Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage D66 (Francine Giskes) aan financiele beschouwingen

Datum nieuwsfeit: 03-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

3 oktober 2000

ALGEMENE FINANCIELE BESCHOUWINGEN

Francine Giskes

BIJDRAGE D66 (FRANCINE GISKES) AAN DE FINANCIELE BESCHOUWINGEN 3 oktober 2000 Het is dan misschien nieuw dat een "zij" optreedt als financieel woordvoerder (dat werd dan hoog tijd, lijkt mij), maar een maiden-speech kunnen we het moeilijk noemen. Bovendien herinner ik iedereen er graag aan dat het in 1816 al aan een vrouw te danken is geweest dat De Nederlandse Bank überhaupt kon worden opgericht. Als toen de weduwe Borski het niet had aangedurfd om met de aankoop van zo'n 2000 aandelen de laatste 2 van de benodigde 5 miljoen gulden te fourneren, had Koning Willem I zijn geesteskind niet kunnen realiseren. En waar zouden wij zijn zonder DNB! (Om maar te zwijgen over de vraag waar de Victory Boogie Woogie dan zou zijn.) Het meest interessante van die actie van de weduwe Borski is overigens dat zij in het geheim bedong dat de eerste 3 jaar niet tot verhoging van het maatschappelijk kapitaal van de bank werd. Heel snel daarna heeft ze een flink deel van haar aandelenpakket met stevige winst verkocht. Daar kunnen de Nina Brinken van deze wereld nog een puntje aan zuigen! U bent gewaarschuwd, wilde ik maar zeggen.

Nieuw of oud - die termen zijn ook nadrukkelijk aan de orde als het gaat om het duiden van het soort economie waarin we leven. Onze fractievoorzitter vroeg in het parlement als eerste aandacht voor het verschijnsel nieuwe economie. Niet omdat wij menen een nieuwe heilsverwachting te kunnen verkondigen. Wel omdat D66 sinds haar oprichting zich de taak stelt nieuwe ontwikkelingen tijdig te signaleren en te onderzoeken wat ze voor de samenleving kunnen betekenen. Eind zestiger jaren wees D66 op het belang van 'het milieu' en inmiddels is het niet alleen een onderwerp in het verkiezingsprogramma van elke politieke partij, maar speelt het een belangrijke rol in de fiscaliteit en zelfs op de beursvloer. In de 80-er jaren pleitte D66 voor de oprichting van een spaarfonds voor de AOW en sinds enkele jaren is er zoiets. Bij de onderhandelingen over het regeerakkoord '98 kreeg D66 bij geen van beide coalitiepartners gehoor voor de gedachte van een earned income tax credit (EITC), maar inmiddels lijkt ook de PvdA dat een goed idee te gaan vinden. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen in 1999 sprak Thom de Graaf over private wealth and public poverty (met dank aan Galbraith) en inmiddels ligt dat bij velen voor op de tong.
Dus zijn wij hoopvol gestemd over de mid-term review, oftewel de eenmalige bijstelling van de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het trendmatig begrotingsbeleid, waarvoor wij nu al geruime tijd binnen en buiten deze zaal pleiten. Dat hangt samen met de visie op de te verwachten economische ontwikkeling.

Vorig jaar bij de Financiële Beschouwingen is al vrij uitvoerig van gedachten gewisseld over zin en onzin van nieuwe economie. Voor D66 gaat het erom dat de nieuwe informatie- en communicatietechnologie niet zozeer de huidige producten en diensten overbodig maakt, maar wel een enorme impuls lijkt te geven aan de manier waarop die worden gemaakt, verhandeld en georganiseerd. Er is de afgelopen jaren sprake van een flinke economische groei in Nederland. Onze economie kan door zijn specifieke kenmerken als de oriëntatie op handel en dienstverlening een belangrijke toegevoegde waarde ontlenen aan de ICT. O.a. dit gegeven zou kunnen betekenen dat zich een structureel hoger groeipad voor gaat doen. Vorig jaar wees de minister die gedachte nogal stellig van de hand. Mijn vraag is hoe hij daar nu over denkt. Dit omdat het aan te houden groeipercentage natuurlijk rechtstreeks van invloed is op de wijze waarop eventueel extra geld kan worden besteed: in de vorm van uitgaven of in de vorm van lastenverlichting. En dat is weer relevant omdat iets extra's doen aan bijvoorbeeld onderwijs veel moeilijker is langs de weg van lastenverlichting dan langs de weg van uitgaven, terwijl beide soorten maatregelen een permanente aanslag op de rijksportemonnee doen. D66 vindt zeker niet dat meer uitgaven altijd beter zijn dan minder. Ik geloof niet dat ik hier nogmaals uiteen hoef te zetten waarom mijn fractie op dit moment wel pleit voor meer uitgaven. Ook is het ons langzamerhand wel duidelijk hoe het kabinet hier over denkt. Het minst begrijpen wij eigenlijk van de opstelling van de PvdA. Bij de Financiële Beschouwingen van vorig jaar uitspreken: "Als wij zien dat het meer wordt, moeten wij ons beleid kunnen aanpassen aan de realiteit in plaats van aan de fictie". In april van dit jaar allerlei plannen ontvouwen over de besteding van vele miljarden extra, structureel incidenteel. En sindsdien alleen maar doorverwijzen naar de volgende gespreksronde als het onderwerp midterm review aan de orde is. Waarom, zo vraag ik ook de minister trouwens, valt volgend jaar wel met enige stelligheid te voorspellen wat vanaf dan het niveau van de economische groei zal zijn, en nu niet? Omdat we dan de chaos van de introductie van de chartale euro hebben gehad? Omdat de olieprijzen vanaf dan stabiel zullen zijn? Omdat de arbeidsmarkt er dan heel anders uit zal zien? D66 wacht de redeneeracrobatiek van zowel kabinet als PvdA volgend jaar met belangstelling af.
Intussen zijn wij blij dat al die tweeslachtigheid de Kamer niet heeft belemmerd om twee weken geleden toch 350 mln aan nieuwe structurele uitgaven voor elkaar te krijgen, niet alleen voor onderwijs en zorg, maar ook voor cultuur en veiligheid - mede dankzij de inzet van D66.

D66 vindt het verantwoord ter dekking voor deze extra uitgaven de uitgavenreserve 2001 van 250 mln aan te wenden, omdat een groot deel ervan ook betrekking heeft op arbeidsmarktgerelateerde zaken. De overige 100 mln worden gefinancierd via de FES-brug. Hoe zwaar deze brug mag worden belast, hangt af van de verwachtingen over de vulling van dit fonds. In de eerste plaats hebben we het dan over de opbrengst van veilingen en verkopen. De minister wekt de laatste tijd de indruk daar niet meer zo optimistisch over te zijn. Over de UMTS-veiling komt de Kamer nog uitvoerig te spreken. Ik moet bekennen dat die kwestie bij mij associaties opriep met de belevenissen van de onfortuinlijke heren Vedder en Anijs in het prachtige "Publieke Werken" van Thomas Rosenboom. Maar laat de minister troost putten uit dat boek: zolang het gaat om een goed doel, komt het allemaal nog wel op zijn pootjes terecht, min of meer Graag verneem ik van de minister wat hij nu verwacht van deze voedingsbron van het FES, nog afgezien van de discussie over direct of indirect gebruik van deze opbrengsten. De andere voedingsbron, de aardgasbaten, hangt ten nauwste samen met de verwachtingen omtrent de dollarkoers en olieprijs. Uit het antwoord op vraag 52 blijkt dat de meter flink gaat lopen zelfs als beide factoren relatief weinig afwijken van de nu aangehouden niveaus: alleen al voor 2001 en 2002 kan een FES-meevaller van ca. 1,5 mrd worden verwacht als de dollarkoers 2,25 in plaats van 2,05 bedraagt en de olieprijs 25 in plaats van de aangehouden 17,5$ per vat. Het kabinet is niet geneigd vooruit te lopen op de toch hoogstwaarschijnlijk nog wel even aanhoudende hogere dollarkoers en olieprijs. Kan de minister hier nog eens toelichten waarom dat is? Ook vraagt mijn fractie zich af hoe het denken van de minister sinds de laatste EcoFin is gevorderd als het gaat om het inzetten van (een deel van) de Nederlandse strategische olievoorraad om de prijsexplosie op de oliemarkt te bezweren. Hoe gaat het kabinet om met het dilemma dat die hoge prijs goed is voor de inkomsten in het FES, maar slecht voor de prijsontwikkeling?

Voor zover die prijsontwikkeling voelbaar is op de brandstofmarkt, heeft onze fractievoorzitter duidelijk te kennen gegeven deze exogene variabilisatie aan de gebruikskostenkant niet teniet te willen doen door te gaan morrelen aan de accijns en/of de BTW erop. Enige verlaging van de vaste lasten op de auto is wat ons betreft het maximum. Daarbij is nu gekozen voor een generieke verlaging van de motorrijtuigenbelastig. D66 vraagt nu als tegenwicht tegen al deze bekommernis om het individuele autogebruik aandacht voor het gedeeld autogebruik. En dan hebben we het niet over carpoolen, maar over de "taxi zonder chauffeur", projecten als auto-date, Green Wheels e.d. Om de concurrentie met de eigen auto aan te kunnen is het nodig dat de kosten van dergelijke projecten beperkt blijven. Die kosten zitten enerzijds in de prijs van gunstig gesitueerde parkeerplaatsen, bijv. bij stations en in binnensteden, en anderzijds in de vaste lasten. Het zou helpen als voor dergelijke auto's vrijstellingen zouden gelden voor de motorrijtuigenbelasting en/of de BPM. Kunnen de bewindslieden aangeven of zij daartoe mogelijkheden zien. Ik heb mij laten voorrekenen dat daarmee op termijn fl. 200 mln aan eenmalige investeringen en fl. 40 mln aan permanente lastenverlichting gemoeid zou kunnen zijn, maar het begint natuurlijk met veel lagere bedragen. Graag hoor ik hoe de bewindslieden hier tegenaan kijken. Het is een voorstel dat natuurlijk uitermate goed past in het denken over verdere vergroening van ons fiscale stelsel. Daar zullen we op een ander moment nog wel uitvoeriger over spreken, maar wij willen het onderwerp gedeeld autogebruik daar niet naar verwezen zien worden. Is wellicht nog voor 2000 dekking te vinden in de blijkens het antwoord op vraag 122 nog niet bestede ruimte voor PPS en SUWI?

De koers van de dollar is natuurlijk het spiegelbeeld van die van de euro. Bij de voorbespreking van de EcoFin vorige week heb ik al aangegeven niet de illusie te hebben daar vanaf deze plek al te veel invloed op uit te kunnen oefenen. Dat economie in belangrijke mate psychologie is, wordt zeker in dit soort processen geïllustreerd. De uitkomst van het Deense referendum stemt niet vrolijk. Niet zozeer om wat dat betekent voor de euro, maar om wat het zegt over het geloof in Europa. De regeringen in alle EU-landen hebben de dure plicht beter duidelijk te maken aan de bevolking wat het voordeel van een gemeenschappelijk Europa is, en hoe het democratisch tekort - ons inziens een ernstige bron van de argwaan - daadwerkelijk wordt bestreden.

Qua incidentele uitgaven heeft de Kamer met de motie De Graaf c.s. onder andere herbevestigd wat bij de Voorjaarsnota al werd afgesproken: van het geld dat bij de Najaarsnota voor het jaar 2000 nog beschikbaar blijkt zal een aanzienlijk deel worden aangewend voor de realisering van de Ecologische Hoofdstructuur. Jaarlijks 150 mln gedurende 4 jaar, dat is de alom erkende behoefte op dit terrein. Voor de behoeften in de monumentenzorg heeft mijn fractie dit voorjaar ook al nadrukkelijk aandacht gevraagd. Ook voor de onderwijsgebouwen is nieuwe investeringsruimte nodig, zowel voor achterstallig onderhoud als om schaalverkleining mogelijk te maken en te voorzien in een minimum niveau aan aanvaardbare werkomgeving voor de leerkrachten. Het zal duidelijk zijn, wat D66 betreft zit er wel degelijk enigszins een prioriteitsvolgorde in die motie.

Van een tweetal andere eerdere afspraken is weinig terechtgekomen: de bijdrage voor de regionale en lokale omroep en de rampenbestrijding. Ik sluit me aan bij de vragen van voorgaande sprekers hierover.

Bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal de situatie op de arbeidsmarkt uitvoerig aan de orde komen. Hier is van belang te constateren dat het kabinet heeft besloten de doorstroom-SPAK af te schaffen en de arbeidskorting te verhogen. Over de effectiviteit van de SPAK en haar doorstroom-zusje heeft D66 al menigmaal haar twijfels geuit. Het zal duidelijk zijn dat wij het toejuichen dat een begin wordt gemaakt met het afschaffen ervan. Dat geld is beter te besteden. Overigens, dat inmiddels ook vraagtekens worden gezet bij het nut van Melkert-banen, een andere erfenis van Paars I, hebben wij ook met genoegen geconstateerd. De verhoging van de arbeidskorting heeft ons verbaasd. In de wet Inkomstenbelasting 2001 is het bedrag dat iedere werkende van zijn te betalen belasting mag aftrekken, met fl. 1770 al aanzienlijk hoger vastgesteld dan de fl. 1503 die bij het Regeerakkoord werd voorzien. Dankzij de vorig jaar noodzakelijk geachte verhoging van het arbeidskostenforfait plus de indexering stond de arbeidskorting inmiddels al op fl.1942. Nu gaat hij nog eens met fl.85 omhoog naar fl. 2027. Onder het motto: goed voor de bestrijding van de armoedeval. D66 mist vooralsnog de goede analyse van het verschijnsel armoedeval en krijgt de indruk dat dat wel erg makkelijk wordt teruggebracht tot de overgang van niet-werken naar werken. Ik krijg graag door de bewindslieden toegelicht waarom uitgerekend naar dit generieke middel is gegrepen en waarom dat nu al moest, terwijl de inkomensafhankelijke regelingen vooralsnog overeind lijken te blijven. Zijn ook meer specifieke maatregelen overwogen? D66 had zich bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat meer was ingezet op verhoging van de eveneens inkomensonafhankelijke combinatiekorting, aangezien kinderopvang een aanzienlijke kostenpost vormt voor ouders met jonge kinderen die gaan werken en de eigen bijdrage aan dergelijke voorzieningen ook behoorlijk inkomensafhankelijk is. Dankzij de motie De Graaf c.s. bij de Algemene Beschouwingen is de combinatiekorting met fl.75 verhoogd naar fl.304 per werkende (dat kan dus 2 keer in een huishouden binnenkomen). Dat is mooi, maar weegt waarschijnlijk nog onvoldoende op tegen het inkomensafhankelijke geweld dat we toch steeds weer over onszelf afroepen. Graag een reactie van de bewindslieden op mijn suggestie om de helft van de fl. 550 mln voor verhoging van de arbeidskorting alsnog om te zetten in een verhoging van de combinatiekorting met ca. fl.150.
Sprekend over deze fiscale kinderregelingen, moet het mij van het hart dat ik nogal teleurgesteld ben over de inhoud van de langverbeide Kindernotitie van minister Vermeend. Als hij daarin meent te moeten stellen dat de combinatiekorting inkomensafhankelijk is, is er of iets mis met het geheugen van de nieuwe minister van Sociale Zaken, of er wordt mist gecreëerd Geen van beide goed. Minstens even vervelend van die door ons gevraagde notitie is dat volstaan wordt met een droge opsomming, terwijl de bedoeling juist was voorstellen te doen voor stroomlijning, met name gericht op kindergerelateerde regelingen op oneigenlijke plekken in andere regelgeving. Wij zullen daar later wel echt op ingaan, maar misschien kan die opmerking vast worden teruggekoppeld.

Als het gaat om de besteding van de inkomstenmeevallers heeft D66 er nooit twijfel over laten bestaan dat de staatsschuld bestemming nummer
1 is. Dat staat niet haaks op een eenmalige bijstelling van het uitgavenkader. Daar kan ik hier dus kort over zijn. Wel heb ik nog twee vragen. Naar aanleiding van het antwoord op de schriftelijke vraag nr.1 bij IXA (Nationale schuld): hoe bepalend is de rentestand voor de keuze tussen wel of niet aflossen, m.a.w. moet er reëel rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat er budgettair gezien wel afgelost zou kunnen worden, maar dat dat toch niet interessant is? En ten tweede: hoe moet na volledige aflossing het forfaitaire rendementspercentage in de Vermogensrendementsheffing worden bepaald als er geen staatsobligaties meer zijn?

Intrigerend blijft het onderwerp belastinguitgaven. Alweer voor het derde jaar ontvangen we een aparte bijlage daarover. Dat is winst. Nu komt het erop aan daarin te kunnen lezen wat we zoeken: een toetsingskader aan de hand waarvan de wenselijkheid van fiscale maatregelen is te bepalen. En helderheid over de ijklijndiscussie. Dat ontbreekt. We geven nog een ronde het voordeel van de twijfel! Een van de belastinguitgaven is de willekeurige afschrijving films. Deze regeling wordt in ieder geval nog een jaar verlengd. D66 heeft daar zelf op aangedrongen. Ingaande 2002 zal dan sprake moeten zijn van een nieuwe regeling. De filmwereld heeft last van de onrust die dit geeft. Daarom mijn vraag: hoe anders wordt die nieuwe opzet? Is het niet denkbaar de faciliteit bijvoorbeeld te beperken tot in Nederland gevestigde filmmakers of te bepalen dat de middelen in Nederland moeten worden besteed, als het probleem vooral de weglek naar het buitenland is?

In termen van de financiële fijnproeverij was het meest verrassend in deze Miljoenennota het onderwerp baten-lastenstelsel. "Toch nog" voegde de minister zelf maar alvast aan de titel toe. Ik zeg expres de minister, omdat ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat hij voor dit onderwerp het voorbeeld van zijn voormalige staatssecretaris heeft gevolgd: zelf achter de p.c. kruipen en de wereld kond doen van zijn bekering. D66 maakt zich al jaren sterk voor invoering van een baten-lastenstelsel en een meer bedrijfsmatige manier van omgaan met publieke middelen. Voorafgaand aan de verdere discussies hierover, te beginnen a.s. donderdag, wil ik nu alvast aangeven welke punten wat D66 betreft in ieder geval aan de orde moeten komen:
- wordt bij de evaluatie van ervaringen in buiten- en binnenland onderscheiden wat toe te schrijven valt aan het baten-lastenstelsel en wat aan gebrekkige aansturing en controle?

- in hoeverre is het overheidsapparaat in staat twee operaties, om niet te zeggen reorganisaties, tegelijkertijd door te voeren: VBTB en dit?

- met de uitspraak dat het feit dat soms een subsidie geschikter is dan een fiscale faciliteit niet zonder meer leidt tot de keuzet voor een subsidie, "aangezien voor die afweging mede de beschikbare ruimte binnen het uitgavenkader van belang is" stelt de minister zijn hoogstpersoonlijke Zalmnorm (een macro-norm) boven doelmatigheid (een micro-norm), terwijl hij tegelijkertijd nu het baten-lastenstelsel (met allocatievoordelen op micro-niveau) prefereert boven het kas-verplichtingenstelsel (met mogelijk allocatievoordelen op macro-niveau) - hoe moeten we dat zien?

- is onder een baten-lastenstelsel de vorming van begrotingsfondsen als het FES nog wel zinnig?
Tot slot. De D66-fractie dankt het kabinet voor de lang verwachte notitie over de fiscale behandeling van het eigen huis. We gaan er begin volgend jaar apart over spreken. Maar dit jaar nog wordt beslist over een nieuw percentage voor voorheen het huurwaardeforfait, nu het eigenwoningforfait. Dit zou van 1,25 naar 0,8 moeten gaan, gezien de opgetreden waardestijging en ondanks de ruim 14% waarmee de huren de afgelopen 4 jaar zijn gestegen. Willen de bewindslieden hier nog eens toelichten wat de redenering op dit punt precies is geweest?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie