Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Borst over illegalen in de maatschappelijke opvang

Datum nieuwsfeit: 25-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VWS problematiek inzake illegalen en (ex)asielz oekers in de maatschappelijke opvang

Gemaakt: 26-9-2000 tijd: 17:15

4

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Bij brief van 15 mei 2000 (DBO/CBU/U-20066158) heb ik, mede namens de Staatssecretaris van Justitie, toegezegd u te informeren over de uitkomsten van het overleg tussen de Federatie Opvang, de VNG en de ministeries van Justitie en VWS over de problematiek inzake illegalen en (ex)asielzoekers in de maatschappelijke opvang.

Op 18 mei jongstleden heeft dit overleg plaatsgevonden. De uitkomsten van dit overleg zijn verwerkt in reactie op de brief van de Federatie Opvang van 21 maart 2000. Hierbij doe ik u een afschrift van deze reactie toekomen.

Tijdens het Algemeen Overleg over de Koppelingswet op 15 maart 2000 heb ik toegezegd een overleg te zullen plannen met het bestuur van de stichting Koppeling. Dit gesprek heeft op 2 mei 2000 plaatsgevonden. Ik heb waardering voor de inzet van het bestuur en het secretariaat en voor de vooruitgang die de stichting met de uitbouw van het Koppelingsfonds heeft gerealiseerd. Een punt van zorg blijft de bekendheid in het veld met de mogelijkheden voor financiering van de zorg aan illegalen en werkwijze van het Koppelingsfonds. Om de voorlichting en de informatie te versterken zal het fonds in samenwerking met een extern bureau een communicatieplan ontwikkelen waarin ook de relatie met regionale platforms en hulpverleners wordt uitgewerkt.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Federatie Opvang

Naar aanleiding van uw brief van 21 maart 2000 (uw kenmerk F0286/7.6/jv) merk ik, mede namens de Staatssecretaris van Justitie, het volgende op.

In uw brief wijst u op een aantal knelpunten rond (ex)asielzoekers en illegalen in de maatschappelijke opvang. Tijdens het Algemeen Overleg over de Koppelingswet op

15 maart 2000 heb ik toegezegd deze problematiek te zullen bespreken met uw Federatie, de VNG en het ministerie van Justitie. Op 18 mei 2000 heeft dit gesprek plaatsgevonden. Tijdens dit overleg bleek met name onduidelijkheid te bestaan over de vraag welke regelgeving van toepassing is op de verschillende categorieën vreemdelingen.

Ten eerste is er de groep vrouwen met een afhankelijke verblijfstitel. Deze vrouwen hebben recht op voorzieningen zoals een bijstandsuitkering en kinderbijslag. Zij komen alleen niet in aanmerking voor een zelfstandige huisvestingsvergunning. Dit betekent dat zij gedurende de procedure over hun verzoek tot voortgezette toelating bij iemand moeten inwonen of in de maatschappelijke opvang verblijven. Het ministerie van VROM stelt zich op het standpunt dat niet zelfstandige woonruimte, waarvoor geen huisvestingsvergunning is vereist, voldoende passend is voor deze categorie vrouwen.

Vervolgens zijn, naast vrouwen met een afhankelijke verblijfsstatus, de volgende groepen te onderscheiden. Illegalen, vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven en nog in de COA-opvang verblijven alsmede vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven maar geen recht hebben op voorzieningen. Bij deze laatste categorie kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de Dublinclaimanten alsmede aan vreemdelingen die een tweede of volgende asielaanvraag hebben ingediend.

De groep illegalen kan worden opgesplitst in vreemdelingen die nog nooit een asielprocedure hebben doorlopen en vreemdelingen die - na afronding van de asielprocedure - niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning maar desondanks in Nederland blijven.

Bij de opvangvoorzieningen kunnen in principe mensen uit al deze verschillende (sub)groepen een beroep doen op opvang.

Het is voor de hulpverlening van belang om te weten om welke specifieke groep het gaat omdat de bestaande voorzieningen voor asielzoekers in een aantal gevallen soelaas kunnen bieden. Voor Dublinclaimanten alsmede voor overige asielzoekers die geen recht hebben op COA-opvang geldt- dat indien er sprake is van zeer schrijnende humanitaire omstandigheden COA-opvang mogelijk is.

Overigens geldt dat in alle gevallen waarin uitstel van vertrek op grond van artikel 25 Vreemdelingenwet (medische redenen) wordt verleend aan illegalen, al dan niet ex-asielzoekers, men in aanmerking komt voor COA-voorzieningen. Dit geldt overigens ook voor vreemdelingen zonder voorzieningen, eigen inkomsten of vermogen die nog in procedure zijn over het verblijfsrecht maar zich feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden als vreemdelingen aan wie uitstel van vertrek op grond van artikel 25 Vreemdelingenwet zou zijn verleend. Het is van belang om de hulpverleners die werkzaam zijn in de opvang adequaat te informeren over de mogelijkheden binnen de bestaande regelgeving. Immers, dit betekent dat niet altijd de maatschappelijke opvanginstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor de opvang van illegalen in noodsituaties.

De Federatie Opvang is gevraagd om een project op te zetten gericht op het vergroten van de kennis bij hulpverleners over de bestaande wet- en regelgeving. Daarnaast is verzocht om op een actieve manier instellingen te informeren over deze materie. Daartoe zal gebruik worden gemaakt van materiaal van het ministerie van Justitie.

Tijdens het overleg op 18 mei 2000 is aangegeven dat de opvang alleen (tijdelijk) hulp moet bieden in acute zeer schrijnende noodsituaties. Het moge duidelijk zijn dat niet voor iedereen die bij de opvang aanklopt sprake zal zijn van een dergelijke humanitaire noodsituatie. Dit zal betekenen dat soms mensen de deur gewezen zal moeten worden.

Omdat de geboden opvang altijd een tijdelijk karakter heeft, heeft dit tot gevolg dat op enig moment mensen de opvang weer zullen moeten verlaten. Tijdens het overleg is aangegeven dat wij begrip hebben voor het feit dat het voor hulpverleners niet altijd eenvoudig is om hiermee om te gaan. Gelet hierop is aan de Federatie Opvang gevraagd om handreikingen te ontwikkelen voor hulpverleners teneinde hen hierbij te ondersteunen.

Tijdens vorengenoemd overleg is er op gewezen dat illegalen in de opvanginstellingen een beroep kunnen doen op de regionale terugkeerteams die uitgeprocedeerde asielzoekers in praktische zin voorbereiden op terugkeer naar het land van herkomst. Vooropgesteld dient te worden dat iemand die niet rechtmatig in Nederland verblijft zelfstandig dient terug te keren naar het land van herkomst. Aangezien illegalen in de maatschappelijke opvang weinig perspectief geboden kan worden op een vervolgtraject in Nederland, is het goed dat hulpverleners in de opvang in ieder geval kunnen doorverwijzen naar de terugkeerteams. Hiervoor zal contact gelegd moeten worden met de bestaande regionale terugkeerteams alsmede met de Internationale Organisatie voor Migratie die de terugkeer kan faciliteren. Het ministerie van Justitie zal de Federatie Opvang informatie aanleveren over deze regionale ondersteuning.

Een ander probleem dat in het overleg aan de orde is gesteld, betreft het feit dat (sommige) illegalen de eigen bijdrage niet betalen. Dit levert een exploitatieprobleem op voor de instellingen. De federatie pleit in dit verband voor een soort illegalenfonds. Het druist echter tegen de geest van de Koppelingswet in om een dergelijk fonds in het leven te roepen. Verder is het niet wenselijk om voor elk probleem een nieuwe financieringsstroom in het leven te roepen.

Tijdens het overleg is benadrukt dat de specifieke uitkering ook ingezet kan worden ter dekking van de kosten van niet-betalende cliënten. Zoals ook bij zorginstellingen de regel is, is het verstandig om een post dubieuze debiteuren op te nemen in de begroting van instellingen. Deze post kan worden aangewend in het geval er geen eigen bijdrage kan worden geïnd. De opvanginstellingen zullen hierover met gemeenten afspraken moeten maken.

Tot slot is afgesproken om in het najaar 2000 nogmaals bijeen te komen teneinde te bezien op welke wijze uitvoering is gegeven aan de bovengenoemde afspraken en welke knelpunten eventueel nog aanwezig zijn.

Ik vertrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

de Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie