Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Staat van de Europese Unie volgens D66

Datum nieuwsfeit: 10-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

10 oktober 2000

STAAT VAN DE EUROPESE UNIE

Thom de Graaf

Laat ik beginnen met een compliment aan de regering voor het gedegen en op sommige onderdelen ook inspirerende stuk "De Staat van de Europese Unie". Veel van wat daar in staat spreekt ons aan, het meest nog wel dat de regering een poging heeft gedaan om achter de agenda van Nice te kijken naar de noodzakelijke hervormingen van de Unie. De regering is wel heel voorzichtig om vooral niet het beeld op te roepen van een blauwdruk. Misschien wel een beetje te voorzichtig. Een klein of middelgroot land als Nederland kan natuurlijk nooit met hetzelfde gewicht als Duitsland of Frankrijk deelnemen aan het debat over de "finalite politique" van de Unie, maar dit wil omgekeerd ook niet zeggen dat wij op kousenvoeten moeten opereren. Het kabinet heeft een groot vertrouwen in benchmarking en networking om de positie van de kleine landen ten opzichte van de grote veilig te stellen. De informele kracht van Nederland kan daardoor toenemen, dat is waar. Maar voor de lange duur is het natuurlijk geen oplossing. Voor de lange duur is een beeld nodig van Europa als economische, culturele en politieke entiteit en dus van een structuur waarbinnen die entiteit is geworteld.

Staatssecretaris Benschop heeft terecht drie grote uitdagingen geformuleerd voor de Unie: de onderlinge eenheid en samenhang moeten worden bewaard en versterkt, de slagvaardigheid moet toenemen en de democratische basis moet breder en steviger. Tegen de achtergrond van de uitbreiding van de Unie zijn dat niet alleen uitdagingen maar zelfs onontbeerlijke voorwaarden. Maar dan nog blijft de vraag wat wij uiteindelijk met Europa willen. Een vrije markt met minimumnormen voor mensenrechten en een gezamenlijke buitenlandse- en veiligheidspolitiek, gedragen door sterke nationale staten? Of een Europese waardengemeenschap met een krachtig democratisch bestuur aan de top, waarin regio's hun eigenheid behouden maar niet langer de sturende of blokkerende macht uitoefenen?
Die vraag is lange tijd ontweken en zelfs verdacht gemaakt. Toch is zij nu relevanter dan ooit.

Wie wil uitbreiden en tegelijk hervormen kan niet om die vraag, of beter gezegd, om een antwoord heen. De uitbreiding is een historisch en politiek imperatief. Het is eigenlijk treurig dat meer dan 10 jaar na de val van de muur de tweedeling in Europa nog steeds bestaat. Joegoslavië bevestigt dat. Democratisch Europa is nu weer heel maar toch vrij verdeeld. Als het ons niet lukt om in de komende 3 tot 5 jaar de eerste uitbreiding, of beter: de hereniging, te bewerkstelligen, hebben we niet alleen een kans gemist, maar ook een groot gevaar geschapen. Het gevaar van frustratie en contrabeweging. Uitbreiding moet dus.

Maar voor sommigen, zoals de Britse regering, is de uitbreiding tegelijk ook een middel om Europa te verdunnen. Hoe meer landen, des te minder macht voor Brussel. Nederland zal stelling moeten nemen, ook als het gaat om het einddoel. Bouwen aan de Europese toekomst gaat steen voor steen, maar het helpt wel als je weet welk gebouw je op den duur wilt hebben. D66 kiest voor een sterke federatie die een economische en politieke eenheid vormt , centrale waarden formuleert voor al haar burgers en instrumenten heeft om die te verwezenlijken. Een rechtsgemeenschap die ruimte laat voor eigen invulling op nationaal of regionaal niveau, maar niet alleen maar de optelsom is van die regionale belangen. Daar hoort een constitutioneel bestel bij met een Europese Grondwet, een direkt democratisch gelegitimeerde Europese regering, sterke Europese rechtsinstellingen en een volksvertegenwoordiging die zowel de overstijgende als de regionale belangen naar waarde schat.

Op weg naar die sterke Europese rechtsgemeenschap moeten hervormingen gericht zijn op de slagkracht en democratische legitimatie van de instellingen van de Unie. De slagkracht kan worden vergroot door steeds meer communautaire besluitvorming onder de meerderheidsregels te brengen (QMV). Versterkte samenwerking op meerdere gebieden (kopgroepen) kan ook bijdragen, zolang het geen gesloten winkeltjes zijn en de Europese instellingen betrokken blijven. Commissie en Europees Parlement zullen de motoren van Europa moeten worden. Wat de Commissie betreft kiest de regering voor vasthouden aan de nationale Commissaris, 1 per lidstaat. Als inzet voor Nice begrijp ik dit, maar op de lange duur is dit natuurlijk niet houdbaar. Er zal naar een ander systeem moeten worden gezocht, waarbij de dominantie van grote landen niet vanzelfsprekend is en kleinere landen voldoende vertegenwoordigd blijven. De regering pleit terecht voor de individuele verantwoordelijkheid van de Commissarissen. Individuele politieke verantwoordelijkheid vergroot de zichtbaarheid en legitimatie en versterkt bovendien de positie van het EP. Ik vind het opmerkelijk en verheugend dat de regering ook de rechtstreekse verkiezing van de Voorzitter van de Europese Commissie op de agenda zet. Verheugend omdat de regering een rechtstreeks kiezersmandaat als mogelijke oplossing aandraagt voor het bestaande democratisch deficiet van Brussel. Opmerkelijk omdat de vergelijkbare oplossing voor de nationale verhoudingen tot dusverre is afgewezen. Hoe ziet het kabinet de verhouding van de rechtstreeks gekozen Voorzitter tot de overige leden van de Commissie, tot de Raad en tot het Europees Parlement?
Versterking van de Commissie zal alleen kunnen ten koste van de Raad van ministers. Is de regering het met deze stelling eens? Een van de mogelijkheden om de rol van de Commissie te versterken kan zijn een grotere betrokkenheid bij het buitenlands en veiligheidsbeleid. Ik vraag mij af of de geprofileerde positie van de heer Solana namens de Raad daarmee te verenigen valt. Graag een reactie.

Voor de democratische legitimatie van de macht van Brussel zijn drie zaken van belang: meer gezag van het Europees parlement, meer openbaarheid van Europees bestuur en groter draagvlak onder de Europese burgers.
Ik ben blij met het pleidooi voor een Europese politieke ruimte, maar heb daar wel een paar vragen bij. Het kabinet suggereert naar analogie van het Nederlands parlementair stelsel een ontbinding van het EP als de Commissie naar huis wordt gezonden. In dit broze stadium van Europese democratie is dit misschien geen goed idee. Het EP heeft niet alleen de Commissie maar ook de Raad te controleren, het is niet 1 op
1. De kans is bovendien groot dat het EP zijn democratische bevoegdheid te terughoudend zal gebruiken omdat het ook zichzelf om zeep helpt. Zijn verkiezingen voor het EP eigenlijk wel logisch als de benoeming van een nieuwe Commissie niet voortvloeit uit de politieke verhoudingen binnen het EP maar nog steeds vooral uit nationale overwegingen per lidstaat? Graag een reactie.

Van verschillende kanten is geopperd om een Europese Kamer van nationale vertegenwoordigers (een senaat) in te zetten om de subsidiariteit te bewaken (de regering spreekt van een tegenwicht tegen al te centralistische tendenzen). Hoe zinnig is dit eigenlijk voor de korte termijn? Zolang de macht van Brussel nog voornamelijk in handen ligt van de Raad van ministers, worden nationale belangen behoorlijk beschermd. Daarnaast knabbelt een senaat met bevoegdheid aan de politieke positie van het direct gekozen Europees parlement. Die positie is nog lang niet sterk genoeg om ook die confrontatie aan te gaan. Mijn fractie vindt dit vooralsnog geen gelukkig voorstel, eerder teruggang dan vooruitgang.

Ik sprak over een groter draagvlak onder Europese burgers. Met de uitbreiding en de eerste stappen van de hervorming in zicht is dit onze grootste zorg. Nog steeds is Europa een zaak van politieke elites, deftige denktanks en opiniepagina's van kwaliteitskranten. Nog steeds niet een zaak van de burgers. Het nee tegen de Euro van Denemarken moet ons te denken geven. Het politiek leiderschap van de Unielanden is er tot op de dag van vandaag niet in geslaagd mensen te overtuigen van de opdracht die Europa is, van de mogelijkheden die het biedt voor vrijheid, voorspoed en bescherming. De regering pleit terecht en gelukkig voor een Europees correctief referendum en voor een volksinitiatief, maar dit is nog maar het begin. Het gaat ook om transparantie en vooral om overtuigingskracht. Overtuigingskracht om de meerwaarde van Europa aan te tonen, bijvoorbeeld waar het de uitbreiding betreft. Veel mensen aan beide zijden van het "fluwelen gordijn" zijn sceptisch over die uitbreiding en zien gevaren voor hun eigen bestaan. Daar kunnen wij niet aan voorbijgaan. Wat meer Europees geld voor voorlichting is niet genoeg. Als er iets een opdracht is voor de politici van deze tijd is het wel om de dialoog aan te gaan met de eigen burgers, de eigen kiezers over het grote project van Europa.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie