Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak staatssecretaris Hoogervorst over pensioenen

Datum nieuwsfeit: 05-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Zoek soortgelijke berichten

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

www.minszw.nl

SZW: Toespraak staatssecretaris Hoogervorst over pensioenen

Nr. 2000/173
4 oktober 2000

Embargo:
5 oktober 2000 tot
11.00 uur

Staatssecretaris Hoogervorst: .Het is zaak in Europa evenwichtige pensioenstelsels tot stand te brengen.

.We staan in Europa voor de grote opgave de toekomst van de pensioenvoorzieningen veilig te stellen. Zonder evenwichtige pensioenstelsels in de Europese landen is duurzame sociale bescherming van ouderen op termijn niet langer mogelijk en komt de sociale cohesie in Europa in het gedrang..

Dat zei staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op donderdag 5 oktober 2000 in Amsterdam bij de European Association of Public Sector Pension Institutions.

Hij wees er op dat de bevolking in Europa afneemt, terwijl er bovendien sprake is van ontgroening en vergrijzing. .Meer ouderen en minder arbeidskrachten betekenen een geringere groei van het bruto binnenlands product, een stijging van de uitgaven en, als we niets doen, een forse toename van de staatsschuld..
Alleen al in Nederland ontstaat bij ongewijzigd beleid in 2040 een overheidstekort van 3,4% van het bruto binnenlands product, terwijl nu sprake is van een overschot van 0,9%. De kosten van de gezondheidszorg stijgen tot die tijd met 3,6% en de uitgaven voor de AOW met 4,3% van het bruto binnenlands product. Nederland verkeert daarbij nog in een gunstige uitgangspositie ten opzichte van andere Europese landen.

Het is volgens de bewindsman dan ook noodzakelijk dat de landen in Europa de pensioenvoorzieningen met name gaan baseren op kapitaaldekking (zoals bij de pensioenfondsen) in plaats van omslagfinanciering (zoals bij de AOW: de huidige werknemers betalen premie voor de huidige AOW-gerechtigden).

Op dit moment gebeurt in veel landen nog vooral het tegenovergestelde. Ongeveer 88 procent van de totale Europese pensioenen bestaat uit omslaggefinancierde publieke pensioenen. De op kapitaaldekking gebaseerde pensioenen omvatten slechts 8 procent. In Nederland daarentegen is het aandeel van de AOW in de totale pensioenvoorziening 50%, de pensioenverzekeringen op basis van kapitaaldekking 40% en de particuliere aanvullende voorzieningen 10%.

In een vergrijzende samenleving waar een omslaggefinancierde voorziening het leeuwedeel vormt van de pensioenvoorziening, zullen steeds minder schouders een steeds zwaardere last moeten dragen. Dat is veel minder het geval bij een stelsel waar de kapitaaldekking centraal staat. Waarbij, met andere woorden, de toekomstige financiering voor een belangrijk deel al is veiliggesteld, constateerde Hoogervorst.

Volgens de staatssecretaris zouden veel Europese landen niet aan het EMU-schuldcriterium voldoen als de toekomstige pensioenverplichtingen zouden worden gekapitaliseerd. .Toch lijken niet al onze partners zich bewust te zijn van de grote risico.s die zij lopen. Zorgelijk dus. Te meer omdat nu al herhaaldelijk door de OESO en de Wereldbank aanbevelingen zijn gedaan om tot meer evenwichtige stelsels te komen. Want hoe langer we wachten, des te groter de problemen. Naarmate langer wordt gewacht, vormt de overgang van omslagfinanciering naar kapitaaldekking een zwaardere last door de dubbele premielast in de overgangsfase. Die last wordt lichter naarmate ze over langere tijd wordt uitgespreid. Daarom is het zaak snel te handelen. Anders is het te laat. Dan dreigt in EU-landen hetzij de premielast sterk op te lopen, hetzij de staatsschuld weer te stijgen, juist nu we die behoorlijk op orde hebben gebracht om de Europese Monetaire Unie mogelijk te maken. Nu het probleem aanpakken. Dat is het parool., betoogde staatssecretaris Hoogervorst.

Hij beklemtoonde dat inflatie .geen uitweg uit de problemen. biedt. .Hoe verleidelijk het ook zou kunnen zijn de pensioenverplichtingen te laten wegsmelten door de inflatie te veronachtzamen: dat is geen optie. Niet alleen omdat men dan ongetwijfeld de Europese Centrale Bank op zijn weg vindt, maar ook en vooral omdat de ontwrichtende werking van inflatie niet opweegt tegen het schijnbare voordeel van een verzachting van de lasten van een weer toenemende staatsschuld. De Nederlandse regering zal daarom in de komende jaren de pensioenproblematiek hoog op de Europese agenda proberen te plaatsen. Niet alleen in ons eigen belang, maar in het belang van ons allen. Want met de terugkeer van de inflatie komt de sociale bescherming van ons allemaal op het spel te staan., aldus de staatssecretaris.

Toespraak door staatssecretaris J.F. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de European Association of Public Sector Pension Institutions op donderdag 5 oktober 2000 in Amsterdam.

Praten over de toekomst van het pensioenstelsel. Beter bij de tijd kunt u bijna niet zijn. Want we staan in Europa voor de grote opgave de toekomst van de pensioenvoorzieningen veilig te stellen. Zonder evenwichtige Europese pensioenstelsels is duurzame sociale bescherming van ouderen op termijn niet langer mogelijk en komt de sociale cohesie in Europa in het gedrang.

Het is daarom winst dat de Europese top van Nice in december de pensioenen in Europa op zijn agenda heeft gezet. De pensioenstelsels kunnen zich niet meer los van elkaar ontwikkelen. Rekening houden met elkaar, leren van elkaar, dat zijn belangrijke voorwaarden om de Europese toekomst dichterbij te brengen. Niet door sturing van bovenaf, maar van onderop, via overleg, peer pressure en het uitwisselen van best-practices.

Voor welke uitdagingen stelt de eenentwintigste eeuw ons?

Eén woord zegt voor u waarschijnlijk al voldoende: vergrijzing. Het is een groot goed dat mensen steeds ouder worden. Dat zegt iets over onze welvaart en over het niveau van de gezondheidszorg. Maar de vergrijzing stelt ons ook voor problemen. Concreet: kunnen we ouderen in de nabije toekomst nog wel een deugdelijke oudedagsvoorziening garanderen als het aantal ouderen in de samenleving relatief sterk stijgt?

Laten we eens nauwkeuriger naar een aantal demografische ontwikkelingen kijken.

(Tabel 1: Elderly dependency ratios in Europe)

In de eerste plaats zien we na 2020 een daling van de bevolking in de EU-landen. In 2050 3 % minder dan nu. Daartegenover staat de vergrijzing van de babyboomgeneratie en ouderen die steeds ouder worden. Ontgroening en dubbele vergrijzing. Als we dat optellen zien we een forse stijging van de zogenaamde old age dependency ratio. Een stijging van een EU-gemiddelde van 27% naar 53 %.

Meer ouderen en minder arbeidskrachten betekenen een geringere groei van het BBP, een stijging van de uitgaven en, als we niets doen, een forse toename van de staatsschuld.

(Tabel 2: Future budgets without policy adjustments)

De cijfers voor Nederland spreken boekdelen. Duidelijk is dat de uitgaven voor de AOW bij ongewijzigd beleid tussen nu en 2040 stijgen met 4,3% BBP. De kosten van de gezondheidszorg nemen toe met 3,6% BBP. En het overheidsoverschot van 0,9% dat we nu hebben verdwijnt als sneeuw voor de zon om plaats te maken voor een tekort dat oploopt tot 3,4% BBP. En dit ondanks het feit dat de Nederlandse pensioenfondsen zeer grote kapitalen opzij hebben gezet voor de toekomst.

We weten dus wat ons te wachten staat. Maar weten we ook wat ons te doen staat?

Laten we even kijken naar het Nederlandse stelsel van oudedagsvoorzieningen. Dat omvat drie pijlers.

(Tabel 3: Pensions in the Netherlands)

De eerste pijler de publieke basisvoorziening, (AOW) omslaggefinancierd.
De tweede pijler: de private voorziening, gefinancierd met kapitaaldekking.
De derde pijler: individuele aanvullende voorzieningen.

Welke voordelen biedt dit drieledige stelsel?

De kracht van het drie pijler-stelsel schuilt in de combinatie van collectieve en individuele verantwoordelijkheden, de goede risicospreiding en de betrekkelijke zekerheid over de toekomstige dekking. Het is dus een evenwichtig stelsel, dat in beginsel bestand is tegen de gevolgen van de vergrijzing.

(Tabel 4: Assets of pension funds in % GDP)

De tweede pijler is het hart van het pensioenstelsel. Deze sterke pijler met het enorme opgebouwde vermogen van 450 miljard Euro in pensioenfondsen biedt grote voordelen als we met vergrijzing te maken krijgen.

Daar waar in een vergrijzende samenleving de omslaggefinancierde voorziening het leeuwendeel vormt van de pensioenvoorziening zullen steeds minder schouders een steeds zwaardere last moeten dragen. Dat is veel minder het geval bij een stelsel waar de kapitaaldekking centraal staat. Waarbij, met andere woorden, de toekomstige financiering voor een belangrijk deel al is veiliggesteld.

Maar een sterke kapitaalgefinancierde pensioenvoorziening werkt bovendien op andere manieren door.

Bij gelijkblijvende premie- en belastingtarieven zien we stijgende belastinginkomsten. De oorzaak ligt in het grotere aandeel van de pensioenen in de belastinggrondslag. Want we hebben in Nederland pensioenpremies voor werkenden fiscaal aftrekbaar gemaakt, terwijl de pensioenuitkeringen volledig worden belast. Op deze manier verzachten we de gevolgen van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën.

Ook de private pensioenfondsen profiteren van de gunstige effecten van de kapitaalgefinancierde pensioenvoorziening. Het opgebouwde pensioenvermogen verzacht de gevolgen van de vergrijzing waarmee de private pensioenfondsen zelf te maken krijgen. De aanvullende pensioenuitkeringen stijgen vanaf nu tot 2040 met 8,1% BBP, maar de stijging van de pensioenpremies blijft beperkt tot tussen 6,8% en 7,2% van het loon. De pensioenen worden dus grotendeels betaald uit het belegd vermogen.

Waarom blijf ik zo lang stil staan bij dit Nederlandse voorbeeld? Omdat ik me toch wel zorgen maak. Nederland heeft in 2040 de laagste old age dependency ratio binnen de Europese Unie. En zelfs wij hebben al problemen. Hoe zit het in landen waar de old age dependency ratio hoger, soms veel hoger, ligt? Daar zijn de problemen nu al groter. En heel veel groter als een evenwichtig pensioenstelsel ontbreekt. Dat wil zeggen als de pensioenvoorziening grotendeels omslaggefinancierd wordt en dus steeds zwaardere lasten op steeds minder schouders worden gelegd. U kunt de gevolgen wel raden.

Gevolgen die niet beperkt blijven tot de afzonderlijke Europese staten. Want we zijn in Europa niet langer buren. We gaan met elkaar in één huis wonen. Een huis dat op orde moet zijn, waarin het achterstallig onderhoud is weggewerkt.

(Tabel 5: Public and private pensions in Europa)

Helaas, er is achterstallig onderhoud. Ongeveer 88% van de totale Europese pensioenen bestaat uit omslaggefinancierde publieke pensioenen. De op kapitaaldekking gebaseerde pensioenen omvatten slechts 7%. Het zuiver private pensioen beslaat minder dan 1%. Als de toekomstige pensioenverplichtingen zouden worden gekapataliseerd zouden veel Europese landen niet aan de EMU-criteria kunnen voldoen. Toch lijken niet al onze partners zich bewust te zijn van de grote risico.s die zij lopen.

Zorgelijk dus. Te meer omdat nu al herhaaldelijk door de OESO en de Wereldbank aanbevelingen zijn gedaan om tot meer evenwichtige stelsels te komen. Want hoe langer we wachten, des te groter de problemen.

Naarmate langer wordt gewacht vormt de overgang van omslagfinanciering naar kapitaaldekking een zwaardere last door de dubbele premielast in de overgangsfase. Die last wordt lichter naarmate ze over langere tijd wordt uitgespreid. Daarom is het zaak snel te handelen. Anders is het te laat. Dan dreigt in EU-landen of de premielast sterk op te lopen of de staatsschuld weer te stijgen, juist nu we die behoorlijk op orde hebben gebracht om de EMU mogelijk te maken.

Nu het probleem aanpakken. Dat is het parool. Gelukkig komen een aantal landen ook in beweging.
Duitsland bijvoorbeeld werkt aan de overgang naar kapitaaldekking. Terwijl Zweden creatieve oplossingen heeft bedacht in de vorm van het zogenaamde .notional. defined contribution stelsel. De omslag blijft de facto bestaan, maar bij de premieheffing en de opbouw van pensioenaanspraken rekent men alsof het een defined contribution stelsel is, gebaseerd op kapitaaldekking.

Belangrijk is dat ook andere landen nu aan de slag gaan.

Dat is ook nodig omdat een evenwichtig pensioenstelsel weliswaar van fundamenteel belang is, maar nog niet de oplossing biedt voor het hele probleem van de vergrijzing.

Ik neem u weer even mee naar de Nederlandse situatie.

Want hoe relatief gunstig het Nederlandse stelsel er ook uit ziet, als Nederland niets doet dreigt ook bij ons een financieel probleem. Daarom zitten we ook in Nederland niet stil. We treffen maatregelen om de stijgende publieke pensioenlasten op te vangen.

Dat doen we langs verschillende wegen.

Door middel van schuldreductie. Daardoor vallen rentelasten vrij en ontstaat budgettaire ruimte om de kosten van vergrijzing op te vangen.

Een ander route is de vergroting van de arbeidsparticipatie van ouderen. Op dit punt ligt Nederland duidelijk achter op de rest van Europa. Minder dan 30% van de beroepsbevolking tussen 55 en 65 jaar werkt. Deze participatiegraad moet duidelijk omhoog. Het principe is eenvoudig: minder pensioenlasten en meer premieopbrengsten.

We stimuleren ouderen te blijven werken. En we proberen het verschijnsel van vervroegde uittreding tegen te gaan door aanpassing van het pensioenstelsel. Vervroegde uittreding mag idealiter alleen plaatsvinden op basis van kapitaalgedekte arrangementen, waarbij de kosten uiteindelijk voor rekening van de werknemer zelf komen. We bevorderen langs fiscale weg dat de regelingen voor vervroegd uittreden plaatsmaken voor prepensioen of flexibel pensioen.

Schuldreductie en vergroting van de arbeidsparticipatie. Het zijn wegen die ook voor andere landen binnen de Europese Unie openliggen. Want laten we niet uit het oog verliezen dat bij de totstandkoming van de EMU een flinke budgettaire inspanning is verricht. Daarvan zouden we de komende jaren via rentevrijval toch de vruchten moeten kunnen plukken.

Het is tijd om te handelen om de toekomst van de pensioenvoorziening in Europa veilig te stellen. Het is zaak dat er in Europa evenwichtige pensioenstelsels tot stand worden gebracht. Ik heb u laten zien wat de voordelen daarvan zijn.

Naast het Nederlandse model zijn er natuurlijk ook andere oplossingen denkbaar. Maar laat ik één ding duidelijk maken. Eén uitweg uit de problemen is er nadrukkelijk niet. Dat is die van de inflatie. Hoe verleidelijk het ook zou kunnen zijn de pensioenverplichtingen te laten wegsmelten door de inflatie te veronachtzamen: dat is geen optie. Niet alleen omdat men dan ongetwijfeld de Europese Centrale Bank op zijn weg vindt, maar ook en vooral omdat de ontwrichtende werking van inflatie niet opweegt tegen het schijnbare voordeel van een verzachting van de lasten. De Nederlandse regering zal daarom in de komende jaren de pensioenproblematiek hoog op de Europese agenda proberen te plaatsen. Niet alleen in ons eigen belang, maar in het belang van ons allen. Want met de terugkeer van de inflatie komt de sociale bescherming van ons allemaal op het spel te staan.

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie