Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage CDA aan begrotingsbehandeling VROM

Datum nieuwsfeit: 17-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Bijdrage aan begrotingsbehandeling VROM onderdeel Volkshuisvesting (171000)

Den Haag, 17 oktober 2000


1) Ook met betrekking tot de volkshuisvesting zijn we met te veel onderwerpen in afwachting van eerder toegezegd beleid; de definitieve versie van de Nota Wonen wel te verstaan. De belangrijkste beleidsnota na de Nota Volkshuisvesting in de negentiger jaren van voormalig staatssecretaris Heerma. Het lijkt wel of veel belangrijke beleidszaken op het terreine van wonen voorlopig op sterk water zijn gezet. Al geruime tijd zitten we te wachten op de broodnodige integrale herziening van de huurprijsregelgeving. Ten aanzien van het huurbeleid wordt maar geen doorkijk gegeven naar een langere periode. Ook het huurjaar 2001 zal als overgangsjaar getypeerd moeten worden. Tijdens de vorige begrotings- behandeling heeft de staatssecretaris toegezegd te komen tot een contract met de sector. Ook hiervan hebben wij weinig meer vernomen. Het lijkt mij niet waarschijnlijk, dat de staatssecretaris nu nog vlak voor het verschijnen van de definitieve versie van de Nota Wonen met een nationaal accoord wonen zal komen. Of vergissen wij ons hierin? Ook van de toegezegde herijking van de Vinex-contracten met betrekking tot het particulier opdrachtgeverschap is te weinig van de grond gekomen. Over dat laatste het volgende: het is nog maar de vraag of het particulier opdrachtgeverschap de panacee is voor de kwaliteitsverbetering van Vinex-wijken. Naar mate projectontwikkelaars dichter aansluiten bij de wensen van bewoners en een breder pakket aanbieden, waarbinnen individuele wensen gerealiseerd kunnen worden, zal feitelijk meer inhoud worden gegeven aan het eigenlijke doel, te weten meer keuzevrijheid voor de consument. Dáár was en is het ons toch allemaal om te doen.
2) Vouchers: De politieke discussie gaat door en laat zich niet ophouden door het al of niet verschijnen van een nota. Zo is ons meerdere malen om een reactie gevraagd over het door de staatssecretaris gelanceerde idee van de woonvouchers. Het moge duidelijk zijn, de CDA-fractie was en is niet echt gecharmeerd van dit idee, vooral niet omdat we niet weten wat er precies mee wordt beoogd. Wij dachten daarover inhoudelijk verder te kunnen praten bij de behandeling van de Nota Wonen. Nu blijkt de staatssecretaris daarop vooruitlopend reeds aangekondigd te hebben, dat er een MDW-onderzoek hierover zal plaatsvinden. Zou het niet meer voor de hand liggen, dat eerst de wenselijkheid van woonvouchers politiek wordt vastgelegd, alvorens extra beslag word gelegd op (beperkte) onderzoekscapaciteit?


3) CDA-plan inzake maximering woonlasten d.m.v. heffingskortingen: geeft óók (meer) keuzevrijheid, maar garandeert tevens dat huishoudens de woonlasten kunnen opbrengen, met specifieke toeslagen voor huishoudens met kinderen, gehandicapten, ouderen en huishoudens in groeikernen (CDA-doelgroepen!). Kortom, een helder, gericht en rechtvaardig systeem, en in elk geval beter dan het vage voucher-idee van staatssecretaris Remkes.


4) Verkoop huurwoningen: Vooruitlopend op de definitieve versie van de Nota Wonen blijkt een fors meningsverschil tussen de staatssecretaris en de sociale verhuursector te zijn ontstaan over het aantal te verkopen huurwoningen. De staatssecretaris noemt een aantal van 500.000 huizen. De sector vindt dat veel te veel. Zou de staatssecretaris op dat aantal van 500.000 gekomen zijn, omdat hij denkt daarmee de financiering van de wensen uit zijn ontwerp-Nota Wonen voor een deel rond te krijgen? De CDA-fractie heeft de stellige indruk, dat in de nota weliswaar veel wensen en initiatieven zijn vastgelegd, maar de rekening daarvan bij gemeenten en corporaties wordt neergelegd. De CDA-fractie is bepaald geen tegenstander van de stimulering van de verkoop van huurwoningen. Wij kwamen al eerder met de gedachte om de komende vijf jaar elk jaar ca. 50.000 corporatiewoningen te verkopen, één en ander in het kader van een contract met de sector. In onze afweging speelde daarbij tevens de noodzaak een kernvoorraad aan de sociale huurwoningen overeind te houden. Het lijkt ons daarom verstandig om nu geen aantallen vast te gaan leggen m.b.t. de periode na het door ons voorgestelde 5-jarig contract.


5) De CDA-fractie gaat er verder vanuit, dat in de definitieve nota Wonen de lijn van verzelfstandiging, die is ingezet in de Nota Heerma, wordt doorgetrokken. Dit betekent o.a. dat de eerder door ons voorgestelde en inmiddels door de staatssecretaris overgenomen idee van de Woonwet als sluitstuk van het proces van verzelfstandiging moet worden gezien, en níet als een correctie daarop. Concreet betekent dit, dat in de Woonwet de (geconditioneerde) zelfregulering van de sociale huursector definitief haar beslag moet krijgen, waarbij de positie van huurders, toegelaten instellingen en de (Rijks-)overheid helder worden vastgelegd. Afzonderlijke wetten en regelingen die nu nog bestaan, waaronder het BBSH, de Overlegwet en de definitieve toezichtsstructuur, kunnen daarbij in de nieuwe Woonwet worden geïntegreerd (vgl. Wet Milieubeheer).


6) De CDA-fractie is nooit een voorstander geweest van de prestatienormering in de huursubsidie, die wooncorporaties is opgelegd. Indien corporaties iets wordt opgelegd ( te weten, huurders met huursubsidie niet te dure woningen toewijzen), dan moet ook beoordeeld worden of bij overtreding feitelijk wel aan de opgelegde norm voldaan kán worden. Het kan zijn, dat optimale huisvesting op korte termijn door een corporatie niet te verwezenlijken is; bovendien sluit ik niet uit, dat een gemeentelijke huisvestingsverordening de oorzaak kan zijn, dat urgenten in duurdere huizen worden geplaatst. Indien daardoor een groter beroep op de huursubsidie wordt gedaan, is het toch niet redelijk de corporatie een boete op te leggen. En dan heb ik het nog niet over een actieve corporatie, die door goed voorlichtingsbeleid huurders de weg wijst in huursubsidieland. De CDA-fractie is van mening, dat alleen bij aantoonbaar verkeerde aansturing, die een te groot beslag legt op de huursubsidiegelden een verhuurder in financieel opzicht aangesproken moet kunnen worden. Blijkbaar voelt de staatssecretaris zich ook niet geheel happy met de regeling inzake de prestatienorm; indien hij de letter van de wet zou volgen, moet hij 34 miljoen aan te veel verstrekte huursubsidie van verhuurders terugeisen. Hij volstaat met 20 miljoen. Ook is veelzeggend, dat het vooral verhuurders in drie grote steden betreft. Dat zou wel eens kunnen samenhangen met het feit, dat juist deze verhuurders weinig sturings- en/of beïnvloedingsmogelijkheden hebben. Kortom, het is hoog tijd de prestatienormering te herijken.


7) De huisvesting van jongeren, die voor hun beroeps- of wetenschappelijke opleiding afhankelijk zijn van onzelfstandige woonruimte is een nijpend probleem. Wachttijden van enkele jaren zijn geen uitzondering. Creatieve oplossingen kennen ook hun grenzen. Blijkbaar is de vertrouwde hospita van vroeger geheel uit het beeld verdwenen. De vraag is zelfs hoe zinvol het is na te gaan welke belemmeringen er zijn om in de 21e eeuw nog hospita te zijn. Zou voor een effectieve aanpak van de kamernood voor studenten niet in samenspraak met gemeenten en woningcorporaties naar een oplossing moeten worden gezocht? In afwachting van renovatie zouden meerdere studenten tijdelijk ondergebracht kunnen worden, zonder meteen als kraakwacht te moeten functioneren. Wellicht zijn er ook mogelijkheden bij het wonen boven winkels en horecagelegenheden. Weliswaar heeft dit bij een aantal gemeenten reeds volop aandacht, maar je ziet in (te) veel (binnen-)steden nog steeds onbewoonde bovenetages. Zijn daar geen mogelijkheden voor jongerenhuisvesting? Dit zou ook de leefbaarheid van binnensteden ten goede kunnen komen. Ook gemeenten kunnen op dit terrein actiever zijn. Aan de ene kant zijn gemeenten er trots op studenten-stad te zijn, aan de andere kant zijn diezelfde gemeenten nauwelijks bereid in bestemmingsplannen rekening te houden met jongerenhuisvesting. Het probleem van de kamernood zal niet vanzelf worden opgelost; het antwoord van de sts. op de eerder gestelde schriftelijke vragen van collega Kortram vinden wij onvoldoende. EVENTUEEL MOTIE (plan van aanpak, met aandacht voor doorstromingsproblematiek en kwalitatieve aspecten van de kamernood)


8) Permanente bewoning van recreatiewoningen: Dank voor de brief van 13 oktober jl. inzake permanente bewoning van recreatiebewoning. In een apart overleg hierop nog terugkeren.


9) Woon/zorg: Uit de begrotingshoofdstukken van VROM en VWS blijkt, dat op het terrein van wonen en zorg vernieuwingen gestimuleerd zullen worden. De overigens tijdelijke - woonzorgstimuleringsregeling moet hier voor een doorbraak zorgen. Zal met deze regeling de gewenste zesduizend woningen met woonzorgarrangementen gerealiseerd kunnen worden. Daarbij gaat het in onze visie ook om de communitiy care voor mensen met een verstandelijke handicap, begeleid wonen in allerlei vormen; zelfstandig wonen, gewoon in de wijk. De CDA-fractie heeft sterke twijfels of met de woonzorgstimuleringsregeling ook een structurele oplossing is gevonden voor de financiering van de woonzorg-infrastructuur in woonzorgcomplexen, zoals gemeenschappelijke ruimten en dergelijke. Graag een reactie van de staatssecretaris.


10) Huurbeleid: Huurbrief over huurbeleid 2001 geeft opnieuw geen doorkijk over een langere periode. Op zich is het maximum van 3,8% voor het komende jaar mede gezien de ontwikkeling van de inflatie wel redelijk. Wel zet de CDA -fractie een vraagteken bij het feit, dat de eerder door een meerderheid van de Tweede Kamer gewenste compensatie in de huursubsidie in verband met de huurstijging niet wordt doorgevoerd. De huurquote van oudere alleenstaanden wordt zonder compensatie wel erg hoog (26%).


11) Positie van de kleine verhuurders (in bezit van minder dan vier woningen): vraagt om een toegespitste benadering; rapport van Ernst & Young inzake particulier woningonderhoud, waaruit zou blijken dat een fiscaal budgettair neutraal systeem mogelijk zou zijn; onderzoek hiernaar vragen.

Kamerlid: P.J. Biesheuvel

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie