Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Vice-premier Jorritsma in Met het Oog op Morgen, Radio 1

Datum nieuwsfeit: 13-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red8565
13-10-2000, NOS, Met het Oog op morgen, Radio 1, 23.07 uur

GESPREK MET VICE-PREMIER JORRITSMA NA AFLOOP VAN DE

MINISTERRAAD OVER

* SITUATIE IN HET MIDDEN-OOSTEN

* ZAAK-VAN AARTSEN

* NOTITIE INZAKE VERKORTING BENOEMINGS- EN INSTALLATIEPROCEDURE NIEUWE TWEEDE KAMER NA VERKIEZINGEN

GREYN:
Mevrouw Jorritsma, was het nou de week van Israël of de week van Jozias van Aartsen?

JORRITSMA:
Ik denk dat we het maar moeten houden op de week van Israël, want het is natuurlijk buitengewoon ernstig wat er op het ogenblik in het Midden-Oosten gebeurt, waarbij beide partijen in een behoorlijke geweldspiraal beland zijn en waarvan we allemaal hopen ­ en er ook onze uiterste best voor doen om een actieve rol te spelen, daar ook oproepen toe te doen en bereidheid te tonen om daarbij te assisteren, als dat gewenst is ­ dat men weer zo snel mogelijk rond de tafel komt om het vredesproces wel degelijk weer op gang te krijgen.

GREYN:
Maar kan Nederland zelf wat doen?

JORRITSMA:
Nederland moet natuurlijk in Europees verband zijn best doen. De minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken zijn in Biarritz en gaan er ook vanuit ­ ik heb begrepen dat de conceptteksten er al liggen ­ dat ook vanuit Biarritz een dringende oproep wordt gedaan. Solana is net in het Midden-Oosten geweest. Kofi Annan zit er nu en we hopen dat ook hij daar een belangrijke bijdrage kan leveren. En ik heb begrepen dat er ook al uitnodigingen zijn vanuit Egypte en mogelijk ook de Verenigde Staten ­ dat weet ik alleen nog maar bij geruchten, maar dat zou ook zeker niet onbehulpzaam kunnen zijn ­ om de partijen zo snel mogelijk rond de tafel te krijgen. Want hier moet wel iets gebeuren.

GREYN:
Zijn er bijzondere drukmiddelen te verzinnen om dat proces een beetje te versnellen?

JORRITSMA:
Ik denk dat voorlopig het belangrijkste drukmiddel is dat we allemaal dezelfde toon uitstralen en allemaal ook dezelfde vraag stellen. Uiteindelijk hebben de landen zelf er het allergrootste belang bij dat het weer zo gauw mogelijk rustig wordt.

GREYN:
Nu laten wij vaak dat soort dingen aan de Verenigde Staten over. Moet Europa niet toch wat nadrukkelijker zich daarmee gaan bemoeien?

JORRITSMA:
Ik ga ervan uit ­ en dat is ook wat de minister-president al in het openbaar gezegd heeft en wat ongetwijfeld in Biarritz ook gezegd wordt ­ dat Europa zich zeker zal aanbieden om actief een rol te spelen. Aan de andere kant weten we dat het absoluut noodzakelijk zal zijn dat de Verenigde Staten zijn stem daar bij voegt. Want Europa heeft natuurlijk af en toe met verschillende monden gesproken. Dus het is nooit mis, en zeker belangrijk, dat Europa ook zijn uiterste best doet om een actieve rol te gaan spelen. Maar we zullen daar de Verenigde Staten zeker niet bij kunnen missen.

GREYN:
Ik heb de hele week in de Kamer gehoord dat we vooral niet moeten vergeten dat in de Nederlandse Grondwet staat dat Nederland ook een taak heeft in de internationale rechtsorde. Ten aanzien van Israël nemen we dat niet al te serieus, want we houden ons een beetje op de achtergrond.

JORRITSMA:
Nee, dat denk ik niet. Wat we proberen, is juist niet per land allemaal individuele oproepen te gaan doen. Dat maakt, denk ik, minder indruk dan wanneer we allemaal eensgezind precies dezelfde oproep doen. Je zou dan ook willen ­ dat gebeurt eigenlijk ook, vanuit Europa ­ dat iedereen ook met dezelfde taal in de richting van beide partijen gaat. Want bij beide partijen moet echt de wens weer ontstaan om rond de tafel te gaan zitten.

ZAAK-VAN AARTSEN

GREYN:
U zei: het is de week van Israël. Maar het was hier op het Binnenhof natuurlijk toch een beetje de week van Jozias van Aartsen. Ik vond dat u daar een wat opmerkelijke rol in speelde, want toen de Telegraaf met de onthulling kwam dat er sprake was van een dreigement om af te treden, zei u heel ferm: daar is geen sprake van.

JORRITSMA:
Er worden aan wat ik gezegd heb allerlei exegeses ontleend. Ik heb eigenlijk helemaal geen behoefte meer aan een vervolg op de discussie, die overigens gisteren in de Tweede Kamer is afgerond. Ik heb alleen gezegd dat het verhaal niet klopte en dat ging over het hele verhaal. Ik heb niet op een van de aanduidingen gezegd wat wel of niet klopte. Daar heb ik ook helemaal geen behoefte aan. Ik vind het eerlijk gezegd ook niet zo erg interessant voor de burger om precies te weten wie wat op welk moment heeft gedaan. Ik denk dat het gisteren redelijk openhartig is afgerond en dat is prima.

GREYN:
Maar het is natuurlijk wel interessant voor de burger om te weten of de sfeer tussen de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken, die toch vaak nauw moeten samenwerken, een beetje goed is.

JORRITSMA:
Ik kreeg gisteren de indruk uit het debat dat de sfeer tussen de minister van Buitenlandse Zaken en de premier uitstekend is. En laten we toch ook niet te kinderachtig doen: u heeft af en toe ook wel eens een meningsverschilletje, of dat iets misverstaan wordt. Dat los je altijd weer op. Dat leidt toch niet altijd onmiddellijk tot levenslang ruzie? Sterker nog: misschien kom je daar wel sterker uit als je daar gezamenlijk heel goed over praat en er uit komt.

NOTITIE INZAKE VERKORTING BENOEMINGS- EN INSTALLATIEPROCEDURE NIEUWE TWEEDE KAMER NA VERKIEZINGEN GREYN:

Nu even een onderwerp dat vandaag in de ministerraad besproken werd, die overigens niet heel druk bezet was. Een aantal ministers was weg en een aantal...

JORRITSMA:
Ja, er waren er een flink aantal ziek. Dat verbaast me. Het is herfst, blijkbaar gaat er een virus rond, want er zijn gistermiddag twee ministers, de heer De Vries en de heer Zalm, plotseling naar het ziekbed verhuisd. Er gaat blijkbaar iets rond. Dat was jammer, want dat zijn toch twee ministers die we moeilijk kunnen missen in de ministerraad.

GREYN:
Dan toch even dat onderwerp dat wel besproken is, over het aanpassen van de Kieswet, zodat de Tweede Kamer na de verkiezingen wat eerder kan gaan vergaderen en zich misschien wel wat eerder kan gaan bemoeien met het formatieproces. Een van de conclusies is dat de Kamer wat eerder bij elkaar kan komen. Maar dan toch nog altijd acht dagen na de verkiezingen. Dat betekent in elk geval dat het formatieproces, anders dan voorheen, acht dagen later zou kunnen beginnen. Is dat niet verlies van tijd?

JORRITSMA:
Dat kan niet anders. Nu staat in de Kieswet dat het minimaal dertien dagen na de verkiezingen moet zijn ­ dat had overigens simpelweg te maken met dat pas dan betrouwbare cijfers over de verkiezingen rond konden zijn.

GREYN:
Omdat er wel eens fouttellingen zijn.

JORRITSMA:
Fouttellingen. Dat is overigens nog steeds aan de orde, zij het dat dankzij de introductie van allerlei stemcomputers het in heel veel gevallen nu veel sneller kan. Een verkennende notitie van Binnenlandse Zaken doet ons leren dat het wellicht mogelijk zal zijn om het binnen zeven à acht dagen echt afgerond te krijgen. We hebben ook bij de afgelopen verkiezingen weer gezien dat in een enkele gemeente toch iets fout gaat. En het kan natuurlijk niet zo zijn dat je de Tweede Kamer bij elkaar roept en daarna tot de conclusie komt dat door stemming bijvoorbeeld nog een restzetel van plaats verandert. Het moet wel echt afgerond zijn. Dat betekent dat er een tijdswinst van een dag of vijf te behalen zou zijn. Dat melden we aan de Tweede Kamer. Dan moet men daar nog maar eens een keer met elkaar bespreken of het zinvol is om dat ook als minimumtermijn in de Kieswet vast te gaan leggen. Want het vergt een wijziging van de Kieswet.

GREYN:
Maar het betekent hoe dan ook dat het formatieproces acht dagen later begint dan nu.

JORRITSMA:
Nee, nee.

GREYN:
Want nu begint het formatieproces daags na de verkiezingen. Dan gaan de fractievoorzitters naar Hare Majesteit. En Hare Majesteit laat dan weten wat de volgende stap is. Nu moeten we acht dagen wachten.

JORRITSMA:
Nee, want dat kan gewoon zo blijven. Alleen in het geval dat zou gebeuren wat sommigen in de Tweede Kamer willen, namelijk direct na de verkiezingen in de nieuwe samenstelling eerst vergaderen en daar min of meer doen wat nu via de individuele adviezen van fractievoorzitters naar de Koningin gaat ­ als dat zou gebeuren, moet je daar iets langer mee wachten. De vraag is of dat na verkiezingen ook zo zal zijn. Dat weten we natuurlijk niet. Ik heb zelf het gevoel dat het niet uitgesloten is dat heel veel partijen er nog geen belang bij hebben om dan in een openbaar debat zich in feite een beetje vast te leggen op welke coalitie ze het liefst zouden willen hebben. Overigens is het natuurlijk al lang zo dat de fractievoorzitters een advies aan Hare Majesteit geven, dat ook volstrekt openbaar wordt en is. Dus de vraag is wat de toegevoegde waarde is. Maar als de Kamer dat wil, zullen wij daar absoluut niks tegen doen. Sterker nog, dan zijn we graag bereid om zo'n wetsvoorstel in te dienen.

GREYN:
Want het maakt volgens u niet zo verschrikkelijk veel uit?

JORRITSMA:
De vraag is of, na verkiezingen, partijen die mogelijk voor verkiezingen dat idee nog hebben, dat ook nog werkelijk zullen willen doen. Het is eerder geprobeerd. Ik heb begrepen dat men in 1971 voor de verkiezingen ook dacht dat men dat zou willen, en na de verkiezingen bleek het toch iets anders te gaan. Dat zal altijd weer een afweging van partijen zijn. Je kunt het doen, en dan kun je het dus iets sneller doen dan de dertien dagen die er nu voor staan. Dan moet men maar beslissen of men dat graag wil.

GREYN:
Daar moeten we nog even op wachten?

JORRITSMA:
Ja.

GREYN:
Dank u wel voor dit gesprek.

JORRITSMA:
Graag gedaan.
(Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, HK)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie