Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Raadsnotulen gemeente Enkhuizen

Datum nieuwsfeit: 10-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Gemeente Enkhuizen

RAADSNOTULEN

Enkhuizen, 10 oktober 2000.

Zakelijk verslag van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad der gemeente Enkhuizen, gehouden op dinsdag 10 oktober 2000 te 20.00 uur in het stadhuis, Breedstraat 53, 1601 KA Enkhuizen.

Voorzitter: de heer drs. S.P.M. de Vreeze, burgemeester.

Secretaris: de heer J.J.J. van Huffelen, gemeentesecretaris.

Aanwezig 16 leden, namelijk:
mevrouw: Th. Dekker (pvda, wethouder) alsmede

de heren:
H.F.P. Bode (pvda),
C.H. Boland (d66),
N.P. Dol (vl/gl, wethouder),
H. van Doornik (cda, wethouder),
Th. de Geus (rpf/sgp),
W. Hæntjens (vvd),
J. Hart (eb),
J.W. Hekkert (vvd),
F.C. Jans (eb),
J. Lok (vl/gl),
D. van Pijkeren (rpf/sgp),
W. Rieuwerts (vl/gl),
drs. J.S. Tesselaar (eb),
K.P. van der Veen (pvda) en
D. Wiersma (cda).

Afwezig 1 lid, te weten:
mevrouw E.F. Dangermond-Hilderink (vvd).

Agenda

Voorstelnummer


1


Opening.


2

Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemmingen.


3

Verslag van de vergadering gehouden op 17 juli 2000.


4

Ingekomen stukken en mededelingen.

108


5

Benoeming in commissie.

111


6

Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats.

081


7

Diverse speelvoorzieningen.

102


8

Jaarrekening 1999 en begroting 2001 van de Regionale Scholengemeenschap Enkhuizen.

103


9

Programma en overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2001.

104


10

Straatnaamgeving.

106


11

Onderwijsachterstandenbeleid.

109


12

Voorbereidingsbesluit Spoorstraat 10.

110


13

Legionellapreventie.

112


14

Intrekking deelsubsidieverordeningen.

113


15

Telecommunicatieverordening.

114


16

Verkoop Anjerstraat 1.

118


17

Intrekking Verordening lokale radio-opslag.

120


18

Fusie kinderopvang Enkhuizen.

121


19

Voorbereidingskrediet invoering betaald parkeren.

122


20

Rondvraag.


21

Sluiting.


1. Opening.


De voorzitter
opent de raadsvergadering en heet allen van harte welkom. Vervolgens deelt hij mee dat mevrouw Dangermond bericht van verhindering heeft gestuurd. Zij is van een stoepje gevallen; gelukkig is zij nu herstellende.

Spreker heeft van de heer Otto een brief ontvangen met de volgende inhoud.

`Geacht college,
Hierbij deel ik u namens de leden van de rekeningcommissie Enkhuizen mee dat zij in hun vergadering van 27 september jongstleden de heer D. van Pijkeren als voorzitter hebben benoemd. Over de benoeming van de plaatsvervangend voorzitter, welke conform artikel 3 van de Verordening rekeningcommissie eveneens dient plaats te vinden, zult u na de vergadering van de commissie op 17 oktober aanstaande worden bericht. Ik verzoek u de benoeming van de heer Van Pijkeren kenbaar te maken aan de leden van de raad in hun vergadering van 10 oktober 2000.
Ten slotte merk ik op dat omtrent de aanwijzing door uw college van de secretaris van de rekeningcommissie u eerdaags langs ambtelijke weg een voorstel zal bereiken.'

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit schrijven voor kennisgeving aangenomen.

De heer Bode
(pvda) komt terug op de algemene beschouwingen die hij op maandag 2 oktober jongstleden heeft uitgesproken. Die beschouwing is voorafgegaan door een verklaring inzake het raadsnestorschap van de heer Hart. In die verklaring is uiteengezet waarom sprekers fractie niet langer de behoefte gevoelt zich door de heer Hart als nestor te laten vertegenwoordigen. De aangevoerde argumenten zijn vooral gelegen in de wijze waarop de heer Hart persoonlijke, familiale belangen niet adequaat van diens verantwoordelijkheid als raadslid scheidt, zich in dezen niet laat bijsturen en vervolgens in de media de positie van de burgemeester ter discussie stelt. De bijdragen van de heer Hart in de afgelopen vergaderingen hebben het pvda-standpunt zeker niet doen veranderen. De fractie doelt niet op de politiek-inhoudelijke bijdragen van de heer Hart, maar diens smakeloze verwijzing aan het eind van de eb-beschouwing naar de situatie voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog en diens op geen enkele wijze onderbouwde uitspraak dat bij de burgemeester sprake is van belangenverstrengeling. Op uitnodiging van verschillende partijen heeft de heer Hart noch diens woorden teruggenomen, noch diens uitspraken onderbouwd, noch daarover spijt betuigd.

De fractie van de pvda hecht eraan zich bij daarvoor in aanmerking komende gelegenheden wel door een raadsnestor te laten vertegenwoordigen en stelt daarom voor dat de raad zich uitspreekt over de wenselijkheid de heer Hart de formele rol van raadsnestor te laten vervullen. Indien een meerderheid van de raad de mening is toegedaan dat dit niet langer wenselijk is, stelt de pvda-fractie voor in het komende fractievoorzittersoverleg te bezien welk ander raadslid de rol van raadsnestor voor de resterende zittingsperiode kan invullen.

De voorzitter
vraagt of de heer Bode nu een debat over deze kwestie wenst.

De heer Bode
(pvda) antwoordt ontkennend. Hij wil, zoals tijdens de algemene beschouwingen is aangekondigd, slechts horen welke positie de raadsfracties ten opzichte van het raadsnestorschap van de heer Hart innemen.

De voorzitter
stelt vast dat de heer Bode een ordevoorstel heeft gedaan. Het is aan de raad te bepalen dat al dan niet te volgen.

De heer Hekkert
(vvd) laat weten dat zijn fractie op dit moment niet de behoefte heeft over deze kwestie te discussiëren. De fractie wil zich eerst onderling kunnen beraden.

De heer Wiersma
(cda) lijkt het goed eerst eens intern te beraadslagen over de vraag wat al dan niet wenselijk is en vervolgens daarop in het fractievoorzittersoverleg terug te komen.

De heer Lok
(vl/gl) deelt de opvatting van de heer Wiersma. Het gaat om een nogal ingrijpend voorstel en derhalve moeten de raadsfracties ten minste de gelegenheid hebben om daarover eens goed na te denken.

De heer De Geus
(rpf/sgp) acht het verstandig deze zaak in het
fractievoorzittersoverleg aan de orde te stellen en daar de consequenties op een rijtje te zetten. Op grond daarvan kunnen de fracties tot een afweging komen.

De heer Boland
(d66) sluit zich bij de vorige sprekers aan. Het gaat niet alleen om een technische vraag - kan de raad de nestor zonder meer vervangen? -, maar ook om persoonlijk functioneren. Dat behoort niet in eerste instantie in het openbaar te worden bediscussieerd, integendeel.

De heer Bode
(pvda) meldt dat tijdens de begrotingsvergadering verschillende partijen de suggestie hebben gedaan deze aangelegenheid in het fractievoorzittersoverleg te bespreken. Hij heeft toen namens zijn fractie gezegd daartoe, vanzelfsprekend, bereid te zijn, mits ook de heer Hart zich daarin kan vinden. Helaas heeft de heer Hart die bereidheid niet kenbaar gemaakt en daarom heeft spreker deze kwestie, zoals eerder is aangekondigd, vanavond aan de orde gesteld. Zolang geen andere raadsnestor is aangewezen, zal de pvda-fractie zich niet door de heer Hart vertegenwoordigd voelen. Op zich zou dit voor de heer Hart een reden kunnen zijn vrijwillig terug te treden. Als dat niet gebeurt en de andere fracties willen zich nu niet uitspreken, is het zinvol in het fractievoorzittersoverleg op één en ander terug te komen.

De voorzitter
trekt de conclusie dat dit onderwerp voor het
fractievoorzittersoverleg zal worden geagendeerd, maar niet voor de bijeenkomst die morgen zal plaatsvinden.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.


2. Bepaling volgorde bij hoofdelijke stemmingen.
De voorzitter
trekt penning nummer 1 uit het mandje, waarna de secretaris meedeelt dat volgens de presentielijst eventuele hoofdelijke stemmingen zullen aanvangen bij de heer Van der Veen.


3. Verslag van de vergadering gehouden op 17 juli 2000.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de notulen conform het concept vastgesteld.


4. Ingekomen stukken en mededelingen.

(Voorstel nummer 101, 2000.)

De heer Boland
(d66) weet dat alle raadsleden, en waarschijnlijk ook de leden van het college, een brief, de dato 1 oktober 2000, van de ondernemers rond de Kaasmarkt hebben gekregen. Gelet op het beschreven urgente karakter verzoekt hij nu te besluiten dat schrijven naar de eerstvolgende commissievergadering te verwijzen.

De voorzitter
voelt zich geroepen enkele woorden aan het bedoelde schrijven te wijden. De suggestie dat het vigerende beleid niet regelmatig in de raadscommissie aboz aan de orde zou zijn geweest, moet van de hand worden gewezen. Met zowel de commissie als horecavertegenwoordigers is afgesproken in dit najaar een brede discussie te voeren over de vraag hoe met de sluitingstijden en alles wat hiermee annex is moet worden omgegaan. Het gaat om veilig uitgaan. Samen met politie en justitie wordt daarvoor een beleid voorbereid. Tijdens een bezoek aan Leeuwarden is wel gebleken hoe belangrijk het is dat niet alleen naar sluitingstijden wordt gekeken, maar ook helder is wat men van gemeente, horeca, politie en om mag verwachten. Nog deze week zal in de driehoek worden gesproken over de toenemende druk vanuit de horeca om een regionaal beleid te ontwikkelen. Het daartoe te bewandelen traject komt in de commissie aan de orde. Verder zal deze week een gesprek met de voorzitter van de plaatselijke horeca plaatsvinden. Het is de bedoeling in de maanden november tot en met januari een beleid te formuleren, waarvan de sluitingstijden een onderdeel vormen.

Spreker heeft geen bezwaar tegen het verzoek van de heer Boland nu te besluiten de brief door te sturen naar de commissie aboz.

De heer Boland
(d66): Dat laatste is het enige dat ik heb gevraagd!

De voorzitter
: Prima de brief wordt nu als ingekomen stuk beschouwd en zal in de eerstvolgende vergadering van de raadscommissie aboz worden behandeld.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.

De heer Hart
(eb) verzoekt na te gaan of ook de commissieleden een afschrift van de brief hebben gekregen en, zo dat niet het geval mocht zijn, die alsnog een exemplaar te doen toekomen.

De voorzitter
: Ja, een uitstekend idee.

Ingekomen stukken.


1. Brief, de dato 9 augustus 2000, van de arrondissementsrechtbank Amsterdam, sector bestuursrecht, met betrekking tot een ingesteld beroep planschade ex artikel 49 wro van de heer E. van den Bosch te Enkhuizen.

Burgemeester en wethouders stellen voor hun verweerschrift te bekrachtigen en aan hen een algemene machtiging te verlenen de raad in dergelijke gevallen te vertegenwoordigen.

De heer Tesselaar
(eb) stemt in met de voorgestelde bekrachtiging van het verweerschrift, maar de fractie van Enkhuizer Belang gaat onder geen beding akkoord met een algemene machtiging.

De heer Wiersma
(cda) schaart zich achter de opmerking van de heer Tesselaar.

De voorzitter
begrijpt dat de gevraagde algemene machtiging niet onomstreden is en zegt toe dat punt voor de commissie aboz te zullen agenderen en, wellicht, ook voor de raadscommissie rof.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.


2. Brief, de dato 28 juli 2000, van de heer S. de Vries te Enkhuizen met betrekking tot de aanslagen ozb voor de jaren 1997, 1998 en 1999.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming conformeert de raad zich aan het ter inzage gelegde antwoord van burgemeester en wethouders en wordt het onder nummer 2 vermelde ingekomen stuk voor kennisgeving aangenomen.


3. Brief, de dato 1 september 2000, van burgemeester en wethouders van Drechterland met betrekking tot de aanbieding van de begroting 2001.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt dit ingekomen stuk, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, voor kennisgeving aangenomen.


4. Stedenbouwkundige visie Fruittuinen.

Burgemeester en wethouder stellen voor in te stemmen met model 2, gesloten bebouwing, als uitgangspunt voor verdere planvorming voor vervangende nieuwbouw Fruittuinen.

De heer Wiersma
(cda) meent dat in de commissie is afgesproken nu eerst een zogenaamde `massastudie' te doen, omdat de meeste bezwaren zich tegen de verhouding tussen de bestaande bebouwing en de mogelijk toekomstige nieuwbouw richten. Als deze interpretatie juist is, gaat de cda-fractie met het collegevoorstel akkoord.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) attendeert erop dat de stedenbouwkundige visie geheel losstaat van de massastudie. Overigens is de visie niet zozeer het probleem als wel de daarin veronderstelde bebouwingshoogte. Naar aanleiding daarvan heeft de swd aan de commissie toegezegd op basis van de in de visie opgenomen uitgangspunten en het voorkeursmodel een massastudie te zullen laten verrichten om de verhoudingen aanschouwelijk te maken. Duidelijk moet zijn dat nog geen bouwplan, bouwaanvraag of wat dan ook is ingediend, die komen pas in een veel later stadium aan de orde.

De heer De Geus
(rpf/sgp) staat op het standpunt dat ingekomen stuk nummer 4 niet volkomen los van de onder nummer 16 vermelde brief kan worden behandeld. De omschrijving van dat stuk en het daarbij behorende collegevoorstel luiden als volgt.

16. Brief, de dato 22 september 2000, van het Comité Fruittuinen en Omgeving met betrekking tot een verzoek om de onlangs gehouden beraadslagingen rond de stedenbouwkundige visie `Fruittuinen en omgeving' nogmaals te laten plaatsvinden in de komende vergadering van de raadscommissie rof.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor ruimtelijke ordening en financiën.

Zijn inziens moet het onder 16 aangegeven schrijven bij de behandeling van ingekomen stuk nummer 4 worden meegenomen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) verklaart dat sprake is van twéé sporen, enerzijds de visie en anderzijds de reacties van belanghebbenden. De reacties kunnen echter pas aan de orde komen en op hun waarde worden beoordeeld op het moment dat een concreet bouwplan voorligt.

De heer De Geus
(rpf/sgp): Jawel, maar in de omschrijving van brief nummer 16 staat letterlijk:

`. . . een verzoek om de onlangs gehouden beraadslagingen rond de stedenbouwkundige visie `Fruittuinen en omgeving' nogmaals te laten plaatsvinden in de komende vergadering van de raadscommissie rof.'

Spreker acht het weinig zinvol dit verzoek te honoreren, want voorlopig is nog geen sprake van sloop, laat staan van nieuwbouw. Met andere woorden: de bezwaarmakers zullen nog alle gelegenheid krijgen hun zienswijzen (opnieuw) naar voren te brengen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) schetst kort de gang van zaken die heeft plaatsgevonden. De stedenbouwkundige visie werd aan de commissie voorgelegd en die stemde in met de keuze van het college, in casu model 2. Naar aanleiding van de acties die daarop volgden, werd om een heroverweging in de commissie gevraagd. Die heeft plaatsgevonden en nu wordt in feite aan de raad gevraagd zich achter het voorkeursmodel, te weten model 2, te scharen.

Ten aanzien van de ingediende bezwaren, suggesties, adviezen enzovoort moet er nogmaals nadrukkelijk op worden gewezen dat die allemaal zullen worden betrokken bij een eventueel toekomstig bouwplan. Zolang geen bouwplan is ingediend, kan niets met de bezwaren worden gedaan.

Wethouder Dol
(vl/gl) merkt op dat met betrekking tot brief 16 wordt voorgesteld die te behandelen in de raadscommissie rof. Welnu, het is aan de commissie te bepalen of zij de beraadslagingen over de visie al dan niet wil overdoen. Zeer waarschijnlijk is de commissie zo wijs dat níét te doen!

De heer De Geus
(rpf/sgp) houdt vast aan de gedachte dat brief 16 bij ingekomen stuk 4 moet worden betrokken. Het college en een commissiemeerderheid hebben model 2 gekozen en derhalve is het niet zinvol de visie nogmaals in de commissie ter discussie te stellen. Zodoende tast het gemeentebestuur diens eigen geloofwaardigheid aan. De rpf/sgp-fractie stemt wel in met hetgeen het college ten aanzien van punt 4 voorstelt.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) probeert nogmaals duidelijk te maken welke twee sporen uit elkaar moeten worden gehouden.


1. Alle bezwaren tegen en brieven/opmerkingen over een mogelijke bouw aan de Fruittuinen zullen in de raadscommissie rof aan de orde komen op het moment dat een bouwplan voorligt of de resultaten van de massastudie bekend zijn.

2. Het college wil nu slechts van de raad horen of de stedenbouwkundige visie, en dan met name model 2, als uitgangspunt voor een verdere planvorming kan dienen.

De heer Hekkert
(vvd) onderschrijft de zienswijze van de heer De Geus. Overigens heeft de vvd-fractie in dit stadium evenmin behoefte aan een nieuwe behandeling in de commissie.

De heer Tesselaar
(eb) vermeldt dat de fractie van Enkhuizer Belang stuk nummer 4 bij brief nummer 16 wil betrekken.

De voorzitter
: Mevrouw Dekker heeft getracht omstandig uit te leggen op grond van welke relevante argumenten deze onderwerpen uit elkaar dienen te worden gehouden.

De heer Rieuwerts
(vl/gl) kan, ondanks de reeds in de commissie gegeven toelichting, de uitleg van de wethouder nog steeds niet begrijpen. De meerderheid van de fractie van Verenigd Links/GroenLinks heeft een geheel andere visie op het onderhavige gebied. In haar visie kan de huidige bebouwing zonder bezwaar worden gehandhaafd. Binnen Enkhuizen is immers een markt voor dit soort woningen en het is volgens spreker dan ook een brug te ver een stedenbouwkundige visie te aanvaarden die het behoud van de huidige bebouwing feitelijk uitsluit.

De heer Bode
(pvda) snapt niet waarom het college voorstelt brief nummer 16 in de commissie rof te behandelen. De mening van de commissie over de stedenbouwkundige visie is reeds verkend. Gebleken is dat een commissiemeerderheid zich in model 2 kan vinden en daarmee is de zaak afgedaan. Wanneer vervolgens op basis van de stedenbouwkundige visie op enig moment een bouwplan wordt voorgelegd, begint een volgend traject, zoals de wethouder heeft uitgelegd. Dan kunnen alle opmerkingen in het kader van de planbeoordeling (nogmaals) aan de orde komen.

De heer Lok
(vl/gl) betoogt dat over de formele kant van de zaak aan ambtelijke zijde een andere opvatting heerst dan de heer Bode heeft verwoord. Weliswaar heeft de raadscommissie zich uitgesproken, maar die uitspraak moet volgens het ambtelijk apparaat minimaal door de raad worden bekrachtigd om het traject verder te kunnen volgen.

De heer Bode
(pvda): Als dat zo is, wordt nu via een ingekomen stuk en passant een niet onbelangrijk raadsbesluit genomen!

De heer Lok
(vl/gl): In de advisering staat letterlijk:

`Het is ook niet voldoende als zekerheid voor de partner, in dit geval de Stichting Woondiensten Enkhuizen.'

Met andere woorden: de bekrachtiging van één en ander door deze raad is een minimale voorwaarde, ook voor de partner waarmee de gemeente in gesprek is.

De heer Wiersma
(cda) stipt aan dat is afgesproken model 2 als vóórkeursrichting te beschouwen. Op basis van de massastudie zal worden bepaald of dat model inderdaad de voorkeur verdient.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) zet uiteen dat de stroom brieven en de handtekeningenactie voor het college aanleiding zijn geweest één en ander voor kennisgeving aan te bieden. Burgemeester en wethouders willen de zekerheid hebben dat de keus van een commissiemeerderheid door de raad wordt bekrachtigd.

In de commissiebijeenkomst is al duidelijk geworden dat de heer Rieuwerts niets voor sloop van de betrokken woningen voelt. Toch is het verstandig als gemeente een visie op het gebied te ontwikkelen, want die is nodig op het moment dat de eigenaar ter plaatse een bouwplan wil realiseren.

De voorzitter
concludeert dat volgens de eb-fractie het onder 4 genoemde stuk in relatie met brief nummer 16 een nieuwe discussie vraagt en derhalve op dit moment geen afwogen raadsstandpunt kan worden geformuleerd.

De heer Hart
(eb): De heer Tesselaar heeft slechts gevraagd ingekomen stuk nummer 4 bij brief 16 te betrekken, meer niet.

De wethouder stelde dat het stuk ter kennisname zou zijn aangeboden. Dat is echter onjuist. Als het college een officiële bekrachtiging wenst, moet het een raadsvoorstel aanbieden, zeker in dit geval, omdat een bouwplan het noodzakelijk zal maken grond aan de swd te verkopen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): De toekomst zal leren of inderdaad een bouwplan wordt ingediend en grond moet worden verkocht. Daarover valt nu niets zinnigs te zeggen.

Spreekster heeft geen problemen met de gedachte de stedenbouwkundige visie bij brief 16 te betrekken, maar voelt er niets voor dat andersom te doen.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gemaakte opmerkingen, vervolgens conform de voorstellen van burgemeester en wethouders met betrekking tot de ingekomen stukken nummers 4 en 16 besloten.

5. Brief, de dato 27 juli 2000, van Greenpeace te Amsterdam met betrekking tot de genetische manipulatie van landbouw- en voedingsgewassen.

Burgemeester en wethouders stellen voor dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor havens, openbare werken en sociale voorzieningen.

De heer Hekkert
(vvd) zag in de stukken dat de gemeente Greenpeace zou informeren conform bijgaande brief, maar die was niet te vinden.

De voorzitter
belooft dat het bedoelde stuk alsnog ter inzage zal worden gelegd.

De heer Boland
(d66) maakt een logistieke opmerking. Dit soort brieven behoort zijns inziens eerst in de adviesgroep milieu te worden behandeld. Pas nadat die groep een advies heeft uitgebracht, heeft het zin dergelijke brieven te bespreken.

Wethouder Dol
(vl/gl) is het roerend met de heer Boland eens. Het schrijven van Greenpeace is trouwens in de adviesgroep milieu aan de orde geweest, zoals uit het verslag van die groep blijkt. De adviesgroep heeft besloten een vertegenwoordig(st)er van Greenpeace uit te nodigen een mondelinge toelichting te geven op het standpunt over deze ingewikkelde materie, alvorens een aanbeveling te doen. Vandaar dat het verstandig is brief nummer 5 pas in de raadscommissie hos te bespreken wanneer het gesprek met Greenpeace achter de rug is en de groep een advies heeft opgesteld.

De heer Boland
(d66) gaat ervan uit dat dit een algemene beleidslijn wordt.

De voorzitter
: Ja, toegezegd.

De heer Hekkert
(vvd) wil nog weten of de antwoordbrief inmiddels aan Greenpeace is verstuurd.

Wethouder Dol
(vl/gl) verkeert in de veronderstelling dat de verzonden brief alleen de uitnodiging bevat een toelichting te geven. Hij zal dat echter nog precies nagaan.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

6. Brief, de dato 7 augustus 2000, van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te Den Haag met betrekking tot de nota `Natuur voor mensen, mensen voor natuur'.
7. Brief, de dato 23 juni 2000, van Natuur Milieu Overijssel en anderen met betrekking tot de campagne `Een ton voor water'.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten deze ingekomen stukken te behandelen in de raadscommissie voor havens, openbare werken en sociale voorzieningen.

8. Motie, de dato 29 juni 2000, van de gemeente Boxmeer aan de nv Nederlandse Spoorwegen met betrekking tot veiliger overwegen. 9. Brief, de dato 24 juli 2000, van de bewonerscommissie Hoornse Veer en Zuider Boerenvaart met betrekking tot sluipverkeer aldaar. 10. Brief, de dato 21 augustus 2000, van Milieudefensie en Landelijk Overleg Autovrije Zondag te Amsterdam met betrekking tot het onderschrijven van de oproep aan de nationale overheid tot het houden van een autovrije zondag.
11. Brief, de dato 22 augustus 2000, van de Protestants-Christelijke Ouderen Bond te Enkhuizen met betrekking tot het stoppen van het ouderenvervoer met het zogenaamde `ouderenbusje'.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten deze ingekomen stukken te behandelen in de raadscommissie voor welzijn, economische zaken en verkeer.

12. Brief, de dato 8 september 2000, van de fractie van d66 te Enkhuizen met betrekking tot de huisvesting van Jeugd en Belangen.

De heer Hekkert
(vvd) bevreemdt het dat wordt voorgesteld dit ingekomen stuk in de commissie te behandelen. In een antwoordbrief aan de d66-fractie wordt op een behoorlijke manier uitgelegd hoe de vork in de steel zit.

De voorzitter
beschouwt deze opmerking als een voorschotje op de commissievergadering.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

13. Brief, de dato 8 september 2000, van Belangenvereniging `Camping Enkhuizer Zand' te Amsterdam met betrekking tot de ontwikkelingen rond de camping.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten dit ingekomen stuk te behandelen in de raadscommissie voor welzijn, economische zaken en verkeer.

14. Brief, de dato 15 augustus 2000, van de Vereniging Eigen Huis te Amersfoort met betrekking tot de gevolgen van de nieuwe taxaties ozb voor huiseigenaars.
15. Brief, de dato 19 september 2000, van vno/ncw met betrekking tot een onderzoek naar leges voor gemeentelijke vergunningen.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten deze ingekomen stukken te behandelen in de raadscommissie voor ruimtelijke ordening en financiën.

17. Burgemeester en wethouders hebben een verzoek om vrijstelling ontvangen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan voor: het plaatsen van antennes op het trappenhuis van het woongebouw aan de Noorder Havendijk.

Burgemeester en wethouders zijn voornemens om ten behoeve van dit verzoek de in de artikelen 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud) vervatte vrijstellingsprocedure te voeren.

Ingevolge artikel 19, derde lid, van voornoemde wet bestaat echter de mogelijkheid dat de gemeenteraad in plaats van burgemeester en wethouders de in het kader van de vrijstellingsprocedure noodzakelijke beslissingen neemt, indien ten minste een vijfde deel van het aantal raadsleden (in casu vier leden) daartoe de wens te kennen geeft.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders, besloten:


a. in te stemmen met het voeren van de vrijstellingsprocedure ex artikel 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud) voor bovengenoemd plan;

b. geen gebruik te maken van de raadsbevoegdheid zelf te beslissen, maar dit aan burgemeester en wethouders over te laten.

18. In de op 20 september 2000 gehouden vergadering van de raadscommissie voor ruimtelijke ordening en financiën is het voorlopig ontwerp voor de realisering van het hotel/appartementencomplex `De Oksel' gepresenteerd en besproken.

Burgemeester en wethouders stellen voor in te stemmen met de realisering van het bouwplan en het opstellen van een bestemmingsplan voor het betreffende gebied.

De heer Jans
(eb) belicht dat de fractie van Enkhuizer Belang tijdens de commissievergadering fractieberaad heeft voorbehouden. Nadien is de fractie tot het oordeel gekomen dat ter plaatse een hotel/appartementencomplex op zich passend is, maar over de hoogte daarvan wordt genuanceerd gedacht. Vooralsnog denkt de fractie aan maximaal 20 à 30 meter, vandaar dat wordt voorgesteld over deze materie nogmaals in de commissie van gedachten te wisselen.

De heer Wiersma
(cda) voert aan dat in de commissie is geadviseerd tot een bestemmingsplanwijziging te komen in plaats van een zogenaamd postzegelplan. Het voorstel van burgemeester en wethouders is echter wat cryptisch omschreven:

`Wij stellen u voor in te stemmen met de realisering van het bouwplan en het opstellen van een bestemmingsplan voor dit gebied.'

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Dat is inmiddels gecorrigeerd; het eerste gedeelte van de zin is vervallen.

De heer Wiersma
(cda): Oké.

De heer Rieuwerts
(vl/gl) kwalificeert het plan als `prachtig' . . . , maar niet voor Enkhuizen! De meerderheid van de vl/gl-fractie zal de ontwikkelingen rond het te maken bestemmingsplan aandachtig blijven volgen. Als dat ook maar enigszins neigt naar een situatie waarin het nu bekende plan kan worden gerealiseerd, zal het college de fractie op diens weg vinden.

De voorzitter
distilleert uit de gemaakte opmerkingen dat de voorgestelde, brede procedure kan worden gestart.

Zonder hoofdelijke stemming besluit de raad vervolgens dienovereenkomstig.

19. In de op 6 juli 2000 gehouden vergadering van de raadscommissie voor ruimtelijke ordening en financiën is het voorlopig ontwerp voor de realisering van de nieuwbouw op de locatie van de voormalige garage `Kornalijnslijper' aan de Westerstraat behandeld.

Burgemeester en wethouders hebben schriftelijk uiteengezet welke procedure tot nu toe is gevolgd, met welke mogelijkheden en consequenties rekening dient te worden gehouden en stellen voor:
a. in te stemmen met het voeren van de vrijstellingsprocedure ex artikel 19, lid 4, wro en, gelet op het spoedeisend belang van de versterking van het oostelijk winkelgebied,
b. de vrijstellingsbevoegdheid voor het ingediende bouwplan aan hen te delegeren.

De heer Wiersma
(cda) vestigt de aandacht op het feit dat het in dit geval om een bijzonder belangrijke en kwetsbare locatie gaat. Zijn fractie ziet dan ook liever niet dat de raad de vrijstellingsbevoegdheid aan burgemeester en wethouders delegeert.

De heer Jans
(eb) betuigt weliswaar adhesie aan het collegevoorstel, maar zit toch nog met twee vragen waarop hij graag antwoorden wil hebben.

fS In de toelichting wordt gezegd dat vrachtwagens langer dan11 meter niet de binnenstad in mogen. Deze bepaling houdt verband met een op te zetten distributiecentrum, in welk verband ook De Zwaluw wordt genoemd. Hoe staat het daarmee?
fS Spreker mist een opmerking over het achter het jongerencentrum `De Hoogte' gelegen stukje grond dat eventueel ten behoeve van de geplande nieuwbouw wordt aangekocht.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) reageert als volgt. Ten aanzien van de bedoelde, lange vrachtwagens is slechts uitgesproken dat de wèns bestaat tot dat beleid te komen. Tot nu toe is zo'n beleid echter niet vastgesteld. Over een mogelijk distributiecentrum kan zij niets zeggen, want daarmee houdt de gemeente zich niet bezig.

De heer Jans
(eb): In het stuk staat:

`Er komt binnenkort een verbod in de binnenstad voor voertuigen langer dan 11 meter.'

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Alvorens dat verbod van kracht kan worden, moet het hier ter tafel komen.

De heer Jans
(eb): Wanneer?

Wethouder Van Doornik
(cda) vult het antwoord van mevrouw Dekker als volgt aan. Bij de ontwikkeling van alle binnenstedelijke bouwlocaties voor bedrijfsmatige doeleinden vormt de bevoorrading één van de moeilijkste problemen. De gemeente zal in zulke gevallen moeten melden dat zij voornemens is aanvoer door vrachtwagens langer dan 11 meter niet meer toe te staan. Men zal in de toekomst dus op een andere manier in de bevoorrading moeten voorzien.

Onder meer in de Kamer van Koophandel wordt met de leveranciers in de zogenaamde `foodsector' over (regionale) distributiecentra gesproken. Het is de bedoeling dat op wat langere termijn in dergelijke centra de lading van grote vrachtwagens wordt overgeladen in kleine(re) vrachtauto's die de supermarkten bevoorraden. Overigens zijn tot nu toe geen concrete plannen ontwikkeld.

De voorzitter
herinnert zich dat al in het kader van het convenant voor de herinrichting van de binnenstad is gediscussieerd over de wenselijkheid vrachtwagens langer dan 11 meter uit de binnenstad te weren, maar daarover is nimmer een besluit genomen.

De heer Hart
(eb): Welk convenant?

De voorzitter
: Een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg, maar een slecht verstaander wìl niet horen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) vergat daarstraks op de tweede vraag van de heer Jans te antwoorden. Het aangeduide stukje grond wordt niet aangekocht, omdat het bouwplan aan de achterkant geen aanpassing behoeft.

De heer Lok
(vl/gl) veronderstelt dat de soms wat moeizame verstandhouding tussen projectontwikkelaars en de fractie van Verenigd Links/GroenLinks bij eenieder bekend is. In dit geval wil de fractie echter graag haar waardering uitspreken voor zowel het plan zelf als het overleg dat daarover heeft plaatsgevonden. Het laatste heeft ertoe geleid dat de in het oorspronkelijke plan aanwezige angel, te weten de achterzijde van de geplande bebouwing, is weggenomen. Overigens zullen zich nog wel enige probleempjes voordoen, waarbij onder andere aan de bevoorrading kan worden gedacht.

De voorzitter
moet vaststellen dat alleen de fractie van het cda ervoor kiest de vrijstellingsbevoegdheid niet aan het college te delegeren. Die fractie telt echter geen vier leden, zodat burgemeester en wethouders de vrijstellingsprocedure zullen voeren. Vanzelfsprekend wordt de raad wel van de gang van zaken op de hoogte gehouden.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

De voorzitter
verwijst naar de toegezonden aanvulling, voorstel nummer 108.


- Verzoek, de dato 27 juli 2000, van de West-Friese Zorggroep `De Omring', locatie Overvest, om een aanvullende bws-subsidie in verband met de wijziging van het ontwerp van de nieuwbouw voor Overvest (23 aanleunwoningen in plaats van 19).

Burgemeester en wethouders stellen voor de gevraagde aanvullende subsidie toe te kennen.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

Mededelingen.

De heer De Geus
(rpf/sgp) schildert dat zijn fractie niet gelukkig is met de extra vergaderingen die voor morgen en volgende week maandag zijn gepland. Dientengevolge moet een commissievergadering worden verschoven, met als consequentie dat de fractie van de rpf/sgp grote moeite zal moeten doen om alle vergaderingen te kunnen bijwonen. Betreurenswaardig dat één en ander vorige week dinsdag niet in de raad is aangekondigd. Op de dag daarna, woensdag, werden de extra vergaderingen bekend gemaakt. Kon dat niet op dinsdag?

De voorzitter
heeft alle begrip voor de opmerking van de heer De Geus. Het is inderdaad heel vervelend dat deze relatief korte periode met vergaderingen wordt volgeperst. Aan de andere kant kan dit gemeentebestuur het zich niet permitteren de deadline die de provincie in verband met de arhi-procedure heeft vastgesteld, te weten 18 oktober aanstaande, wordt overschreden. Achteraf bezien had in de afgelopen zomer eerder aan de nu opgestelde notitie moeten worden begonnen; helaas is dat niet gebeurd. Mocht de rpf/sgp-fractie niet bij de extra vergaderingen aanwezig kunnen zijn, dan wordt het op prijs gesteld het fractiestandpunt schriftelijk of anderszins te vernemen.

De heer De Geus
(rpf/sgp) vermoedt dat deze situatie misschien mede is ontstaan doordat in de maanden augustus en september geen raadsvergaderingen zijn gehouden.

De secretaris
rapporteert dat wordt getracht deze omissie in het vergaderschema voor het jaar 2001 te herstellen.

De heer Boland
(d66) verheelt niet dat zijns inziens de voorzitter zich wat makkelijk van deze kwestie afmaakt door te stellen dat eerder aan de notitie had moeten worden begonnen. Vorige week maandag en dinsdag heeft de raad uitvoerig beraadslaagd. Het stuk over de herindeling werd jongstleden vrijdag bij de raadsleden in de bus gestopt en het is dan ook buitengewoon onwaarschijnlijk dat het niet op dinsdag beschikbaar was. Met andere woorden: op dinsdag had in de raad kunnen worden overlegd over de vraag hoe een praktische vergaderoplossing kon worden gevonden. Wellicht was dan, gelet op de agenda voor deze raadsvergadering, besloten het onderwerp vanavond te behandelen of in de raadscommissie aboz aan de orde te stellen.

De voorzitter
onthult dat pas jongstleden donderdag het afsluitend overleg tussen het college, de directeuren en de opsteller van de notitie heeft plaatsgevonden. Daarna moesten nog enkele correcties en aanpassingen in het stuk worden aangebracht, zodat het niet eerder dan vrijdag kon worden bezorgd. Toegegeven moet worden dat deze procedure hoogst ongelukkig is.

5. Benoeming in commissie.

(Voorstel nummer 111, 2000.)

De heer Hart
(eb) roept in herinnering dat het verkiezingsprogramma van Enkhuizer Belang als motto heeft `Het roer moet om!' Daarvoor heeft de kiesvereniging echter een andere schipper op het oog dan in het raadsvoorstel is aangegeven. Daarin is de naam van de kandidaat, namelijk de heer S. Schippers, verkeerd gespeld, de laatste letter `s' ontbreekt.

De voorzitter
: Deze correctie zal in de notulen worden opgenomen.

Vervolgens benoemt hij tot leden van het stembureau de heren Boland, Hæntjens en Rieuwerts. Na te hebben geconstateerd dat niemand het woord verlangt, schorst hij de vergadering voor de duur van de stemming.

(Schorsing.)

Zonder beraadslaging wordt tot stemming overgegaan. Bij de stemming zijn 16 stembiljetten ingeleverd. Op de heer S. Schippers zijn 16 stemmen uitgebracht, zodat hij met algemene stemmen is benoemd tot lid van de raadscommissie voor welzijn, economische zaken en verkeer cum annexis.

6. Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats.

(Voorstel nummer 081, 2000.)

De voorzitter
leest het volgende, door de fractie van Enkhuizer Belang ingediende amendement voor.

`De gemeenteraad van Enkhuizen,
in vergadering bijeen op dinsdag 10 oktober 2000, gelet op:
voorstel nummer 81, wijziging beheersverordening gemeentelijke begraafplaats,
besluit:

toe te voegen aan artikel 16 van De beheersverordening van de gemeentelijke begraafplaats Enkhuizen:

`Ook de bestaande rechten van voor 11 mei 1992 en die van voor 1975 worden gehandhaafd.'
en gaat over tot de orde van de dag.'

Het amendement is van voldoende handtekeningen voorzien en maakt derhalve deel uit van de beraadslagingen.

De heer Bode
(pvda) beperkt zich tot de vraag of de heer Hart duidelijk kan maken welk effect met de aan de verordening toe te voegen zin wordt beoogd.

De heer Hart
(eb) repliceert dat in de voorgaande beheersverordening níét is opgenomen dat de bestaande rechten worden gehandhaafd.

De heer Wiersma
(cda) leidt uit deze toelichting af dat in de beheersverordening van 11 mei 1992 geen bepaling voorkomt die bestaande rechten beschermt. Geldt dat ook voor de verordening uit 1975 en nog oudere verordeningen?

De heer Hart
(eb): Oudere verordeningen zijn in dit geval niet relevant, omdat toen nog sprake was van eeuwigdurende grafrechten; die werden in 1975 afgeschaft.

De heer Van Pijkeren
(rpf/sgp) memoreert dat dit onderwerp een groot aantal malen is besproken. Volgens hem voegt het eb-amendement niets toe aan artikel 16 van de voorliggende verordening, waarin is bepaald:

`De rechten en plichten met betrekking tot eigen graven, (. . .) worden gehandhaafd.'

Volgens de informatie die spreker heeft gekregen, gaat het om de rechten en plichten die sinds het ontstaan van de begraafplaats zijn vastgelegd. Zijns inziens zal daarom de aanvaarding van het amendement eerder verwarring tot gevolg hebben dan de helderheid creëren die de heer Hart nastreeft. Als de eb-fractie dan toch iets in de verordening wil veranderen, ware te overwegen in de zinsnede `De rechten en plichten . . .' te vervangen door `Alle rechten en plichten . . .'

De heer Hekkert
(vvd) kijkt naar de artikelen 16 en 17; die luiden als volgt.

`Artikel 16 Overgangsbepaling
De rechten en plichten met betrekking tot eigen graven, urnennissen die voortvloeien uit de ingevolge artikel 17 ingetrokken verordening, worden gehandhaafd. `Artikel 17 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2000, met ingang van welke datum de bestaande Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaats 1992 van 11 mei 1992 vervalt.'

In het amendement wordt ook naar 1975 verwezen. Indien in 1992 niet een zelfde regeling is getroffen ten aanzien van de rechten die ouder dan 1975 zijn, bestaat de mogelijkheid van een `mankement'.

De heer Lok
(vl/gl) ontgaat de meerwaarde van het eb-amendement. Hij vreest zelfs dat het amendement de huidige, categorisch gestelde formulering in de conceptverordening ontkracht.

De voorzitter
onderstreept de woorden van de heer Lok. De formulering van artikel 16 garandeert dat àlle bestaande rèchten worden gerespecteerd. Als aan dat artikel de twee in het amendement genoemde data worden toegevoegd, lijkt het alsof die rechten worden beperkt; de heer Lok heeft dat een ontkrachting van het artikel genoemd. Vandaar dat het college ontraadt het amendement over te nemen. Als men al data zou willen opnemen, zouden dat àlle data moeten zijn waarop verordeningen voor de begraafplaats zijn vastgesteld. Dan ontstaat echter een heel lange waslijst, waarbij het gevaar niet denkbeeldig is dat één datum over het hoofd wordt gezien. Het college heeft daarom gekozen voor de formulering die nu in de voorliggende verordening is opgenomen.

De heer Hart
(eb) brengt naar voren dat artikel 16 een overgangsbepaling is. Voorheen gold geen overgangsbepaling. Als het amendement - met de suggestie van de rpf/sgp-fractie kan Enkhuizer Belang leven - niet wordt overgenomen, gaan de rechten van de eigenaars van eeuwigdurende graven verloren.

De voorzitter
herhaalt zijn in de eerste termijn gegeven antwoord.

De heer Boland
(d66) mist een reactie van het college op het voorstel van de rpf/sgp-fractie.

De voorzitter
ontraadt ook dat voorstel. De essentie van artikel 16 zoals dat in de verordening is geformuleerd moet nu voor iedereen helder zijn.

De heer Wiersma
(cda) beluistert in de woorden van de voorzitter dat de eeuwigdurende grafrechten, waarvan de heer Hart vreest dat die op grond van de nieuwe verordening verloren zullen gaan, gewoon blijven bestaan.

De voorzitter
: Voor zover de verordening daarvoor een kader biedt. Het is niet zo dat àlle eeuwigdurende rechten ook daadwerkelijk voor àltijd gelden.

De heer Hekkert
(vvd) volgt het collegevoorstel, indien de uitleg van de voorzitter in de notulen wordt opgenomen. Naar aanleiding van deze discussie is het goed met betrekking tot de (eeuwigdurende) grafrechten het volgende onder de aandacht te brengen. Spreker heeft vernomen dat aan die rechten de bepaling is verbonden dat nadien geformuleerde nieuwe regels van toepassing zullen zijn. Met andere woorden: wanneer in de loop van de tijd nieuwe regels worden vastgesteld, `overschrijven' die als het ware de oude rechten. Daarvan is tot nu toe echter geen gebruik gemaakt. De voorzitter zegt nu toe dat de gemeente níét van plan is die mogelijkheid in de toekomst wel te benutten.

De voorzitter
: Ja, dat is de kern van het verhaal. Wel moet duidelijk zijn dat aan deze tafel anders met het begrip `eeuwigheid' wordt omgegaan dan op de begraafplaats. Dit betekent dat later ontwikkeld beleid of nieuwe verordeningen andere kaders kunnen bieden. Daar waar echter ooit rechten in verordeningen zijn vastgelegd, blijven die bestaan.

Hierna wordt het amendement van de heer Hart cum suis in stemming gebracht en met 13 tegen 3 stemmen verworpen.

Tegengestemd hebben de heren Van der Veen, Hekkert, Van Doornik, Lok, Rieuwerts en Bode, mevrouw Dekker alsmede de heren De Geus, Van Pijkeren, Hæntjens, Dol, Boland en Wiersma.

Voorgestemd hebben de heren Hart, Tesselaar en Jans.

Vervolgens wordt het voorstel van burgemeester en wethouders in stemming gebracht en met 13 tegen 3 stemmen aanvaard.

Voorgestemd hebben de heren Van der Veen, Hekkert, Van Doornik, Lok, Rieuwerts en Bode, mevrouw Dekker alsmede de heren De Geus, Van Pijkeren, Hæntjens, Dol, Boland en Wiersma.

Tegengestemd hebben de heren Hart, Tesselaar en Jans.

7. Diverse speelvoorzieningen.

(Voorstel nummer 102, 2000.)

8. Jaarrekening 1999 en begroting 2001 van de Regionale Scholengemeenschap Enkhuizen.

(Voorstel nummer 103, 2000.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen van burgemeester en wethouders onder de nummers 7 en 8 overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

9. Programma en overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2001.

(Voorstel nummer 104, 2000.)

De heer Hekkert
(vvd) verdriet het te moeten constateren dat de overheid kennelijk met twee maten meet. Drie scholen hebben zonwering aangevraagd. Twee aanvragen zijn `kiezelhard' afgewezen, terwijl één aanvraag is gehonoreerd; daarmee is een bedrag van bijna f 167.000,-- gemoeid. Het feit dat één school wel de gevraagde zonwering krijgt en de andere scholen niet, vloeit voort uit de regels die bepalen dat in dezen een verschil moet worden gemaakt tussen basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Heeft het zin deze merkwaardige situatie bij de vng aan de orde te stellen?

Wethouder Dol
(vl/gl) was eveneens verrast toen hij bemerkte dat in dit soort gevallen op grond van de voorschriften verschil moet worden gemaakt tussen basisscholen en voortgezet onderwijs. Hij zegt toe dit punt onder de aandacht van de vng te zullen brengen, wellicht heeft dat zin.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

10. Straatnaamgeving.

(Voorstel nummer 106, 2000.)

De heer Wiersma
(cda) verbaast zich over de voorgestelde naam `Museumweg'. In de wijde omgeving is geen museum te bekennen. Hier moet dan ook sprake zijn van een ambtelijke dwaling! Zijn fractie kiest liever een meer voor de hand liggende naam, bijvoorbeeld Sluisweg.

De voorzitter
: De sluis gaat weg . . . en daarom zien de mensen achter de collegekant van de tafel `Sluisweg' evenmin als een logische naam.

De heer Boland
(d66): De sluis gaat niet weg.

De voorzitter
: Er komt een navisduct.

De heer Boland
(d66): Jawel, maar de sluis blijft.

De voorzitter
: Mijn woordgrapje is blijkbaar de mist ingegaan!

Gehoord alle besprekingen in de raadscommissie handhaaft het college van burgemeester en wethouders diens voorstel.

De heer Wiersma
(cda) stelt voor de toegangsweg tussen de Zijlweg en het entreegebouw van het buitenmuseum zzm de naam `Sluisweg' te geven.

Hierna wordt het voorstel van de heer Wiersma cum suis bij handopsteken in stemming gebracht en met 12 tegen 4 stemmen aanvaard.

De heer Tesselaar
(eb) wijst op het volgende. Weliswaar is Sluisweg een betere benaming dan Museumweg, maar de betreffende weg komt niet bij de sluis uit. De weg loopt naar . . .

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Het museum!

De heer Wiersma
(cda): Nee, nee, de weg leidt wel degelijk rechtstreeks naar de sluis.

De voorzitter
stapt over naar het volgende agendapunt.

11. Onderwijsachterstandenbeleid.

(Voorstel nummer 109, 2000.)

De heer Hekkert
(vvd) verenigt zich met het collegevoorstel - het doel is op zich goed
-, maar wenst desondanks een opmerking te maken. In de ogen van de vvd-fractie is sprake van een verkapte subsidie. Wat is er gebeurd? De gemeente heeft geld uitgegeven, dat van het gak teruggekregen en vervolgens voor het onderwijsachterstandbeleid bestemd. Het gevraagde geld had gewoon via het normale subsidieprogramma beschikbaar moeten worden gesteld, want dat zou eerlijk zijn geweest tegenover andere subsidievragers.

De heer Wiersma
(cda) steunt het voorstel van harte. Hij vraagt extra aandacht voor de op pagina 2 voorkomende zin:

`Beheersing van de Nederlandse taal is cruciaal bij het bestrijden van achterstanden.'

Zijns inziens dient hierbij ook en vooral aan ouders te worden gedacht die nauwelijks of gebrekkig Nederlands spreken.

Wethouder Dol
(vl/gl) zou het antwoord op de stelling van de vvd-fractie aan de wethouder van financiën willen overlaten.

Aan het adres van de heer Wiersma kan worden gezegd dat de Nederlandse taal juist bij ouders van allochtone leerlingen onder de aandacht wordt gebracht. Nog deze week start de cursus Nederlands als tweede taal voor allochtonen, als onderdeel van zowel het onderwijsachterstandenbeleid als de volwasseneneducatie.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

12. Voorbereidingsbesluit Spoorstraat 10.

(Voorstel nummer 110, 2000.)

De heer Lok
(vl/gl) volstaat met de mededeling dat de fractie van Verenigd Links/GroenLinks tegen dit raadsvoorstel is.

De heer Hekkert
(vvd) haalt naar voren dat zijn fractie nimmer enthousiast over deze kwestie is geweest. Nu is echter sprake van een formaliteit en daartegen wil de fractie geen bezwaar maken.

Van deze gelegenheid maakt de fractie van de vvd gebruik om het college met de meeste klem te vragen een onderzoek in te stellen naar het huidige gebruik van het onderhavige pand en dan tevens te letten op de veiligheidsvoorzieningen. De fractie doet dit verzoek omdat de indruk bestaat dat het pand nu reeds als hotelaccommodatie fungeert. Mocht dat zo zijn, dan zal de fractie zich nader beraden op het bouwplan.

De voorzitter
zegt toe dat de ambtenaar handhaving op zeer korte termijn de situatie zal inspecteren.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

13. Legionellapreventie.

(Voorstel nummer 112, 2000.)

De heer Jans
(eb) illustreert waarom de fractie van Enkhuizer Belang het collegevoorstel van harte aanvaardt. In dit geval is de volksgezondheid in het geding. Overigens is het jammer dat slechts één offerte is aangevraagd.

In de commissievergadering is een aantal vragen gesteld, maar de daarop gegeven antwoorden zijn niet in de zeer summiere verslaglegging terug te vinden. Het gaat om de volgende vragen.

~
Worden personen opgeleid om met het op te stellen beheersplan om te gaan?
~
Zal een evaluatie plaatsvinden?
~
Wie is voor het `legionallabeleid' verantwoordelijk, de gemeente of de huurder?
~
Stel dat de verantwoordelijke een persoon is, hoe vindt dan de overdracht plaats?

De heer Boland
(d66) bestempelt deze vragen als `een rare gang van zaken'. Afgesproken werd de verslagen van de commissievergaderingen voortaan korter te maken, er zouden samenvattingen van de besluiten worden gemaakt. De consequentie daarvan is dat lang niet alles wordt opgeschreven. In de betreffende commissiebijeenkomst was echter een eb-vertegenwoordiger aanwezig en die had de daar verstrekte informatie aan de fractie moeten overbrengen.

De heer Jans
(eb): Notulen zijn het verslag van een vergadering. Zo'n verslag behoeft geen verhaal te zijn, maar wel moeten de besproken punten worden weergegeven.

De voorzitter
signaleert dat de heer Jans ontevreden is over de nieuwe aanpak. Als dat echt zo is, moet deze dit punt in de raadscommissie aboz aan de orde stellen, maar niet proberen via een omweg, in dit geval de pc van de raadsnotulist, alsnog schriftelijke antwoorden op allerlei in een commissie gestelde vragen te krijgen.

De heer Jans
(eb) noemt de verslaglegging die in de raadscommissie wev gebruikelijk is een goed voorbeeld van `kort, krachtig en helder'.

Wethouder Dol
(vl/gl) zal nu niet ingaan op de wijze waarop de vergaderingen van de raadscommissies (moeten) worden weergegeven.

Spreker kan zich niet meer precies herinneren welke antwoorden op de in de commissiebijeenkomst gestelde vragen zijn gegeven. Ter voorkoming van een mogelijke spraakverwarring zegt hij toe die vragen nogmaals aan de betrokken ambtenaar te zullen voorleggen met het verzoek alsnog schriftelijke antwoorden te geven.

Zonder hoofdelijke stemming wordt, met inachtneming van de gedane toezegging, vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

14. Intrekking deelsubsidieverordeningen.

(Voorstel nummer 113, 2000.)

15. Telecommunicatieverordening.

(Voorstel nummer 114, 2000.)

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming worden de voorstellen van burgemeester en wethouders onder de nummers 14 en 15 overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

16. Verkoop Anjerstraat 1.

(Voorstel nummer 118, 2000.)

De heer Jans
(eb) schetst dat zijn fractie na de commissievergadering heeft geconcludeerd met dit collegevoorstel te kunnen instemmen, omdat is toegezegd

>
op korte termijn een plan van aanpak te zullen maken voor de besteding van het geld voor het wijk- en buurtbeheer; >
alle uitgaven via een voorstel de raad te laten passeren.

De heer Boland
(d66) begint zijn spreekbeurt met de mededeling niet onder de indruk te zijn van de in het gewijzigde collegevoorstel opgeschreven teksten. Hij nodigt mevrouw Dekker uit nu dezelfde formuleringen uit te spreken als zij in de commissie heeft gebruikt. In dit voorstel wordt nogal wazig met allerlei cijfers gegoocheld, alhoewel duidelijk is afgesproken dat gemeente èn swd gezàmenlijk het wijk- en buurtbeheer zullen optuigen, óók in financieel opzicht.

De heer Hekkert
(vvd) verbindt een voorwaarde aan het voorstel. Vanuit fiscaal oogpunt wantrouwt de vvd-fractie de gekozen financiële constructie en wijst in dit verband naar de slechte ervaringen met het zwembad. Vandaar dat zij helder wenst vast te leggen dat een uit deze constructie eventueel voortvloeiende fiscale tegenvaller, inclusief een mogelijke boete, voor rekening van de swd zal komen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) beaamt volmondig dat het wijk- en buurtbeheer een gezàmenlijke activiteit van gemeente, swd en de swe is. Hoe de daarvoor bestemde geldstromen en fondsen precies moeten worden besteed, is een vraag die telkenmale in de raad zal worden voorgelegd.

De heer Hekkert is blijkbaar bevreesd voor een mogelijke fiscale boete. Die vrees zou gerechtvaardigd zijn indien overdrachtsbelasting over een symbolisch bedrag van f 1,-- werd betaald in plaats van over de wèrkelijke waarde van het onroerend goed. Welnu, dat is niet aan de orde en dus is spreekster niet bang dat de gemeente later met een boete kan worden geconfronteerd. Het symbolische bedrag wordt echter wèl in relatie met de notariskosten gehanteerd.

De heer Hekkert
(vvd) spreekt zijn tevredenheid uit over dit antwoord.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig de aangeboden ontwerpbesluiten aanvaard.

17. Intrekking Verordening lokale radio-opslag.

(Voorstel nummer 120, 2000.)

De voorzitter
tekent aan dat de eb-fractie een motie heeft ingediend.

`De gemeenteraad van Enkhuizen,

in vergadering bijeen op dinsdag 10 oktober 2000,

gelet op:

raadsvoorstel 120, Intrekking Verordening lokale radio-opslag,

overwegende:

dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen om aan lokale omroepen niet f 1,41 per aansluiting toe te kennen, maar dit bedrag te verhogen tot f 2,-- per aansluiting;

voorts overwegende:

dat de onbetaalde vrijwilligers van Radio Enkhuizen niet alleen verslag doen van alle belangrijke gebeurtenissen in deze gemeente, maar ook nog eens geheel belangeloos circa 60 avonden per jaar in touw zijn om alle raads- en commissievergaderingen `live' uit te zenden;

verzoekt het college van burgemeester en wethouders:

de f 2,-- per aansluiting die de gemeente van het rijk ontvangt ook daadwerkelijk door te sluizen naar Radio Enkhuizen;

en gaat over tot de orde van de dag.'

Wethouder Dol wil voorafgaand aan de discussie een opmerking over de motie maken.

Wethouder Dol
(vl/gl) poneert de stelling dat de intrekking van de Verordening lokale radio-opslag geenszins betekent dat het gemeentebestuur geen aandacht meer voor de lokale radio heeft. In de begroting is voor de lokale radio een bepaald bedrag opgenomen en het is niet verstandig, vooruitlopend op een mogelijke extra rijksbijdrage, dat te veranderen. Op dit moment weet het college niet beter of de gemeente ontvangt van het rijk f 1,41 per aansluiting. Het lijkt hem dan ook gewenst de motie aan te houden totdat precies bekend is hoeveel het rijk per aansluiting zal betalen.

De heer Tesselaar
(eb) licht de motie van zijn fractie als volgt toe. De strekking van het stuk is dat, indien de gemeente daadwerkelijk f 2,-- per aansluiting van het rijk ontvangt, het geld volledig naar de lokale radio wordt doorgesluisd. Mocht de huidige rijksbijdrage ad f 1,41 niet worden gewijzigd, dan vervalt de motie automatisch.

De voorzitter
: In de motie staat dat niet.

De heer Tesselaar
(eb): Dan moet de tekst conform de gegeven toelichting worden aangepast!

Wethouder Dol
(vl/gl) informeert de raad als volgt. In het goede bestuurlijke overleg met Radio Enkhuizen is afgesproken dat de gemeente de voor de lokale radio bestemde rijksuitkering voor 100 % zal doorsluizen; dat zal ook in het komende jaar gebeuren. Daarbij is wel gemeld dat deze afspraak niet voor de eeuwigheid geldt, integendeel. Misschien ontstaat in de toekomst wel een situatie waarin de lokale radio geen overheidssteun meer nodig heeft. Vandaar dat het college jaarlijks wil kunnen beoordelen of en, zo ja, in hoeverre de lokale radio subsidie nodig heeft. Als de eb-fractie méér wil, moet spreker de motie ontraden.

De heer Tesselaar
(eb) kent de lokale radio heel goed, want hij is daar jarenlang als vrijwilliger actief geweest en weet op grond daarvan dat de radio altijd overheidsgeld nodig zal hebben. Hoe dan ook, zijn fractie is bereid het bedrag van f 2,-- uit de motie te halen en de tekst zodanig te redigeren dat duidelijk wordt dat de gemeente de voor de lokale radio te ontvangen gelden volledig zal doorsluizen.

De voorzitter
vat de discussie als volgt samen. Het standpunt van de eb-fractie is inmiddels volstrekt helder geworden. Procedureel is de heer Dol bereid de motie aan te houden, omdat de rijksbijdrage officieel nog niet bekend is. Vanuit de politieke invalshoek ontraadt de wethouder de motie, aangezien deze jaarlijks de mogelijkheid wil hebben aan de hand van de begroting te bezien of de lokale radio gemeenschapsgeld nodig heeft. Met een besluit voor `de eeuwigheid' zou de raad over diens graaf heen regeren en dat kan niet.

De heer De Geus
(rpf/sgp) constateert dat de motie in feite een amendement is.

De voorzitter
: Volstrekt juist.

De heer Boland
(d66) hoorde de voorzitter zeggen dat de raad niet over diens graaf heen moet willen regeren. Een aanvaarde motie blijft nooit langer van kracht dan tot het volgende raadsbesluit en geldt nooit voor de eeuwigheid.

De voorzitter
: Dat is wel de intentie van deze motie/dit amendement.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

18. Fusie kinderopvang Enkhuizen.

(Voorstel nummer 121, 2000.)

De heer De Geus
(rpf/sgp) keurt het collegevoorstel goed. In vorige vergaderingen heeft de rpf/sgp-fractie zich altijd tegen inkomensafhankelijke ouderbijdragen verzet, onder andere op grond van het gegeven dat de meerdere baten nauwelijks de extra perceptiekosten dekken. De rijksoverheid heeft evenwel bepaald dat volgend jaar de bijdragen van het inkomen van de ouders afhangen en tegen deze achtergrond is het handig dat nu mee te nemen, zoals het college voorstelt.

De heer Hekkert
(vvd) steekt niet onder stoelen of banken dat zijn fractie wèl met het incidentele krediet kan instemmen, maar níét met het structurele bedrag. De fractie van de vvd wil jaarlijks kunnen beoordelen of inderdaad f 42.000,-- dan wel een ander bedrag nodig is om de meerkosten van de fusie te dekken.

De heer Lok
(vl/gl) conformeert zich aan het raadsvoorstel. Overigens doet zich een wat merkwaardige situatie voor. In wezen hebben het peuterspeelzaalwerk en de gemeente een overeenkomst gesloten die op dit moment eigenlijk nog niet wordt geëffectueerd. De vl/gl-fractie ziet dan ook met belangstelling de over de inkomensafhankelijke ouderbijdragen aangekondigde notitie tegemoet. Hij zal graag zien dat daarin ook wordt betrokken de vraag in hoeverre in deze gemeente kinderen in achterstandssituaties van deze voorzieningen gebruik maken. Deze wens wordt mede ingegeven door de discussie die momenteel op rijksniveau plaatsvindt. Hij is benieuwd te zien welke vertaling die op lokaal niveau krijgt. Vooralsnog gaat de fractie ervan uit dat met ingang van het nieuwe schooljaar. 2000/2001, een inkomensafhankelijke ouderbijdrage zal worden ingevoerd, zij het dat de gemeente dit niet in eigen hand heeft.

Wethouder Van Doornik
(cda) bevestigt dat is toegezegd een notitie over de inkomensafhankelijke ouderbijdragen te zullen schrijven; dat stuk zal aan de commissie worden voorgelegd. Daarin zal zeker aan de orde komen welke kinderen wèl of níét van de diensten van de ske gebruik maken. In het onderwijsachterstandenbeleid wordt aan het peuterspeelzaalwerk een belangrijke invloed toegeschreven. Binnen dat totale kader wordt bekeken wat één en ander voor de Enkhuizer situatie betekent.

De heer Jans
(eb) grijpt deze discussie aan om te vragen of dit echt het laatste incidentele krediet is dat ten behoeve van dit doel moet worden gevoteerd.

De heer Hekkert
(vvd) refereert aan een opmerking die de voorzitter daarstraks heeft gemaakt, te weten dat genuanceerd over het begrip `eeuwig' moet worden gedacht. De fractie is dat volkomen met de voorzitter eens en wil daarom het bedrag van f 42.000,-- niet structureel toekennen, maar zich jaarlijks een oordeel over de gemeentelijke bijdrage kunnen vormen. Indien dat niet mogelijk is, zal de vvd-fractie tegen het raadsvoorstel stemmen.

Wethouder Van Doornik
(cda) benadrukt dat de fusie mede ten doel heeft de professionaliteit te vergroten en daarom moet voor een wat langere termijn zekerheid worden gegeven. Daarbij zijn maximale bedragen aangegeven waarbinnen alles tot stand moet komen. Dat wordt mogelijk geacht, omdat de nieuwe organisatie zelf extra inkomsten zal genereren

De heer Hekkert
(vvd): Prima. De vvd-fractie is zeker bereid de meerkosten van de fusie voor rekening van de gemeente te laten komen, maar wenst elk jaar een onderbouwing van de kosten zien.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda) haakt op deze opmerking in met de stelling dat alle organisaties die een financiële bijdrage van de gemeente ontvangen jaarlijks een begroting, een jaarrekening en een accountantsverklaring moeten tonen. Op basis daarvan wordt beoordeeld of een structurele bijdrage al dan niet kan worden gecontinueerd. Dit geldt dus ook voor de ske. Mocht blijken dat de stichting winst maakt, dan heeft de raad de mogelijkheid de gemeentelijke bijdrage in benedenwaartse zin bij te stellen dan wel geheel te beëindigen. Vooralsnog is het onverantwoord een nieuwe organisatie met een vrij groot aantal medewerk(st)ers slechts een incidentele bijdrage in het vooruitzicht te stellen.

De heer Wiersma
(cda) ging uit van de veronderstelling dat het voorliggende stuk was gebaseerd op de huidige inkomenspositie van beide stichtingen. Aangekondigd is dat een onderzoek naar variabele ouderbijdragen zal worden gedaan. Als daaruit naar voren komt dat zodoende structureel meer inkomsten worden verkregen, is het logisch het gevraagde bedrag in dat perspectief te plaatsen.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Vandaar dat in het voorstel staat `(maximaal) f 42.000,--'.

De heer Rieuwerts
(vl/gl) ervaart deze tekst als `een garantiesubsidie ad f 42.000,--`.

De heer Bode
(pvda) verwoordt instemming met de insteek van de heer Hekkert, zij het dat de pvda-fractie de termen `incidenteel' en `structureel' anders opvat. De in het raadsvoorstel opgevoerde bedragen moeten incidentele casu quo structurele kosten in de nieuwe organisatie dekken. Het is echter de vraag of de gemeente de structurele kosten jaarlijks zal willen afdekken.

De heer Lok
(vl/gl) rekent erop dat dit soort kosten jaarlijks in het kader van het subsidieprogramma zullen worden beoordeeld. Weliswaar heeft het gemeentebestuur enerzijds een zekere verplichting, maar anderzijds ook een bepaalde vrijheid.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Inderdaad, ook in dit geval staat `altijd' niet gelijk aan `eeuwigdurend'.

Wethouder Van Doornik
(cda) voegt aan zijn eerder gegeven antwoorden toe dat de toegezegde notitie nog voor de zomervakantie zal verschijnen. De commissie zal aan de hand van dat stuk kunnen bezien wat het peuterspeelzaalwerk voor Enkhuizen betekent, hoeveel mensen daarvan gebruik maken en welke groepen dat niet doen. In relatie daarmee zal ook worden bekeken welke rol cursussen Nederlandse taal kunnen spelen.

De heer Lok
(vl/gl): De bevindingen in de notitie kunnen inhouden dat de gemeente meer aandacht aan dit taakveld en kinderen in achterstandssituaties zal moeten schenken. In zo'n geval is het heel goed denkbaar dat het nu opgevoerde bedrag zonder meer nodig zal zijn.

De voorzitter
: Dan zal aan deze tafel moeten worden vastgesteld of daarvoor ook een raadsmeerderheid is te vinden.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard.

19. Voorbereidingskrediet invoering betaald parkeren.

(Voorstel nummer 122, 2000.)

De heer Hekkert
(vvd) spitst zijn spreekbeurt op twee punten toe.

I
De fractie wenst onomwonden vastgesteld te hebben dat de op te stellen startnotitie integraal de verkeersproblematiek omvat, waarvan de parkeerproblematiek deel uitmaakt, en wel conform de eerder door het college gedane toezeggingen. I
Verder wil de fractie vastleggen dat de eventuele invoering van betaald parkeren slechts zal worden benut als middel om de regulatie van de verkeersstromen te verbeteren en niet als bron van extra financiële middelen.

Wethouder Van Doornik
(cda) beantwoordt de opmerkingen van de heer Hekkert als volgt.

H
Het eerste punt kan zonder meer worden bevestigd. H
Betaald parkeren is één van de mogelijkheden om de algehele verkeerssituatie te sturen.

De heer Rieuwerts
(vl/gl) bemerkte dat de heer Hekkert diens betoog voorlas. Daaruit mag wellicht worden afgeleid dat deze reeds over een eigen startnotitie beschikt. Zo ja, dan wil de vl/gl-fractie graag een kopie hebben!

De heer Hekkert
(vvd): Nee hoor. In het raadsvoorstel wordt uitsluitend over parkeren gesproken, alhoewel is afgesproken het parkeren als een onderdeel van de totale verkeerssituatie te bezien. De vvd-fractie heeft geen moeite met de gevraagde f 15.000,--, maar wil vervolgens op basis van de op te stellen integrale startnotitie kunnen beoordelen wat al dan niet wenselijk of nodig is.

De heer Hart
(eb) behoeft slechts één vraag te stellen. Vandaag zou met het mkb overleg worden gevoerd. Die organisatie deed bepaalde voorstellen. Indien de gemeente die zou overnemen, zou het mkb mogelijk met parkeermaatregelen kunnen instemmen. Zo niet, dan zal de organisatie vasthouden aan het convenant dat in 1996 met het gemeentebestuur is gesloten.

Wethouder mevrouw Dekker
(pvda): Zit de heer Hart hier namens het mkb of Enkhuizer Belang?

De heer Hart
(eb): Een goede vraag! Waar gaat het om? Het gemeentebestuur van Enkhuizen heeft in 1996 besloten een convenant met het mkb te sluiten. In dat stuk staat duidelijk dat zolang in Stede Broec geen parkeerbelasting wordt geheven Enkhuizen dat evenmin zal doen. Vandaar dat spreker graag wil horen wat vandaag met het mkb is afgesproken.

Wethouder Van Doornik
(cda) beklemtoont dat hij vanmiddag samen met de heer Dol op een bijzonder constructieve wijze met het mkb overleg heeft gevoerd. Op een groot aantal punten is vooruitgang geboekt en bovendien zijn vervolgafspraken gemaakt.

De heer Wiersma
(cda) duidt op het in de begroting 2001 opgenomen bedrag van f 50.000,-- en het tijdschema dat voorziet in een afronding van `het gehele spul' in de maand mei. De wethouder heeft daarstraks toegezegd dat ook een startnotitie over een integrale verkeersafwikkeling zal verschijnen. Kan desondanks het zojuist genoemde tijdschema worden aangehouden?

Wethouder Van Doornik
(cda) verzekert de heer Wiersma dat één en ander past in het totale pakket van maatregelen dat het ingeschakelde bureau heeft voorgesteld. Overigens is afgesproken dat eerst aan de hand van een startnotitie de politieke uitgangspunten zullen worden bepaald, want het gaat immers om een totale beleidsvisie. In dit verband moet worden gedacht aan vergunningen voor bewoners en bedrijven, de omvang van het gebied enzovoort. Daarna zal een vervolgkrediet voor de verdere uitwerking aan de raad worden gevraagd.

De heer Hæntjens
(vvd) betitelt de omschrijving van het raadsvoorstel, te weten Voorbereidingskrediet invoering betaald parkeren, als `wat misleidend'. Uit die omschrijving kan immers worden afgeleid dat de invoering van betaald parkeren kennelijk vaststaat, maar in de commissie is afgesproken dat de haalbaarheid daarvan zal worden onderzòcht. Ten behoeve daarvan wil de fractie de gevraagde f 15.000,-- beschikbaar stellen, maar zolang niet is aangetoond welk doel met betaald parkeren wordt gediend, zal de vvd-fractie daarmee niet instemmen. In het verslag van de commissievergadering staat het volgende.

`Gelet op de discussie stelt de wethouder voor het voorbereidingskrediet van f 150.000,-- thans te zien als een raming (. . .) Die f 15.000,-- wordt benut voor de eerste stap in het proces, met name voor (. . .) de startnotitie. Als de eerste stap is gemaakt, zal in de commissie en raad besluitvorming plaatsvinden over de startnotitie, de omvang en de dekking van het resterende kredietaandeel. Feitelijk wordt bij de beschikbaarstelling van het krediet nu het fiat gegeven om de eerste stap te gaan doen. Dit gewijzigde voorstel legt hij thans aan de commissie voor.'

In de commissie begreep spreker dat eerst zou worden bekeken of betaald parkeren wel echt noodzakelijk was en of met samenhangende maatregelen het totale verkeersplan kon worden verbeterd. Daarvoor was toch de startnotitie bedoeld?

De heer Bode
(pvda) bekroop een gevoel van instemming toen de heer Hekkert op een integraal verkeersbeleid aandrong. Na het betoog van de heer Hæntjens moet echter worden gevreesd dat de vvd-fractie aan dit raadsvoorstel zoveel andere voorstellen en notities wil hangen dat het geheel onder diens eigen gewicht zal verdrinken. In de algemene beschouwing van de pvda-fractie is helder uitgesproken dat zij vóór invoering van betaald parkeren is. Het zal uiteraard bijzonder plezierig zijn als daarbij onder meer de verkeersstromennotitie van de pvda-fractie en andere stukken worden betrokken, maar dan niet op een zodanige manier dat de primaire doelstelling, te weten invoering van betaald parkeren na het voorjaar van 2001, wordt verlaten. De startnotitie richt zich níét op de vraag of betaald parkeren kàn worden ingevoerd, want dat is wel degelijk de bedoeling. Het gaat nu om de formulering van de politieke uitgangspunten voor betaald parkeren, bijvoorbeeld het werkingsgebied, de verhouding tussen de tarieven voor particulieren en bedrijven et cetera.

De heer Hæntjens
(vvd): De wethouder stelde dat de horeca positief op betaald parkeren zou hebben gereageerd. De vvd-fractie heeft vanuit die hoek echter volkomen tegengestelde signalen ontvangen. Het is dan ook alleszins verstandig eerst eens te onderzoeken of betaald parkeren wel een aanvaardbare mogelijkheid is.

De heer Lok
(vl/gl) viel tijdens deze discussie ten prooi aan complete verwarring! Zijns inziens was de vraag of de meest recente tussentijdse commissievergadering al dan niet correct werd weergegeven. Eén van de openingszinnen in de verslaglegging . . .

De heer Boland
(d66): Dit gaat tè ver! Het verslag van die commissiebijeenkomst is nog niet vastgesteld en derhalve kan daaruit níét worden geciteerd, noch kan in deze vergadering worden gesproken over de vraag of de gevoerde discussie al dan niet juist is weergegeven.

De voorzitter
: Inderdaad, maar wel moet worden bedacht dat naar aanleiding van de commissievergadering het oorspronkelijke collegevoorstel is gewijzigd. Hopelijk kunnen de raadsfracties zich toch beperken tot het op hoofdlijnen aangeven van hun politieke intenties.

De heer Lok
(vl/gl) vervolgt hierna zijn betoog. Het gaat om de basis waarop betaald parkeren kan worden ingevoerd. Daarbij spelen allerlei factoren een rol die in de commissie zijn besproken, maar nu niet behoeven te worden herhaald.

In het voorliggende raadsvoorstel blijft een vraag onbelicht die daarstraks door de heer Wiersma is gesteld, te weten of het uitgestippelde tijdpad kan worden gevolgd. De vl/gl-fractie maakt zich daarover enigszins bezorgd; er moet druk op de ketel worden gehouden om zo spoedig mogelijk tot een effectief beleid te kunnen komen.

Een punt waaraan nauwelijks aandacht is besteed - in de startnotitie zal deze omissie moeten worden hersteld -, betreft de noodzaak tot een adequaat parkeerverwijzingssysteem te komen. Automobilisten moeten op een duidelijk wijze naar (grote) parkeerplaatsen worden geleid.

De heer Hart
(eb) beweert dat wethouder Van Doornik op sprekers in eerste instantie gestelde vraag een inhoudsloos antwoord heeft gegeven en daarom herhaalt hij die vraag. Wat is ten aanzien van betaald parkeren met het mkb afgesproken? Graag een duidelijk antwoord!

De voorzitter
intervenieert met de opmerking dat in dit stadium geen gedetailleerde mededelingen kunnen worden gedaan over de gesprekken die de gemeente met het mkb, Winkelhart Enkhuizen en de horeca in het kader van het convenant enzovoort voert. De heer Hart zal op dit moment genoegen moeten nemen met de mededeling dat het overleg goed verloopt.

Wethouder Van Doornik
(cda) waardeert de bijdrage van de heer Bode, omdat deze exact heeft verwoord waarover in de extra commissievergadering is gesproken. Tijdens die vergadering en ook in deze discussie zijn verschillende suggesties gedaan. Voorbeelden daarvan zijn:

ð
betalen aan de rand van de stad (d66);
ð
een adequaat parkeerverwijzingssysteem (vl/gl).

De aangekondigde startnotitie zal al die elementen moeten bevatten, opdat duidelijke keuzes kunnen worden gemaakt.

Met betrekking tot het tijdpad is steeds uitgegaan van 1 mei. Weliswaar heeft dat in de ambtelijke organisatie tot gezucht en gekreun geleid, maar die datum wordt nog steeds nagestreefd.

De voorzitter
: Bestaat behoefte aan stemverklaringen?

De heer Hart
(eb) hecht eraan te verklaren dat, zolang het college geen antwoord op de gestelde vraag geeft, de fractie van Enkhuizer Belang niet akkoord gaat met het voorstel f 15.000,-- beschikbaar te stellen voor onderzoek.

De heer Boland
(d66) plaatst de opmerking dat de fractie van d66 akkoord gaat met het gevraagde bedrag van f 15.000,--. Met betrekking tot de startnotitie wil de fractie nadrukkelijk stellen dat bij voorbaat geen enkele claim of gewenste onderzoeksuitkomst aan de orde mag zijn. De startnotitie moet alle discussies kortsluiten.

Zonder hoofdelijke stemming wordt vervolgens het voorstel van burgemeester en wethouders overeenkomstig het aangeboden ontwerpbesluit aanvaard, onder aantekening dat de fractie van Enkhuizer Belang geacht wil worden te hebben tegengestemd.

20. Rondvraag.

·
De heer Jans (eb) bemerkte dat de abri in de Van Bleiswijkstraat was verdwenen; zeer waarschijnlijk houdt dat verband met verbouwing van het Groene-Kruisgebouw. Voor de mensen die vandaag onbeschut op de bus stonden te wachten, waren de weersomstandigheden - regen en wind - buitengewoon onaangenaam! Het gemeentebestuur propageert het openbaar vervoer en doet er dan ook goed aan ten minste een tijdelijke voorziening te treffen.

Wethouder Dol
(vl/gl) ontdekte eveneens dat het aangeduide bushokje was verdwenen. Hij had daar vandaag niet graag staan wachten! Hoe dan ook, hij zal nagaan wat daaraan kan worden gedaan en dat binnenkort laten weten.

·
De heer Jans (eb) ontbeert al enige tijd de notulen van het b&w-overleg. Wordt geen overleg meer gevoerd of zijn de notulen spoorloos?

De secretaris
verduidelijkt dat als gevolg van de vakantieperiode een forse bulk is ontstaan die kort geleden in één keer is vastgesteld. De raad kan aan het einde van deze week de enorme stapel verslagen tegemoet zien.

De rondvraag wordt gesloten.

21. Sluiting.

De voorzitter
prijst zich gelukkig met het feit dat de raad een stevige agenda in een redelijk korte tijd heeft kunnen afhandelen. Hij dankt eenieder voor de geleverde bijdragen, wenst allen wel thuis toe en sluit de vergadering (22.18 uur).

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

der gemeente Enkhuizen op dinsdag 7 november 2000.

De secretaris, De voorzitter,

(J.J.J. van Huffelen) (drs. S.P.M. de Vreeze)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie