Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van Boxtel bij Vlaams Economisch Verbond

Datum nieuwsfeit: 27-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak minister Van Boxtel tijdens een lunchbijeenkomst van het Vlaams Economisch Verbond - Comité Brussel

Een toespraak bij het onderwerp Grotestedenbeleid

27 september 2000

Dames en heren, geachte voorzitter,
Grote steden als specifiek beleidsterrein is een betrekkelijk nieuw verschijnsel in de politiek. Gelukkig wordt het belang van vitale steden inmiddels in verschillende Europese landen onderkend. Ik krijg dan ook steeds meer collega's in Europa: Claude Bartolone in Frankrijk, Hillary Armstrong in Groot-Brittannië, Jytte Anderson in Denemarken -en uiteraard de heer Charles Picqué van de federale regering hier in België, die het 'grotestedenbeleid' in zijn portefeuille heeft. Ook in de Vlaamse regering heb ik een collega, de heer Sauwens. Ik heb nog niet met de heer Sauwens van gedachten kunnen wisselen, maar ik ben er van overtuigd dat dat op korte termijn gaat gebeuren. Want er bestaat al een kanaal waarbij de Nederlanders en de Vlamingen op het terrein van het grotestedenbeleid ervaringen uitwisselen. In het project 'Vitale Stad' leren we van elkaar én versterken we elkaar via workshops en publicaties. Net als het grotestedenbeleid zelf groeit het project met vallen en opstaan, maar na de doorstart van twee weken geleden verwacht ik niet anders dan dat de contacten alleen maar verder worden uitgebouwd. De grote steden kennen meer dan voldoende uitdagingen om samenwerking en kennisuitwisseling als een noodzaak te beschouwen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de publiek-private samenwerking. Ik heb begrepen dat de Vlaamse overheid werkt aan een kenniscel waar informatie en ervaringen over PPS wordt verzameld. Een uitstekend initiatief, want ik beschouw PPS als een onmisbaar instrument om complete, vitale steden te realiseren.
Samenwerking en partnerschap zijn immers kernbegrippen in het grotestedenbeleid. Het komt erop aan om deze zo goed mogelijk te organiseren. Dat vereist organiserend vermogen. In een gesprek met ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf is dat als een kritische succesfactor naar voren gekomen. De stad met het grootste organiserend vermogen is ook op economisch en sociaal gebied het meest succesvol. Dat is ook weer gebleken tijdens het congres ICT en de stad dat ik samen met de gemeente Den Haag eerder deze maand heb georganiseerd.
U heeft mij al een paar keer het woord 'vitaal' horen noemen. Niet dat de steden zijn ingeslapen; ik zie ook in de hedendaagse steden de levendigheid en drukte die ik me herinner van vroeger. Maar de steden zijn uit balans geraakt. Wie de stad van bovenaf bekijkt, ziet verschraalde plekken. De problemen stapelen zich op, en dan ook nog vooral in bepaalde wijken. Enkelvoudige oplossingen bieden dan geen soelaas. Knelpunten kunnen niet worden opgelost door wat losse overheidsmaatregelen.
Daarom is het Nederlandse grotestedenbeleid gebaseerd op een integrale aanpak: investering in de fysieke infrastructuur, herstel van de werkgelegenheid en de bedrijvigheid en van de sociale infrastructuur van onze steden. De uitdaging is deze drie pijlers effectief met elkaar te verbinden. Dwarsverbanden leggen dus.
De Nederlandse regering heeft deze kabinetsperiode 16.5 miljard gulden uitgetrokken om dit beleid in 4 grote en 21 middelgrote steden zijn beslag te laten krijgen. De steden hebben hiervoor zelf een stadsvisie moeten ontwikkelen, en het kabinet heeft de toekenning van gelden afhankelijk gesteld van goedgekeurde meerjarenplannen. Hiermee menen wij het maatwerk op lokaal niveau, de integrale en probleemgerichte wijkaanpak, te bevorderen. Overigens is die integraliteit ook op rijksniveau belangrijk: als minister voor grotesteden- en integratiebeleid ben ik medeverantwoordelijk voor de begrotingen van mijn collega-ministers.
De integrale en probleemgerichte aanpak in de steden staat of valt met de bereidheid van bedrijven, instellingen en overheden om over de eigen schutting heen te kijken. De politiek en de ambtenarij moeten ontkokerd te werk gaan. U als ondernemers moet verder kijken dan de deuren van uw bedrijfspand, en het verband zien tussen de eigen ontwikkeling en die van de stad als geheel. U weet dat wanneer meerdere partijen betrokken zijn bij een project of proces, er iemand moet zijn die de regie voert. In Nederland vervullen de steden die rol. Natuurlijk bepaalt de bestuurlijke organisatie voor een deel de randvoorwaarden waarbinnen steden zelfstandig kunnen opereren. Ik ben mij ervan bewust dat de taken en bevoegdheden van de Nederlandse en Vlaamse steden verschillen.
De functies van de Belgische OCMWs bijvoorbeeld, de centra voor maatschappelijk welzijn, zijn in Nederland volledig binnen de gemeentelijke bevoegdheden ondergebracht. Mogelijk vereenvoudigt dit de regie van maatschappelijke processen. Toch blijft het ook voor Nederlandse steden een hele klus om partijen bij elkaar te brengen op basis van gemeenschappelijke, of tenminste parallelle belangen.
Op het gebied van veiligheid is er zon gemeenschappelijk belang van de gemeente, het bedrijfsleven en de burgers. Burgers ervaren criminaliteit als een aanslag op hun leefklimaat. In Nederland nemen burgers steeds vaker het initiatief om de eigen buurt veiliger te maken. Deze initiatieven variëren van opknapbeurten van vervallen panden tot straatpatrouilles. Hieruit blijkt hoezeer de lokale veiligheid hen aan het hart gaat, een beeld dat overigens wordt bevestigd door onderzoeken van politie en overheid. De politie Haaglanden heeft onlangs geconstateerd dat mensen steeds minder bereid zijn overlast in hun wijk te accepteren.
Burgers kunnen op verschillende manieren bijdragen aan de oplossing van de veiligheidsproblematiek. Een stimulerend voorbeeld vind ik het initiatief van een groep Rotterdamse Marokkaanse vaders die, na berichten over overlast die Marokkaanse jongeren in de buurt veroorzaakten, in overleg met de politie zelf zijn gaan patrouilleren om de jongeren aan te spreken op hun gedrag. Het is des te meer een stimulerend voorbeeld omdat de overheid en de politie de grootste moeite hadden deze jongeren te bereiken. Hiermee geef ik meteen de belangrijke taak aan voor de overheden om minderhedenorganisaties te betrekken bij veiligheidsprojecten.
Ook op het bedrijfsleven heeft veiligheid - vaak wanneer daar een gebrek aan is - grote impact. Voor bedrijven kan criminaliteit aanleiding zijn om te vertrekken, zeker wanneer zij zijn gevestigd in aandachtswijken. Een aantal grote bedrijven in Amsterdam Zuid-Oost heeft al laten weten te vrezen voor de veiligheid van hun personeel, waarvan sommigen op weg naar of van het werk zijn beroofd. Ook Albert Heijn en Kwik Fit in de Bijlmer hebben noodsignalen afgegeven naar aanleiding van inbraken en diefstal. Gelukkig is de Albert Heijn gebleven. Want wegtrekkende bedrijvigheid is desastreus voor de lokale werkgelegenheid. Maar de betrokkenheid reikt verder. Ik zei eerder al dat bij het grotestedenbeleid dwarsverbanden moeten worden gelegd. Criminaliteit en onveiligheid staan immers niet op zichzelf, hier ligt een verband met de uitval van jongeren bij het onderwijs, die daardoor maar moeilijk aansluiting vinden op de arbeidsmarkt. Een speciale aandachtsgroep hierbij zijn jongeren uit minderheidsgroepen. Uit onderzoek blijkt dat van de jeugdige verdachten van strafbare feiten -ik heb het dan over jongeren tussen 12 en 24 jaar- bijna een kwart afkomstig is uit minderheidsgroepen. Vaak gaat het hier om jongeren van wie de ouders laag zijn opgeleid en slecht Nederlands spreken, en de jongeren zelf slecht meekomen op school, of al gestopt zijn met hun opleiding. Veel van deze jongeren blijken onvoldoende te zijn geïntegreerd.
Nu kun je je wel beperken tot repressie in het kader van de criminaliteitsbestrijding, en dat laten we zeker niet achterwege. Maar we kunnen ook proberen te voorkomen dat deze jongeren in een neerwaartse spiraal terecht komen. We voeren daarom een beleid waarbij integratie en preventie centraal staan. De overheid heeft het bedrijfsleven hier nauw bij betrokken. We hebben alternatieve leer-werktrajecten opgezet -u begrijpt: die zijn niet te realiseren zonder medewerking van bedrijven-, en bijvoorbeeld Albert Heijn biedt jongeren die een keer over de schreef zijn gegaan een werkervaringsplaats.
Dit verkleint niet alleen de kans op recidive -denkt u aan de veiligheid-, maar waarschijnlijk zijn deze jongeren uitstekende toekomstige werknemers.
Dat is ook wat de ondernemers in Amsterdam-Zuidoost hebben gemerkt. Een aantal bedrijven wilde zich graag in de buurt van het Amsterdamse ArenA-stadion te vestigen. Zij zagen hier voordelen in omdat de ArenA op een gunstige plek is gevestigd, en bovendien een gigantisch parkeerterrein heeft dat voor een groot deel van de tijd leeg staat. De bedrijven die zich hier en in de omgeving vestigden hebben uiteraard ook personeel nodig. In de nabijgelegen Bijlmer wonen veel allochtonen die nog geen afgeronde beroepsopleiding hebben.
De ondernemers en bewonersorganisaties hebben het initiatief genomen om een beroepsgerichte opleiding van twee jaar te ontwikkelen, de ArenA Academie, die wordt aangevuld met leer-werkstages bij de deelnemende ondernemers. Afronding van deze opleiding geeft een garantie op werk bij de deelnemende bedrijven. De gemeente en de stadsdeelraad hebben de waarde van dit initiatief gezien en steunen het van harte. Dit samengebalde vermogen heeft een belangrijke impuls gegeven aan de lokale economie.
Het ArenA-initiatief, waarvan de Academie een onderdeel is, is in vier jaar tijd uitgegroeid tot een uitgebreid netwerk waarbij zelfs bedrijven buiten Amsterdam Zuid-Oost zijn aangehaakt. Het resultaat is er dan ook naar: in vier jaar tijd is de werkloosheid gedaald van 16.000 naar 8.400.
U ziet het, ik ben ervan overtuigd dat overheid én ondernemers gebaat zijn bij een intensieve samenwerking. De overheid vraagt hierbij niet aan ondernemers om zich filantropisch op te stellen. Wél vragen we aan bedrijven om de mogelijkheden optimaal te benutten, om bereid te zijn een stapje verder te gaan en te investeren in de toekomst. U weet net zo goed als ik dat krapte op de arbeidsmarkt kan leiden tot vertraging in de economische groei. Toch blijft in Nederland een groot arbeidspotentieel nog te vaak onbenut. Zo is in Nederland de werkloosheid onder minderheden nog altijd vier keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders. De behoefte van het bedrijfsleven aan arbeidskrachten en het streven van de overheid om de werkloosheid onder minderheden terug te dringen moeten dus worden samengebracht. Het Nederlandse kabinet wil deze kabinetsperiode de werkloosheid onder minderheden terugbrengen van 16% naar 10%. We zitten nu op 14%. Om deze positieve ontwikkeling verder te ondersteunen, heb ik dit voorjaar een convenant afgesloten met het Midden- en Kleinbedrijf om 20.000 werklozen uit minderheidsgroepen aan het werk te krijgen. Ook hebben 15 grote bedrijven in een convenant doelstellingen vastgelegd om de arbeidsparticipatie van minderheden te bevorderen. Dergelijke doelstellingen zijn nodig, want nog te vaak weten ondernemers niet de weg te vinden naar dit enorme arbeidspotentieel. Soms is er sprake van bewuste of onbewuste discriminatie, soms is men te onbekend met de culturele achtergrond van deze potentiële werknemers. Van intercultureel management is bij veel bedrijven nog weinig sprake. Nogmaals, het is niet alleen in ons belang, maar ook in het belang van het bedrijfsleven.
Op verschillende terreinen van het grotestedenbeleid zie ik een hoopvolle inzet van ondernemers. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de commissie-grotestedenbeleid van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. Deze commissie wil de mogelijkheden voor bedrijvigheid in de steden optimaliseren, en zij heeft hierbij ook aandacht voor de veiligheid en de leefbaarheid van wijken.
Een ander voorbeeld is het Overleg Platform Stedelijke vernieuwing, waaraan verschillende grote bedrijven, gemeenten en organisaties deelnemen. Dat de gezamenlijke inspanning van overheden en bedrijfsleven vruchten afwerpen, laat zich bijvoorbeeld zien in de forse werkloosheidsdaling de afgelopen jaren in aandachtswijken. Niet alleen in Amsterdam Zuid-Oost, ook in de Rotterdamse wijk Feyenoord is de werkloosheid teruggedrongen van 9.000 tot zon 5.500.
Dames en heren,
De economie groeit hard. Daar moeten we van profiteren. Want we hebben nog vele uitdagingen voor ons liggen. Niet alleen in Nederland, ook in België, en niet in de laatste plaats op Europees niveau.
Vergeet u daarbij niet te denken aan de vele mogelijkheden die de ICT u biedt. Tijdens het congres ICT en de stad, waar ik het daarnet al over had, bleek dat men er in Turijn in is geslaagd om door middel van ICT-mogelijkheden de reistijden binnen de stad met zo'n 15% te verkorten. Ik weet niet precies hoe het hiermee in België staat, maar in Nederland worden door steden en het bedrijfsleven de ICT-mogelijkheden nog onvoldoende benut. Ik heb de toekomstige toekenning van gelden voor het grotestedenbeleid dan ook gekoppeld aan plannen van steden op dit gebied. Want over 10 jaar moet iedere stad een kennisknooppunt zijn in de ICT-economie.
Ik ga u uitdagen. Ik daag u uit, geachte ondernemers, om samen met de overheid te werken aan een stad die economisch én sociaal sterk is.
Net als Nederlandse ondernemers zult u soms aanlopen tegen bureaucratische structuren van overheidsinstellingen. Ook in Nederland brengen de meerjarige ontwikkelingsprogrammas van de steden nieuwe regels en toetsingskaders met zich mee. Maar als de integrale aanpak leidt tot het opeenstapelen daarvan, dan hebben we daar met zn allen last van.
Hoe groot die last is, voelt u. U zult dat bespreekbaar moeten maken, opdat we daar gezamenlijk iets aan kunnen doen! En ik daag u uit, bestuurders, om het bedrijfsleven actief te betrekken bij de realisatie van uw doelstellingen. Om ze te prikkelen methodes te gebruiken die net wat meer inzet vereisen, maar daarmee ook meer voordelen kunnen verschaffen. Zorg ervoor, Vlaamse regering, dat stadsbesturen en ondernemers elkaar kennen en weten te vinden. In Nederland hebben we hiervoor in "de ondernemende stad" speciale bijeenkomsten georganiseerd. Ook over de grenzen heen moeten we nog veel werk verzetten. Nu er in steeds meer Europese landen een specifiek grotestedenbeleid wordt ontwikkeld, is het van belang dat de kennis en ervaringen worden uitgewisseld. Bovendien ligt er voor de Europese Commissie een taak om obstakels weg te nemen die een effectief grotestedenbeleid in de weg staan.
Ik heb al eerder gepleit voor een Europese Commissaris voor grotestedenbeleid, en ik doe dat hier opnieuw. Het verbaast me hierbij overigens dat er geen krachtige lobby vanuit het bedrijfsleven is richting de Europese instellingen om meer gericht aandacht te besteden aan ondernemerschap in de grote Europese steden. Europese aanbestedingsregels staan een positief vestigingsbeleid van nationale en lokale overheden in de weg. Toch willen deze overheden dat u zich vestigt in aandachtsgebieden. U loopt dus potentiële subsidies mis.
Dames en heren,
U en ik hebben de taak de knelpunten in de grote steden op te lossen. We hebben onze handen vol aan de hedendaagse problemen, en moeten de stad voorbereiden op de uitdagingen van de toekomst. Dat lukt alleen als we de handen ineenslaan.
Ik dank u wel.
Alleen het gesproken woord geldt. Thema: Openbaar bestuur Subthema: grotestedenbeleid Trefwoorden: grotestedenbeleid-gsb, openbaar bestuur, toespraken-speeches

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie