Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

'De Belgische economie aan de vooravond van de 21ste eeuw'

Datum nieuwsfeit: 16-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Nationale Bank van België
Perscommuniqué
Brussel, 17 oktober 2000

Association européenne des investisseurs individuels Brussel, 16 oktober 2000

"De Belgische economie aan de vooravond van de 21ste eeuw : zijn we begonnen aan een periode van duurzame groei ?"

door Guy Quaden, Gouverneur van de Nationale Bank van België


1. Het laatste jaar van de eeuw zal althans op economisch vlak een grand cru hebben opgeleverd. In ongeveer alle delen van de wereld is de economische groei gevoelig versneld. De groei is niet alleen sterker dan in 1999, maar de groeicijfers liggen ook hoger dan de prognoses die op het einde van vorig jaar werden geformuleerd lieten uitschijnen.

Zo zou het groeitempo van de wereldeconomie volgens de meest recente ramingen van het IMF dit jaar 4,7 pct. bedragen tegenover 3,4 pct. vorig jaar, terwijl het Fonds een jaar geleden voor dit jaar een groei van 3,5 pct. verwachtte.

De verwachte groeivertraging in de VS werd opnieuw uitgesteld en de groei zou er dit jaar ongeveer 5 pct. bedragen. In het eurogebied zou het groeitempo van 2,8 pct. in 1999 versnellen tot ongeveer 3,5 pct. in het jaar 2000.


2. In België is de economische activiteit vanaf het midden van 1999 veel krachtiger geworden. Eind mei heeft de Nationale Bank, in het kader van de jaarlijkse vooruitzichten die zij publiceert, het cijfer van
3,8 pct. voor de groei dit jaar vooropgesteld, een cijfer dat sinds het einde van de jaren tachtig nooit meer werd bereikt.

De groeiprognose van de Bank voor dit jaar heeft bij haar verschijnen velen verrast. Nadien bleek deze groeiprognose in het licht van de resultaten die tijdens de eerste helft van het jaar werden behaald voorzichtig te zijn. Rekening houdend met een waarschijnlijke groeivertraging tijdens het tweede semester, die de maandelijkse conjunctuurenquêtes van de Bank sinds het begin van de zomer lijken aan te kondigen, blijft die prognose ook vandaag realistisch.

NBB - Perscommuniqué




Nationale
Bank van
België
Perscommuniqué
Brussel, 17 oktober 2000

Volgens de voorlopige gegevens waarover de Bank beschikt, zou het BBP tijdens het eerste kwartaal van dit jaar met 5,1 pct. en in het tweede kwartaal met 4,4 pct. zijn gegroeid. Daaruit vloeit een belangrijk overloopeffect voort : indien de economische activiteit zich gedurende het tweede halfjaar enkel zou handhaven op het peil dat aan het einde van het eerste semester werd bereikt, zou de groei dit jaar reeds 3,5 pct. bedragen.

Tijdens het eerste semester hebben alle bestanddelen van de vraag zich zeer gunstig ontwikkeld. De uitvoer heeft voordeel gedaan bij de groei van de wereldeconomie en bij de competitiviteit van het eurogebied, die ook werd aangescherpt door de wisselkoers van de munt. De interne vraag -namelijk consumptie en investeringen- werd geschraagd door het historisch gezien zeer hoge consumenten- en ondernemersvertrouwen.

De werkgelegenheid (die dit jaar opnieuw met zo'n 50.000 eenheden toeneemt) is door deze gunstige conjunctuur verbeterd en heeft daarbij op zijn beurt het vertrouwen van de consumenten verstevigd. De werkloosheid, die volgens de geharmoniseerde Europese definitie in België in 1998 9,5 pct. van de actieve bevolking betrof, is teruggelopen tot 9,1 pct. in 1999 en tot 8,6 pct. vandaag. Deze gunstige evolutie van de arbeidsmarkt is niet enkel het resultaat van het betere economische klimaat. De tijdens de laatste jaren volgehouden loonmatiging alsook het gevoerde werkgelegenheidsbeleid, in het bijzonder de lastenverlichting, hebben er ontegenzeglijk eveneens toe bijgedragen.

Het begrotingstekort ten slotte zal op het einde van dit jaar waarschijnlijk verdwenen zijn dankzij een sterker economisch groeiritme dan het cijfer dat de regering voorzichtigheidshalve heeft gebruikt bij de opmaak van haar begroting.

3. In 2001 zal de groei zich in het eurogebied en in België naar alle waarschijnlijkheid voortzetten. Aan het begin van de zomer raamde het Instituut voor de Nationale Rekeningen de voor toekomend jaar waarschijnlijke groei op 3,1pct.
De recente sterke stijging van de olieprijzen heeft evenwel twijfel doen rijzen en heeft zich reeds vertaald in een vrij gevoelige toename van de inflatie. In België is de index van de consumptieprijzen in september opgelopen tot 3,4 pct. (tegenover 2,2 pct. in mei); de gezondheidsindex (die met uitzondering van stookolie geen prijzen van olieproducten bevat) staat op 2,3 pct. (tegenover 1,7 pct. in mei).

NBB - Perscommuniqué




Nationale
Bank van
België
Perscommuniqué
Brussel, 17 oktober 2000

Een nieuwe olieschok, te vergelijken met die uit de jaren '70 is echter om verschillende redenen zeer onwaarschijnlijk.

a) Hoewel de prijzen van de petroleumproducten (te) snel zijn gestegen (vertrekkend van overdreven laag gezakte prijzen) is die prijsstijging tot nu toe niet zo groot als die van 25 jaar geleden en kan ze van voorbijgaande aard zijn.

b) De Europese economieën en de Belgische economie in het bijzonder zijn minder afhankelijk geworden van aardolie door het gebruik van nieuwe energiebronnen, door de energiebesparing die gedurende een bepaalde periode werd doorgevoerd en door de activiteitsverschuiving van de industrie naar de dienstensector.

c) Ten slotte kan men hopen dat men de vergissingen die nog niet zo lang geleden werden begaan en hun funeste gevolgen nog niet is vergeten.

Een stijging van de olieprijzen is een heffing vanwege de producerende landen en het zou zinloos en zelfs schadelijk zijn te proberen de gehele bevolking ertegen te beschermen door een terugkeer naar mechanismen waarbij de inkomens integraal worden geïndexeerd of door het teruggrijpen naar begrotingstekorten vanwege de Staat. Gelukkig dienen het gebruik sinds enkele jaren van een uitgezuiverde gezondheidsindex in het vlak van het inkomensbeleid en de beperkingen die het Pact voor Stabiliteit en Groei ons oplegt inzake het begrotingsbeleid, ons te behoeden voor ontsporingen, die in de jaren '70 geleid hebben tot een verslechtering van de rendabiliteit van de ondernemingen, een groeiende overheidsschuld en tenslotte tot het vernietigen van talrijke banen.

De Europese Centrale Bank van haar kant neemt haar verantwoordelijkheid op. Ze kan natuurlijk niet vermijden dat de evolutie van de olieprijzen tijdelijk de inflatiegraad verslecht, maar ze dient te voorkomen dat er cumulatief wordt geanticipeerd op de inflatie. In dit perspectief heeft ze de laatste tijd verscheidene malen haar rentevoeten opgetrokken. De belangrijkste rentevoet bedraagt nu sinds 5 oktober 4,75 pct.

De doelstelling van de Europese Centrale Bank bestaat erin het vertrouwen van de economische agenten in de prijsstabiliteit op middellange termijn te handhaven. En zij lijkt daar inderdaad in te

NBB - Perscommuniqué




Nationale Bank van België Perscommuniqué
Brussel, 17 oktober 2000

slagen vermits de lange-termijnrentevoeten ondanks de snelle stijging van de olieprijzen, in het eurogebied sinds eind vorig jaar globaal stabiel zijn gebleven.1

Voorts kunnen de rentevoeten van de Europese Centrale Bank, zelfs al vertonen ze een stijgende trend, niet als schadelijk voor de economische groei worden beschouwd want de reële korte- termijnrentevoeten (de nominale rentevoeten min de inflatie) bevinden zich op het peil van het begin van de Monetaire Unie2.


4. Behoudens ongelukken -zoals een nieuwe en duurzame stijging van de olieprijzen- blijven de economische vooruitzichten voor 2001 in het eurogebied bemoedigend. De externe vraag zou moeten voordeel blijven doen bij de aanhoudende groei van de wereldeconomie en de binnenlandse vraag bij de opnieuw verbeterde werkgelegenheid. In verscheidene landen, waaronder België (waar volgens de consensusprognose, de groei van ongeveer 4 pct. in 2000 naar ongeveer 3 pct. in 2001 zou glijden) verwacht men nochtans een iets minder forse groei.

Het lijkt er inderdaad op dat, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, (die in 2000, hun achtste opeenvolgende groei-jaar, nog een groeiritme van 5 pct. laten optekenen,) de economische activiteit zich in het merendeel van de Europese landen zich nog niet duurzaam boven 4 pct. kan handhaven. Of men in de Verenigde Staten al dan niet van een "nieuwe economie" kan spreken is een onderwerp waarover ik het vanavond niet zal hebben. Maar het is duidelijk dat de limieten van de productiecapaciteit zich ginds hebben verlegd. Het zou wenselijk zijn ook in Europa het dynamisme van onze economieën nog te vergroten, met name door de hervormingen van de arbeidsmarkt en de goederenmarkten voort te zetten.

De inleiding van het meest recente Jaarverslag van de Nationale Bank, dat in februari jongstleden verscheen, was grotendeels aan dit thema gewijd : hoe het niet-inflatoire groeipotentieel van de Belgische economie verhogen? Wegens tijdsgebrek zou ik vanavond enkel twee punten willen


1 De rente op 10 jaar bedroeg in Duitsland eind december 1999 5,35 pct. en vanmorgen 5,22 pct.; in België was dat eind 1999 5,58 pct. en vandaag 5,59 pct.

2 Tijdens het eerste kwartaal van 1999 bedroeg de leidinggevende rentevoet 3 pct. en de inflatie in het eurogebied 0,8 pct.; vandaag is de officiële rentevoet 4,75 pct. en meest recente gepubliceerde inflatiecijfer (augustus) bedroeg 2,3 pct. en het cijfer voor september(dat deze

week wordt gepubliceerd) zal hoogstwaarschijnlijk hoger zijn.

NBB - Perscommuniqué




Nationale
Bank van
België
Perscommuniqué
Brussel, 17 oktober 2000

vermelden : het verhogen van de activiteitsgraad van de bevolking en de vermindering van de fiscale en parafiscale druk.

a) Hoewel de werkloosheidsgraad in België geografisch erg varieert, is de beperkte participatiegraad aan de arbeidsmarkt een euvel dat al onze regio's gemeen hebben. Zelfs al is die tussen 1994 en 1999 toegenomen, dan blijft de werkgelegenheidsgraad lager dan het Europese gemiddelde dat zelf al lager ligt dan in de Verenigde Staten.

In drie belangrijke vlakken dienen initiatieven te worden genomen: de werkgelegenheidsgraad van 50-plussers dient te worden aangezwengeld (in ons land bedroeg de participatiegraad van personen tussen de 50 en de 64 in 1999 slechts 37 pct., wat een van de laagste percentages in Europa is); het scholingsniveau dient te worden opgetrokken (de ontoereikende kwalificaties verklaren dat er tegelijk een vraag naar arbeid bestaat naast niet ingevulde werkaanbiedingen); en de langdurige werkloosheid dient te worden doorbroken en voorkomen.

b) Het hoge peil van de fiscale en parafiscale druk, die meer bepaald op de factor arbeid weegt, is een andere structurele zwakheid van de meeste Europese landen en in het bijzonder van België. Nu onze buurlanden zich klaar maken om in de komende jaren projecten inzake fiscale hervorming ten uitvoer te brengen, dient ons land natuurlijk dezelfde weg in te slaan. De vroeger dan geplande terugkeer naar het begrotingsevenwicht zal geleidelijk aan bepaalde marges openen. Maar een duurzame daling van de belastingen is slechts mogelijk parallel met een vermindering van de overheidsschuld, dit wil zeggen in de mate waarin het afgenomen gewicht van de interestlasten -en de in de hand gehouden andere uitgaven- een structurele ruimte op de begroting openen. Daarom kan die daling ook slechts geleidelijk worden doorgevoerd, over een periode die langer is dan soms wordt gedacht.


5. Sinds de start van de Monetaire Unie begin 1999, is de economische context in Europa er gevoelig op verbeterd, deels dankzij de heropleving van de wereldeconomie, maar ook dankzij de bijkomende stabiliteit die de euro heeft gebracht en het institutioneel kader dat ermee gepaard gaat (verdwijnen van de monetaire instabiliteit binnen Europa; beperking van de inflatie en van de begrotingstekorten). De groei is forser; de werkloosheid lager; de inflatie blijft onder controle.

NBB - Perscommuniqué




Nationale
Bank van
België
Perscommuniqué
Brussel, 17 oktober 2000

Bij dit plaatje moeten we echter toegeven dat één element ontgoochelt : het verloop van de wisselkoers van de euro, zelfs al is het eigenlijk in een nog niet zo ver verleden reeds voorgevallen dat de dollar zich op een nog hoger peil bevond tegenover de verschillende Europese valuta's.

In tegenstelling tot zijn interne waarde (de stabiliteit van de koopkracht van de munt) vormt de externe waarde van de euro geen doelstelling die de Europese Centrale Bank kreeg toegewezen, maar ze kan er niet onverschillig tegenover staan vermits een te zwakke wisselkoers de geïmporteerde inflatie kan aanwakkeren en ook het vertrouwen in de nieuwe munt aantasten.

De groei- en renteverschillen tussen de Verenigde Staten en het eurogebied waren de belangrijkste factoren die aan de basis lagen van de depreciatie van de wisselkoers van de euro tegenover de Amerikaanse dollar in 1999 en 2000. Maar die verzwakking is buitensporig geworden en niet te verantwoorden. De Europese centrale bankiers hebben dit de afgelopen maanden meermaals verklaard en de interventies op de valutamarkt die enkele weken geleden werden uitgevoerd wijzen erop dat dit standpunt ook wordt gedeeld door de monetaire autoriteiten in de rest van de wereld. Ze zijn bereid indien nodig met ons samen te werken om de markten tot een realistischer evaluatie van de wisselkoers van de euro te brengen.

Ik zou er willen aan toevoegen dat om de euro te versterken men ook de economische hervormingen in Europa moet voortzetten. Zoals bekend werd de relatieve zwakte van de euro grotendeels veroorzaakt door kapitaaluitvoer naar de Verenigde Staten (portefeuille-investeringen en directe investeringen). Daarom moet men ermee doorgaan ook het eurogebied steeds aantrekkelijker te maken voor investeerders.

Het is denk ik niet nodig, een beleggerspubliek zoals u, daarvan nog te overtuigen.

NBB - Perscommuniqué




reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie