Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Besluit NMA over zaak GlasGarage Rotterdam vs Carglass

Datum nieuwsfeit: 19-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Nederlandse Mededingingsautoriteit
Zoek soortgelijke berichten
Nederlandse mededingingsautoriteit (NMa)

BESLUIT

Zaaknummer 1184/ GlasGarage Rotterdam vs Carglass

Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Mededingingswet

Betreft: Zaken
121 F. van der Kraan Autoruitenservice
127 Autoglas Brabant Combinatie Autoglas
128 ARAM Autoglasservice G. van Aefst B.V.
1057 Vereniging Autoglasspecialisten Nederland (Vasned) 1185 GlasGarage Rotterdam B.V.

I. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE


1. Op 4 december 1998 ontving de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: d-g NMa) een aanvraag van GlasGarage Rotterdam B.V. om toepassing van artikel 56 en 83 van de Mededingingswet (hierna: "Mw") gericht tegen bepaalde regelingen van Carglass B.V. (hierna: "Carglass") en een aantal verzekeringsmaatschappijen. Deze aanvraag is in behandeling genomen onder zaak nummer 1184 (verzoek ex artikel 83 Mw) en onder zaaknummer 1185 (verzoek ex artikel 56 Mw).


2. Op respectievelijk 27 februari 1998, 3 maart 1998 en 4 september 1998 ontving de d-g NMa van Van der Kraan Autoruitenservice, Autoglas Brabant Combinatie Autoglas, ARAM Autoglasservice G. van Aefst B.V. en de Vereniging Autoglasspecialisten Nederland klachten, geregistreerd respectievelijk onder zaaknummer 121,127, 128 en 1057, eveneens betrekking hebbend op gedragingen of regelingen van Carglass en een aantal schadeverzekeringsmaatschappijen. Daar genoemde klachten zagen op hetzelfde onderwerp heeft de NMa besloten deze gevoegd te behandelen met zaak 1185.


3. Op 6 januari 1999 heeft de NMa aan Carglass en aan de verzekeraars met wie Carglass een overeenkomst heeft gesloten, verzocht om een gemotiveerde reactie te geven met betrekking tot voornoemde klacht. Van de 53 verzekeraars aan wie de NMa heeft verzocht een gemotiveerde reactie te geven hebben nagenoeg alle verzekeraars gehoor gegeven en Carglass heeft een gemotiveerde schriftelijke zienswijze gegeven op 28 september 1999.


4. Op 29 januari 1999 heeft ten kantore van de NMa een gesprek met GlasGarage Rotterdam B.V. plaatsgevonden.


5. Op 3 februari 1999 heeft GlasGarage Rotterdam B.V. het verzoek tot toepassing van artikel 83 Mw (voorlopige last onder dwangsom) ingetrokken.


6. Op 12 februari 1999 heeft ten kantore van de NMa een gesprek met vertegenwoordigers van Carglass plaats gevonden, naar aanleiding waarvan Carglass aanvullende informatie heeft verstrekt op 3 maart 1999.


7. Op 16 maart 1999 hebben krachtens besluit van de d-g NMa aangewezen toezichthoudende ambtenaren Mededingingswet , een bedrijfsonderzoek verricht ten kantore van Carglass, gevestigd te Eindhoven.


8. Tenslotte heeft Carglass desgevraagd op 29 maart 1999 nadere gegevens verstrekt.


9. Op 16 juni 1999 is het rapport, welk voorwerp is van de onderhavige sanctieprocedure, bekendgemaakt. In het rapport worden bepaalde gedragingen verband houdend met het bonussysteem van Carglass (zie randnummer 25) bezien in het licht van artikel 24 Mw. De conclusie is dat een redelijk vermoeden bestaat dat Carglass als gevolg van bedoelde gedragingen misbruik maakt van haar economische machtspositie op de markt voor het aanbieden van diensten met betrekking tot het herstel en de vervanging van autoruiten in Nederland en derhalve inbreuk maakt op artikel 24 Mw. In het rapport is tevens het voornemen uitgesproken Carglass een boete en een last onder dwangsom op te leggen wegens handelen in strijd met artikel 24 Mw.


10. Alvorens een definitieve beslissing te nemen zijn Carglass en de overige betrokken ondernemingen in staat gesteld mondeling en schriftelijk hun zienswijze omtrent het rapport naar voren te brengen. Op 6 oktober 1999 heeft ten kantore van de NMa een hoorzitting plaats gevonden. Gedurende de hoorzitting waren aanwezig vertegenwoordigers van Carglass, Vasned, Glasgarage Rotterdam B.V., Automark Röst, Autoglas D&K en Hannover International Insurance Nederland N.V.

II. DE BETROKKEN ONDERNEMINGEN

A. Klagers


11. Van der Kraan Autoruitenservice, gevestigd te Naaldwijk, Autoglas Brabant Combinatie Autoglas, gevestigd te `s-Hertogenbosch, ARAM Autoglasservice G. van Aefst B.V., gevestigd te Deventer en GlasGarage Rotterdam B.V. te Berkel-Enschot zijn bedrijven die zich richten op het repareren en vervangen van autoruiten voor de particuliere en de bedrijfsmatige markt. Sinds 1994 maakt GlasGarage deel uit een franchise-organisatie van autoglasspecialisten, i.e. De GlasGarage Nederland B.V., te Breda.


12. Vereniging Autoglasspecialisten Nederland (hierna "Vasned") is statutair gevestigd te Nijmegen en kantoor houdende te 's-Hertogenbosch en stelt zich blijkens haar statuten ten doel de collectieve belangen te behartigen van de bij haar aangesloten ondernemingen die zich onder meer bezighouden met het plaatsen van autoglas.


13. Op grond van haar statuten staat het lidmaatschap slechts open voor natuurlijke personen en rechtspersonen die een plaatsingsstation van -, of een import-groothandel in autoglas exploiteren. Vasned heeft op dit moment 36 leden. De aangesloten ondernemingen hebben als belangrijkste activiteit de reparatie, levering en montage van autoruiten. Vasned heeft haar klacht ingediend namens haar leden met uitzondering van TeCe Almere B.V., te Almere, Veiligglas B.V., te Tiel, Proglass N.V., te Genk en Carglass B.V. te Eindhoven.


14. Klagers zijn allen aanbieders van diensten op de markt zoals omschreven in het rapport (zie hieronder onder III).

B. Carglass B.V.


15. Carglass is een besloten vennootschap opgericht naar Nederlands recht, met zetel te Eindhoven. Carglass ontplooit activiteiten op het gebied van het herstel en de vervanging van ruiten in voertuigen en biedt tevens accessoire diensten aan zoals het graveren van kentekens met het oog op diefstalpreventie.


16. Carglass was tot december 1999 een dochteronderneming van Carglass-Autoglass B.V. Deze onderneming is een 100% dochteronderneming van Carglass Autoglass Holdings (Europe) B.V., welke een volle dochteronderneming is van Belron International N.V. Deze was op haar beurt een dochteronderneming van Plate Glass & Shatterprufe Industries limited. Tenslotte had het beursgenoteerde South African Breweries een meerderheidsbelang van 67% in laatstgenoemde onderneming. De Belron-groep is de grootste aanbieder van diensten op het gebied van herstel en vervanging van ruiten in voertuigen ter wereld.


17. De Belron-groep biedt momenteel haar diensten aan vanuit 16 landen, waaronder Canada (Autostock Inc en Nova Scotia Ltd), Australië (O'Brien Glass Holdings Ltd), Nieuw-Zeeland (Carglass New Zealand Ltd)en Brazilië (Nucleus Commercio Exterior).


18. Binnen Europa is de Belron-groep onder verschillende handelsnamen, in verschillende landen actief. In het Verenigd Koninkrijk gebruikt zij de namen Autoglass, Laddaw en AGSI. In Spanje opereert zij onder de naam Autoglass en in Italië onder de naam Origlass. De naam Carglass wordt gehanteerd in België, Duitsland, Portugal, Frankrijk, Ierland, Luxemburg en Nederland.


19. Binnen Nederland worden de verschillende diensten aangeboden vanuit een netwerk van 52 filialen. Vanuit deze filialen worden eveneens mobiele diensten aangeboden door middel van servicewagens, waardoor Carglass 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar is.


20. De omzet van Carglass in Nederland bedraagt naar eigen schatting van Carglass over het boekjaar 1998/99 NLG .

C. Overige betrokken ondernemingen


21. Bij de onderhavige procedure zijn een aantal schadeverzekeringsmaatschappijen betrokken. Carglass heeft mondelinge en schriftelijke overeenkomsten gesloten met bijna alle Nederlandse schadeverzekeringsmaatschappijen die dekking verlenen voor (autoruit)schade aan motorvoertuigen op de Nederlandse markt. Een door Carglass verstrekte lijst van deze verzekeringsmaatschappijen is als bijlage bij het rapport gevoegd.


22. Hoewel sommige van de verzekeraars hun omzet binnen een beperkt geografisch gebied behalen, is het merendeel van de verzekeraars landelijk actief.


23. Gedurende het jaar 1998 hebben tenslotte ook de volgende ondernemingen en personen zich tot de NMa gewend in verband met de onderhavige procedure: Automark Röst, gevestigd te Nieuweveen; Autoglas D&K, gevestigd te Alphen a/d Rijn; Huizinga Graveer en Ruitbedrijf, gevestigd te Leek; De Groot Autoglasservice, gevestigd te Hoogvliet; de heer A.J. Bloch, woonachtig te Almelo.

III. RAPPORT VAN 16 JUNI 1999


24. Op 16 juni 1999 is een rapport opgesteld, als bedoeld in artikel 59, eerste lid, Mw. In het rapport is - kort en zakelijk weergegeven - geconcludeerd dat Carglass een machtspositie inneemt op de markt voor het aanbieden van diensten voor het herstel en de vervanging van autoruiten in Nederland.


25. Voorts wordt in dit rapport aangenomen dat Carglass in haar contracten met verzekeraars een systeem van omzetgerelateerde progressieve kortingen hanteert, alsmede aan verzekeraars die tot een groep behoren additionele groepskortingen uitkeert als extra bonus. De betrokken kortingen zijn doorgaans slechts mondeling overeengekomen. Verder wordt geconcludeerd dat Carglass communicatiebonussen uitkeert om verzekeraars ertoe aan te sporen Carglass aan te bevelen bij hun polishouders (de verzekerden). Door middel van deze kortingen en bonussen wordt Carglass geacht de verzekeraars aan zich te binden. Er is hierbij sprake van een concurrentiebeperkend oogmerk, namelijk het verhinderen van de toegang van concurrenten tot de verzekeraars, en daarmee tot de verzekerden. De d-g NMa is van oordeel dat bedoelde gedragingen ingeval van een onderneming met een economische machtspositie misbruik in de zin van artikel 24 Mw opleveren. In het rapport is tevens het voornemen uitgesproken een boete en een last onder dwangsom op te leggen.


26. Volgens het rapport zijn bedoelde overtredingen begaan door, en dienen zij te worden toegerekend aan, Carglass.

IV. ZIENSWIJZEN VAN DE BETROKKEN PARTIJEN

A. Zienswijze van Carglass


1. Misbruik


i) De volumekortingen

27. De argumenten die Carglass heeft ingebracht tegen het rapport komen - kort en zakelijk weergegeven - op het volgende neer.

28. Carglass heeft bestreden dat de volumegerelateerde kortingen en communicatie bonussen door Carglass gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de verzekeraars de polishouders (verzekerden) daadwerkelijk naar Carglass sturen.

29. Carglass heeft naar eigen zeggen de volumegerelateerde kortingen op verzoek van de verzekeraars ingevoerd. De kortingen zijn niet een middel om verzekeraars ergens toe te bewegen maar een tegemoetkoming vanwege het feit dat Carglass kosten bespaart bij grote volumes. Carglass heeft in haar schriftelijke zienswijze deze kostenbesparingen nader uitgewerkt en hierbij gewezen op kostenbesparingen voortvloeiend uit: inkoopvoordelen; het collectief verifiëren van verzekeringsgegevens van een aantal schadegevallen bij één verzekeringsmaatschappij; lagere verkoopkosten doordat vertegenwoordigers per verzekerde relatief minder tijd hoeven te investeren bij verzekeringsmaatschappijen met een groter aantal verzekerden; lagere kosten van afhandeling van debiteuren en minder kans op dubieuze debiteuren als meerdere verzekerden bij één verzekeringsmaatschappij zijn ondergebracht en afspraken kunnen worden gemaakt over efficiënte betalingssystemen en minder personeelskosten doordat ten gevolge van de omvang van het aantal verzekerden bij één verzekeringsmaatschappij meer processen kunnen worden geautomatiseerd.

30. Tevens stelt Carglass dat de volumekortingen gestaffeld zijn, dat geen sprake is van een drempel en de kortingen betaald worden zonder dat aan verdere voorwaarden voldaan moet zijn. De kortingen worden na afloop van een boekjaar betaald, onverschillig of de betreffende verzekeraar exclusief Carglass of ook andere concurrenten bij haar polishouders aanbeveelt. Carglass weerspreekt dan ook dat er sprake zou zijn van misbruik in de zin van artikel 24 Mw.

ii) De groepsbonussen

31. Carglass benadrukt tevens in verband met de toekenning van de groepskorting dat zij niet van (tot een groep behorende) verzekeringsmaatschappijen verlangt dat deze Carglass exclusief aanbevelen. Brieven met aanwijzingen van het tegendeel dateren alle van voor de inwerkingtreding van de Mededingingswet en zijn om die reden niet relevant. Tevens heeft Carglass aangegeven dat er bij afname door verzekerden van verschillende verzekeringsmaatschappijen behorend tot een groep sprake zou zijn van additionele kostenbesparingen.

iii) De communicatiebonussen

32. Carglass stelt voorts dat de communicatiebonussen slechts een redelijke bijdrage betreffen in de drukkosten en de lay-out van de groene kaart. Nergens is exclusiviteit op meest pr0minente vermelding van Carglass bedongen, zoals in het rapport wordt verondersteld. Carglass heeft voorbeelden overlegd van groene kaarten waarop meerdere glasherstellers worden aangegeven.


2. De economische machtspositie

33. Carglass bestrijdt het standpunt in het rapport dat er sprake is van een dominante positie. Carglass stelt dat er derhalve van een inbreuk op artikel 24 Mw geen sprake kan zijn.

34. Carglass beweert in dit verband dat haar marktaandeel kleiner is dan in het rapport vermeld omdat de relevante productmarkt ruimer is dan de door de d-g NMa omschreven markt voor het herstel en de vervanging van autoruiten. De relevante markt is volgens Carglass de Nederlandse markt voor vervanging en reparatie van ruiten in voertuigen, zoals personenauto's bestelauto's, vrachtauto's, bussen, touringcars, treinen, boten, kranen, landbouwvoertuigen en bulldozers. Uit een door Carglass overlegde berekening blijkt dat Carglass rond 1 januari 1998 en daarna, op de Nederlandse markt voor vervanging en reparatie van ruiten in voertuigen, een aandeel had, oplopend van % naar %, in welke berekening ruiten voor treinen, boten, kranen, landbouwvoertuigen en bulldozers volgens Carglass bij gebreke aan cijfermatige informatie terzake, niet zijn opgenomen.

35. Carglass stelt in dit verband tevens dat het marktaandeel niet de enige factor is in de beoordeling of een bedrijf een economische machtspositie bekleedt. Om te beoordelen of Carglass zich onafhankelijk van concurrenten, verzekeraars en automobilisten kan gedragen is tevens van belang de vraagmacht van de verzekeraars. Carglass stelt dat het rapport geheel is voorbij gegaan aan deze vraagmacht die verzekeraars in feitelijk staat heeft gesteld de kortingen van Carglass te bedingen.

36. Carglass stelt tevens dat bij de beoordeling van haar concurrentiepositie de effecten van netwerken van (auto)merkdealers met werkplaatsen in aanmerking genomen hadden moeten worden, alsmede ook die van netwerken van een aantal kleinere (autoherstel) bedrijven, die de markt kunnen bedienen op een vergelijkbare wijze als Carglass.

37. Carglass stelt tevens dat haar niet kan worden tegengeworpen dat concurrenten minder succesvol zijn geweest aangezien het een markt betreft waarop de toetredingsdrempels laag zijn.

38. Tot slot stelt Carglass dat het rapport ten onrechte geen aandacht besteedt aan het feit dat een dominante positie niet van de ene dag op de andere kan bestaan en dat een zekere bestendigheid van deze positie vereist is alvorens sprake kan zijn van een machtspositie in de zin van artikel 82 EG Verdrag. Een indicatie voor het bestaan van de dominante positie is een zekere periode met een stabiel significant marktaandeel. Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: "HvJEG") inzake artikel 82 EG Verdrag, welke voor de uitleg van artikel 24 Mw richtinggevend moet worden geacht, komt Carglass tot de stelling dat een minimale periode van 3 jaar hoog marktaandeel vereist is. Carglass heeft betoogd dat haar marktpositie aan een dergelijke bestendigheid niet voldoet. Zo zij momenteel al een hoog marktaandeel bezit, is dit volgens Carglass van te korte duur om van een economische machtspositie te kunnen spreken.

B. Zienswijzen van klagers en derden

39. Klagers en overige op de hoorzitting aanwezige partijen hebben aangevoerd dat er zich uitsluitingseffecten op de markt voor het aanbieden van diensten met betrekking tot het herstel en de vervanging van autoruiten hebben voorgedaan. Carglass heeft met name als gevolg van haar kortingensysteem de verzekeringsmaatschappijen aan zich weten te binden en bijgevolg toetredingsdrempels opgeworpen.

40. GlasGarage en Vasned menen dat Carglass niet heeft ontkend dat de kortingen over de hele omzet worden toegekend. De percentages variëren volgens GlasGarage en Vasned naar gelang de gerealiseerde omzet, en bij het bereiken van de volgende stap in de staffel wordt steeds een korting over de gehele omzet gerealiseerd. De al bestaande prikkel voor verzekeraars om verzekerden naar Carglass te sturen, en niet naar betrokken klagers of derde ondernemingen, wordt hierdoor vergroot. Groepsbonussen maken dit effect nog groter omdat boven op de volumegerelateerde kortingen nog eens een extra prikkel wordt gelegd.

41. De hiervoor onder randnummer 39 genoemde ondernemingen bestrijden het standpunt van Carglass dat de productmarkt ruimer zou dienen te worden geïnterpreteerd. De marktcondities ten aanzien van het herstel en de vervanging van ruiten van bussen zijn in elk geval niet vergelijkbaar met die ten aanzien van het herstel en de vervanging van autoruiten, met name omdat de verzekerden bij eerstgenoemde groep bedrijfsmatig opereren.

42. Ten aanzien van de rol van (merk) autodealers wordt opgemerkt dat er geen significante toename van de marktaandelen van grote dealers ten detriment van Carglass of glasherstelbedrijven kan worden vastgesteld en dat dit de door Carglass opgeworpen toetredingsdrempels extra illustreert.

43. Voornoemde partijen stellen dat Carglass al sinds 1996 een economische machtspositie bekleedt. Voorts stellen zij dat zelfs wanneer Carglass haar machtpositie binnen een kortere periode heeft opgebouwd, mededingingsrechtelijke interventie geboden is.

C. Reactie van Carglass op de ingebrachte zienswijzen

i) De volumekortingen

44. Carglass stelt dat er een misverstand bestaat over de werking van het kortingen systeem. De kortingspercentages lopen gelijkmatig op volgens het staffel systeem. Over de boekjaren 1996/97, 1997/98 en 1998/99 was de staffel als volgt:

Omzet van NLG tot NLG .............................. % Omzet van NLG tot NLG .............................. % Omzet van NLG tot NLG .............................. % Omzet van NLG tot NLG .............................. % Omzet boven NLG
..............................................................[y + 2]%

Bij een omzet tot wordt over dit deel % korting gegeven. Bij een omzet van wordt over het deel van tot % korting gegeven en over het deel van tot een korting van % en dus niet % over het geheel van tot . Er zijn dus geen prikkels om zoveel mogelijk omzet te genereren omdat dit tot een grotere korting over het geheel zou leiden. Carglass benadrukt dat er, anders dan door klagers betoogd, geen sprake is van een loyaliteitselement.

ii) De groepsbonussen

45. Carglass benadrukt haar eerdere standpunt dat ter verkrijging van een groepskorting geen exclusieve verwijzing naar Carglass is vereist.

iii) De communicatiebonussen

46. Ten aanzien van de communicatie bonussen verwijst Carglass eveneens naar haar eerdere standpunt dat deze slechts een redelijke vergoeding vormen voor een (niet-exclusieve) vermelding naar de service van Carglass.

V. DE BEOORDELING

A. Economische machtspositie

47. Artikel Mw 24, eerste lid, Mw verbiedt ondernemingen misbruik te maken van een economische machtspositie. Volgens artikel 1, sub i, Mw kan een economische machtspositie worden gedefinieerd als de positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hen de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen.

48. In de beoordeling onder artikel 24 Mw wordt aangesloten bij artikel 82 EG Verdrag en de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie alsmede de jurisprudentie van het HvJEG ter zake.

49. Nagegaan moet worden of de in het rapport beschreven gedragingen van Carglass vallen binnen de reikwijdte van bedoeld verbod. Daartoe moet bezien worden of Carglass een economische machtspositie inneemt op de relevante (product- en geografische) markt en of Carglass met de beschreven gedragingen misbruik maakt van deze positie.

50. In het rapport is geconcludeerd dat Carglass een machtspositie inneemt op de markt voor het aanbieden van diensten met betrekking tot het herstel en de vervanging van autoruiten in Nederland. Deze conclusie is gebaseerd op het marktaandeel van Carglass op deze relevante markt in het jaar 1998/99 en op een aantal additionele factoren zoals de marktstructuur en het verkoopbeleid van Carglass.

51. Carglass heeft gemotiveerd aangegeven dat van een machtspositie geen sprake zou zijn aangezien de markt ruimer afgebakend zou dienen te worden, de toetredingsdrempels laag zouden zijn (opkomst van nieuwe concurrerende netwerken), er sprake zou zijn van aanzienlijke tegenmacht van de verzekeraars en er reële keuzevrijheid voor de verzekerden zou bestaan.

52. Deze argumenten nopen tot een nader onderzoek naar de (structuur van de markt) en de positie van partijen op deze markt.

53. Gezien het onderstaande heeft de d-g NMa een dergelijk onderzoek in het onderhavige geval niet noodzakelijk geacht.

B. Misbruik

54. Zoals het HvJEG in verscheidene zaken heeft verklaard, kan een gedraging van een onderneming met een machtspositie, die aan de doelstelling van artikel 3, eerste lid, onder (g), EG Verdrag afbreuk doet doordat zij de concurrentie structuur in gevaar brengt, een inbreuk op artikel 82 EG Verdrag opleveren.

55. Bij de beoordeling van kortingen en bonussen onder artikel 24 Mw geldt eveneens de jurisprudentie van het HvJEG als leidraad. Het HvJEG heeft met name kortingsystemen die ertoe strekken de toegang van concurrenten tot klanten te verhinderen door deze laatsten aan de betrokken dominante onderneming te binden, als misbruik aangemerkt . Hierbij wordt als algemeen principe aanvaard dat een leverancier met een machtspositie wel kortingen kan toepassen die verband houden met kostenbesparingen, bijvoorbeeld kortingen voor grote bestellingen die de leverancier in staat stellen om grote hoeveelheden van een product te produceren en leveren, maar dat een dergelijke leverancier geen kortingen of stimulansen mag bieden die de getrouwheid van de betrokken klanten bevorderen, d.w.z. die beogen te vermijden dat aankopen worden verricht bij een concurrent van de dominante leverancier dan wel dergelijke aankopen zeer onaantrekkelijk te maken. Het HvJEG heeft aldus een onderscheid gemaakt tussen getrouwheidskortingen (kortingen met een loyaliteitselement) en echte volumekortingen die uitsluitend in verhouding staan tot het volume van de afname (en gerechtvaardigd zijn gezien de daaruit voortvloeiende kostenvoordelen) .

56. De d-g NMa heeft het bonussysteem van Carglass zoals omschreven in het rapport en de daarna door Carglass doorgevoerde wijzigingen (zie hierna onder VI) beoordeeld in het licht van bedoelde jurisprudentie.

57. In het rapport wordt geconstateerd dat Carglass volumekortingen, groepskortingen en communicatie bonussen hanteert. Deze worden in het rapport als getrouwheidskorting gekwalificeerd en derhalve als misbruik.

i) De volumekortingen

58. Ten aanzien van de volumekortingen van Carglass is gebleken dat daadwerkelijk sprake is van gestaffelde volumekortingen, zoals hiervoor onder randnummer 44aangegeven. De volumekorting leidt tot een (relatief beperkte) hogere korting over dat specifieke gedeelte van de omzet dat met de hogere staffel correspondeert en niet over de gehele omzet. Door Carglass is voorts aangevoerd en naar het oordeel van de d-g NMa overtuigend onderbouwd, daarbij mede in aanmerking genomen de door klagers aangevoerde feiten en argumenten, dat deze kortingen door economische prestaties gerechtvaardige voordelen reflecteren - voortvloeiend uit schaalvoordelen -, welke worden doorgeven aan de verzekeraars. Geconcludeerd moet worden dat de bedoelde kortingen zoals door Carglass aan verzekeraars verstrekt, volumekortingen zijn die kostenbesparingen reflecteren en derhalve geen misbruik in de zin van artikel 24 Mw opleveren.

ii) De groepsbonussen

59. De groepsbonussen betreffen kortingen die worden verstrekt aan bepaalde verzekeraars bovenop reeds verstrekte volumekortingen. De bonus wordt alleen verstrekt aan de holding van een groep van verzekeringsmaatschappijen welke het gebruik van Carglass aanbeveelt (de groepsbonus wordt uitgekeerd indien binnen de groep meer dan één tot de groep behorende verzekeringsmaatschappij Carglass heeft aanbevolen). De groepsbonus resulteert aldus in een additionele korting zonder dat er sprake is van een additionele afname door verzekerden van de betrokken (groep van) ondernemingen. Van deze kortingen is niet aannemelijk dat zij verdere kostenbesparingen reflecteren; het verband met doorverwijzing duidt er eerder op dat er sprake is van getrouwheidselementen. Tevens lijken deze kortingen een ongelijkwaardige positie te creëren tussen dochterondernemingen en zelfstandige ondernemingen die niet tot een groep behoren. De groepsbonussen resulteren derhalve in loyaliteitselementen in het bonussysteem van Carglass die in geval van een machtspositie kwalificeren als misbruik in de zin van artikel 24 Mw.

iii) De communicatie bonussen

60. Ten aanzien van de communicatiebonussen heeft Carglass voldoende aannemelijk gemaakt dat er sinds de inwerkingtreding van de Mw van verzekeringsmaatschappijen geen exclusieve vermelding op de groene kaart wordt bedongen. Wat betreft de vergoeding dienaangaande geldt dat deze een redelijke tegemoetkoming is voor de daadwerkelijk gemaakte kosten en geen beloning voor exclusieve vermelding op de groene kaart.

VI. DOOR CARGLASS DOORGEVOERDE WIJZIGINGEN

61. Teneinde de transparantie van haar kortingen systeem te vergroten heeft Carglass , na aanvang van de onderhavige procedure, aangekondigd ertoe over te gaan de volumekortingen schriftelijk op te nemen in haar contracten met alle verzekeraars.

62. Carglass heeft voorts aan de d-g NMa kenbaar gemaakt dat het systeem van groepsbonussen door haar niet langer zal worden gehanteerd, aangezien Carglass de groepsbonus, die per kalenderjaar wordt berekend, per 1 januari 2001 afschaft. De desbetreffende verzekeraars worden dienovereenkomstig geïnformeerd

63. Hiermee is naar het oordeel van de d-g NMa het kortingen systeem van Carglass aangepast met inachtneming van de bepalingen van de Mededingingswet: het systeem is nu transparant; de volumekortingen zijn gestaffeld en reflecteren de als gevolg van het afgenomen volume gerealiseerde kostenvoordelen.

64. Zo er al sprake zou zijn van een economische machtspositie, heeft Carglass haar bonussysteem met ingang van 1 januari 2001 zodanig aangepast dat er geen sprake is van misbruik in de zin van artikel 24 Mw.

65. In het licht van het voorgaande acht de d-g NMa het niet opportuun om nader onderzoek te verrichten naar de positie van Carglass op de markt teneinde vast te stellen of sprake is van een machtspositie in vorenbedoelde zin.

BESLUIT

De d-g NMa besluit om wat betreft de gedragingen die onderwerp hebben gevormd van het rapport van 16 juni 1999, af te zien van het opleggen van een boete of een last onder dwangsom aan Carglass B.V., statutair gevestigd te Eindhoven.

Datum: 19 oktober 2000

w.g. A.W. Kist

Directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 65 van de Mededingingswet wordt van dit besluit mededeling gedaan in de Staatscourant en wordt het gedurende zes weken na dagtekening ter inzage gelegd bij de Nederlandse mededingingsautoriteit.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang daarbij rechtstreeks betrokken is, binnen zes weken na bekendmaking een bezwaarschrift indienen bij de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit. Een bezwaarschrift kan worden gezonden aan de Nederlandse mededingingsautoriteit, Adviescommissie bezwaarschriften Mededingingswet, Postbus 16326, 2500 BH DEN HAAG

Persbericht d.d. 19 oktober 2000




Stcrt.2 januari 1998, nr.1.

HvJEG, gevoegde zaken 40 t/m 48, 50, 54 t/m 56, 11, 113 en 114-73 Suiker Unie en anderen/Commissie en HvJEG, zaak 85/76, Hoffman-La Roche/Commissie, Jur. 1979.

Commissie Beschikking, 19/12/90, IV/33.133-C: Natrium Carbonaat-Solvay, 15.06.91 Pb L152/21, nr. 51.

Zie o.a. HvJEG in de zaken Suiker Unie, Hoffman- La Roche, Michelin en Akzo.
Aan de inhoud van deze pagina's kunt u geen rechten ontlenen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie