Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BUZA inzake geannoteerde agenda interne markt raad

Datum nieuwsfeit: 28-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Tweede Kamer der Staten-Generaal
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief BUZA inzake geannoteerde agenda interne markt raad
Gemaakt: 14-9-2000 tijd: 12:5

2

21501-01 Interne Marktraad

Nr. 141 Brief van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 september 2000

Hierbij doe ik u mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken toekomen de geannoteerde agenda voor de Raad voor Interne Markt- en Consumentenaangelegenheden van 28 september a.s.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

D.A. Benschop

1) CARDIFF (Stand van zaken Doc nr. SN 1574/00)


De Raad zal van gedachten wisselen over de stand van zaken van de werkzaamheden ten aanzien van het Cardiff-proces. De Raad zal tevens gevraagd worden zich uit te spreken over de werkwijze waarop het Cardiff-proces thans wordt behandeld op werkgroepniveau (ambtelijk).

De Europese Raad van Cardiff heeft in juni 1998 besloten dat de Lidstaten jaarlijks rappor-teren over hun vorderingen op het gebied van de structurele en economische her-vormingen. De Lidstaten alsook de Europese Commissie stel-len daartoe rapporten op over het functioneren van de goederen-, diensten- en kapitaal-markten. In het kader van de Interne Markt Raad worden deze rapporten benut om vast te stellen hoe het met het functioneren van de Europese interne markt is gesteld. Deze micro-economische monitoring van de interne markt staat naast de macro-economisch georiënteerde toetsing die in het kader van de EcoFin-Raad wordt uitgevoerd. Vanuit de eigen invalshoek formuleert de Interne Markt Raad conclusies die dienen als input voor het formuleren van de globale economische richtsnoeren; deze worden uiteindelijk in de EcoFin-Raad vastgesteld. Tegelijkertijd formuleert de Interne Markt Raad op die manier een eigen bijdrage aan de zogenaamde Strategie Interne Markt van de Europese Commissie; in die Strategie worden periodiek concrete acties opgenomen die nodig zijn voor de verdere vervolmaking van de interne markt.

Nederland hecht sterk aan de Cardiff-procedure, zowel om de nog aanwezige belemmeringen op de interne markt doelgericht aan te pakken alsook om in het kader van de Economische en Monetaire Unie tot nadere afstemming van het economisch beleid te komen. Nederland is er voorstander van dat de Cardiff-toetsing een brede scope blijft houden om zo tot een goede inventarisatie te komen van de actuele problemen.

Bekend is inmiddels dat het Franse voorzitterschap additionele aandacht wil besteden aan de thema's burger/consument en de overgang naar de kennismaatschappij; dit laatste thema hangt samen met de input die de Interne Markt Raad door middel van zijn Raadsconclusies tevens levert aan de extra Europese Raad over kennis en innovatie zoals die dit voorjaar in Lissabon is gehouden en volgend voorjaar in Stockholm plaats zal hebben. Zolang de scope van de Cardiff-procedure breed zal blijven (met andere woorden; werkelijk het gehele functioneren van de goederen-, diensten- en kapitaal-markten in de lidstaten betreft), de toetsing op een intensieve manier verloopt en de aandacht voor de beide nieuwe thema's daaraan geen afbreuk doet, kan Nederland instemmen met de Franse ideeën.

2) Ontwerp-verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de
bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen en organen van de Gemeenschappen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10722/00 ECO 227 CODEC 592).

Het Voorzitterschap en de Commissie zullen een stand van zaken over werkzaamheden op Coreper niveau presenteren. Besluitvorming ligt binnen handbereik maar zal (naar alle waarschijnlijkheid) nog niet tijdens deze Raad plaatsvinden.

Het betreft een Commissie voorstel voor een verordening op basis van artikel 286 van het EG verdrag. Artikel 286 verklaart de bestaande regels inzake de bescherming van persoonsgegevens (regels die zich tot nu toe uitsluitend tot de lidstaten richtten) ook van toepassing op de communautaire instellingen en organen. Artikel 286 bepaalt tevens dat er een toezichthoudende autoriteit dient te worden opgericht, een soort Registratiekamer op Europees niveau. De voorgestelde verordening dient ter implementatie van artikel 286 EG verdrag.

Nederland kan instemmen met de tekst zoals die nu voorligt (10722/00 ECO 227 CODEC). Coreper heeft bijna overeenstemming bereikt over de tekst en staat op het punt de Voorzitter te mandateren zodat deze kan onderhandelen met het EP teneinde overeenstemming te bereiken gedurende de eerste lezing.

3.a.) Gemeenschapsoctrooi (Presentatie en gedachtewisseling COM (2000) 412,
CNS/2000/0177)

De Commissie zal een mondelinge presentatie geven bij het voorstel voor een Verordening van de Raad betreffende het Gemeenschapsoctrooi. Dit voorstel is op 5 juli jl. aangenomen door de Commissie en de eerste ambtelijke bespreking heeft plaatsgevonden op 27 juli jl. De Commissie komt met voorliggend voorstel tegemoet aan de opdracht van de Europese top van Lissabon (maart jl.) te streven naar een verordening voor een Gemeenschapsoctrooi die ultimo 2001 van kracht zou moeten zijn.

Naast het nationale octrooi bestaat er sinds 1977 het zogenaamde Europese octrooi. Dit is in feite niet meer dan een bundeling van nationale octrooien. De aanvrager kan bij zijn aanvrage aangeven voor welke landen die aangesloten zijn bij het Europese Octrooi Verdrag (EOV), hij een octrooi wenst te verkrijgen. Er zijn thans 19 Europese landen aangesloten bij het EOV (EU + Monaco, Liechtenstein, Cyprus, Zwitserland); een Europees octrooi kan dan ook maximaal bestaan uit 19 nationale octrooien, maar het kunnen er ook minder zijn. De kosten van het Europese Octrooi blijken echter hoog te zijn; drie tot vijf keer zo hoog als de kosten voor Japanse en Amerikaanse octrooien. Belangrijkste kostenfactor zijn de vertaalkosten. Een gemiddeld Europees octrooi kost ca 30.000 Euro (met 8 aangewezen staten). De vertaalkosten maken 39% uit van de totale kosten. Met invoering van een Gemeenschapsoctrooi, waardoor het mogelijk wordt met één octrooi-aanvraag één octrooi te verkrijgen dat geldt voor het gehele territoir van de Europese Unie, wordt een substantiële kostenverlaging beoogd, met name in vertaalkosten. Het is overigens wel de bedoeling dat het Europese octrooi blijft bestaan naast het Gemeenschapsoctrooi. Voor bedrijven die slechts werkzaam zijn in enkele EU-lidstaten kan een aanvraag voor een beperkt aantal lidstaten namelijk goedkoper uitvallen dan een aanvraag voor de hele Europese Unie.

Het streven is de vertaalkosten voor het Gemeenschapsoctrooi vergeleken met het Europees octrooi fors terug te dringen. De Commissie stelt hiertoe voor dat één van de werktalen van het Europees Octrooibureau (Frans, Duits, of Engels) wordt gebruikt voor de octrooi-aanvraag en voor andere stukken met betrekking tot het aangevraagde of verleende octrooi. Het nieuwe Gemeenschapsoctrooi is geldig zodra het in één van de genoemde officiële talen van het Europees Octrooibureau is verleend en gepubliceerd, met een vertaling van de conclusies in de twee andere officiële talen. Er is dus slechts sprake van een gedeeltelijke vertaling.

Tevens wordt voorgesteld een exclusief bevoegde gecentraliseerde rechterlijke instantie op communautair niveau op te richten voor geschillen met betrekking tot Gemeenschapsoctrooien. Dit met het oog op eenheid van recht, coherentie van rechtspraak en rechtszekerheid binnen het gehele EU-territorium. Een dergelijke instantie ontbreekt in het systeem van het Europees octrooi, waar steeds de diverse nationale rechters verantwoordelijk zijn voor de geschillenbeslechting.

Hoewel het Regeringsstandpunt nog vastgesteld moet worden, is Nederland verheugd over het voorstel. Het Nederlandse belang is groot, met name voor aanvragers van octrooien met relatief weinig kennis van zaken op dit terrein en financiële middelen zoals midden- en kleinbedrijf, kennisinstellingen en individuele uitvinders. De voordelen van een dergelijke benadering zijn talrijk: er is slechts één octrooiaanvraag nodig in plaats van aanvragen in elk afzonderlijk land van de Europese Unie, de besluitvorming kan uniform en veel sneller plaats vinden, de kosten zijn lager en het verleende recht geldt in het gehele EU-territorium.
3.b.) Octrooieerbaarheid van computerprogramma's (Presentatie) De Commissie zal (mogelijk) een presentatie verzorgen over de octrooieerbaarheid van computerprogramma's. In haar mededeling over de follow-up van het Groenboek over het Gemeenschapsoctrooi en het octrooistelsel in Europa Mededeling van 5 februari 1999, COM91999) 42 def. heeft de Commissie aangekondigd met een richtlijnvoorstel over de octrooieerbaarheid van computerprogramma's te zullen komen. Een conceptrichtlijn of andersoortig document is echter nog niet beschikbaar. Nederland kan dan ook nog geen standpunt terzake innemen. Een standpunt zal eerst nader bepaald kunnen worden na het uitbrengen van het document. 4) Voorstel voor een verordening betreffende levensmiddelenhygiëne (Witboek over voedselveiligheid, voorstel nr. 8, COM (2000) 438 definitief) Met dit document heeft de Europese Commissie op 17 juli 2000 vijf voorstellen voorgelegd aan de Raad. de Levensmiddelenhygiëne Een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake levensmiddelenhygiëne. Dit voorstel geeft alle hygiëneregels voor de bereiding en verhandeling van levensmiddelen, van zowel plantaardige als dierlijke oorsprong, van de primaire fase tot en met de verhandeling aan de eindverbruiker. Deze hygiëneregels zijn nu nog opgenomen in richtlijn 93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne, en omgezet in Nederland in met name de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen. Voorts voorziet dit voorstel in een verplichte registratie van alle levensmiddelenbedrijven.
Levensmiddelenhygiëne: aanvullend voor dierlijke producten Een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong. Dit voorstel geeft specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong zoals vers vlees en vleesproducten, vis, eiproducten en zuivelproducten. De bestaande eis tot voorafgaande erkenning van inrichtingen is onverminderd overgenomen. Op de in dit voorstel bedoelde levensmiddelen zijn allereerst alle in voorstel 1 gegeven regels van toepassing; in aanvulling daarop gelden de regels in voorstel 2. Samengestelde levensmiddelen zoals een pizza met ham vallen echter uitsluitend binnen de reikwijdte van voorstel 1. Controle Een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de organisatie van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorspong. Dit voorstel geeft summiere regels voor de officiële controles, uit een oogpunt van diergezondheid en volksgezondheid, van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. Gezien het summiere karakter van dit voorstel voor de vleeskeuring heeft de Europese Commissie aangekondigd ter zake met een nieuw voorstel te zullen komen. De Commissie is van plan het ontwerp van dit nieuwe voorstel eerst te bespreken met de lidstaten, waarna het officiële voorstel in december 2000 zal worden aangeboden aan de Raad. Veterinaire controles voor de handel Een voorstel voor een verordening van de Raad houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, het in de handel brengen en de invoer van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. Hierin worden de veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld voor het in de handel brengen en de invoer uit derde landen van producten van dierlijke oorsprong. Intrekken bestaande richtlijnen Een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad houdende intrekking van bepaalde richtlijnen inzake levensmiddelenhygiëne en tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, en tot wijziging van de richtlijnen 89/662/EEG en 91/67/EG. Ter voorbereiding van de Nederlandse standpuntbepaling in Raadskader is het voorstel voorgelegd aan het Regulier Overleg Warenwet. Daarin worden ook de consumenten-organisaties en de industrie gehoord over het voorstel. Bijzondere aandacht werd gevraagd voor:

De rechtsvorm van de voorstellen (de Commissie heeft haar voorstellen geformuleerd als verordeningen);

De wenselijkheid van voorafgaande erkenning door de bevoegde autoriteit. Van belang hierbij is dat het voorstel voorziet in de nieuwe eis dat alle levensmiddelenbedrijven geregistreerd moeten worden. Deze registratie is evenwel niet geformuleerd als voorafgaande voorwaarde om als levensmiddelenbedrijf actief te mogen worden, en vindt plaats zonder voorafgaande toetsing of dat bedrijf aan bepaalde voorschriften voldoet.

Nederland bestudeert het voorstel nog, mede in afwachting van de uitkomsten van het Regulier Overleg Warenwet, maar is ten algemene wel voorstander van het in elkaar schuiven van de veterinaire en levensmiddelenhygiëne-richtlijnen. Hiermee wordt het goede van beide beleidsterreinen verenigd. Dit moet er bijvoorbeeld voor Nederland en andere lidstaten toe leiden dat producenten in de dierlijke sector zoals slachterijen en uitsnijderijen meer volgens HACCP-procedures (HACCP = Hazard Analysis and Critical Control Points) gaan produceren en dat levensmiddelenbedrijven geregistreerd worden alvorens ze mogen produceren zodat de overheid van begin af aan toezicht kan uitoefenen.

5) Voorstel voor een richtlijn van het EP en de Raad betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen (90/619/EEG van de Raad en 97/7/Eg (COM (1998) 468, COD/1998/0245)

De richtlijn beoogt een volledige harmonisatie van de nationale wetgeving te bewerkstelligen van de verkoop van financiële dienstverlening (verzekeringen, bancaire diensten, hypotheken, etc.) op afstand. Het voorzitterschap beoogt een gemeenschappelijk standpunt of een politiek akkoord in de Raad te bereiken. Het Franse voorzitterschap heeft recent een aantal nieuwe wijzigingen voorgesteld die in september nog enkele keren in de Raadswerkgroep moeten worden besproken. Deze wijzigingen betreffen de aan de consument te geven informatie voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Het belangrijkste knelpunt betreft het niveau van harmonisering. Nederland is tezamen met Frankrijk, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk, een voorstander van maximum harmonisatie, zoals ook door de Commissie en het voorzitterschap wordt voorgesteld. De kans is reëel dat in de Raad alleen een voortgangsrapportage besproken zal worden. Politieke besluitvorming zal in dat geval worden uitgesteld naar de Interne Markt / Consumentenraad van 30 november.

Nederland blijft voorstander van maximumharmonisatie mits de informatieverplichting van de aanbieder aan de consument goed geregeld is.

6) Weekmakers in speelgoed (richtlijn wijziging gevaarlijke stoffen en preparaten en richtlijn wijziging veiligheid van speelgoed) (COM (1999) 577, COD/1999/0238)

De Raad zal geïnformeerd worden over de laatste stand van zaken met betrekking tot de richtlijn wijziging gevaarlijke stoffen en preparaten en wijziging veiligheid speelgoed. Het gaat hier in het kort om de volgende zaken:

Speelgoed dat bestemd is om in de mond te worden genomen

Zoals bekend is er op basis van een Deens onderzoek ophef ontstaan over weekmakers (ftalaten) in kinderspeelgoed. Volgens verschillende belangengroepen zouden ftalaten een gevaar voor de gezondheid inhouden. Op basis van deze berichten heeft de Commissie vorig jaar een spoedmaatregel afgekondigd die bepaalde weekmakers in kinderspeelgoed verbiedt. Nederland heeft zich verzet tegen de spoedmaatregel omdat het een verbod van de hier bedoelde stoffen, gelet op de aanwezigheid van een direct gevaar voor de volksgezondheid, niet proportioneel vond en het daarmee een ongewenst precedent achtte inzake de risicobeheersing van chemische stoffen in producten. Nederland is voorstander van een meer genuanceerdere benadering, te weten: het vaststellen van veilige grenswaarden voor deze weekmakers met een bijgehorende meetmethode. Echter, Nederland staat geïsoleerd met dit standpunt en zal gezien discussies met de Tweede Kamer hierover, nu meegaan met de Commissie en andere lidstaten om de spoedmaatregel structureel te maken middels deze richtlijnwijziging.

Speelgoed dat niet bestemd is om in de mond genomen te worden, maar waarbij het waarschijnlijk is dat kinderen dit toch regelmatig doen.

De Commissie stelt voor om een etiketteringverplichting in te voeren, waarbij gewaarschuwd wordt voor het binnenkrijgen van te grote hoeveelheden weekmakers in het betreffende speelgoed. Nederland heeft voor een ander systeem gepleit dat ook door het Portugese voorzitterschap was overgenomen. Het betreft hier het vaststellen van bepaalde migratiewaarden ten aanzien van de weekmakers zoals gebruikt in het speelgoed dat hiervoor in aanmerking komt. Dit houdt in dat er een bepaalde veilige waarde kan worden bepaald waaronder het sabbelen aan speelgoed met weekmakers geen gevaar voor de gezondheid creëert, omdat het kind er weinig van binnen krijgt. Bij deze normstelling behoort een nog te ontwikkelen meetmethode. Indien niet tijdig kan worden beschikt over een meetmethode, zal de normstelling immers nutteloos zijn. Het Joint Research Center van de Europese Commissie is bezig met de ontwikkeling van deze meetmethode. Het is niet duidelijk welke voortgang er ter zake is.

Tijdens de zitting van de laatste Interne Marktraad van 25 mei jl. is er kort van gedachten gewisseld over het voorstel. Zeven lidstaten spraken zich uit tegen het voorstel en wilden een totaalverbod op weekmakers in speelgoed. Twee grote lidstaten en Nederland konden het Voorzitterschapsvoorstel steunen. Sindsdien is er op ambtelijk niveau geen nader overleg meer geweest in de Raadswerkgroep over onderhavig voorstel.

7) Groenboek over PVC (Presentatie COM (2000) 469)

De Commissie zal een presentatie geven over het Groenboek PVC en Milieu dat op 9 augustus is gepubliceerd. Het groenboek heeft twee doelstellingen. Ten eerste wil het op wetenschappelijke basis de diverse milieuproblemen, met inbegrip van aanverwante gezondheidsaspecten, die zich tijdens de levenscyclus van PVC voordoen, inventariseren en evalueren. Ten tweede worden in het Groenboek met het oog op duurzame ontwikkeling een aantal opties in beschouwing genomen om de milieu- en gezondheidsgevolgen van PVC-gebruik te reduceren. Dit zou als basis moeten dienen voor overleg met de belanghebbenden om praktische oplossingen te zoeken voor gezondheids- en milieuproblemen die door PVC worden veroorzaakt.

De Nederlandse standpuntbepaling ten aanzien van het Groenboek PVC en Milieu zal na de Commissiepresentatie plaatsvinden. 8) De Consument en de Euro (Debat)

Het Voorzitterschap wil tijdens de Interne Markt Raad een algemeen debat voeren over de consumentenaspecten van de omschakeling naar de euro. Om het debat richting te geven zullen discussievragen door het voorzitterschap worden opgesteld, die naar verwachting een week voor behandeling beschikbaar zullen zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de positie van ouderen of wat te doen met consumenten die moeilijkheden hebben bij de omschakeling naar de Euro. Nederland hecht vanzelfsprekend aan een goede informatievoorziening en voorlichting van de consument, waarbij in het bijzonder aandacht dient te zijn voor kwetsbare groepen. In een onlangs verschenen mededeling van de Commissie over praktische aspecten van de euroconversie, toont de Commissie zich ook bezorgd over het feit dat het gebruik van de euro door het publiek tot op heden beperkt blijft. In de Nederlandse benadering is het gebruik van de euro tijdens de overgangsperiode (i.e. 1999 tot en met 2001) evenwel geen doel op zich.

De invoering van de euro betekent voor de consument een grote verandering. Nederland hecht aan een goede informatievoorziening en voorlichting van de consument.

9) Diensten van algemeen belang (Presentatie)

Het voorzitterschap wenst de discussie over diensten van algemeen belang nieuw leven in te blazen. Onder diensten van algemeen belang worden verstaan diensten die essentieel zijn voor het dagelijks leven, zoals water, elektriciteit, post-, vervoer-, en telecommunicatiediensten. De Commissie heeft in haar actieplan voor het consumentenbeleid 1999-2000 de diensten van algemeen belang als één van de prioriteiten van de Gemeenschap aangeduid. De in deze mededeling geformuleerde doelstelling is, te zorgen voor een goed evenwicht tussen liberalisering met het oog op de versterking van de concurrentiepositie enerzijds, en passende maatregelen om de consument reële keuzemogelijkheden te bieden anderzijds. De Commissie zal een presentatie geven over een bijwerking van haar mededeling over diensten van algemeen belang uit 1996.

Het onderwerp is eerder aan de orde geweest tijdens de Consumentenraad van 8 november 1999. Nederland heeft toen als standpunt naar voren gebracht dat het verzelfstandigen en privatiseren van diensten van algemeen belang in beginsel gunstige gevolgen heeft voor de consument. Met name in de fasen van het overgangsproces waarin nog geen of onvoldoende concurrentie plaatsvindt en de consument nog afhankelijk is van één aanbieder, bestaat er een rol voor de overheid om voorzieningen te treffen. Het treffen van voorzieningen is mede afhankelijk van specifieke kenmerken ván en ontwikkelingen óp een bepaalde (deel)markt. Een goede rechtspositie voor de consument staat daarbij voorop.

Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie