Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Persmededelingen Belgisch Ministerie van Justitie

Datum nieuwsfeit: 28-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Europese Unie

2288. Raad - JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN Press Release: Brussels (28-09-2000) - Press: 341 - Nr: 11705/00

11705/00 (Presse 341)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2288e zitting van de Raad


- JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN -

Brussel, 28 september 2000

Voorzitters:

de heer Daniel VAILLANT

Minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Elisabeth GUIGOU

Grootzegelbewaarder, minister van Justitie

van de Franse Republiek

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

VISUMPLICHT EN VISUMVRIJSTELLING VOOR ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN


*

WIJZIGING VAN DE EUROPOL-OVEREENKOMST: UITBREIDING VAN DE BEVOEGDHEID

VAN EUROPOL TOT HET WITWASSEN VAN GELD

*

MINIMUMNORMEN VOOR ASIELPROCEDURES

*

OPVANG VAN ASIELZOEKERS

*

OPRICHTING VAN EEN VOORLOPIG JUSTITIEEL SAMENWERKINGSTEAM (EUROJUST)


*

SLACHTOFFERBESCHERMING

*

JUSTITIEEL NETWERK OP HET GEBIED VAN BURGERLIJKE ZAKEN


*

MILIEUBESCHERMING DOOR HET STRAFRECHT

*

VOORBEREIDING VAN DE GECOMBINEERDE RAAD ECOFIN/JBZ


*

DIVERSEN

*


-
VECHTHONDEN *

-
CONFERENTIE OVER CORRUPTIE *

GEMENGD COMITÉ

*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

*


-
Europees Vluchtelingenfonds *

-
Wijziging van enkele bepalingen van de Schengenovereenkomst *
-
Europol *

-

- Verslag inzake gegevensbescherming *

-

- Mogelijkheid om onderzoeken te laten instellen *
-
Management Unit en Sirene-netwerk *

-
Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving *
-

- Deelneming van Noorwegen *

-

- Betrekkingen met de kandidaat-lidstaten en landen die in aanmerking komen *

HANDELSBELEID

*


-
Overeenkomst EG-Mexico *

-
Verbod op de invoer van *

-

- gewone of blauwvintonijn van oorsprong uit Belize, Honduras en Equatoriaal Guinea *

-

- Atlantische zwaardvis van oorsprong uit Belize en Honduras *
EXTERNE BETREKKINGEN

*


-
Overeenkomst EG-Malta *

BENOEMINGEN

*


-
Comité van de Regio's *

TRANSPARANTIE

*


-
Toegang van het publiek tot documenten van de Raad *

Voor meer informatie: tel. 285 84 15 of 285 74 59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

De heer Antoine DUQUESNE

minister van Binnenlandse Zaken

De heer Marc VERWILGHEN

minister van Justitie

Denemarken
:

Mevrouw Karen JESPERSEN

minister van Binnenlandse Zaken

De heer Frank JENSEN

minister van Justitie

Duitsland:

Mevrouw Herta DÄUBLER-GMELIN

minister van Justitie

De heer Claus Henning SCHAPPER

staatssecretaris bij het ministerie van Binnenlandse Zaken

Griekenland
:

De heer Michalis STATHOPOULOS

minister van Justitie

Spanje
:

De heer Jaime MAYOR OREJA

minister van Binnenlandse Zaken

De heer Angel ACEBES PANIAGUA

minister van Justitie

Frankrijk
:

De heer Daniel VAILLANT

minister van Binnenlandse Zaken

Mevrouw Elisabeth GUIGOU

grootzegelbewaarder, minister van Justitie

Ierland
:

De heer Denis O'LEARY

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger

Italië
:

De heer Piero FASSINO

minister van Justitie

De heer Massimo BRUTTI

staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

Luxemburg
:

De heer Nicholas SCHMIT

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger

Nederland
:

De heer Benk KORTHALS

minister van Justitie

De heer Job COHEN

staatssecretaris van Justitie

Oostenrijk
:

De heer Ernst STRASSER

minister van Binnenlandse Zaken

De heer Dieter BÖHMDORFER

minister van Justitie

Portugal
:

De heer Nuno S TEIXEIRA

minister van Binnenlandse Zaken

De heer António COSTA

minister van Justitie

Finland
:

De heer Vile ITÄLÄ

minister van Binnenlandse Zaken

De heer Johannes KOSKINEN

minister van Justitie

Zweden
:

Mevrouw Kristina RENNERSTEDT

staatssecretaris bij het ministerie van Justitie

Mevrouw Maj-Inger KLINGVALL

minister bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Ontwikkelingssamenwerking en Migratie

Verenigd Koninkrijk
:

De heer Nigel SHEINWALD

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger


* * *

Commissie
:

De heer António VITORINO

lid


* * *

VISUMPLICHT EN VISUMVRIJSTELLING VOOR ONDERDANEN VAN DERDE LANDEN

De Raad wisselde van gedachten over de resterende onopgeloste vraagstukken inzake het voorstel voor een verordening tot vaststelling van de lijst van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van deze plicht zijn vrijgesteld. Hij had het in het bijzonder over de behandeling van bepaalde gevallen van Europese landen en niet-Europese landen en gebiedsdelen.

Tot besluit van dit debat stelde de voorzitter vast dat de delegaties in de Raad het er nagenoeg volledig over eens zijn dat zulke gevallen op basis van een compromisvoorstel van het voorzitterschap zullen worden opgelost. Hij droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op, de verordening - waarover het Europees Parlement opnieuw moet worden geraadpleegd - in het licht van de uitkomst van deze Raadszitting bij te werken.

WIJZIGING VAN DE EUROPOL-OVEREENKOMST: UITBREIDING VAN DE BEVOEGDHEID

VAN EUROPOL TOT HET WITWASSEN VAN GELD

In het licht van de consensus die de Raad op basis van een tekstvoorstel van het voorzitterschap had bereikt over de inhoud van de uitbreiding van de bevoegdheid van Europol tot het witwassen van geld, werd de bevoegde Raadsgroep verzocht het nodige te doen om dit dossier te voltooien zodra de Raad het advies van het Europees Parlement heeft ontvangen (wellicht in oktober 2000), opdat het ontwerp-protocol op 30 november 2000 formeel door de Raad JBZ kan worden aangenomen.

Dit ontwerp-protocol heeft tot doel de bevoegdheid van Europol uit te breiden tot het witwassen van geld in het algemeen, ongeacht het soort misdrijf waarvan de witgewassen opbrengsten afkomstig zijn.

MINIMUMNORMEN VOOR ASIELPROCEDURES

De Raad nam nota van de presentatie door Commissielid VITORINO van een voorstel voor een richtlijn houdende minimumnormen voor de procedure tot toekenning en intrekking van de status van vluchteling in de lidstaten, en droeg de bevoegde Raadsorganen op dit voorstel grondig te bestuderen.

Dit voorstel strekt er in wezen toe minimumnormen uit te werken om een eenvoudig, snel en rechtvaardig systeem te kunnen opzetten voor de toekenning en intrekking van de status van vluchteling. Het voorstel bevat onder meer specifieke bepalingen betreffende, enerzijds, de behandeling van duidelijk ongegronde asielverzoeken en, anderzijds, de correcte identificatie van vluchtelingen, door het verlenen van minimale procedurewaarborgen.

Alle lidstaten waren ingenomen met de aanpak van de Commissie in dit voorstel, dat de aanzet wil zijn om tot een efficiënte en bruikbare gemeenschappelijke noemer op asielgebied te komen.

Het richtlijnvoorstel is het resultaat van de analyse die de Commissie van verschillende bijdragen, met name van de lidstaten, heeft verricht en van de bespreking daarvan in werkgroepen van de Raad, het Europees Parlement, dat op 15 juni 2000 advies heeft uitgebracht, en bepaalde internationale organisaties (UNHCR) (ECRE) die op asielgebied actief zijn.

Het voorstel bevat minimumregels voor de toekenning en intrekking van de status van vluchteling, en behandelt bijgevolg slechts een deel van het vraagstuk dat in een vorig Commissiedocument werd behandeld. De Commissie kondigde aan dat zij eind dit jaar een tweede voorstel zal indienen in verband met de asielprocedure; dat voorstel zal de grondslag vormen van het in de conclusies van de Europese Raad van Tampere beoogde gemeenschappelijk asielstelsel.

OPVANG VAN ASIELZOEKERS

Op basis van een document van het voorzitterschap hield de Raad een oriënterend debat over de opvang van asielzoekers; de bedoeling is dat het voorzitterschap later op basis van dit debat ontwerp-conclusies opstelt. De delegaties waren het erover eens dat het document van het voorzitterschap zeer dienstig is en een solide basis vormt voor de verdere besprekingen.

In het document van het voorzitterschap worden de bevoegde ministers drie onderwerpen ter bespreking aangereikt, namelijk:


- de financiële en materiële hulp voor asielzoekers;

- de bewegingsvrijheid van asielzoekers op het grondgebied van de lidstaat die hun asielverzoek behandelt;

- de mogelijkheid van toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers.

In hun reacties beklemtoonden de ministers in het algemeen dat men zich op het niveau van de Unie ertoe moet beperken algemene principes te formuleren voor de opvang van asielzoekers; elke lidstaat moet de vrijheid worden gelaten om de nodige specifieke praktische bepalingen uit te werken.

Tot besluit van dit debat droeg de Raad het Comité van permanente vertegenwoordigers op om door te gaan met dit onderwerp, rekening houdend met de besprekingen tijdens deze Raadszitting, en de Raad ontwerp-conclusies over deze kwestie voor te leggen, zodat hij deze tijdens zijn zitting op 30 november/1 december kan aannemen.

OPRICHTING VAN EEN VOORLOPIG JUSTITIEEL SAMENWERKINGSTEAM (EUROJUST)

In afwachting van het advies dat het Europees Parlement wellicht medio november zal uitbrengen, kon de Raad vaststellen dat er tussen de delegaties een politiek akkoord bestaat over een ontwerp-besluit tot oprichting van een voorlopig EUROJUST-team.

De ministers bereikten met name overeenstemming over compromisformules voor de twee belangrijkste inhoudelijke vraagstukken die nog dienden te worden opgelost, namelijk de deelname van de Commissie en het actieterrein van het team.

De Raad sprak zich uit voor een formule waarbij de Commissie ten volle zou worden betrokken bij de werkzaamheden van het voorlopig team, overeenkomstig artikel 36, lid 2, van het VEU, met name in het kader van de onderhandelingen over en de aanneming door de Raad van het instrument tot oprichting van een permanent EUROJUST-team; op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen, zou de Commissie eveneens haar knowhow ter beschikking kunnen stellen.

Het voorlopig team zou de volgende doelstelling toegewezen krijgen: de samenwerking tussen de bevoegde nationale instanties voor opsporingen en vervolgingen verbeteren in gevallen van zware criminaliteit, in het bijzonder wanneer deze georganiseerd is, waarbij twee of meer lidstaten betrokken zijn.

De Raad droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op om enkele nog openstaande punten in verband met de praktische organisatie van de werkzaamheden van het voorlopig team op te lossen, zodat de Raad het voorlopig EUROJUST-team kan oprichten wanneer het advies van het Europees Parlement is besproken.

SLACHTOFFERBESCHERMING

De Raad besprak een ontwerp-kaderbesluit inzake de bescherming van slachtoffers van misdrijven. De ministers stelden vast dat twee inhoudelijke voorbehouden gehandhaafd blijven; zij betreffen respectievelijk de voorwaarden voor de toekenning van een vergoeding in het kader van de strafprocedure en constitutionele vraagstukken waarmee sommige delegaties als gevolg van dit voorstel geconfronteerd worden.

In afwachting van het advies van het Europees Parlement verzocht het voorzitterschap het Comité van permanente vertegenwoordigers het ontwerp-kaderbesluit, dat een initiatief is van Portugal, verder te bespreken om zo snel mogelijk tot een politiek akkoord te komen.

Het ontwerp-kaderbesluit inzake de bescherming van slachtoffers van misdrijven is een initiatief dat Portugal in april 2000 heeft ingediend met de bedoeling ervoor te zorgen dat elke lidstaat, ongeacht de aanzienlijke verschillen tussen de nationale rechtsstelsels, in zijn strafrecht een reële en passende rol inruimt voor het slachtoffer. In dat verband moet elke lidstaat al het nodige blijven doen om te waarborgen dat het slachtoffer tijdens de gerechtelijke procedures met het gepaste respect voor zijn persoonlijke waardigheid wordt bejegend, en de rechten en rechtmatige belangen van het slachtoffer erkennen, in het bijzonder in de strafprocedure. Andere slachtofferrechten die moeten worden gewaarborgd, betreffen meer in het bijzonder het recht op informatie, waarborgen in verband met de communicatie (met name in verband met het gebruik van een vreemde taal in het strafrechtstelsel), het recht op bescherming, het recht op vergoeding van de uitgaven van het slachtoffer in verband met de strafprocedure en het recht op juridische bijstand indien het slachtoffer er aanspraak op kan maken partij in de strafzaak te zijn.

JUSTITIEEL NETWERK OP HET GEBIED VAN BURGERLIJKE ZAKEN

De Raad luisterde naar een toelichting van Commissielid VITORINO over een voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk op het gebied van burgerlijke en handelszaken en verzocht de bevoegde Raadsinstanties dit voorstel grondig te bespreken.

Het justitieel netwerk op het gebied van burgerlijke zaken zal tot taak hebben de justitiële samenwerking tussen de lidstaten in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken, en een informatiesysteem voor het publiek te ontwerpen, op te zetten en bij te houden. Dit netwerk zal het justitieel netwerk op het gebied van strafzaken aanvullen.

Het netwerk zal bestaan uit centrale contactpunten die door de lidstaten worden aangewezen, centrale autoriteiten, justitiële autoriteiten of andere bevoegde autoriteiten, verbindingsmagistraten en, in voorkomend geval, elke andere justitiële of bestuurlijke autoriteit die door een bepaalde lidstaat van belang wordt geacht.

De contactpunten van het netwerk komen periodiek en ten minste driemaal per jaar bijeen. Doel van deze vergaderingen is ervaringen uit te wisselen en na te gaan welke - in het bijzonder juridische - problemen de lidstaten ondervinden en welke oplossingen daarvoor eventueel kunnen worden gevonden.

De Commissie stelt voor om op basis van de informatie waarover de leden van het netwerk permanent zullen kunnen beschikken, ten behoeve van het publiek een informatiesysteem op te zetten op de terreinen die onder haar bevoegdheid vallen, en waarvan zij het beheer op zich zou nemen.

MILIEUBESCHERMING DOOR HET STRAFRECHT

De Raad hield een oriënterend debat over milieubescherming door het strafrecht, met de bedoeling tot duidelijke politieke richtsnoeren te komen die richting kunnen geven aan de komende werkzaamheden op dit gebied. De ministers dienden meer bepaald twee vragen van het voorzitterschap te beantwoorden, namelijk:

·
moet de Europese Unie vóór de uitbreiding beschikken over een acquis inzake onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende strafrechtelijke bestraffing van milieucriminaliteit?

·
zo ja, moet de Raad daartoe:

a) een instrument aannemen waarbij de lidstaten wordt verzocht de op 4 november 1998 door de Raad van Europa aangenomen overeenkomst volgens welbepaalde regels te bekrachtigen?

dan wel

b) een autonoom instrument tot onderlinge aanpassing van de wetgevingen inzake milieudelicten aannemen, waarin met name de voor alle lidstaten aanvaardbare maatregelen van de overeenkomst van de Raad van Europa zouden worden opgenomen?

Na afloop van het debat stelde het voorzitterschap vast dat alle lidstaten wensen dat de Unie vóór de uitbreiding beschikt over een acquis inzake onderlinge aanpassing van de wetgevingen betreffende strafrechtelijke bestraffing van milieucriminaliteit.

Wat de tweede vraag betreft, releveerde het voorzitterschap dat - rekening houdend met de moeilijkheden die de overeenkomst van de Raad van Europa voor sommige lidstaten oplevert en met de tijd die wellicht nog nodig is voor de bekrachtiging van die overeenkomst - een meerderheid van de lidstaten de voorkeur geeft aan een autonoom instrument van de Unie, dat echter de bepalingen van de overeenkomst van de Raad van Europa overneemt die door alle lidstaten kunnen worden aanvaard.

Tot besluit verzocht de Raad zijn werkgroepen om actief aan dit onderwerp voort te werken, in het licht van de richtsnoeren die tijdens deze zitting zijn verwoord.

VOORBEREIDING VAN DE GECOMBINEERDE RAAD ECOFIN/JBZ

Tijdens de lunch hebben de ministers de gecombineerde zitting van de Raad ECOFIN/JBZ op 17 oktober 2000 over financiële criminaliteit voorbereid; drie thema's zullen dan vooral aan bod komen, namelijk:
·
hoe kunnen tijdens de dialoogperiode de onderhandelingen met de landen en gebieden die door de FATF als niet-coöperatief worden beschouwd ( 1), tot een goed einde worden gebracht?
·
hoe kunnen gemeenschappelijke normen inzake transparante structuren voor economische en/of vermogensdoeleinden worden vastgesteld teneinde het opsporen van verdachte geldstromen en het natrekken van financiële transacties die verband houden met het witwassen te vergemakkelijken?

·
hoe kan de internationale strafrechtelijke samenwerking worden verbeterd teneinde belemmeringen voor het optreden van justitie en politie weg te nemen?

De ministers hebben het daarbij eveneens gehad over de problemen in verband met de witwasrichtlijn - door de Raad ECOFIN besproken - waarvoor in de Raad JBZ ook grote belangstelling bestaat, met name van de zijde van de ministers van Justitie.

DIVERSEN


-
VECHTHONDEN

De Raad nam nota van een mededeling van de Duitse delegatie waarin zij stelt dat een optreden op EU-niveau nodig is om het fokken en de invoer van alsook de handel in vechthonden in de Gemeenschap te verbieden, en waarin zij de Commissie om een initiatief ter zake verzoekt.

Commissielid VITORINO antwoordde dat hij het Duitse verzoek zal laten bekijken door de bevoegde Commissiediensten, die meer bepaald zullen nagaan of zo'n optreden onder de bevoegdheden van de Gemeenschap valt en welke rechtsgrond daarvoor kan worden gevonden.


-
CONFERENTIE OVER CORRUPTIE

De Nederlandse delegatie deelde de Raad mee dat in mei 2001 in Den Haag een belangrijke conferentie over corruptie zal worden gehouden (Global Forum on Fighting Corruption II).


* * *

GEMENGD COMITÉ

In de marge van de Raad was er een bijeenkomst van het Gemengd Comité op ministerieel niveau EU/IJsland en Noorwegen dat in het kader van de Schengensamenwerking is opgericht.

De besprekingen werden geleid door mevrouw Hanne HARLEM, minister van Justitie van Noorwegen, en mevrouw Solveig PETURSDOTTIR, minister van Justitie van IJsland, en hadden betrekking op de volgende punten:


- Visumplicht en visumvrijstelling voor onderdanen van derde landen
Het Gemengd Comité nam nota van de stand van zaken betreffende de ontwerp-verordening tot vaststelling van de lijst van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van deze plicht zijn vrijgesteld. Het voorzitterschap nam er nota van dat de EU-lidstaten het Comité van permanente vertegenwoordigers hebben opgedragen de bespreking van de nog niet opgeloste vraagstukken voort te zetten, om zo snel mogelijk tot een akkoord over deze ontwerp-verordening te komen.

Het Gemengd Comité op het niveau van hoge ambtenaren zal eveneens van gedachten kunnen wisselen over deze ontwerp-verordening.


- Toepassing van het Schengenacquis in de Noordse landen
= Implementatie van het SIS

= Bezoeken ter evaluatie van het visumbeleid in de consulaire vertegenwoordigingen

Het comité kreeg van het voorzitterschap te horen hoever de Noordse landen staan met hun voorbereiding inzake de implementatie van het SIS (Schengeninformatiesysteem). Op basis van een rapport van een inspectiegroep van deskundigen van de landen die het Schengenacquis toepassen, van de Commissie en van het secretariaat-generaal van de Raad bracht het voorzitterschap tevens verslag uit van de bezoeken ter evaluatie van het visumbeleid in verschillende consulaire vertegenwoordigingen van de Noordse landen. Het voorzitterschap bracht in herinnering dat het Schengenacquis per 25 maart 2001 ten volle zal worden toegepast in de Noordse landen.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Europees Vluchtelingenfonds

De Raad stelde een beschikking vast tot oprichting van een Europees Vluchtelingenfonds. Een en ander was mogelijk dankzij de consensus die bereikt was over de twee nog onopgeloste vraagstukken van dit dringende dossier, namelijk de vergoeding van kosten die het gevolg zijn van noodmaatregelen in geval van een plotselinge en massale toestroom van vluchtelingen of ontheemden als bedoeld in artikel 6 (ex artikel 5) en de sleutel voor de verdeling van de middelen over de lidstaten (artikel 10 (ex artikel 9)).

Door het vaststellen van deze beschikking kunnen de kredieten worden vrijgemaakt die reeds waren geboekt voor de uit het Europees Vluchtelingenfonds te financieren acties in het kader van het begrotingsjaar 2000.

Voor de voorbehouden van twee delegaties bij de vergoeding van de kosten in geval van noodmaatregelen werd een regeling gevonden door het toevoegen van een verklaring aan de beschikking, namelijk, dat de Raad zich zal inzetten om in het kader van de richtlijn betreffende tijdelijke bescherming tot een besluit te komen over andere maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanningen van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van vluchtelingen en ontheemden.

Wat de verdeling van de middelen betreft is in het Coreper overeenstemming bereikt over de formule dat aan elke lidstaat tijdens de looptijd van het fonds (vijf jaar) een degressief bedrag gegarandeerd wordt; daartoe werd een verklaring voor de Raadsnotulen opgenomen betreffende de situatie van de lidstaten die reeds een onevenredig groot aantal vluchtelingen en ontheemden hebben opgevangen. Volgens deze formule zal de Raad op basis van werkzaamheden van de Commissie opnieuw onderhandelingen opstarten om tegen 2003 tot een billijke verdeling van de middelen te komen.

Gememoreerd werd dat het voorstel van de Commissie voor een beschikking van de Raad tot instelling van een Europees Vluchtelingenfonds voortvloeit uit de gemeenschappelijke optredens die op jaarbasis worden vastgesteld uit hoofde van titel VI van het Verdrag van Maastricht (het laatste daarvan is vastgesteld op 26 april 1999, juist voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam).

De beschikking die nu op tafel ligt, verschilt fundamenteel van de vorige teksten op jaarbasis in die zin dat het de bedoeling is een meerjarenfonds in te stellen voor het tijdvak van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2004, dat in totaal 216 mln euro zou bedragen. Het voorstel behelst tevens maatregelen die de lidstaten in staat moeten stellen in geval van een plotselinge massale instroom van vluchtelingen of ontheemden, aan noodsituaties het hoofd te bieden uitgaande van de ervaring die is opgedaan met het gemeenschappelijk optreden van 1999, dat gelijkaardige maatregelen inhield maar specifiek op de situatie in Kosovo gericht was.

Wijziging van enkele bepalingen van de Schengenovereenkomst

Op initiatief van het Groothertogdom Luxemburg nam de Raad een besluit aan tot vaststelling van een procedure voor de wijziging van artikel 40, leden 4 en 5, artikel 41, lid 7, en artikel 65, lid 2, van de overeenkomst ter uitvoering van het Schengenakkoord van 14 juni 1985 betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.

Dit besluit staat de lidstaten toe bepaalde bestuurlijke verwijzingen ("ambtenaren", "autoriteiten" en "bevoegde ministeries") in voornoemde artikelen te wijzigen indien de bestaande verwijzingen ingevolge interne veranderingen of reorganisaties niet langer juist zijn.

Europol


- Verslag inzake gegevensbescherming

Op basis van een verslag van de raad van bestuur van Europol besloot de Raad met eenparigheid van stemmen Europol te machtigen om onderhandelingen aan te knopen over een overeenkomst inzake de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan ICPO-Interpol volgens de criteria als bedoeld in het besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende de verstrekking van persoonsgegevens door Europol aan derde staten en instanties.


- Mogelijkheid om onderzoeken te laten instellen
De Raad nam een aanbeveling aan de lidstaten aan betreffende de mogelijkheden van Europol om lidstaten te verzoeken een onderzoek in te stellen.

Ingevolge deze aanbeveling behandelen de lidstaten de verzoeken van Europol om in specifieke gevallen een onderzoek in te stellen, uit te voeren of te coördineren en bestuderen zij deze verzoeken zorgvuldig. Europol wordt er in beginsel van op de hoogte gesteld of het gevraagde onderzoek zal worden ingesteld alsook van de resultaten van een dergelijk onderzoek. Indien een lidstaat besluit geen onderzoek uit te voeren, wordt Europol op de hoogte gesteld van dit besluit en in beginsel van de redenen daarvoor.

De communicatie tussen Europol en de lidstaten verloopt via de bevoegde instanties in de lidstaten, overeenkomstig de voorschriften van de Europol-Overeenkomst en de relevante nationale wetgeving.

Gememoreerd werd dat de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 de Raad heeft opgeroepen Europol te machtigen om de lidstaten te verzoeken in specifieke gevallen een onderzoek in te stellen, uit te voeren of te coördineren, met inachtneming van de stelsels van toetsing door de rechter in de lidstaten. De autoriteiten van de betrokken lidstaat besluiten onafhankelijk en in overeenstemming met de nationale wetgeving hoe het verzoek van Europol wordt afgehandeld, overeenkomstig artikel 4 van de Europol-Overeenkomst.

Management Unit en Sirene-netwerk

Overeenkomstig artikel 27 van het financieel reglement met betrekking tot de installatie en de werking van de "Help Desk Server" van de Management Unit en van het Sirene-netwerk fase II hebben de in artikel 21 van dat reglement genoemde lidstaten de secretaris-generaal kwijting verleend voor de uitvoering van de begroting 1999, nadat de rekeningen door de Rekenkamer zijn gecontroleerd.

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving


- Deelneming van Noorwegen

De Raad nam een besluit aan betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de deelneming van Noorwegen aan de werkzaamheden van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving.


- Betrekkingen met de kandidaat-lidstaten en landen die in aanmerking komen

De Raad nam een verordening (EG) aan ter aanvulling van Verordening (EEG) nr. 302/93 tot oprichting van een Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD).

De nieuwe verordening strekt er meer bepaald toe, het EWDD toe te staan om op verzoek van de Europese Commissie zijn knowhow over te dragen naar de kandidaat-lidstaten en de landen die voor het PHARE-programma in aanmerking komen en hulp te verlenen bij de totstandbrenging en versterking van structurele banden met het REITOX-netwerk en bij het oprichten en consolideren van nationale knooppunten.

HANDELSBELEID

Overeenkomst EG-Mexico

De Raad nam een besluit aan betreffende de sluiting van de op 8 december 1997 te Brussel ondertekende Overeenkomst inzake economische partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Verenigde Mexicaanse Staten, anderzijds.

Ingevolge dit besluit wordt de overeenkomst, inclusief de unilaterale verklaringen van de Gemeenschap of de gezamenlijke verklaringen van de Gemeenschap en andere Partijen, namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

Het doel van deze overeenkomst is de betrekkingen tussen de partijen op basis van wederkerigheid en gemeenschappelijk belang te versterken. Daartoe wordt met deze overeenkomst de politieke dialoog geïnstitutionaliseerd, worden de handels- en economische betrekkingen via een bilaterale en preferentiële, geleidelijke en wederkerige liberalisering van het handelsverkeer overeenkomstig de WHO-regels versterkt en wordt de samenwerking versterkt en verruimd.

De onderhandelingen over de handelsbetrekkingen met Mexico zijn begin dit jaar voltooid en de Raad heeft op 29 juni 2000 een verordening aangenomen houdende tenuitvoerlegging door de Gemeenschap van de tariefbepalingen van Besluit nr. 2/2000 van de Gezamenlijke Raad, ingesteld uit hoofde van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Gemeenschap en de Verenigde Mexicaanse Staten.

De verordening bevat de voor de Gemeenschap vereiste uitvoeringsbepalingen voor het berekenen van de preferentiële rechten die van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Mexico en voor het openen en beheren van de tariefcontingenten. De verordening delegeert voorts aan de Commissie de bevoegdheid om maatregelen te nemen voor de toepassing van die overeenkomst en voorziet in de nodige begeleidende procedures. Tenslotte bepaalt de verordening dat de preferentiële invoer aan toezicht zal worden onderworpen om aldus bij te dragen tot de bestrijding van fraude.

Verbod op de invoer van


- gewone of blauwvintonijn van oorsprong uit Belize, Honduras en Equatoriaal Guinea

De Raad nam een verordening aan houdende een verbod op de invoer van gewone of blauwvintonijn (Thunnus Thynnus) van oorsprong uit Belize, Honduras en Equatoriaal Guinea.

Bedoelde verordening beoogt een invoerverbod voor gewoon of blauwvintonijn van oorsprong uit Belize, Honduras en Equatoriaal Guinea, conform de aanbeveling van november 1999 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijn (ICCAT).

De Europese Gemeenschap is sedert 14 november 1997 overeenkomstsluitende partij bij de ICCAT en moet er krachtens de gemeenschappelijke handelspolitiek op toezien dat dit invoerverbod op communautair niveau wordt toegepast.


- Atlantische zwaardvis van oorsprong uit Belize en Honduras
De Raad nam een verordening aan houdende een verbod op de invoer van Atlantische zwaardvis (Xiphias gladius) van oorsprong uit Belize en Honduras.

Bedoelde verordening beoogt een verbod op de invoer van Atlantische zwaardvis van oorsprong uit Belize en Honduras, conform de aanbeveling van november 1999 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijn (ICCAT).

De Europese Gemeenschap is sedert 14 november 1997 overeenkomstsluitende partij bij de ICCAT en moet er krachtens de gemeenschappelijke handelspolitiek op toezien dat dit invoerverbod op communautair niveau wordt toegepast.

EXTERNE BETREKKINGEN

Overeenkomst EG-Malta

De Raad nam een besluit aan betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Malta tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van Malta aan de programma's van de Gemeenschap op het gebied van beroepsopleiding, onderwijs en jeugd.

De deelname van Malta aan de programma's van de Gemeenschap vormt een belangrijk onderdeel van de pretoetredingsstrategie voor Malta die is vastgesteld in Verordening (EG) nr. 555/2000 van de Raad van 13 maart 2000 betreffende de uitvoering van acties in het kader van de pretoetredingsstrategie voor de Republiek Cyprus en de Republiek Malta.

Bij dit besluit hecht de Raad zijn goedkeuring aan de overeenkomst op grond waarvan Malta aan de volgende programma's kan deelnemen:


- inzake beroepsopleiding: "Leonardo da Vinci";

- op onderwijsgebied: "Socrates";


- "Jeugd".

BENOEMINGEN

Comité van de Regio's

De Raad nam het besluit aan houdende benoeming tot leden van de heer Bert ANCIAUX ter vervanging van de heer Johan SAUWENS, de heer Gilbert BOSSUYT ter vervanging van de heer Luc VAN DEN BOSSCHE en de heer Stefaan PLATTEAU ter vervanging van de heer Karel DE GUCHT, voor de verdere duur van hun ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2002.

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het antwoord op het confirmatief verzoek om toegang tot documenten, ingediend door de heer Tony VENABLES, met een tegenstem van de Deense, de Nederlandse, de Finse, de Zweedse en de Britse delegatie.

Footnotes:

( 1)
Bahama's, Caymaneilanden, Cookeilanden, Dominica, Israël, Libanon, Liechtenstein, Marshalleilanden, Nauru, Niue, Panama, Filippijnen, Rusland, Saint Kitts en Nevis en Saint Vincent en de Grenadines.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie