Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak president Nederlandsche Bank dr A.H.E.M. Wellink

Datum nieuwsfeit: 29-09-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

De Nederlandsche Bank NV
Afdeling Externe betrekkingen en voorlichting

Hoe aantrekkelijk is Nederland voor buitenlandse investeerders ?

Toespraak door dr A.H.E.M. Wellink, president van de Nederlandsche Bank, ter gelegenheid van het symposium van Philip Morris Nederland te Bergen op Zoom op vrijdag 29 september 2000.

De directie van Philip Morris heeft met het thema: Zijn buitenlandse investeerders hier nog welkom? een interessant onderwerp aan de orde gesteld. Om meteen maar te verklappen wat ik hiervan vind: ik denk dat deze vraag positief moet worden beantwoord. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik helemaal geen problemen zie op het punt van Nederland als vestigingsland, maar wel dat deze niet overdreven moeten worden. Ik zal een aantal punten met u langslopen. Eerst de vraag hoe ons land er eigenlijk voorstaat als het gaat om het aantrekken van buitenlandse investeringen. Vervolgens ga ik in op de vraag welke factoren een rol spelen bij de vraag of een land het in dit opzicht al dan niet goed doet. Tenslotte kom ik bij de invloed die `Europa' kan hebben op de aantrekkelijkheid van ons land voor buitenlandse investeerders.

Dat Nederlandse bedrijven grote investeringen doen in het buitenland, is algemeen bekend. Minder bekend is dat ons land omgekeerd veel aantrekkingskracht op buitenlandse investeerders uitoefent om hier actief te zijn. Toch is dit al meer dan honderd jaar het geval. Zo is de aanleg van onze spoorwegen in de negentiende eeuw, maar ook de vestiging van de textielindustrie in Twente, grotendeels met buitenlands (in dit geval Engels) kapitaal gefinancierd. Spoorwegen en textielindustrie waren in die tijd de exponenten van economische vernieuwing, en je zou kunnen zeggen dat buitenlands kapitaal, en technische kennis - want dat gaat vaak hand in hand - Nederland destijds het tijdperk van de industriële revolutie heeft binnengeloodst.

Ik maak een hele sprong van de negentiende eeuw naar nu. De omvang van de grensoverschrijdende directe investeringen is de laatste jaren wereldwijd fors gestegen. Eerst een paar cijfers. De instroom van directe investeringen voor alle OESO-landen bij elkaar bedroeg in de periode 1996-1999 cumulatief $ 1750 mrd. Ter vergelijking: in de periode 1992-1995 was deze instroom in totaal $ 650 mrd. Bijna een verdrievoudiging in vier jaar tijd. Die groei kwam vooral voor rekening van de recente golf van fusies en overnames die door de wereld gaat. Van de totale instroom van $ 1750 mrd wist Nederland zo'n $ 100 mrd - ofwel 6% - voor zijn rekening te nemen. Dat is ongeveer evenveel als het aandeel van Frankrijk (6,4%) en zelfs meer dan dat van Duitsland (5,2%). Als we deze cijfers relateren aan de omvang van onze economie, komt de vooraanstaande positie van Nederland nog pregnanter naar voren. Voor ons land lag de instroom van directe buitenlandse investeringen de afgelopen vier jaar op gemiddeld 6,5% van het bruto binnenlands product, tegenover een gemiddeld percentage van 1,8 voor alle OESO-landen. We deden het daarmee zelfs beter dan de VS, die de laatste tijd zoveel aandacht trekken als `hot spot' voor buitenlandse investeerders. Je zou kunnen zeggen dat Nederland niet alleen op handelsgebied, maar ook in termen van directe buitenlandse investeringen, één van de meest open economieën is.

Buitenlandse investeringen komen in verschillende vormen voor. Voorbeelden zijn een uitbreiding van de kapitaalgoederenvoorraad door `greenfield' investeringen in productiebedrijven, of in de vorm van fusies en overnames. In het laatste geval kan een betere benutting van de bestaande kapitaalgoederenvoorraad resulteren indien de overname gepaard gaat met de introductie van nieuwe managementtechnieken, zoals destijds de Japanse managementstijl zijn intrede deed in de mondiale automobielindustrie. Voor onze economie zijn buitenlandse investeringen daarom van belang, omdat zij toevoegen aan de dynamiek van ons bedrijfsleven. In het verleden waren de buitenlandse investeringen in ons land sterk geconcentreerd in de aardgaswinning en de industrie, met name de chemie. De laatste jaren zien we ze steeds meer in de zakelijke dienstensector, zoals de telecom- en de vastgoedsector.

Micro onderzoek van vestigingsplaatsen leidt tot dezelfde conclusie, namelijk dat Nederland internationaal goed op de kaart staat. Zo heeft het ministerie van Economische Zaken een paar jaar geleden laten onderzoeken hoe Amerikaanse en Japanse investeerders de locaties van hun Europese dochters kiezen. Daar kwam uit dat ons land, en met name Amsterdam, een gewilde vestigingsplaats is voor distributiebedrijven en hoofdkantoren. De nabijheid van Schiphol en de goede achterlandverbindingen spelen hierbij een rol. Een tekort aan geschikte vestigingslocaties werd daarin overigens als knelpunt genoemd.

Ik keer terug naar de macro-aspecten, door in te gaan op een aantal drijvende krachten achter de komst van buitenlandse investeringen in een land. In het algemeen worden buitenlandse investeringen bepaald door zowel condities in het land van herkomst, als door die in het bestemmingsland. Uit OESO-onderzoek blijkt dat de voornaamste drijfveer het streven naar een optimaal rendement is. Tot de condities die de komst van buitenlandse investeringen bevorderen, zijn een aantal door de overheid beïnvloedbaar. Zonder te willen streven naar volledigheid, noem ik er vier. In de eerste plaats het macro-economische klimaat. Een stabiele macro-economische omgeving, dat wil zeggen een duurzaam lage inflatie, maakt het doen van lange-termijn calculaties makkelijker, is daarmee goed voor investeringen in het algemeen en dus ook voor investeringen vanuit het buitenland. In de tweede plaats de fysieke infrastructuur. Goede verbindingen met de rest van de wereld zijn voor menig bedrijf van levensbelang. Een derde factor is de omvang en kwaliteit van de beroepsbevolking, of meer algemeen de kennisinfrastructuur. Er moet voldoende capabel personeel beschikbaar zijn en een gunstig klimaat voor onderzoek bestaan. Tenslotte noem ik de druk van belastingen en regelgeving. Buitenlandse investeerders komen alleen voorzover zij hier een goede boterham denken te kunnen verdienen, en zullen wegblijven als zij met te hoge lasten of ondoorzichtige procedures worden geconfronteerd. Uit een aantal onderzoeken blijkt trouwens dat de invloed van het belastingklimaat niet moet worden overdreven. Jagersma (1993) - in zijn kwalitatieve onderzoek naar vestigingsmotieven voor buitenlandse investeerders in ons land - vond dat ons fiscale klimaat weinig werd genoemd als overweging. In dezelfde richting concludeert een recente studie van het Erasmus Advies Project: de hoogte van de effectieve druk van de vennootschapsbelasting heeft wel enig, maar niet een sterk effect op de komst van buitenlandse investeringen naar de landen van de Europese Unie.

Hoe staat het nu met deze condities voor Nederland? Ik loop het lijstje met u langs.

De vooruitzichten voor een stabiele ontwikkeling in het eurogebied, en in het verlengde daarvan voor Nederland, zijn goed. De Europese Centrale Bank heeft, zoals bekend, een expliciet mandaat om prijsstabiliteit in het eurogebied na te streven. Belangrijk is dat de prijsontwikkeling in Nederland niet langdurig uit de pas loopt met die elders in het eurogebied. De huidige hoogconjunctuur in ons land vormt wat dat betreft een risico. De inflatie in ons land is in de loop van de eerste acht maanden van dit jaar opgelopen van 2% naar 2,5%. Tegelijkertijd zien we de contractloonstijging versnellen, van 1,4% in 1995 naar 3,5% dit jaar, met enige verdere stijging in de meest recente CAO's naar 4%. De inflatie zou volgend jaar kunnen toenemen tot rond 4% (en zelfs duidelijk daarboven als de wisselkoers- en olieprijsontwikkeling ongunstig blijven). Een blijvend ongunstig inflatieverschil ten nadele van ons land zou onze concurrentiepositie uithollen. Dat gevaar moeten we zien te vermijden, willen we aantrekkelijk blijven voor buitenlandse investeerders.

Onze fysieke infrastructuur en onze ligging als poort naar het vasteland van Europa, is nog steeds goed, hoewel toenemende congestie de laatste jaren heeft geknaagd aan die goede positie. De komende jaren zal het nodige moeten worden geïnvesteerd om de bereikbaarheid van ons land op peil te houden. Het kabinet heeft hiervan terecht één van zijn speerpunten gemaakt en budgettaire ruimte daarvoor vrijgemaakt.

Nederland beschikt over een goed opgeleide beroepsbevolking. De dit jaar verschenen OESO-studie Education at a Glance maakt duidelijk dat wij qua onderwijsdeelname samen met Duitsland beduidend hoger scoren dan de rest van Europa en de Verenigde Staten. Met betrekking tot de overheidsuitgaven aan onderwijs is Nederland een middenmoter, maar dat geldt weer niet voor de uitgaven aan hoger onderwijs, die hier juist hoog zijn. Overigens kunnen hogere onderwijsuitgaven niet zonder meer aan een hoger onderwijsrendement gelijk worden gesteld. Verder blijkt dat Nederlandse leerlingen op het gebied van taal- en rekenvaardigheden internationaal tot de top horen. De internationale oriëntatie van de Nederlander wordt vaak geprezen. Dit is een belangrijke eigenschap in een economie die steeds internationaler van aard wordt. Interessant is ook dat het percentage internetgebruikers (37%) in ons land, na dat in de Scandinavische landen, tot de hoogste van Europa behoort, en zelfs iets hoger is dan in de VS (35%).

De druk van de winstbelasting, de laatste factor van het lijstje, is bij ons gemiddeld genomen niet hoger dan in de meeste landen om ons heen. Het nieuwe belastingstelsel brengt een aantal verbeteringen voor (kleine) ondernemers, zoals de verlaagde schijf in de vennootschapsbelasting en de verlaagde tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting. Uit de eerder dit jaar door het ministerie van Economische Zaken uitgevoerde concurrentietoets komt wel naar voren dat de internationale trend naar lagere tarieven in de vennootschapsbelasting onze concurrentiepositie zou kunnen benadelen als wij op dit punt niets doen. Een ander knelpunt blijft de dubbele heffing op uitgekeerde winsten aan particuliere aandeelhouders. In hoeverre overmatig complexe overheidsregulering het bedrijfsleven in ons land schaadt, is moeilijk exact vast te stellen. Onderzoek van de OESO geeft in elk geval aan dat we ook op dit punt een middenmoter zijn en het niet slechter doen dan de meeste landen, met uitzondering van Engeland.

Hoe zal de komst van de EMU uitwerken voor de aantrekkelijkheid van ons land als vestigingslocatie? Ik denk dat er zowel kansen als bedreigingen zijn. Kansen, omdat de interne markt tot schaalvergroting van het bedrijfsleven binnen Europa uitnodigt, waarvan ons land op basis van een goede locatie kan profiteren. Dit proces van schaalvergroting vindt al volop plaats. Om maar een paar van de sectoren te noemen waar dit momenteel speelt: de luchtvaart, het bankwezen, de energiesector. Zo'n nieuwe combinatie betekent vaak een herschikking van hoofdkantoren, distributie- en servicecentra en daarbij heeft ons land een goede positie. De afgelopen decennia heeft Nederland veel bedrijvigheid in de sfeer van internationale financieringsmaatschappijen binnengehaald. Op dit moment biedt, naast eerdergenoemde sectoren waar een fusieproces plaatsvindt, ook de IT-sector ons kansen, onder meer vanwege onze goede kabel- en telecominfrastructuur.

Daar staat tegenover dat de concurrentie van andere Europese bedrijven toeneemt. Nationale grenzen vormen, zeker in Europa, een steeds lagere drempel. Daar komt bij dat bedrijven door de informatierevolutie makkelijker productieprocessen kunnen verplaatsen en uitbesteden en daardoor minder honkvast worden. De aantrekkelijkheid van een land zal steeds meer worden afgemeten aan de kwaliteit van zijn beroepsbevolking en de druk van de belasting en regelgeving. Het is daarom terecht dat de aandacht van `Den Haag' voor deze thema's groeit. Denk bijvoorbeeld aan de aanstaande belastingherziening 2001, de grootste in zijn soort in de afgelopen vijftig jaar.

Ik kan in dit verband natuurlijk niet om de actualiteit heen. Gisteren heeft het Deense volk in meerderheid voorshands neen tegen toetreding tot de EMU gezegd. Als de EMU goed is voor Nederland, waarom dan niet voor Denemarken? Gelden voor deze twee in een groot aantal opzichten vergelijkbare economieën niet dezelfde overwegingen? Het antwoord op de laatste vraag lijkt mij ja, zodat de Deense referendum-uitkomst niet alleen vanuit Europese optiek, maar ook vanuit specifiek Deens belang op economische gronden betreurd moet worden. De Europese optiek hier is dat het gevaar voor een Europa van twee snelheden ontstaat. Wat betreft Denemarken kan wel worden aangetekend dat de Denen hun valuta willen blijven koppelen aan de euro op dezelfde wijze als voor 1999 de gulden gekoppeld was aan de Duitse mark. Het lot van de Deense kroon zal daarom aan dat van de euro gekoppeld blijven, zij het dat onder omstandigheden (zoals vandaag reeds blijkt) een grotere (m.n. rente) prijs betaald zal moeten worden dan bij lidmaatschap van de EMU.

Uit de bereidheid deze prijs te betalen, blijkt dat het Deense `neen' dan ook over iets diepers dan de euro gaat en onbehagen weerspiegelt met het Europa zoals dat thans vorm krijgt. Betreuren van de uitkomst van het Deense referendum is niet voldoende, te meer niet omdat dit onbehagen ook in andere Europese landen speelt. Veeleer is de vraag welke lessen hieruit getrokken kunnen worden. Wat betreft het Europees Stelsel van Centrale Banken probeert het Verdrag een weg te wijzen: centrale regie- en regelgeving waar strikt nodig, decentralisatie en ruimte geven aan nationale gewoonten en instituties waar zulks mogelijk en passend is.

Aan de woorden `waar zulks mogelijk en passend is' zal op de diverse beleidsterreinen een royale uitleg moeten worden gegeven.

Ik vat in twee zinnen samen. De vraag of Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats is voor buitenlandse bedrijven, beantwoord ik zonder aarzelen positief. Onze gastheer van vandaag is een sprekend voorbeeld van hoe succesvol buitenlandse bedrijven hier actief kunnen zijn.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie