Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Reactie minister Borst op huisartsenactie

Datum nieuwsfeit: 18-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Reactie minister Borst op huisartsenactie

18 oktober 2000

Minister Borst heeft dinsdag 17 oktober 2000 een brief gezonden aan de LHV en aan Zorgverzekeraars Nederland over de problematiek bij de huisartsenzorg. De brief kan worden gezien als een directe reactie op de huisartsenactie van die dag bij het Tweede Kamergebouw in Den Haag. Aan zowel de fractiespecialisten volksgezondheid als aan de minister werd daarbij een petitie aangeboden namens de meer dan duizend huisartsen die naar de protestbijeenkomst waren gekomen.

In een eerste reactie verklaart het LHV-bestuur verheugd te zijn met de aandacht en het begrip vanuit de politiek voor de noden bij de huisartsen. De vraag is evenwel of de brief van de minister voldoende houvast biedt om de knelpunten werkelijk op korte termijn op te kunnen lossen. Dat zal komende weken worden bezien. Het bestuur zal de inhoud van de brief en de consequenties die eruit kunnen worden getrokken, op donderdag 9 november aanstaande bespreken tijdens de landelijke Ledenvergadering in Utrecht. Aan het bestuurskorps zal daartoe een afschrift van de brief worden gezonden.
Ter informatie hieronder de integrale tekst.

Aan het bestuur van

- de Landelijke Huisartsen Vereniging

- Zorgverzekeraars Nederland

Geacht Bestuur,

Inleiding
Over de problemen in de huisartsenzorg ben ik al enige tijd in overleg met uw beider organisaties. Graag wil ik allereerst nog eens onderstrepen dat ik de huisartsenzorg van zeer groot belang acht voor de Nederlandse samenleving. Huisartsenzorg is in wezen de spil van de overige zorg. Niet alleen nemen huisartsen een groot deel van de gezondheidszorg voor hun rekening ? 90 procent van de gezondheidsklachten die bij huisartsen binnenkomen worden ook door hen opgelost - , maar ook is een ieder die bij een medisch specialist komt, die opgenomen wordt in een ziekenhuis, verpleeghuis etc, daarnaar verwezen door zijn of haar huisarts: de huisarts als poortwachter van onze gezondheidszorg. Het is een systeem waar de patiënt veel prijs op stelt, en waar het buitenland ons om benijdt. Dit systeem moet daarom ook behouden blijven, zij het dat de huisartsenzorg wat betreft organisatie wel aan modernisering toe is. Als gevolg van extramuralisering en van wachtlijsten elders in de zorg is de taak van de huisarts de afgelopen jaren zwaarder geworden. De huisartsenzorg is daarom ook in de achter ons liggende eriode van kostenbeheersing zoveel mogelijk gespaard gebleven. Desondanks zijn ook hier geleidelijk aan tekorten ontstaan, nog versterkt door de snelle toename van parttime werken.

Onrust binnen de beroepsgroep
Door die tekorten is onrust in de beroepsgroep ontstaan, zelfs zodanig dat vandaag naar schatting zo?n duizend huisartsen naar het Binnenhof zijn gekomen om hun zorg om het vak kenbaar te maken. In de afgelopen weken heb ik met u overleg gehad over de belangrijkste zorgen. Deze brief moet ook in het verlengde hiervan worden gezien. Vanmiddag heb ik op het ministerie een delegatie van de huisartsen ontvangen, waarbij mij de petitie werd aangeboden die men ook aan de Kamer aanbood. Ik heb daarbij in grote lijnen uiteen gezet wat ik ook in deze brief verwoord, en ik heb met een aantal van hen van gedachten gewisseld. Dat heeft mij gesterkt in mijn overtuiging dat de bezorgdheid van de huisartsen een heel reële basis heeft: het gaat hen om een verantwoorde uitoefening van hun vak, ten dienste van de patiënt. Daar zit vooral hun bezorgdheid, en dat is mijns inziens terecht. We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat de huisartsenzorg in Nederland op sommige plaatsen door de bodem zakt.

Ik stel voor samen met u de volgende zaken aan te pakken - sommige al bekend en andere nieuw -, waarbij ik wil aantekeken dat bij alle maatregelen waarbij de WTG in het spel is, het CTG uiteraard betrokken wordt:

Capaciteit

- Gelet op een verwacht tekort aan huisartsen wil ik zoveel als mogelijk extra huisartsen laten opleiden. De instroomcapaciteit is dit jaar 360, deze wordt in ieder geval verhoogd naar 525 in 2004. Volgens de voorlopige berekeningen van het door mij ingestelde capaciteitsorgaan zal de opleidingscapaciteit nog groter moeten zijn om de toekomstige vraag te beantwoorden. Ik zal het komend voorjaar hierover nader beslissen. Gevraagd is aan de huisartsenopleidingen hoeveel ze in staat zijn extra op te leiden.

- Om de extra opleidingscapaciteit ook werkelijk te kunnen realiseren heb ik extra middelen vrij gemaakt voor uitbreiding van het aantal en de verbetering van de salariëring van de huisartsenbegeleiders, voorts heb ik middelen voor extra ondersteunend personeel van de afdelingen huisartsenopleidingen vrij gemaakt. Tevens zal ik de honorering van de huisartsen in opleiding op basis van de uitkomsten van het in november af te ronden functiewaarderingsonderzoek aanpassen.

Werkdruk

- Praktijkondersteuning: onlangs heb ik de beleidsregel goedgekeurd, op basis waarvan het landelijk mogelijk is gemaakt om daadwerkelijk praktijkondersteuning op HBO-niveau te realiseren. Dat betekent concreet dat één praktijkverpleegkundige per drie huisartsen kan worden aangesteld. De beschikbare middelen lopen op tot 260 miljoen. in 2004. Om de implementatie voorspoedig te kunnen laten verlopen moet nog wel het probleem rond de financiering door particuliere verzekeraars worden opgelost.

- Dienstenstructuur: geld en randvoorwaarden voor het opzetten en in stand houden van de diensten (avond-, nacht- en weekenddienst) zijn beschikbaar. De middelen hiervoor lopen op tot 40 miljoen in 2002. De implementatie kan naar mijn oordeel sneller verlopen dan nu het geval is. Ik stel voor dat u beiden daartoe op korte termijn een taskforce instelt. Deze taskforce kan maandelijks aan mij rapporteren over de voortgang en de knelpunten. Doel is dat vóór de zomer 2001 een behoorlijke dienstenstructuur is ingevoerd. Deze taskforce zal naar mijn oordeel eveneens als taak hebben de problemen op te lossen die er nog liggen rond de financiering van praktijkondersteuning door particuliere verzekeraars. Een versnelde implementatie hoort eveneens tot haar taken.

- ICT: om de praktijkvoering van de huisartsenpraktijk zo efficiënt mogelijk te laten verlopen is een verbetering van de praktijkautomatisering nodig. Daartoe hebben wij gezamenlijk ? ZN, LHV en VWS - inmiddels de nodige initiatieven ontwikkeld om de huidige malaise te doorbreken.

- Eerstelijns-GGZ: de recente capaciteitsuitbreiding van het algemeen maatschappelijk werk (300 extra maatschappelijk werkenden), draagt bij aan verlichting van de werkdruk. Afhankelijk van de uitkomst van huidige experimenten met de eerstelijnspsycholoog, neem ik bij positieve resultaten de introductie van de eerstelijnspsycholoog voortvarend ter hand. Ik zie hier een reële (maar naar verwachting wel kostbare) mogelijkheid om de werkdruk van huisartsen die voortkomt uit de psychosociale problematiek te verminderen.

- Eenmalig consult paramedici: door het huisartsen mogelijk te maken om paramedici advies te vragen voor verdere behandeling van patiënten, kan de werkdruk eveneens enigszins worden verlicht. Eén dezer dagen zal ik de betreffende beleidsregel die het CTG mij heeft voorgelegd goedkeuren.

Inkomen

- De huisartsen concluderen op grond van een recent rapport van Deloitte en Touche - dat mij overigens niet bekend is - dat hun praktijkkostenvergoeding geleidelijk aan volstrekt ontoereikend is geworden. Om te komen tot een adequate vergoeding van de praktijkkosten en een gepast inkomen voor de huisarts zelf, aansluitend op de verantwoordelijkheden en toenemende zwaarte van het vak, stel ik een commissie in die mij moet adviseren over een transparante en toereikende financieringssystematiek van de huisartsenzorg. Uitgangspunt daarbij is de huisartsengroep, maar wel met speciale aandacht voor de positie voor de huisarts op het platteland, al dan niet apotheekhoudend. De commissie zal haar werkzaamheden uiterlijk februari 2001 dienen te voltooien, zodat het kabinet bij zijn financiële beslissingen komend voorjaar met de uitkomsten rekening kan houden. Ik stel voor het CTG bij de werkzaamheden van de commissie te betrekken.

Tot slot
Deze maatregelen ? die mijns inziens voor een belangrijk deel aan de problemen van de huisartsen tegemoet komen - kunnen alleen op hun juiste waarde worden beoordeeld als we ze bezien in het bredere kader van de modernisering van de huisartsenzorg. Ik knoop daarbij aan wat daarover al gezegd is in de Zorgnota 2001: ?de oplossing voor de toenemende eisen aan de huisartsen wordt, ook internationaal, gezocht en gevonden in samenwerkingsverbanden, in het oprichten van groepspraktijken dan wel gezondheidscentra, en in een professionele praktijkondersteuning.? Terugkijkend op de ontwikkelingen bij de huisartsen de laatste jaren zal een ieder erkennen dat er in korte tijd heel veel veranderd is. Vooral de verandering in mentaliteit: van de huisarts als solist, naar de huisarts die er de voorkeur aan geeft samen te werken in grotere groepen, waardoor meer en betere ondersteuning mogelijk wordt, waardoor de avond-, nacht- en weekenddiensten gezamenlijk kunnen worden opgevangen, waar werken in deeltijd ook tot de mogelijkheden behoort. Dat is iets waar nu ook oudere huisartsen van inzien dat dit de enige weg is om het vak aantrekkelijk te houden voor de jongere collega?s. Het is snel gegaan. Begin ?70 werkte nog het overgrote deel van de huisartsen in een solopraktijk: meer dan 90 procent. In ?80 was dat gedaald tot 72 procent, en op dit moment werkt nog maar 43,5 procent zelfstandig. Een halvering dus in dertig jaar tijd.
Er zijn al een aantal initiatieven in gang gezet om samenwerking verder te bevorderen, ikzelf heb extra financiële ondersteuning geboden voor die betere praktijkondersteuning, of voor een werkbaarder dienstenstructuur. Er is ? ook vrij recent ? een speler in het veld prominenter naar voren gekomen: de zorgverzekeraar, die in de regio afspraken moet maken over implementatie en die het beschikbare geld moet verdelen. Dat loopt nog niet goed, de verzekeraar moet nog in zijn nieuwe rol groeien, te veel geld blijft werkeloos op de plank liggen ? ook daar heb ik in de Zorgnota op gewezen. Ik heb uw beider organisaties dan ook recent aangespoord om de thans beschikbare middelen nu snel voor de bestemde doelen in te zetten. U bent daarover in gesprek. Zoals gezegd: ik stel voor dat ik maandelijks over de voortgang daarvan rapportage ontvang.
Modernisering van de huisartsenzorg, toegerust op de toenemende zorgvraag, komt alleen van de grond als partijen gezamenlijk optrekken. Met partijen bedoel ik VWS, ZN, LHV, en CTG. We hebben immers allen baat en belang bij een kwalitatief goede huisartsenzorg.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie