Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage D66 aan VROM-begroting

Datum nieuwsfeit: 17-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66

17 oktober 2000

Bijdrage VROM-begroting

Marijke Augusteijn en Francisca Ravestein

Onderdeel Milieubeheer en het Milieuprogramma
Twee grote milieuvraagstukken zullen deze komende eeuw het milieudebat beheersen: de klimaatverandering en de zorg voor voldoende en beschikbaar schoon water. Beide hebben met elkaar te maken; bij beide vraagstukken kan Nederland een verhoudingsgewijs kleine, maar niettemin betekenisvolle rol spelen.

Compensatie milieudruk
Voor het eerst stelt het Kabinet 1,3 miljard beschikbaar om de hogere milieudruk die het gevolg is van hogere economische groei, te compenseren. Een afspraak uit het Regeerakkoord en een voorwaarde voor D66. De vraag is of het bedrag dat het Kabinet tot 2004 ter beschikking stelt, afgezet tegen de diverse vormen van milieubelasting, daarvoor voldoende is. En om welk bedrag gaat het eigenlijk? De bedragen in de begroting stemmen niet overeen met de financiële compensatie zoals weergegeven in tabel 2.De bijlage geeft wel een goed overzicht van milieudruk en maatregelen maar gaat het om reeds afgesproken uitgaven bij de vorige begroting (zoals geluid) of om echte additionele middelen. En daarnaast; welke methode gaat de Minister hanteren om de milieudruk, de compensatie en de resultaten daarvan in de toekomst nauwkeurig in beeld te brengen?

Draagvlakverbreding
Omdat milieubeleid in de toekomst vooral zal gaan over hardnekkige problemen, de kleine maatregelen zijn wel genomen, en de aandacht vooral zal uitgaan naar duurzame produktie en consumptiepatronen moet het sociaal instrumentarium t.b.v. dit beleid niet worden verwaarloosd. Juist omdat de problemen ingewikkelder zijn, is het van groot belang de burger daarbij te blijven betrekken en draagvlak te houden. Met name jongeren- vrouwen-, consumenten- en milieu-organisaties en onderwijsinstellingen spelen daarbij een belangrijke rol. Een deel van de compensatiegelden zou hiervoor kunnen worden aangewend. Wij vragen de Minister of hij bereid is een voorstel hiervoor te ondersteunen.
Een voorbeeld; voor het HBO onderwijs is in een convenant tussen een aantal Hogescholen en drie Ministeries een afspraak gemaakt over integratie van duurzame ontwikkeling in onderwijs en onderzoek. Maar de gelden lijken niet eerder dan in 2003 beschikbaar te komen. De eerste rapportage over de voortgang komt in december. Wat mag het HBO over deze Minister verwachten?

Klimaat, duurzame energie
In november vindt in ons land de klimaatconferentie plaats. Daarover nu niet veel, behalve dan dat ik hier toch nog eens wil stellen dat het van groot belang is dat het Kyoto-verdrag snel wordt geratificeerd en dat ons land en de EU onverkort vasthouden aan de ingenomen standpunten t.a.v. de reductie van broeikasgassen. De Milieubalans geeft aan dat de Kyoto verplichting van 6% reductie en de groei van de emissie vanaf 1990 dringend vraagt om aanzienlijke maatregelen. Per 1 jan. 2002 gaan een aantal energieregelingen van EZ naar VROM. Waarom betreft dit niet ook de duurzame energie? Bovendien heeft de toepassing een duidelijke ruimtelijke (windmolens) en volkshuisvestingscomponent (zonnepanelen). Mijn fractie is blij met de voorstellen van het Kabinet door middel van een forse subsidie zonnepanelen de helft goedkoper te maken en bovendien bij nieuwbouw massaal op zonnecellen over te schakelen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie de Graaf. Toch een vraag: aansluiten bij de betalingssystematiek van de energiepremies op apparaten heeft als nadeel dat men lang moet wachten op terugbetaling. Bij zonnepanelen gaat het om grote bedragen; wij willen graag een andere regeling om de subsidie maximaal effectief te laten zijn.
Mijn fractie is van mening dat nu tevens de EPN norm dient te worden aangescherpt tot 0.8. Zijn Minister en Staatssecretaris dat met ons eens? Dat de Ministeries zelf het goede voorbeeld gaan geven met zonnepanelen was al afgesproken, de lei-zonnepanelen kunnen dus terug op het Torentje.
Worden overigens bij nieuwbouw en renovatieprojecten inmiddels vanaf het begin de eco-teams ingezet?

De Minister van VROM vragen wij of hij bereid is om aan het SER advies "Deltaplan voor een duurzame energiehuishouding" invulling te geven. Is hij het met ons eens dat de verwachting uit de Milieuverkenningen van het RIVM, dat in 2030 pas 4% duurzame energie zal zijn gerealiseerd, onaanvaardbaar is en vraagt om krachtige impulsen aan innovatie en stimulering?
En via welke ruimtelijke ordeninginstrumenten denkt de Minister windenergie te gaan bevorderen? Hoe denkt hij situaties als in Friesland te kunnen aanpakken? Werkt hij mee aan het plan van mevr. De Boer dat ook door D66 werd ondersteund om alle gemeenten mee te laten doen? U merkt hoezeer duurzame energie bij VROM thuishoort; maar bij de begroting EZ komen wij hier ook nader op terug met eigen voorstellen.

Geluid
Op veel terreinen is nog te weinig milieuwinst geboekt. Verdroging, verzuring en vermesting drukken nog te zwaar op bodem-, water- en luchtkwaliteit. Daar komt het thema geluidsoverlast bij. Terecht krijgt in de begroting geluidsoverlast grote aandacht. Zijn de belangen van de burger in geval van geluidsoverlast wel voldoende gewaarborgd via wettelijke regelingen? Op welke wettelijke regels kan de burger zich beroepen bij langdurige, ernstige geluidhinder in b.v. de steden.?
En hoe staat het met het MIG-traject is modernisering van het beleid van de baan?
Maar ook het aantal stiltegebieden neemt af, in 20% wordt de geluidsnorm van 40 DBA overschreden, lawaaioverlast door wegverkeer en vliegverkeer neemt toe (Lelystad kan kennelijk rustig groeien naar .vliegbewegingen) en 22% meer mensen hebben in de steden last van burenlawaai.
Erkent de Minister dit milieuprobleem en wordt het niet tijd voor een integrale nota geluidoverlast?
En even terzijde: D66 steunt het jaarlijkse autoloze zondag initiatief. De Minister volgend jaar ook? Schokkend vindt ik dat het Kabinet zonder restricties de auto ruim baan lijkt te willen geven. Alleen over betaalstroken en spitstarieven wordt nog gesproken, over schoner en zuiniger rijden hoor ik veel te weinig en over een vervangend openbaar vervoer nog veel minder.
Tekent zich op dit onderdeel een milieufaillissement af voor deze Minister? Heeft hij, net als Min. Netelenbos de strijd opgegeven? Dat kan toch niet. Mobiliteit is best, maar dan wel slim, schoon en verantwoord.!

Duurzame productie en consumptie
Een groot deel van de extra milieudruk wordt veroorzaakt door de almaar groeiende consumptie. Het blijft noodzakelijk om voor milieubeleid medewerking te krijgen van de consument en producent. De consument is bereid tot veel (gescheiden inzameling) maar neemt ook veel en gemakkelijk (wegwerpflesjes). Het zijn overheid en producent die hierbij kaders moeten stellen. Een convenant verpakkingen wordt m.i. met voeten getreden als op grote schaal wegwerpartikelen ontstaan waarvoor bovendien geen apart inzamelings- of verwerkingssysteem bestaat. D66 wil zo snel mogelijk een betere regeling voor kunststofgebruik bij verpakkingen en vraagt de Minister daartoe initiatieven te nemen.

Vorig jaar heb ik de Minister gevraagd op welke terreinen het materiaalgebruik in Nederland kan worden teruggedrongen en gevraagd om overleg hierover met bedrijfsleven en milieubeweging. Welke acties zijn inmiddels ondernomen, heeft overleg plaatsgehad in het kader van NMP 4?

Saneringsfonds verplaatsing vuurwerkopslag
Een dergelijk overleg kunnen wij ons ook voorstellen bij de aangekondigde nadere inventarisatie en bijbehorende maatregelen voor opslag van gevaarlijke stoffen. Mijn fractie vraagt de Minister daar haast mee te maken. Voor de vuurwerkbedrijven geldt dit in hoge mate, daar doen de recente proeven met consumentenvuurwerk niets aan af. Maar ook andere gevaarlijke stoffen moeten worden geïnventariseerd Wij zijn het aan de burger verplicht om zorgvuldig met opslag, controle daarop en openheid t.a.v. de opslag om te gaan. In Leiden lukte het de gemeente om een vuurwerkbedrijf met gemeentelijke steun te verplaatsen. Dat zal niet altijd mogelijk zijn voor elke gemeente en daarom pleit de Kamerfractie van D66 in navolging van wethouder Pechtold uit Leiden voor de vorming van een landelijk saneringsfonds waaruit deze operaties kunnen worden gefinancierd. Van de rond 270 bedrijven zijn er 50 met een hoog risico omdat ze vlakbij woningen zijn gesitueerd. In samenwerking met de provincie kan vervolgens worden gezocht naar een veilige locatie. Graag horen wij een positieve reactie van de Minister op deze suggestie.

Groen Poldermodel
Voor een goed milieubeleid is draagvlak nodig, ik zei het eerder. Mijn fractie hecht aan goed overleg zoals in het Groen Poldermodel, ook al lukt niet elk overleg. Wij begrepen dat de milieubeweging het overleg wil voortzetten, van het bedrijfsleven kwam hetzelfde signaal. Wil de Minister dit ook en onder welke voorwaarden?

Europa
Voor mijn fractie is het onaanvaardbaar dat Europa ons Nederlandse milieubeleid frustreert door concurrentiebeleid zo aan te scherpen dat voortgang bij b.v. bodemsanering wordt vertraagd. D66 wil b.v. haast maken met een betere baggerspecieverwerking, zonder financiële stimulans zal dat niet lukken. Wij roepen de Minister op de Europese Commissie aan te spreken op het behalen van milieuresultaat. Wat ons betreft hoeft hij daarmee niet te wachten tot het eind van het jaar.

Tot slot, dit jaar heet het oogstjaar van het Kabinet. Gezegd moet worden dat de afgelopen jaren milieubeleid resultaten te zien geeft en nieuwe impulsen heeft gekregen. Het echte oogsten gaat nog starten; te beginnen bij de Klimaatconferentie en, bij de Vijfde Nota.

Bijdrage Francisca Ravestein
MdV!

Vandaag las ik dat minister Netelenbos in het gisteren (geweldige timing trouwens) gepresenteerde NVVP zegt dat infrastructuur de drager is van de ruimtelijke ordening. Deelt de minister van VROM deze mening? Het kabinet spreekt immers met één mond.

Ruimtelijke ordening in een zo dichtbevolkt land als Nederland betekent keuzes maken. De schaarste aan ruimte rechtvaardigt een sterke sturing van de overheid. Velen hebben het gevoel dat er een urgent ruimtegebrek is en dat komt niet zozeer door de toename van het aantal mensen als wel door de grotere ruimtebehoefte per persoon. De gezinsverdunning, voor ieder kind een eigen kamer en vrijwel iedere volwassene een eigen auto zijn maatschappelijke trends die nauwelijks terug te draaien zijn, als we dat al zouden willen. Hoe richten we dan Nederland op een zodanige manier in dat er ruimte is om te wonen, ruimte voor infrastructuur en bedrijvigheid en ook nog voldoende ruimte voor natuur en recreatie?
Op deze vragen moet de lang verwachte Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening antwoord geven.
Voor D66 zijn belangrijkste criteria voor het maken van keuzes kwaliteit, duurzaamheid en historisch besef.

Kwaliteit staat voorop! Kwaliteit van de woningen, kwaliteit van de leefomgeving, maar ook kwaliteit als het gaat om infrastructuur, om openbaar vervoer, om bedrijventerreinen. Het op een creatieve manier benutten van de schaarse ruimte door functiemenging en meervoudig grondgebruik is een heel nieuwe ontwerpopgave, een uitdaging voor wie innovatief denkt. In dit verband wil ik graag mijn waardering uitspreken voor de Architectuurnota van staatssecretaris Rick van der Ploeg, waarin een veel grotere rol wordt toebedacht aan de architectuur als het gaat om de inrichting van Nederland. De grote projecten die daarin genoemd zijn, worden nu eens op een heel andere manier benaderd dan tot nu toe gebruikelijk was en hierdoor kan verrommeling worden tegengegaan. Ten aanzien van aanleg en inpassing van infrastructuur staan hier hele leuke dingen in. En met name de Deltametropool kan bijna alleen maar goed vormgegeven worden als dit integraal wordt aangepakt. De Randstad is immers een groot stedelijk netwerk waar men in de ene stad woont, in de andere stad werkt en in weer een andere winkelt of uitgaat.

D66 onderschrijft dan ook de gedachte van een Deltametropool, waarbij wel aan een aantal voorwaarden moet zijn voldaan. De toename van de bevolking moet dan ook daadwerkelijk in de Randstad worden opgevangen
- ik ben ervan overtuigd dat dit mogelijk is - om verdere verstedelijking van de rest van Nederland in te perken. Ook daar moet natuurlijk wel ruimte zijn voor enige groei, maar niet als overloop van de randstad. Voorts dient er voldoende groen te blijven bestaan om leefbaarheid te garanderen en dit groen moet ook worden verbeterd. Een natuuroffensief voor het Groene Hart is hard nodig. Daarnaast is het belangrijk dat er aansluitend aan de Deltametropool gebieden zijn die een open en groen karakter hebben en houden zoals de Hoeksche Waard.

Hieraan gekoppeld zou ik de minister willen vragen hoe het staat met de discussie over nationale landschappen. Hoe worden deze gebieden beschermd, welke contouren worden daaromheen getrokken (lichtgroene en donkergroene) en hoe ziet de minister de ontwikkeling daarvan.

Voor D66 is een nationaal landschap een gebied dat vanwege ligging en cultuurhistorische betekenis bescherming verdient. Daarom is het nodig om voor dergelijke gebieden een integraal ontwikkelingsplan op te stellen, waarin naast de landschappelijke betekenis ook wel degelijk rekening wordt gehouden met wonen en werken in die gebieden; echter bovenregionale bedrijvigheid kan daar geen plaats krijgen. In dit verband zou ik de minister willen vragen in hoeverre de conclusies van de nota Belvedère uiteindelijk terugkomen in de Vijfde Nota. We hebben natuurlijk al een veelheid aan nota's met ruimtelijke consequenties gezien, maar de praktijk leert dat het cultuurhistorisch erfgoed vaak op de laatste plaats komt.

Naast de Deltametropool zijn er natuurlijk nog een aantal andere stedelijke netwerken te onderscheiden, zoals de overige kaderwetgebieden en de vrijwillige samenwerking tussen steden die overal ontstaat omdat men toch ook vaak zelf daar de voordelen van ziet. Dergelijke vormen van informeel bestuur zouden moeten worden gestimuleerd en ook beloond, als hierdoor zorgvuldiger met de beschikbare ruimte wordt omgesprongen. Bijvoorbeeld de stedendriehoek Apeldoorn, Zutphen, Deventer en de tussenliggende gemeenten. Graag een reactie van de minister.

Voor alle stedelijke netwerken geldt dat er heel goede verbindingen moeten zijn en met name hoogwaardig openbaar vervoer. Er zijn nog steeds nieuwbouwwijken die langs een spoorlijn liggen en waar geen station komt. Dit màg niet meer voorkomen.

De minister liet onlangs weten dat hij van plan is voor te stellen om vliegveld Valkenburg te sluiten en hier een woningbouwlocatie te realiseren. D66 steunt dat van harte omdat hiermee de druk op de Grote Polder afneemt en dus meer gedaan kan worden aan de handhaving van het Groene Hart. Hiermee kan de woningbehoefte van de Leidse regio worden opgelost. Overigens werd het wel tijd want al zo'n zes jaar zijn er moties in de Kamer aangenomen met die strekking. Dus nu is er eindelijk duidelijkheid.

Het is onbegrijpelijk dat in een tijd, waarin iedereen het belang van kwaliteit onderkent ineens wordt voorgesteld het Welstandstoezicht te versoepelen. Weliswaar behoeft de werkwijze van welstand best wel verbetering, maar naar mijn mening kunnen alleen gemeenten zelf beoordelen welke bouwsels wel of niet vergunningplichtig zouden moeten zijn. Serres, carports, dakkapellen, maar zeker ook schuttingen kunnen erg ontsierend zijn, om van kunststof kozijnen maar te zwijgen. Maar nogmaals, gemeenten kunnen dat het best beoordelen en zeker in beschermde stads- of dorpsgezichten moet extra kritisch worden gekeken naar de plannen.

Er is consensus over het feit dat water als ordenend principe moet worden gehanteerd. Dit wordt althans met de mond beleden. Belangrijk is dan ook dat hierbij in het ruimtelijk beleid ook werkelijk rekening wordt gehouden. Hier ligt een belangrijke taak voor de provincies en het Rijk om te zorgen dat we nu niet bouwen voor de natte voeten van de toekomst. Hoe is het mogelijk dat nu zo kort na de overstromingen in Limburg er een enorme nieuwbouwwijk wordt gepland in Roermond in het winterbed van de rivier? En hoe is het mogelijk dat de provincie dit toestaat? Ook elders in Nederland worden kassen of woningen gedacht op uit hydrologische oogpunt heel ongunstige locaties. Graag roep ik de minister op om te zorgen voor een betere handhaving van de beleidslijn Ruimte voor de rivier en ik hoop dat in de Vijfde Nota voldoende rekening wordt gehouden met het water.

Handhaving is heel belangrijk en VROM gaat daar een extra impuls aan geven. Mijn vraag hierbij is wat precies de opdracht zal zijn van de nieuwe inspectie en waar deze zich vooral op zal richten?

MdV!

Een partij die de keuzevrijheid van mensen heel belangrijk vindt is uiteraard ook voorstander van particulier opdrachtgeverschap. Waarom zouden we alleen maar kunnen kiezen uit voorgebakken door anderen bedachte woningen. In samenspraak met de architect kunnen kiezen hoe een huis er uit komt te zien is natuurlijk voor velen een ideaalbeeld. D66 wil hier wel meer ruimte voor bieden, overigens zonder dit ook weer bij gemeenten af te dwingen. In de begroting wordt gesproken over een onafhankelijk ruimtelijk planbureau zoals dat ook is geadviseerd door de parlementaire werkgroep Vijfde Nota.
In het rapport van de werkgroep staan nog een aantal andere aanbevelingen en wordt ook duidelijk gesteld dat een actief grondbeleid noodzakelijk is. Kan de minister aangeven welke instrumenten hij bruikbaar acht als het gaat om een effectief grondbeleid met name voor aankoop van gronden ten behoeve van de EHS? Gemeenten straffen kwaliteitsbouw door dat zij de grondprijs koppelen aan de kwaliteit van de woning, de zogenaamde grondquotabenadering. Hoe beter de woning, hoe hoger de prijs niet alleen van de woning, maar ook van de grond waar die woning op staat. Welke mogelijkheden ziet de minister om deze ongewenste koppeling tegen te gaan? En denkt de minister ook aan instrumenten die het aantrekkelijker kunnen maken om te herstructureren in de binnensteden in plaats van open gebied vol te bouwen?

Uit ons onderzoek is ook gebleken dat de Mainport Schiphol zich vrijwel geheel buiten de landelijke ruimtelijke nota's heeft ontwikkeld. We gaan ervan uit dat nu in de Vijfde Nota de Mainports ook worden meegenomen met al hun ruimtelijke consequenties.

MdV!

De minister heeft in de vorm van een landsdelig polderoverleg met heel Nederland aan tafel gezeten ter voorbereiding van de Vijfde Nota. Hoe heeft hij dit proces zelf ervaren? VNO-NCW is er uitgestapt en van veel anderen heb ik gehoord dat het toch allemaal heel moeizaam verliep. Is er nu voldoende draagvlak voor de plannen gecreëerd? Was dit het tijdsverlies waard?

De D66-fractie vindt dat dit hele proces erg slordig is verlopen. Van tijd tot tijd kwamen er standpunten van de minister naar buiten, soms ook strijdige standpunten, en wij zijn heel benieuwd om straks te lezen wat de minister uiteindelijk wil.

MdV!

"Nederland is te klein voor Pronk!"
Ik citeer mijn Belgische collega Ansims toen hij gisteren tijdens de vergadering van de commissie ruimtelijke ordening en infrastructuur van de Beneluxraad vroeg naar de internationale aspiraties van deze minister.
Wij bespraken toen de grensoverschrijdende ruimtelijke vraagstukken o.a. de Eurocorridors. Helaas wijdt de begroting maar één alinea aan internationaal ruimtelijk beleid. Kan de minister hier nog nader op ingaan en zien we dit nog terug in de 5e nota?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie