Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Rapport Commissie Bakker vormt kernpunt debat met regering

Datum nieuwsfeit: 11-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Nieuws : Rapport Commissie Bakker: debat met de regering (111000)

CDA start de Competitie van Ideeën (start 4 november) CDA start de Competitie van Ideeën (start 4 november)
Mensensmokkel en -Handel Mensensmokkel en -Handel CDA over zwarte en witte scholen CDA over zwarte en witte scholen Rapport Commissie Bakker: debat met de regering (111000) Rapport Commissie Bakker: debat met de regering (111000) Algemene Financiële Beschouwingen / Miljoenennota 2001 (031000) Algemene Financiële Beschouwingen / Miljoenennota 2001 (031000) CDA-Top-economen: Zalmnorm behoeft forse aanpassing CDA-Top-economen: Zalmnorm behoeft forse aanpassing

Rapport Commissie Bakker: debat met de regering (111000)

Den Haag, 11 oktober 2000

Vorige week heeft het overleg met de commissie zelf plaatsgevonden. Kernpunt van het debat betrof de aanbevelingen 11, 12 en 13 van de commissie. Deze aanbevelingen gaan over het moment dat de Kamer, in geval van eventuele deelname aan VN-operaties, door het kabinet moet worden geïnformeerd. De commissie is van mening dat de Kamer bij eventuele militaire deelname aan een VN-Vredesoperatie moet worden geïnformeerd voorafgaande aan een informeel bod aan de VN. Dit geeft de Kamer de mogelijkheid zijn verantwoordelijkheid, conform het gewijzigde art. 100 van de grondwet, te beleven.

In het debat met de commissie is een langdurig staatsrechtelijk debat ontstaan over de reikwijdte van art. 100. Na de overtuiging van CDA is het nieuwe artikel mede bedoeld om de kamer tijdig te informeren.Het CDA deelt de visie van de commissie dat de kamer sinds de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 100 niet meer een "louter controlerende rol heeft, maar mede verantwoordelijk is geworden voor de uitzending van militairen". Gezien in het licht van deze mede verantwoordelijkheid is het van cruciaal belang dat de Kamer in haar afwegingen tijdig beschikt over de juiste informatie. Dit betreft dan zowel het moment waarop de Kamer wordt geïnformeerd als een helder inzicht in de overwegingen die aan eventuele deelname ten grondslag liggen. De coalitiepartijen zien in de wijziging van het artikel meer een bevestiging dat de Kamer al dan niet moet instemmen met de uitzending. Het is volgens hen aan het kabinet de voorbereidingen tot mogelijke Nederlandse deelname aan een VN-operatie te treffen, het is ook aan het kabinet het moment te bepalen waarneer de kamer zal/kan worden geïnformeerd.

Gevolg van deze opvatting van de coalitiepartijen is dat al weken in de media van gedachten wordt gewisseld over de mogelijke uitzending van Nederlandse militairen naar het grensgebied van Eritrea/Ethiopie om deel te nemen aan de VN operatie UNMEE. Gesprekken met de ministers van defensie van de VS en Canada alsmede met de Secretaris Generaal van de VN vinden zo goed als in het openbaar plaats. Gevolg is dan ook dat de media over de mogelijke uitzending van Nederlandse militairen beter zijn geïnformeerd dan de kamerleden. Een poging van het CDA om hier verandering in aan te brengen door middel van het verzoek om met het kabinet over de mogelijke uitzending van gedachten te wisselen werd door een meerderheid in de Kamer geblokkeerd. Waarom wilde het CDA op dat moment inlichtingen? Het was het moment waarop de VN kennelijk, naar wat wij begrepen uit de media, werd meegedeeld dat Nederland de principe bereidheid had om mee te doen. Het was ook het moment waarop de regering kennelijk wist welke eenheden zij ter beschikking wilde stellen. Een tijdstip waarvan de regering nu overigens in de antwoorden suggereert dat dat het moment van inlichten van de Kamer zou kunnen zijn. Ik kom hier zo nog op terug. Het CDA was dus ongerust over de opzet en het mandaat van de operatie en wilde op dat moment aangeven welke condities zij essentieel achtte voor deelname. (deelname VS en goed mandaat, voorwaarden waaraan tot dusverre niet is voldaan ). Commissie voorzitter Bakker heeft in het debat zo treffend gezegd; "de Kamer moet het willen weten", als het kabinet het voornemen naar een organisatie kenbaar maakt.

Zoals gezegd, dat debat werd niet toegestaan. Dat beperkt niet alleen de ruimte voor de oppositie maar met name de regeringspartijen worden hierdoor ingeperkt. Doch het kabinet zag zelf ook niet, gelet de zeer summiere brief van de minister president aan de kamer, de noodzaak om de kamer over de mogelijke uitzending nader te informeren. Naar de mening van het CDA is het creëren van een zo groot mogelijk draagvlak door middel van tijdige informatievoorziening door het kabinet en gedachtewisseling met de tweede kamer van belang. Door dit te negeren worden partijen genoodzaakt zich in de media te uiten. Het is toch een wanvertoning dat de dag voor de besluitvorming in de ministerraad de fractievoorzitters van de coalitiepartijen worden gesondeerd hun oordeel over het te nemen besluit te geven. En hierover de media informeren. Hoezo dualisme.

Bakker heeft in zijn slotwoord benadrukt dat het gewijzigde art 100 met zich meebrengt dat de Kamer eerder dan dat een kabinetsbesluit is genomen, wordt geïnformeerd. Maar ook de uitkomsten van het onderzoek naar het besluitvormingsproces waren dusdanig dat de commissie van mening is dat ter verbetering van dit proces en het bewerkstelligen van zoveel mogelijk draagvlak op zich al reden is om de Kamer in een vroegtijdig stadium over mogelijke Nederlandse deelname te informeren.

Tot onze verbazing èn vreugde is de regering gevoeliger voor de argumenten van de Commissie Bakker dan we na het debat van vorige week mochten hopen. Alles leek dichtgetimmerd maar de reactie op aanbeveling 14 (niet 13 vreemd genoeg maar deze liggen in elkaars verlengde) is zeer interessant. Letterlijk erkent de regering dat " De Kamer eerder dan het moment waarop artikel 100 van de Grondwet aan de orde is, mogelijk al behoefte heeft aan informatie hierover. Zoals artikel 100 van de Grondwet tot op zekere hoogte te beschouwen is als eindpunt van de besluitvorming, is er ook te denken aan een beginpunt. De regering zou, nadat zij besloten heeft de mogelijkheden van de inzet van Nederlandse militaire eenheden te gaan zoeken, de Kamer hierban in kennis kunnen stellen. Een dergelijke notificatie zou de vorm kunnen hebben van een korte kamerbrief." einde citaat. Het CDA vindt dit een goed voorstel, waarbij het niet relevant is of het nou gaat om een VN of NAVO-operatie.

Opvallend is dat dit voorstel grotendeels overeenkomt met het schema van de Commissie Bakker. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dit nog eerder is dan Bakker voorstelt. Want Bakker geeft als informatie-moment aan als bekend is welke troepen beschikbaar zijn en dus kunnen worden aangeboden. De regering geeft nu aan bereid te zijn de Kamer te informeren als zij heeft besloten te gaan onderzoeken wat de mogelijkheden van Nederland zijn. Dat is op vele terreinen winst. Ten eerste omdat de regering zelf in een vroeg stadium een besluit neemt en met de ministerraad tot een conclusie komt. Daarmee wordt ook een andere aanbeveling van het rapport ondervangen als het gaat om de toch wat verbrokkelde besluitvorming in de ministerrraad. Ten tweede omdat de regering de kamer op een vroeg moment, voordat de troepen ter beschikking worden gesteld, een notificatie wil geven. Het is ook voor de regering beter als duidelijke afspraken met het parlement worden gemaakt over moment van notificatie. Bakker concludeert immers dat dit proces nu diffuus en onhelder is. Ook de regering kan immers nauwelijks gelukkig zijn met een discussie via de media, zoals nu dus wel gebeurd.

Het kabinet stelt vast dat artikel 100 geen formeel instemmingsrecht toekent aan de kamer, in reactie op aanbeveling 2. Staatsrechtelijk is dat juist maar mijn collega van Middelkoop heeft ook steeds gezegd als indiener van motie en amnedement dat er geen sprake is van een formeel maar wel een materieel instemmingsrecht. Er is in de hele Kamer een gevoel van medeverantwoordelijkheid voor hetgeen er gebeurt met een missie. Kamerleden worden daar in het land terecht ook op aangesproken. De Commissie Bakker constateert dat dit materieel instemmingsrecht ertoe geleid heeft dat de Kamer niet meer alleen controlerend is maar medeverantoordelijk is geworden. Deelt de reging deze constatering van Bakker en hoe ziet de regering dan dat er op een goede manier invulling gegeven kan worden aan dit gevoelen van medeverantwoordelijkheid.

Een heel ander vraagstuk is dan weer hoe ga je met de informatieverschaffing om. Wij stellen ons op het standpunt dat vanwege het gevoelen van medeverantwoor-delijkheid en het soort van instemmen met de besluitvorming, de Kamer ook de ruimte zou moeten hebben om al eerder dan de formele besluitvorming op basis van de notificatie van de regering haar mening omtrent de voorwaarden waarop kenbaar te maken. Voor goed begrip, dit is niet het moment van instemming, zoals Bakker ook nadrukkelijk heeft aangegeven, het is een moment van mogelijkheid van overleg. Terecht heeft Bakker ook gesteld dat de Kamer het moment van instemming heel precies zal moeten definieren. Dat wil zeggen, nadat de regering met haar definitieve voorstel is gekomen, met daarbij een goede risicoanalyse (ook een aanbeveling), het gehele Toetsingskader nalopend en een volledige motivering. Zo zien wij de wenselijke gang van zaken.

Uit het rapport van de Commissie bleek dat er bij verschillende uitzendingen wel degelijk sprake was van informatievoorziening over het voornemen tot deelname aan een uitzending door de regering voordat het formele besluit hierover genomen was. Duidelijk was echter wel dat dit zéér fragmentarisch soms slechts in bilateraal verband tussen bewindslieden en kamerleden gebeurt, waarbij ook nog eens niet alle fracties betrokken waren.
Van dit laatste stelt de regering dat dat een vrijheid is van de bewindslieden. Doordat er een informeel circuit ontstaat zal de noodzaak tot het voeren van een Algemeen Overleg om de opvatting van de verschillende fracties te vernemen minder zijn. Bovendien ontstaat hierdoor een situatie waarbij sommige fracties beter ingelicht zijn dan anderen. Is de regering niet van mening dat aanbeveling 13 mede tot doel heeft om deze diffuse informatiestroom te beëindigen en te komen tot een heldere structuur?

Overigens is het CDA is van mening dat alle kamerleden gelijkelijk moeten worden geïnformeerd over (eventuele) deelname en de voortgang van vredesoperaties. Wat is de reden dat alleen de fractievoorzitters van de coalitiepartijen tijdens de Kosovocrisis driemaal per week een Kosovo-update krijgen en andere fractievoorzitters niet? De regering zegt bovendien in haar antwoord dat het drie maal per week ontvangen van een update over Kosovo door de fractievoorzitters van de coalitiepartijen niet gezien kan worden als het systematisch een deel van de Tweede Kamer inlichten en een ander deel niet. Als dit niet systematisch is, wat is het dan wel zo vraagt mijn fractie zich af. Naar onze overtuiging staat deze informatievoorziening naar de coalitiepartijen haaks op de uitlatingen van de minister-president in zijn brief van 15 april 2000. Graag een reactie van de minister president.

De commissie heeft het gebeuren rond VN-operaties van een goede en heldere analyse voorzien. Bij VN-operaties is vaak onduidelijk waar vraag en aanbod liggen. De VN zal nooit gezichtsverlies willen leiden en dus altijd informeel verzekerd willen krijgen dat een verzoek om troepen wordt gehonoreerd. Daarmee ontstaat een onduidelijk circuit van diplomatieke contacten, waarin ergens, op een gegeven moment uitgegaan wordt van een Nederlandse toezegging. De Commissie concludeert daarover letterlijk "Het moment waarop feitelijk wordt ingestemd met een vredesoperatie is van cruciale betekenis. De marges voor nadere besluitvorming, bijvoorbeeld inzake voortzetting of beeindiging van de deelname zijn daarna smal, ondermeer vanwege gewekte verwachtingen, het optreden van externe invloeden of het ontbreken van alternatieven"(bevinding 6). De commissie komt dan ook tot de terechte aanbeveling (13) dat de kamer ingelicht dient te worden alvorens het informeel aanbod wordt overgebracht. Ook tijdens de verhoren wordt door velen ingegaan op het gezichtsverlies dat Nederland zal ondervinden als het informele aanbod niet wordt hard gemaakt. Deelt de minister president de conclusie in deze van de commissie? Zo neen, Is hij van mening dat Nederland geen gezichtsverlies leidt als de Tweede Kamer niet instemt met de Nederlandse deelname aan de VN-operatie UNMEE?

Alvorens in te gaan op het standpunt van het kabinet t.a.v. de overige bevindingen en aanbevelingen van de commissie is van belang te constateren dat verschillende fracties in de kamer is die de rol van de minister president bij vredesoperaties willen versterken. Het CDA is van oordeel dat de coördinerende rol van Algemene Zaken moet worden vergroot. Dit laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de vakministers. We zien een nadrukkelijke verantwoordelijkheid voor de Minister President, ook al omdat het gaat om een zaak van nationaal belang waar de betrokkenheid en zichtbaarheid van de minister-president onontkoombaar is. Hierdoor kan bovendien de competentiedrift tussen de ministeries van Buiza en Defensie van bovenaf worden beslecht. Deelbelangen van ministeries (bijv angst voor bezuinigingen) kunnen geneutraliseerd worden.
Het rapport geeft een onthutsend beeld van hoe het is gesteld met de informatieverschaffing en -verkeer tussen deze ministeries. Van belang is dat de informatie tijdig op de juiste plek aanwezig is. De PVDA heeft gepleit voor de instelling van een ambtelijke Task Force die het gehele proces van een vredesoperatie begeleid. Mede gelet de positieve ervaring van het kabinet met de IWK tijdens de Kosovo crisis zouden wij dit voorstel van de PVDA willen ondersteunen.

In het debat met de Cie. Bakker heeft de PVDA een pleidooi heeft gehouden dat Nederland alleen dan aan een Vredesoperatie meedoet als ons land is vertegenwoordigd in de contactgroep van landen die de leiding over het gehele proces rondom de vredesoperatie heeft. Op zich is het CDA het hier mee eens (zie verkiezingsprogramma p 69), hoewel het niet makkelijk zal zijn dit af te dwingen. Belangrijk is daarom het moment waarop dit ingebracht moet worden in het overleg met mogelijke partners. Is de minister-president met ons eens dat deze eis in een zo vroeg mogelijk stadium moet worden gesteld?

Uit de beantwoording van het kabinet blijkt dat het geconstateerde rondom de Nederlandse deelname aan de Vredesoperatie in Cyprus niet wordt weersproken. Dit betekent dat niet wordt ontkend dat de voornaamste reden voor Defensie om zich in te spannen voor deelname aan deze vredesoperatie het voorkomen van mogelijke bezuinigingen was. Defensie heeft dit, ondanks dat hier door Hillen/Verhagen vragen over zijn gesteld, altijd ontkend. Op antwoord van deze vragen wordt bovendien gesteld dat Nederlandse deelname op dat ogenblik niet aan de orde is, terwijl er op dat moment wel sprake is van een Nederlands aanbod aan het VK en van uitzicht op deelname aan UNFICYP. Regering stelt in antwoord op vragen hierover dat Ministerraad op 7 november 1997 geïnformeerd was over mogelijke deelname. Hoe kwalificeert u in dit licht het antwoord op de vragen van Hillen en Verhagen op 12 november? Naar ons inziens zijn deze ronduit misleidend, de kamer is op het verkeerde been gezet. De minister-president zal toch met ons eens zijn dat dit geen wenselijke gang van zaken is, en dat het zo niet weer moet.

Op een andere conclusie van de commissie dat minister de Grave over Kosovo verwarrende informatie heeft gegeven wordt niet ingegaan. Idem als het gaat om de informatie die minister de Grave heeft gegeven in de hoorzitting als het gaat om het in elkaar schuiven van de fases van de luchtoorlog in Kosovo. En de latere brieven van de minister (zie bijlagen) hierover aan de commissie, waarin hij zich beroept op beeldvorming. Hier geeft de Commissie het oordeel verwarrende informatie. Het CDA zou hier graag de visie van de minister-president op hebben. Is een minister niet bij uitstek verantwoordelijk voor beeldvorming; hij moet toch de juiste informatie verstrekken opdat er geen twijfel en misverstand bij Kamer en media ontstaat?

Verbetering infoverstrekking VN: Brahimi-rapport wat gebeurt daar nu precies mee? Het CDA vindt dit een belangrijk rapport, waarover we graag met de regering van gedachten willen wisselen voordat het wordt besproken in de VN.

Het hoofdstuk Srebrenica is niet compleet, erkent de Commissie zelf. De Commissie heeft zich aan haar opdracht gehouden door alleen de besluitvorming in Den Haag te bekijken. Daarmee is per definitie het beeld niet compleet. Immers, er is een internationale context en het NIOD is bezig, hoewel het CDA steeds heeft gesteld dat dat niks te maken heeft met de verantwoordelijkheden van de Kamer. De opstelling van de commissie is in deze eerlijk. Dit hoofdstuk is niet af en het wachten blijft dus op een parlementaire enquête waarin ook de nasleep aan de orde komt.

Naar aanleiding van de reactie van de regering hebben wij nog een aantal specifieke vragen en opmerkingen:
Aanbeveling 10: Regering gaat niet in op eventueel coördinerende rol IOV. Graag een reactie van de regering op veel verdergaande voorstellen zoals hierboven beschreven van Task-Force?

Tot slot.
Uit het debat vorige week is gebleken dat bijna alle bevindingen en aanbevelingen van de Commissie Bakker op een breed draagvlak in de kamer kunnen rekenen. Het is goed geweest om de geschiedenis en ervaringen met vredes-operaties in de laatste jaren integraal onder de loep te nemen. We hebben allemaal geleerd, soms zelfs door schade en schande wijs geworden. Wij moeten lessen willen trekken. Het CDA vindt het goed dat ook de regering veel van de aanbevelingen onderschrijft. Ook al blijft soms nog wat vaag hoe het anders moet worden geregeld. Het is dus nu zaak om te voorkomen dat het rapport Van de Commissie Bakker als goed geschiedkunig werk in een la verdwijnt, maar dat er echt wat mee gedaan wordt. De aanbevelingen zullen moeten worden geconcretiseerd. Dat is een taak van zowel kabinet als Kamer. Bent u bereid daaraan uw medewerking te verlenen, zodat we over een half jaar met elkaar het proces kunnen afronden?

Kamerlid: Van der Knaap

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie