Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag raadsvergadering EU ministers van milieu

Datum nieuwsfeit: 10-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Europese Unie

2295. Raad - MILIEU Press Release: Luxembourg (10-10-2000) - Press: 372 - Nr: 12119/00

12119/00 (Presse 372)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2295e zitting van de Raad


- MILIEU -

Luxemburg, 10 oktober 2000

Voorzitter:

mevrouw Dominique VOYNET

Minister van Milieubeheer en Ruimtelijke Ordening van de Franse republiek

INHOUD

DEELNEMERS

*

BESPROKEN PUNTEN

ozon in de lucht

*

EVALUATIE EN BEHEERSING VAN OMGEVINGSLAWAAI

*

KLIMAATVERANDERING

*


-
COMMUNAUTAIRE BELEIDSLIJNEN EN MAATREGELEN TER BEPERKING VAN

BROEIKASGASEMISSIES - CONCLUSIES VAN DE RAAD *


-
STAND VAN DE BESPREKINGEN IN HET KADER VAN DE UITVOERING VAN HET

KLIMAATVERDRAG *

ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR

*

MONDIAAL MILIEUBEHEER - CONCLUSIES VAN DE RAAD

*

ETIKETTERING EN TRACEERBAARHEID VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE

ORGANISMEN

*

DIVERSEN

*


- Internationale onderhandelingen over de toekomstige POP-overeenkomst

*

- Initiatief voor een verbod op de kleurstof "Navy Blue" en een algemeen verbod op organische tinverbindingen, vooral TBT
*

- Protocol van Cartagena over bioveiligheid
*

- Voorzorgsbeginsel

*

- Nieuwe ontwerp-richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming

*

- Mededeling van de Commissie over de prijs van water
*

- Groenboek van de Commissie over polyvinylchloriden (PVC)
*

- Zesde actieprogramma van de Europese Gemeenschap op milieugebied
*

- Mededeling van de Commissie over kustgebieden
*

- Witboek over milieuaansprakelijkheid

*

- Nieuwe voorstellen voor richtlijnen op het gebied van overheidsopdrachten

*

- Europese normen inzake nucleaire veiligheid
*

- Verontreiniging van de Middellandse Zee als gevolg van het verkeer van olietankers

*

- De Russische oliehaven Primorsk (Koisvisko): milieuaspecten
*

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

INTERNE MARKT


-
Sanering en liquidatie van verzekeringsondernemingen *

EXTERNE BETREKKINGEN


-
Europese Economische Ruimte *

Voor meer informatie: tel. 285 62 19 of 285 74 59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Michel FORET

minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Patrimonium en Leefmilieu (Waals gewest)

de heer Jean-Louis SIX

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Denemarken
:

de heer Svend AUKEN

de heer Leo LARSEN

minister van Milieubeheer en Energie

staatssecretaris, ministerie van Milieubeheer en Energie

Duitsland:

de heer Jürgen TRITTIN

minister van Milieubeheer, Natuurbehoud en Reactorveiligheid

Griekenland
:

de heer Ilias EFTHYMOPOULOS

staatssecretaris van Milieubeheer, Ruimtelijke Ordening en Openbare Werken

Spanje
:

de heer Jaume MATAS i PALOU

minister van Milieubeheer

Frankrijk
:

mevrouw Dominique VOYNET

minister van Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Ierland
:

de heer Noel DEMPSEY

minister van Milieubeheer en Plaatselijk Bestuur

Italië
:

de heer Willer BORDON

minister van Milieubeheer

Luxemburg
:

de heer Eugène BERGER

staatssecretaris van Milieubeheer

Nederland
:

de heer Jan PRONK

minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Oostenrijk
:

de heer Wilhelm MOLTERER

minister van Land- en Bosbouw, Milieubeheer en Waterhuishouding

Portugal
:

de heer Rui GONÇALVES

staatssecretaris van Milieubeheer

Finland
:

mevrouw Satu HASSI

minister van Milieu

Zweden
:

de heer Kjell LARSSON

mevrouw Birgitta BOSTRÖM

minister van Milieu

staatssecretaris, ministerie van Milieubeheer

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Michael MEACHER

minister van Milieubeheer


* * *

Commissie
:

mevrouw Margot WALLSTRÖM

lid

ozon in de lucht

De Raad is - na het regelen van de laatste onopgeloste punten - tot een politiek akkoord gekomen over het gemeenschappelijk standpunt inzake het richtlijnvoorstel betreffende ozon in de lucht.

Het dispositief heeft betrekking op de ozonconcentraties in de lucht, en het verstrekken van toereikende informatie aan het publiek over deze concentraties. Dit voorstel vormt met de richtlijnvoorstellen "nationale emissiemaxima" en "grote verbrandingsinstallaties" - waarover de Raad Milieu van 22 juni 2000 een gemeenschappelijk standpunt heeft bereikt - een geheel van maatregelen dat in de lijn van de kaderrichtlijn 96/62/EG een betere luchtkwaliteit moet waarborgen.

Na de formele bijwerking van de tekst zal het gemeenschappelijk standpunt worden toegezonden aan het Europees Parlement, zodat dit een standpunt kan innemen in het kader van de medebeslissingsprocedure.

De richtlijn zal ten opzichte van de huidige situatie een belangrijke verbetering betekenen op het gebied van de beheersing van de problematiek van ozon in de lucht. De richtlijn zal voorzien in een informatiedrempel, een alarmdrempel (hoger dan de informatiedrempel), streefwaarden en langetermijndoelstellingen teneinde de schadelijke gevolgen van ozon voor de gezondheid van de mens en voor het milieu in zijn geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen.

De voornaamste operationele bepalingen kunnen als volgt worden samengevat:

Wanneer de ozonconcentratie de informatiedremp
el van 180 mg/m3, gemiddeld over een uur gemeten, overschrijdt, hetgeen een risico inhoudt voor de gezondheid van bijzonder kwetsbare bevolkingsgroepen, moeten de lidstaten het publiek geactualiseerde informatie over de ozonconcentraties verstrekken.

Wor
dt de alarmdrempel van gemiddeld 240 mg/m3 over een uur (was voorheen 360 mg/m3) overschreden of dreigt hij te worden overschreden, dan moeten de lidstaten hiervan het publiek in kennis stellen en eventuel maatregelen voor de korte termijn nemen om bepaalde activiteiten die tot de emissies bijdragen, te beheersen en, als dit noodzakelijk is, te verminderen of op te schorten. Hiertoe stellen de lidstaten actieplannen op waarin de specifieke maatregelen voor de korte termijn voor zeer kwetsbare zones worden aangegeven.

De lidstaten moeten zoveel mogelijk vóór 2010 de in de richtlijn vastgestelde streefwaarden voor ozonconcentraties in de lucht bereiken. Het uiteindelijke doel is dat deze waarden niet meer worden overschreden, zodat op de lange termijn schadeli jke gevolgen voor de gezondheid van de mens en voor het milieu worden vermeden. De streefwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens is 120 mg/m3 (tot dusver bestaat hiervoor geen streefwaarde). Zij mag niet meer dan 25 dagen per jaar worden overschreden. De streefwaarde voor de bescherming van de vegetatie is vastgesteld op 18.000 mg/m3.

De richtlijn voorziet tevens in langetermijnstreefwaarden, beneden welke volgens de huidige wetenschappelijke kennis rechtstreekse schadelijke gevolgen voor d
e gezondheid van de mens of het milieu weinig waarschijnlijk zijn. Die streefwaarden zijn 120 mg/m3 voor de bescherming van de gezondheid van de mens, en 6000 mg/m3 voor de vegetatie.

De lidstaten moeten de ozonconcentraties regelmatig meten en het resultaat daarvan aan de Commissie meedelen. Voor het uitvoeren van die metingen moeten meetpunten worden aangewezen die over het hele grondgebied zijn gespreid.

EVALUATIE EN BEHEERSING VAN OMGEVINGSLAWAAI

De Raad heeft een oriënterend debat gehouden over het richtlijnvoorstel van de Commissie inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai, dat rechtstreeks werd uitgezonden aan de media en het belangstellend publiek.

Het debat werd ingeleid door Commissielid WALLSTRÖM die een presentatie gaf van het voorstel van haar instelling, dat een nieuwe impuls wil geven aan de bestrijding van lawaai, aangezien de geluidsoverlast van weg-, lucht- en treinverkeer, industriële activiteiten en zelfs vrijetijdsactiviteiten, de bevolking steeds meer stoort.

Om het debat in goede banen te leiden had het voorzitterschap ter intentie van de ministers vragen opgesteld over de voornaamste bepalingen van het voorstel, en meer in het bijzonder over:


- de wenselijkheid gemeenschappelijke geluidsindicatoren te gebruiken, en de methoden en termijnen om van de indicatoren van de lidstaten op die nieuwe indicatoren over te gaan,

- de opstelling van actieplannen door de lidstaten ter vermindering van de schadelijke effecten van de blootstelling aan lawaai, en de inhoud en het toepassingsgebied van die plannen,
- de elementen en het tijdschema voor de ontwikkeling van een toekomstig communautair beleid inzake geluidhinderbestrijding.

Aan het eind van de bespreking prees de voorzitter de kwaliteit van de verklaringen van de ministers, en de wil van de delegaties om zo spoedig mogelijk tot een gemeenschappelijk standpunt te komen.

In het algemeen betoonden de delegaties zich bezorgd over de toename van de geluidhinder, vooral van vervoer, industriële activiteiten en vrijetijdsactiviteiten, al erkennen zij dat de wijze waarop men geluid waarneemt kan variëren met de specifieke geografische of psychologische omstandigheden van de plaats of de regio in kwestie.

Bovendien erkenden de delegaties in het algemeen het nut van:

o gemeenschappelijke geluidsindicatoren die kunnen worden gebruikt voor de opstelling van vergelijkbare geluidsbelastingkaarten; zij willen de vorm daarvan bespreken en een redelijke termijn vaststellen voor de introductie daarvan;
o de opstelling, door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, van actieplannen ter vermindering van de nadelige gevolgen van blootstelling aan lawaai, mits toepassingsgebied en inhoud daarvan worden bepaald, en een evenwicht wordt gevonden tussen communautaire verplichtingen en de noodzakelijke flexibiliteit om de ontwikkeling van nationale, regionale of lokale initiatieven mogelijk te maken;
o de ontwikkeling van het communautaire beleid ten aanzien van geluidsbronnen (buiten gebruikte gereedschappen en machines, voertuigen enz.);
o de opstelling van een tussenbalans door de Commissie, waarin lering wordt getrokken van de uitvoering van de richtlijn en toekomstperspectieven worden geopend.
Voorts wensten bepaalde delegaties een herziening van bepaalde termijnen in het voorstel.

Concluderend verklaarde de voorzitter dat de Raad goede nota heeft genomen van de verklaringen van de delegaties en zijn bevoegde instanties heeft opgedragen de bespreking van het voorstel voort te zetten aan de hand van een document dat het voorzitterschap zal indienen. De Raad kwam overeen op dit dossier terug te komen tijdens zijn zitting in december, teneinde in het licht van het advies van het Europees Parlement tot een gemeenschappelijk standpunt te komen.

KLIMAATVERANDERING


-
COMMUNAUTAIRE BELEIDSLIJNEN EN MAATREGELEN TER BEPERKING VAN

BROEIKASGASEMISSIES - CONCLUSIES VAN DE RAAD


1. De Raad herinnert eraan dat hij zijn steun heeft betuigd aan de ontwikkeling van het Europees programma inzake klimaatverandering (EPK) en dat hij ermee instemt dat met voorrang maatregelen dienen te worden getroffen met betrekking tot vervoer, energie en industrie.

2. De Raad heeft de lijst van prioritaire maatregelen bestudeerd die de Commissie heeft aangegeven in haar mededeling van 8 maart 2000 inzake "het beleid en de maatregelen van de EU om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen: naar een Europees programma inzake klimaatverandering (EPK)", rekening houdend met de werkzaamheden van de Raad in zijn diverse samenstellingen die gericht zijn op de integratie van milieuaspecten in het communautaire beleid. In dit stadium van het proces heeft de Raad thema's geselecteerd die van bijzonder belang zijn voor de klimaatveranderingsstrategieën van de Europese Gemeenschap en de lidstaten en als prioritair moeten worden aangemerkt, wil men in de periode 2008-2012 aanzienlijke resultaten kunnen boeken en tegen 2005 aantoonbare vorderingen kunnen laten zien. De Raad roept de Commissie op resoluut te werk te gaan en concrete maatregelen voor te stellen, vooral in het kader van het Europees programma inzake klimaatverandering, daarbij onder andere rekening houdend met de effectiviteit van de maatregelen voor het milieu en de kostenefficiëntie.

3. De Raad is ingenomen met het proces dat op gang is gebracht met het actieplan voor energie-efficiëntie zoals geschetst in de conclusies van de Raad van 30 mei 2000 inzake energie-efficiëntie, en verzoekt de Commissie dat plan ook in het kader van het Europees programma inzake klimaatverandering (EPK) verder gestalte te geven. De Raad benadrukt dat dringend besluiten moeten worden genomen over reeds ter tafel liggende voorstellen, in het bijzonder de ontwerp-richtlijn betreffende de bevordering van elektriciteit uit duurzame energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt, het kader voor een belasting op energieproductie en de maatregelen op het gebied van vrachtvervoer die thans worden besproken.

4. Op het gebied van het vervoersbeleid verzoekt de Raad de Commissie op de volgende gebieden maatregelen te bestuderen en voor te bereiden, rekening houdend met de mate waarin de emissies van de vervoerssector toenemen en met de noodzaak de sociale kosten en de milieukosten van elke vervoerswijze in aanmerking te nemen, zoals uiteengezet in het verslag aan de Europese Raad van Helsinki:


- vermindering van CO2-emissies van voertuigen, in het bijzonder maatregelen om de CO2-emissies van lichte bedrijfsvoertuigen te verminderen; de Raad is bereid om zo nodig toekomstige maatregelen te overwegen om CO2-emissies van nieuwe personenauto's te verminderen, teneinde het door de Gemeenschap gestelde doel van 120 g/km vóór 2010 te bereiken;

- vermindering van alle emissies van broeikasgassen van klimaatregelingsapparatuur in voertuigen;

- effectieve beperking van de toename van emissies van broeikasgassen van het luchtvervoer op basis van het actieprogramma dat wordt geschetst in de mededeling van de Commissie "Luchtvervoer en het milieu", zonder daarbij het belang van vooruitgang op internationaal niveau te verwarlozen;
- beperking/vermindering van de CO2-emissies van het wegvervoer door het bevorderen van vracht- en personenvervoer per spoor alsmede multimodaal en gecombineerd vervoer.


5. De Raad herinnert aan het belang van de vermindering van emissies van elektriciteitsopwekking en warmteproductie alsmede eindgebruik van energie, zoals eveneens uiteengezet wordt in het verslag van de Europese Raad van Helsinki, en verzoekt de Commissie beleid en maatregelen te ontwikkelen om:

- het gebruik van duurzame energiebronnen te bevorderen en het concurrentievermogen ervan te verbeteren teneinde voor de Gemeenschap in haar geheel vóór 2010 het indicatieve streefcijfer van 12% van het energieverbruik te bereiken dat genoemd wordt in het Witboek van de Commissie ( 1), waarin, zoals de Raad in zijn Resolutie van 8 juni 1998 ( 2) erkend heeft, nuttige richtsnoeren worden gegeven voor verdere inspanningen terzake;
- het gebruik van warmtekrachtkoppeling te stimuleren om het mogelijk te maken het indicatieve streefcijfer van 18% voor het totale aandeel van warmtekrachtkoppeling in de Gemeenschap in haar geheel vóór 2010 te bereiken dat wordt genoemd in de mededeling van de Commissie over een communautaire strategie ter bevordering van warmtekrachtkoppeling en door de Raad in zijn Resolutie van 18 december 1997 ( 3) is erkend als een nuttig richtsnoer voor verdere inspanningen op alle niveaus;

- de energie-efficiëntie in gebouwen, in het kader van de toepassing van Richtlijn 93/76/EEG; van uitrustingen; van apparatuur, door passende maatregelen met inbegrip van convenanten, en van industriële processen te verbeteren.


6. De Raad wijst op het belang van maatregelen op Gemeenschapsniveau om de emissies van HFK's, PFK's en SF6 te verminderen, waarbij rekening moet worden gehouden met de reeds in de lidstaten getroffen maatregelen en de diverse al bestaande alternatieve technieken, en onderzoek en ontwikkeling aan te moedigen.


7. De Raad is ook van mening dat de sectoren landbouw en afval, met inbegrip van CH4-emissies van stortplaatsen, speciale aandacht verdienen en steunt het voornemen van de Commissie die gebieden op te nemen in het EPK. Voorts is de Raad van oordeel dat de bosbouwsector kan worden opgenomen in het EPK, waarbij rekening moet worden gehouden met de substantiële elementen van de bosbouwstrategie van de Europese Unie, zoals uitgestippeld in zijn resolutie van 14 december 1998.


8. De Raad wijst op het belang van samenhang tussen het klimaatveranderingsbeleid op EU- en nationaal niveau en de richtsnoeren betreffende milieu- en staatssteun. De richtsnoeren zouden binnen het kader van het Verdrag de nodige flexibiliteit moeten bieden om te waarborgen dat de nationale beleidslijnen en maatregelen voor de aanpak van het klimaatveranderingsprobleem doeltreffend zijn. De Raad verzoekt de Commissie dit aspect bij de toekomstige werkzaamheden in het kader van het Europees programma inzake klimaatverandering verder uit te werken.

De Raad herinnert aan zijn conclusies van 16 en 17 juni 1998, en neemt er nota van dat de handhaving van subsidies voor fossiele brandstoffen kan bijdragen tot het produceren van broeikasgassen, en verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen voor gemeenschappelijke maatregelen om subsidies voor fossiele brandstoffen en andere subsidies, belastingregelingen en regelgeving die een rationeel energiegebruik doorkruisen, geleidelijk te verminderen en af te schaffen, hetgeen een bijdrage zal zijn aan het beleid inzake klimaatverandering.


9. De Raad herinnert eraan dat economische instrumenten belangrijk zijn voor de ondersteuning van het klimaatveranderingsbeleid, omdat ze nuttige prijssignalen en financiële prikkels geven. De Raad verzoekt de Commissie de analyse van economische maatregelen in de context van de gemeenschappelijke en gecoördineerde beleidslijnen en maatregelen in het kader van het Europees programma inzake klimaatverandering op te nemen.

De Raad benadrukt dat het van belang is aanpassing van de belasting op energiebesparende producten en diensten te overwegen met het oog op passende financiële prikkels voor de consument.

In dit verband neemt de Raad er nota van dat de Commissie in haar mededeling betreffende een strategie ter verbetering van de werking van het BTW-stelsel in het kader van de interne markt heeft aangegeven dat een herziening en rationalisatie van de regels en afwijkingen bij de vaststelling van verlaagde BTW-tarieven op de middellange termijn in overweging moet worden genomen.


-
STAND VAN DE BESPREKINGEN IN HET KADER VAN DE UITVOERING VAN HET

KLIMAATVERDRAG

De Raad heeft nota genomen van de informatie van het voorzitterschap over het resultaat van de 13e vergadering van de hulporganen van het Klimaatverdrag die op 11/15 september 2000 in Lyon is gehouden, en over het informeel overleg dat op 4-5 oktober heeft plaatsgevonden in Muiden, Nederland.

ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATUUR

De Raad heeft een mondeling verslag van het voorzitterschap gehoord over de besprekingen inzake twee voorstellen van de Commissie van 13 juni 2000, namelijk:


- een richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) en

- een richtlijn betreffende de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.

De voorzitter memoreerde het belang van preventie en beheersing van afval van elektrische en elektronische apparatuur voor het milieu en de gezondheid van de mens. Zij sprak de wens uit dat de toekomstige richtlijn spoedig in werking treedt, wees erop dat het voorzitterschap nauwe contacten onderhoudt met het Europees Parlement teneinde te waarborgen dat de Raad op de hoogte blijft van de ontwikkeling van de standpunten binnen het Parlement, en zei te hopen ten spoedigste over het advies van het Europees Parlement te kunnen beschikken.

De richtlijnvoorstellen strekken ertoe de groeiende stroom afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, die een zware belasting voor het milieu betekent, op te vangen. Met de eerste richtlijn wordt beoogd de communautaire wetgeving op het gebied van het storten en verbranden van afval aan te vullen. Door meer recycling te plannen zou de totale hoeveelheid afval moeten verminderen. De producenten zouden elektrische en elektronische apparaten zonder kosten voor de consument moeten terugnemen en recycleren.

Het tweede voorstel, betreffende de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, strekt er met name toe met ingang van 1 januari 2008 de verschillende zware metalen en gebromeerde brandvertragers in nieuwe installaties te vervangen.

Het voorzitterschap memoreerde de stand van de voorbereidende werkzaamheden bij de Raad, die met name betrekking hadden op de onderstaande punten:


- de samenvoeging van de twee richtlijnen in één tekst,
- het tijdschema van de verplichtingen die op de producenten rusten (financiering daaronder begrepen),

- percentage inzameling en nuttige toepassing,
- handel op afstand, met name elektronische handel.
Aan het eind van het debat verzocht het voorzitterschap de bevoegde Raadsinstanties de werkzaamheden met bekwame spoed voort te zetten en deed het een beroep op de delegaties om het voorzitterschap te steunen in zijn streven bij de bespreking van dit dossier vooruitgang te boeken, teneinde te trachten zo mogelijk tijdens de decemberzitting tot een politiek akkoord over een gemeenschappelijk standpunt te komen.

MONDIAAL MILIEUBEHEER - CONCLUSIES VAN DE RAAD

De Raad heeft kennis genomen van het door het voorzitterschap opgestelde tussentijdse verslag over het vraagstuk van het mondiale milieubeheer, waarin een overzicht wordt gegeven van de huidige situatie en mogelijke oplossingen worden genoemd voor institutionele versterking, een meer coherente ontwikkeling en een doeltreffender uitvoering van de internationale milieuvoorschriften en onderlinge afstemming van de doelstellingen op het gebied van milieu, duurzame ontwikkeling en billijkheid.

Rekening houdend met de opmerkingen van de ministers verzoekt de Raad het Comité van permanente vertegenwoordigers de bespreking van dit vraagstuk met het oog op zijn zitting van december voort te zetten en de belangrijkste elementen aan te wijzen die in de conclusies van de Raad kunnen worden opgenomen, met name met het oog op de Beheersraad van het UNEP in februari 2001 en in het vooruitzicht van Rio+10.

ETIKETTERING EN TRACEERBAARHEID VAN GENETISCH GEMODIFICEERDE

ORGANISMEN

De Raad heeft nota genomen van een presentatie van mevrouw WALLSTRÖM over de stand van de voorbereidende werkzaamheden bij de Commissie inzake de ingewachte voorstellen betreffende de etikettering en traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde organismen, met het oog op de aanvulling van de communautaire voorschriften op het gebied van in de handel gebrachte GGO's.

Verscheidene delegaties en het voorzitterschap wezen op het belang en het dringende karakter van de voorstellen en verzochten de Commissie deze zo spoedig mogelijk maar in elk geval vóór Kerstmis voor te leggen.

DIVERSEN


- Internationale onderhandelingen over de toekomstige POP-overeenkomst
Verscheidene delegaties en de Commissie wezen erop dat tijdens de onderhandelingen over een internationaal verdrag voor de toepassing van internationale maatregelen op bepaalde persistente organische verontreinigende stoffen (POP's), die van 4 tot en met 9 december 2000 in Johannesburg worden gehouden onder auspiciën van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), bereikt moet worden dat bepaalde beginselen worden geëerbiedigd. Het gaat om het voorzorgsbeginsel, het verbod op de twaalf tot heden geïnventariseerde POP's, het beperken van afwijkingen en de uitbanning van dioxinen en furanen.


- Initiatief voor een verbod op de kleurstof "Navy Blue" en een algemeen verbod op organische tinverbindingen, vooral TBT De Duitse delegatie, gesteund door de Belgische en de Deense delegatie, verzocht de Commissie voorbereidingen te treffen, door wijziging van Richtlijn 76/769/EEG ( 4), voor een verbod op het in de handel brengen van het product "Navy Blue 018112", dat gebruikt wordt voor het kleuren van wol en polyamidevezels, en een verbod op organische zinkverbindingen, met name TBT (tributyltin), een "anti-fouling"-product dat gebruikt wordt om sterke groei van micro-organismen, planten of dieren op scheepsrompen, in hout en textiel te verhinderen.


- Protocol van Cartagena over bioveiligheid
Het voorzitterschap en de Commissie stelden de Raad in kennis van de voorbereidingen met het oog op de eerste vergadering van de ondertekenaars van het Protocol van Cartagena over bioveiligheid, die in december 2000 in Montpellier zal worden gehouden. Opgemerkt zij dat dit protocol, dat op 29.1.2000 in Montreal is aangenomen, ertoe strekt voorschriften inzake de bioveiligheid vast te stellen met het oog op de internationale handel in genetisch gemodificeerde organismen.


- Voorzorgsbeginsel

De voorzitter heeft de delegaties ervan in kennis gesteld dat de Raadsinstanties momenteel, aan de hand van een mededeling van de Commissie, werken aan een resolutie van de Raad betreffende het voorzorgsbeginsel, die in november 2000 zal worden voorgelegd aan de Raad Algemene Zaken en als basis kan dienen voor de conclusies van de Europese Raad van Nice op 7 december 2000.


- Nieuwe ontwerp-richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming

Verscheidene delegaties wensen aan de vooravond van de laatste overlegvergadering van de lidstaten van 11 oktober 2000 over het ontwerp van de Commissie voor nieuwe richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming de aandacht van de Commissie te vestigen op bepaalde elementen van de huidige tekst die volgens hen nog onvoldoende rekening houden met de eisen die in hun land aan het milieubeleid worden gesteld.


- Mededeling van de Commissie over de prijs van water
De Commissie heeft de aandacht van de Raad gevestigd op haar mededeling van 26 juli 2000 over de tarifering en het duurzame beheer van watervoorraden, en sprak de hoop uit dat deze mededeling een vruchtbare dialoog met de andere instellingen en de lidstaten op gang zal brengen, zodat er praktische richtsnoeren voor het nationaal beleid terzake zullen worden uitgewerkt.


- Groenboek van de Commissie over polyvinylchloriden (PVC)
De Commissie heeft een presentatie gegeven van haar PVC-groenboek, waaraan op 23 oktober a.s. een hoorzitting zal worden gewijd. De Commissie denkt in 2001 op basis van de reacties op dit groenboek een mededeling in te dienen betreffende een communautaire strategie inzake PVC-producten.


- Zesde actieprogramma van de Europese Gemeenschap op milieugebied
De Commissie heeft de Raad ervan in kennis gesteld dat zij haar voorstel voor een besluit inzake een zesde actieprogramma voor eind 2000 zal indienen.


- Mededeling van de Commissie over kustgebieden
De Commissie heeft de Raad haar mededeling van september 2000 over kustgebieden gepresenteerd.


- Witboek over milieuaansprakelijkheid

De Commissie heeft de Raad ervan in kennis gesteld dat zij aan de hand van het commentaar op haar witboek thans aan een richtlijnvoorstel werkt dat eind 2001 moet worden ingediend. Het voorzitterschap deelde mee dat het in dit vooruitzicht een debat in de Raad Milieu in december 2000 denkt te organiseren.


- Nieuwe voorstellen voor richtlijnen op het gebied van overheidsopdrachten

De Commissie heeft de steun van de delegaties gevraagd voor de nieuwe voorstellen op het gebied van overheidsopdrachten, die zij op 25 mei 2000 aan de Raad Interne markt heeft voorgelegd, waarmee die de lidstaten voor het eerst bij overheidsopdrachten milieuoverwegingen in aanmerking kunnen nemen.


- Europese normen inzake nucleaire veiligheid
De Oostenrijkse delegatie wenste dat de Commissie in het kader van de onderhandelingen met het oog op de uitbreiding van de Gemeenschap eist dat de kandidaat-lidstaten een hoog niveau van nucleaire veiligheid respecteren op het gebied van de exploitatie, het ontwerp en de controle van kerncentrales, de planning van noodmaatregelen, het beheer van radioactief afval en afgewerkte splijtstof, en de technische en wetenschappelijke opleiding en begeleiding. Hiertoe zou de Gemeenschap dwingende veiligheidscriteria moeten aannemen die ertoe strekken de nationale voorschriften op het gebied van nucleaire veiligheid op een hoog niveau te harmoniseren.


- Verontreiniging van de Middellandse Zee als gevolg van het verkeer van olietankers

De Italiaanse delegatie heeft de aandacht van de Raad gevestigd op de verontreiniging die olietankers in de Middellandse Zee hebben veroorzaakt, en stelde voor een gecombineerde Raad "Milieu/Vervoer" bijeen te roepen om deze kwestie te bespreken. Zij bevestigde tevens haar steun voor het pakket maatregelen dat de Commissie heeft voorgelegd aan de Raad Vervoer na het ongeval met de aardolietanker Erika teneinde de havencontrole van schepen te versterken, de eisen die aan classificatiebureaus worden gesteld stringenter te maken en enkelwandige aardolietankers sneller uit de vaart te nemen. Bepaalde delegaties stonden positief tegenover het voorstel van de Italiaanse delegatie, maar wensten het debat uit te breiden tot andere zeeën die de Gemeenschap omringen, en tot de laad- en losoperaties waarbij aardolietankers zijn betrokken.


- De Russische oliehaven Primorsk (Koisvisko): milieuaspecten
De Finse delegatie heeft de lidstaten en de Commissie verzocht om steun voor de initiatieven die zij denkt te nemen in het kader van het Samenwerkingscomité Gemeenschap-Rusland en de komende top Gemeenschap-Rusland, teneinde haar milieuwensen wat betreft de geplande uitbreiding van de oliehaven Primorsk (Koivisko) onder de aandacht te brengen.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

INTERNE MARKT

Sanering en liquidatie van verzekeringsondernemingen

De Raad heeft met eenparigheid van stemmen, en onthouding van de Griekse, de Ierse en de Luxemburgse delegatie, het gemeenschappelijk standpunt goedgekeurd inzake de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sanering en de liquidatie van verzekeringsondernemingen. Dit gemeenschappelijk standpunt zal ter tweede lezing worden toegezonden aan het Europees Parlement, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de medebeslissingsprocedure.

De richtlijn strekt ertoe:


- de wederzijdse erkenning inzake saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures overal in de Gemeenschap te waarborgen waar dergelijke maatregelen en procedures overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van herkomst van toepassing zijn, behalve wanneer de richtlijn anders bepaalt;

- maatregelen in te voeren ter bescherming van schuldeisers wier woonplaats gevestigd is in een andere lidstaat dan de lidstaat van oorsprong;

- procedures in te stellen voor uitwisseling van informatie tussen de autoriteiten van de betrokken lidstaten;
- duidelijk te bepalen welke wetgeving in bepaalde gevallen van toepassing is, bijvoorbeeld wat betreft onroerende goederen.

EXTERNE BETREKKINGEN

Europese Economische Ruimte

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan twee ontwerp-besluiten van het gemengd comité van de EER tot wijziging van:


- protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende de samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (IDA) (met het oog op de uitbreiding van de samenwerking op het gebied van elektronische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten (IDA));
- protocol 30 van de EER-overeenkomst betreffende specifieke bepalingen voor de organisatie van samenwerking op het gebied van de statistiek (teneinde te waarborgen dat de EER-EVA-landen volledig deelnemen aan de communautaire acties op dit gebied (statistisch programma 1998-2002)).

Footnotes:

( 1) Witboek van de Commissie voor een communautaire strategie en een actieplan: "Energie voor de toekomst: hernieuwbare energiebronnen".

( 2) Resolutie van de Raad betreffende duurzame energiebronnen, PB C 198 van 24.6.1998.

( 3) Resolutie van de Raad betreffende een communautaire strategie voor de bevordering van warmtekrachtkoppeling, PB C 4 van 8.1.1998.

( 4) Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (vele malen gewijzigd), PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie