval vergezeld te gaan van wetgeving die ingrijpen in marktontwikkelingen mogelijk maakt.

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris wees erop dat alle Nederlandse publieke omroepen beschikken over een redactiestatuut, zij het dat deze niet alle even verstrekkend zijn. Hij zegde toe alle omroepen van het belang van een solide programmastatuut te doordringen. Hij toonde zich eventueel bereid tot benchmarking van de bestaande statuten en, in overleg met het Commissariaat voor de media, mogelijk tot een aanscherping van de bepalingen in de Mediawet omtrent het programmastatuut. Daarbij dacht hij aan de formulering van een programmastatuut in overleg met (in plaats van slechts na overleg met) werknemers of een nadere bepaling van de onderwerpen die in een programmastatuut moeten worden geregeld. Wel wees hij erop dat de zuiverende werking van de markt niet moet worden onderschat: geen enkele vereniging wil immers te boek staan als vereniging met een slecht programmastatuut. De staatssecretaris vond de invoering van redactie- c.q. programmastatuten voor internetcontentaanbieders op voorhand te ver gaan. Hij was bereid om hierover met relevante partijen in overleg te treden, al gaf hij er voorlopig de voorkeur aan om terughoudend te blijven: hij hechtte aan de autonomie van werkgevers en werknemers in de journalistiek en vertrouwde op hun onderhandelingsvrijheid.

Machtsconcentraties in de media kunnen op verschillende manieren worden tegengegaan: zo kan men kan deze via wetgeving verbieden, maar men kan ook een zo ruim mogelijke toegang tot een infrastructuur als de kabel bewerkstelligen. Machtsconcentraties in de media zijn evenwel vanwege overwegingen van benodigd kapitaal of andersoortige synergieën inderdaad niet altijd ongewenst. De staatssecretaris toonde zich daarom huiverig voor al te zware cross-ownershipregelgeving.

Het kabinet heeft er de voorkeur aan gegeven om geen nieuw toezichthoudend instituut in het leven roepen. Gezien zijn expertise is het Commissariaat voor de media een voor de hand liggende kandidaat voor de bewaking van de pluriformiteit en onafhankelijkheid van de informatievoorziening. Het Commissariaat zal, ook ongevraagd, rapporteren aan de regering. De toezichthouders NMA en OPTA nemen op basis van deze informatie eventueel maatregelen. De regering is in overleg met het Commissariaat over de precieze wijze waarop de monitoring zal plaatsvinden. De resultaten hiervan zullen op korte termijn naar de Kamer worden gezonden. In ieder geval zullen in de op te zetten database, die via internet is te raadplegen, alle relevante marktpartijen (zoals omroepen, pers, kabelexploitanten, internetaanbieders, programmaproducenten), de grote Europese en mondiale spelers en alle buitenlandse vertakkingen van Nederlandse bedrijven worden gevolgd. Het Commissariaat zal samenwerken met OPTA en NMA, evenals met andere instituten die over een bepaalde expertise beschikken, zoals universiteiten. De monitoring zal tevens een meer pro-actief beleid vergemakkelijken. OCW stelt voor de monitor een projectsubsidie van twee jaar ter beschikking.

De staatssecretaris benadrukte dat het overheidsbeleid is gericht op de stimulering van concurrentie en marktwerking binnen netwerksectoren. Pas als er geen sprake is van vrije concurrentie tussen en binnen infrastructuren, dan is van overheidswege een actieve bescherming van de consument tegen monopolistische aanbieders geboden.

Het kabinet heeft bewust gekozen voor de veiling als instrument voor de distributie van AM/FM-frequenties, mede vanwege het anonieme karakter van deze verdelingswijze. De specifieke veilingvoorwaarden zullen aan de Kamer worden gezonden. Een waarborg voor pluriformiteit in de ether wordt gevormd door de grote frequentieruimte die is gereserveerd voor publieke omroep, lokale zenders en minderhedenzenders. De staatssecretaris was geen voorstander van een verregaande compartimentalisering van de ruimte voor commerciële zenders. De toewijzing van meer frequenties aan één partij kan de concurrentie in de FM-ruimte ondermijnen; geschikte marktpartijen worden daardoor immers uitgesloten. Uitstel van de veiling is juridisch onmogelijk en vanuit markttechnisch oogpunt niet opportuun. De markten voor frequenties voor mobiele telefonie en voor radio kennen overigens wezenlijke verschillen van economische aard, dus een vergelijking is problematisch. Desalniettemin zal uit de teleurstellende gang van zaken rond de veiling van de UMTS-frequenties lering moeten worden getrokken.

De voorzitter van de commissie,

Van der Hoeven

De griffier van de commissie,

Coenen


1 Samenstelling:


Leden: Schutte (RPF/GPV), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), De Vries (VVD), Dijksma (PvdA), Cherribi (VVD), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Passtoors (VVD), Belinfante (PvdA), Kortram (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Hamer (PvdA), Nicolaï (VVD), Van Bommel (SP), Barth (PvdA), Halsema (GroenLinks), Örgü (VVD), Wijn (CDA), Eurlings (CDA)

Plv. leden: Stellingwerf (RPF/GPV), Schimmel (D66), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Van Baalen (VVD), Valk (PvdA), Udo (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Gortzak (PvdA), Middel (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Spoelman (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Poppe (SP), Arib (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Verhagen (CDA), Visser-van Doorn (CDA), De Cloe (PvdA)

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie