Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

De Digitale Stad (DDS) voor de rechter

Datum nieuwsfeit: 26-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
zPersbericht De Digitale Stad (DDS)

Amsterdam, 25 september 2000

DDS 26 september voor de rechter

De Digitale Stad (DDS) moet dinsdag 26 september 2000 voor de rechter in Amsterdam verschijnen. Het betreft hier een juridische nasleep in verband met een weigering uit 1997 om persoonsgegevens te verstrekken van een van haar gebruikers aan de politie. De rechter wenst zowel politie als DDS nogmaals horen omdat er vragen zijn m.b.t. de juistheid van het destijds door de politie opgemaakte proces verbaal.

Voorgeschiedenis

Op 25 juni 1997 heeft de regiopolitie Utrecht geprobeerd om bij Stichting De Digitale Stad (DDS) adresgegevens van een internetgebruiker te vorderen zonder handtekening van de rechter commissaris zoals te doen gebruikelijk bij een dergelijke vordering.

Gesteld werd destijds door de regiopolitie Utrecht dat men - op basis van een nooit gebruikte bijzondere bepaling over staatsveiligheid en zedendelicten, artikel 551 wetboek van strafvordering - gegevens bij internetnet providers kan vorderen zonder enige juridische toetsing vooraf van een dergelijk verzoek door een rechter-commissaris.

De Digitale Stad stelde zich op het standpunt dat een dergelijke maatregel het gevaar in zich draagt van mogelijk misbruik en het aantasten van de rechten van burgers die hun persoonsgegevens en andere gegevens zoals elektronische post achterlaten in een geautomatiseerd systeem. Indien een beroep op artikel 551 toelaatbaar zou zijn kan de politie te allen tijde met een eenvoudig telefoontje naam en adresgegevens - maar wellicht ook de inhoud van complete mailboxen e.d. - opvragen van iedere internet gebruiker zolang maar wordt verwezen naar de staatsveiligheid of kinderpornografie.

De Digitale Stad heeft gezien de grote gevaren die gepaard gaan met het gebruiken van artikel 551 en de goede alternatieve mogelijkheden die er voor de politie zijn om persoonsgegevens van gebruikers te verkrijgen - middels een vordering via de rechter commissaris - zich in 1997 op het standpunt gesteld dat zij geen gehoor wenste te geven aan de gedane vordering op grond van artikel 551. Bovendien meende De Digitale Stad dat de vordering ook zuiver juridisch niet op artikel 551 wetboek van strafvordering kon worden gebaseerd. De politie die destijds verklaarde "voor ons is het ook een experiment hoe de samenleving hierop reageert", heeft daarop op 8 juli 1997 proces verbaal tegen Stichting De Digitale Stad opgemaakt wegens overtreding van artikel 184 van het wetboek van strafrecht (geen gehoor geven aan een vordering). Tevens werd op 8 juli een nieuwe vordering overhandigd die wel door de rechter commissaris was ondertekend om alsnog de gevraagde persoonsgegevens te verstrekken. DDS heeft op grond van deze correcte vordering de gevraagde persoonsgegevens destijds alsnog overhandigd.

Waarover gaat het dinsdagochtend a.s.?
In een eerder proces in april 1999 kon worden getoetst of het gebruik van artikel 551 gewettigd is of dat DDS terecht heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het gebruik van dit artikel. Door De Digitale Stad is daarbij aangevoerd dat artikel 551 niet alleen onterecht gebruikt wordt vanwege de grote privacybelangen van internetgebruikers, maar dat zij juridisch gesproken evenmin correct is vanwege het feit dat dit artikel uitsluitend betrekking heeft op het verstrekken van tastbare voorwerpen en niet op geautomatiseerde gegevensbestanden. Uit een arrest van de Hoge Raad in oktober 1997 kan al worden geconcludeerd dat De Digitale Stad het bevel terecht heeft geweigerd, tenzij de gegevens in een ordner zouden zijn opgeslagen. De verbaliserende agent laat - na deze uitspraak van de Hoge Raad - in een verbaal gedateerd december 1997 opnemen dat De Digitale Stad in juni 1997 aan deze agent verklaard zou hebben dat de betreffende persoonsgegevens bij DDS in ordners worden bewaard. Met een dikke streep onder ordners. De Digitale Stad ontkent de juistheid van die bewering in het proces verbaal. DDS bewaart geen persoonsgegevens in ordners, heeft dat ook nooit gedaan en heeft dat derhalve ook niet verklaard aan de betreffende agent. NAW gegevens zijn uitsluitend elektronisch beschikbaar en dit is uitvoerig uitgelegd aan de betreffende agent zowel in deze als eerdere zaken.
Op grond van de tegenstrijdige verklaringen van de verbaliserende agent en DDS omtrent de juistheid van het proces verbaal (de gedane uitspraken over het wel of niet aanwezig zijn van ordners) heeft de rechter het nodig geacht beide partijen nu nogmaals te horen.

Beleid van DDS: goede balans tussen bescherming persoonsgegevens op internet en opsporingsbelangen

Met betrekking tot verzoeken van de politie om persoonsgegevens ter beschikking te stellen heeft DDS zich altijd op het standpunt gesteld dat wij in dergelijke gevallen aan onze gebruikers verplicht zijn de nodige zorgvuldigheid te betrachten. Deze zorgvuldigheid betekent in de praktijk dat een vordering van de politie voorzien is van een handtekening van een rechter commissaris. Via deze procedure is een goede balans gevonden tussen de legitieme opsporingsbelangen van de politie enerzijds en de legitieme behoefte aan een gewaarborgd recht op bescherming van de privacy van onze gebruikers anderzijds. Na een door RC getekende vordering werkt DDS graag mee aan het verstrekken van de gevraagde gebruikers gegevens. Deze zorgvuldigheidprocedure wordt gevolgd en ondersteund door de vereniging van Nederlandse Internet Providers NLIP.

Samenwerking met providers noodzakelijk bij bestrijding kinderpornografie

Ook met de regiopolitie Utrecht heeft Stichting De Digitale Stad in het verleden samengewerkt op basis van bovenvermelde zorgvuldigheidsprocedures bij de bestrijding van kinderpornografie. De door DDS geleverde technische expertise en ondersteuning bij de bestrijding van kinderporno ging daarbij verder dan de door de politie gevorderde activiteit. De technische inbreng van providers is vaak noodzakelijk omdat de nodige expertise bij de politie ontbreekt.

De Digitale Stad betreurt het dan ook zeer dat justitie de samenwerking tussen DDS en de politie bij de opsporing van kinderpornografie bemoeilijkt door gebruik te maken van wetsartikelen die misbruik door de politie in het geheel niet uitsluiten. De Digitale Stad dreigt nu bovendien zelf het slachtoffer te worden van ambtelijk machtsmisbruik. DDS moet zich verdedigen tegen een door de politie opgemaakt proces verbaal waarin beweerd wordt dat de directeur van DDS gesteld heeft dat door DDS persoonsgegevens van gebruikers in ordners bewaard worden. Helder is dat DDS terecht geweigerd heeft persoonsgegevens te verstrekken op grond van artikel 551 omdat dit artikel daarvoor niet mocht worden gebruikt als deze gegevens alleen elektronisch zijn opgeslagen. Met het gebruik van Artikel 551 zelf is na deze proefballon niet meer geëxperimenteerd door justitie.

De Digitale Stad wil nogmaals benadrukken dat de opslag van persoonsgegevens een hoge mate van bescherming verdient. Er zijn goede en nette manieren van opsporing voorhanden waaraan internetproviders hun medewerking verlenen. Het uitproberen door justitie van methoden die door providers en hun gebruikers niet worden geaccepteerd werkt dan ook averechts bij de bestrijding van de kinderpornografie.

J. Flint
Directeur
tel: 020-6257493

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie