Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag bijeenkomst Europese Raad voor Landbouw over fruit

Datum nieuwsfeit: 23-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Europese Unie

2300. Raad - LANDBOUW Press Release: Luxembourg (23-10-2000) - Press: 393 - Nr: 12470/00

12470/00 (Presse 393)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :

2300e zitting van de Raad


- LANDBOUW -

Luxemburg, 23 oktober 2000

Voorzitter:

de heer Jean GLAVANY

minister van Landbouw en Visserij van de Franse Republiek

INHOUD

DEELNEMERS 3

BESPROKEN PUNTEN

GROENTEN EN FRUIT

*

RIJST

*

VEREENVOUDIGING VAN HET BEHEER VAN HET GLB - CONCLUSIES VAN DE

RAAD

*

WTO-ONDERHANDELINGEN OVER DE LANDBOUW

*

SUIKER

*

BIOLOGISCHE PRODUCTIE

*

DIVERSEN

*


-
Mageremelkpoeder *

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

LANDBOUW


-
Wijn: bilaterale overeenkomsten - Conclusies van de Raad *
-
Eiland Man: invoer van schapenvlees en rundvlees *
-
GMO in de sector zaaizaad *

MILIEU


-
Benzeen en koolmonoxide in de lucht *

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN


-
Verdrag van Den Haag - informele vergadering in Washington *
-
Financieel reglement SISNET - wijziging *

Voor meer informatie: tel. 285.78.33 of 285.74.59

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:

de heer Jaak GABRIËLS

Minister van Landbouw en Middenstand

Denemarken
:

mevr. Ritt BJERREGAARD

de heer Poul OTTOSEN

Minister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij

Staatssecretaris, ministerie van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij

Duitsland:

de heer Karl-Heinz FUNKE

de heer Martin WILLE

Minister van Voedselvoorziening, Land- en Bosbouw

Staatssecretaris, ministerie van Voedselvoorziening, Land- en Bosbouw

Griekenland
:

de heer Georgios ANOMERITIS

Minister van Landbouw

Spanje
:

de heer Miguel ARIAS

Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening

Frankrijk
:

de heer Jean GLAVANY

Minister van Landbouw en Visserij

Ierland
:

de heer Joe WALSH

Minister van Landbouw, Voedselvoorziening en Plattelandsontwikkeling

Italië
:

de heer Alfonso PECORARO SCANIO

Minister van Land- en Bosbouw

Luxemburg
:

de heer Fernand BODEN

Minister van Land- en Wijnbouw en Plattelandsontwikkeling

Nederland
:

de heer Laurens-Jan BRINKHORST

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Oostenrijk
:

de heer Wilhelm MOLTERER

Minister van Land- en Bosbouw, Milieubeheer en Waterhuishouding

Portugal
:

de heer Luis CAPOULAS SANTOS

Minister van Landbouw, Plattelandsontwikkeling en Visserij

Finland
:

de heer Kalevi HEMILÄ

Minister van Land- en Bosbouw

Zweden
:

mevr. Margareta WINBERG

de heer Per-Göran ÖJEHEIM

Minister van Landbouw

Staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Landbouw

Verenigd Koninkrijk
:

mevr. Joyce QUIN

Adjunct-rminister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening


* * *

Commissie
:

de heer Franz FISCHLER

Lid

GROENTEN EN FRUIT

De Raad wijdde een bespreking aan de belangrijkste aspecten van de voorstellen waarmee de Commissie beoogt bepaalde urgente problemen in de sectoren verse groenten en fruit, verwerkte producten en citrusvruchten snel te verhelpen. Het debat werd toegespitst op de volgende punten: het stellen van een maximum aan de interventie van de actiefondsen ten gunste van de telersverenigingen, de nationale verwerkingsdrempels voor tomaten, perziken/peren en citrusvruchten, en de steun voor de betrokken producten.

Uit het debat kwam naar voren dat de delegaties positief staan tegenover de structuur van het Commissievoorstel en dat ook zij het zaak achten snel een besluit te nemen en na te gaan welke punten van de Commissievoorstellen voor een of meer delegaties de meeste moeilijkheden opleveren.

De Raad kwam overeen het beraad over dit dossier in zijn volgende zitting voort te zetten in het licht van het door het Europees Parlement uit te brengen advies, teneinde aan de hand van voorstellen die het voorzitterschap aan de delegaties zal voorleggen, tot een algemeen akkoord te komen.

Aan het slot van het debat merkte de voorzitter betreffende het aan de actiefondsen op te leggen maximum op dat een zeer grote meerderheid van de delegaties het percentage van 3% te laag vindt, en dat sommige eerder denken aan 3,5 tot 4,5%. Wat het niveau van de steun betreft, nam de voorzitter nota van de zeer grote gevoeligheid van verscheidene delegaties ten opzichte van de sector verwerkte tomaten, waarvoor het percentage aanzienlijk zou komen te dalen. Het niveau van de drempels werd door alle producerende landen ontoereikend geacht, zowel voor tomaten, perziken als voor citrusvruchten. Tenslotte stelde hij vast dat bepaalde delegaties ook problemen hebben met de afschaffing van de minimumprijzen. De producerende landen uit het zuiden van de EU memoreerden bovendien dat de uitgaven voor de sector groenten en fruit niet in verhouding staan tot het gewicht van deze sector in de Europese landbouw.

De voorzitter constateerde eveneens dat de andere, niet-producerende lidstaten, zonder zich specifiek uit te spreken over het niveau van de drempels en van de bedragen, wensen dat de wijzigingen die in de GMO groenten en fruit zullen worden aangebracht, het beginsel van de begrotingsneutraliteit eerbiedigen, een punt van zorg dat centraal staat in alle landbouwbesprekingen sedert het besluit van Berlijn over Agenda 2000.

RIJST

De Raad luisterde naar Commissielid FISCHLER, die het Commissievoorstel toelichtte, met inbegrip van het aspect "handelsbesprekingen met derde landen". Tijdens een debat hierover aan de hand van een vragenlijst van het voorzitterschap bleek welke punten van de Commissievoorstellen voor een of meer delegaties de meeste moeilijkheden opleveren. De Raad nam er nota van dat het voorzitterschap te gelegener tijd het nodige zal doen opdat de behandeling van het dossier in het licht van het gevoerde oriënterende debat en het door het Europees Parlement uit te brengen advies kan worden voortgezet.

De voorzitter constateerde dat er een ruime mate van consensus bestaat over de noodzaak van een hervorming van de rijstsector, gezien de problemen waarmee deze sector geconfronteerd wordt - de omvang van de interventievoorraden, de onstabiele inkomens van de producenten en de grote stijging van de invoer van rijst sinds het begin van het decennium; enkele delegaties toonden zich echter ernstig bezorgd over een herziening die vergaande gevolgen zou hebben voor de producenten of - naar gelang van de respectieve standpunten - zou leiden tot een hogere tariefbescherming, zulks ten koste van de consumenten.

Aan de hand van een vragenlijst van het voorzitterschap werd het debat van de Raad toegespitst op de volgende punten:


- de interventie: nagegaan moet worden of er alternatieven bestaan voor de door de Commissie voorgestelde afschaffing van de interventie, die voor verschillende producerende lidstaten een essentieel onderdeel is van het functioneren van het GLB en die een inkomenswaarborg voor de producenten biedt;
- het externe gedeelte van de hervorming: getwijfeld werd aan de haalbaarheid van een hervorming waarbij geen zekerheid bestaat omtrent de gevolgen van de afschaffing van de interventie voor de handelspolitiek;

- de opneming van rijst in de regeling voor akkerbouwgewassen: de algemene aanpak van de Commissie werd aanvaard; er werd wel geconstateerd dat er moeilijkheden zijn met betrekking tot het steunniveau en de toepassing van de braaklegging op rijst;
- het kader voor de maatregelen die genomen moeten worden bij een ernstige verstoring van de rijstmarkt, nog steeds uitgaande van de veronderstelling dat de interventie wordt afgeschaft: er bestaat behoefte aan een nauwkeuriger en duidelijker geformuleerd kader, met name waar het gaat om de criteria voor de inwerkingtreding van deze maatregelen.

VEREENVOUDIGING VAN HET BEHEER VAN HET GLB - CONCLUSIES VAN DE

RAAD

De Raad nam nota van het mondelinge verslag van Commisielid FISCHLER over de stand van de werkzaamheden van de Commissie tot vereenvoudiging van de toepassingsregels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Vervolgens stemde hij in met de tekst van onderstaande conclusies, waarvoor ook de Commissie zich heeft uitgesproken, en besloot hij tijdens een van zijn volgende zittingen op dit dossier terug te komen.

"In het verlengde van de conclusies van de Raad Landbouw respectievelijk van december 1994 en van juni 1999, waarin gewezen is op het belang van de vereenvoudiging van de toepassing van het GLB, en gezien de resultaten die de afgelopen jaren reeds bereikt zijn, stelt de Raad opnieuw dat hij eraan hecht dat de vereenvoudiging van het beheer van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt voortgezet.

De Raad heeft de Commissievertegenwoordiger gehoord over de maatregelen die reeds zijn genomen en over het werkprogramma van de Commissie op het stuk van de vereenvoudiging, die geen afbreuk mag doen aan de doeltreffendheid van de controle door middel van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem.


1) De Raad heeft nota genomen van het voornemen van de Commissievertegenwoordiger om de Commissie een ontwerp ter goedkeuring voor te leggen van een voorstel om voor de steun die aan kleine producenten wordt uitbetaald een meer forfaitaire benadering in te voeren, die tot een opmerkelijke verlichting zou moeten leiden.


2) De Raad heeft kennis genomen van het werkdocument dat de diensten van DG AGRI hebben opgesteld naar aanleiding van ruim 200vereenvoudigingsvoorstellen van de lidstaten. Hij stelt met voldoening vast dat ongeveer de helft van de voorstellen reeds is vertaald, en dat zich daaronder een dertigtal mogelijkheden voor vereenvoudiging bevinden. Hij verzoekt de Commissie de werkzaamheden voort te zetten om uit te maken welke van die mogelijkheden geconcretiseerd kunnen worden.
3) De Raad neemt er met voldoening nota van dat de Commissievertegenwoordiger alvast verklaard heeft positief te staan tegenover met name de volgende punten uit de bijdragen van de lidstaten:


- de bescherming van het legitieme vertrouwen in de context van de terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen, wanneer er geen sprake is van fraude, doch van goede trouw;
- een soepeler bepaling van de voor verplichte braaklegging bestemde minimumoppervlakte van langs perennerende waterlopen en meren gelegen percelen, voor zover zulks geen extra uitgaven voor de Gemeenschapsbegroting met zich meebrengt;
- de mogelijkheid voor de lidstaten om bij de aangegeven oppervlakte rekening te houden met de traditionele elementen van het landschap, voor zover zulks geen extra uitgaven voor de Gemeenschapsbegroting met zich meebrengt;

- de verduidelijking van de regels voor het niet toepassen van de sancties wanneer de vergissing in de premieaanvraag in het nadeel van de begunstigde is.


4) De Raad neemt er eveneens met voldoening nota van dat de Commissievertegenwoordiger de volgende doelstellingen onderschrijft en actief zal blijven bijdragen aan de verwezenlijking ervan:
- de ontwikkeling van een controlesysteem voor met name de runderpremies, dat gebaseerd is op een algemene benadering van het bedrijf aan de hand van een risicoanalyse, in plaats van een per soort steun verschillende benadering, teneinde aldus het aantal controles op het bedrijf te beperken;

- de mogelijkheid voor de lidstaat om op basis van de opgedane ervaring systemen op te zetten waardoor de veehouders vrijgesteld kunnen worden van het indienen van premieaanvragen, zodra een uit het oogpunt van de controle volledig betrouwbaar systeem voor de identificatie van de dieren de overheid in staat stelt deze premies zelf te berekenen.


5) De Raad neemt er nota van dat de Commissie bereid is zich te buigen over eventuele andere voorstellen van met name de lidstaten voor vereenvoudiging van de regelgeving, en verzoekt de Commissie deze in de loop van volgend jaar te bespreken op basis van de beginselen waarop de studie van de eerdere mogelijkheden is verricht.


6) De Raad neemt er tenslotte met voldoening nota van dat de Commissie voornemens is een adhoc werkgroep in te stellen, die belast wordt met het coördineren van de analyse en van de bespreking van de vereenvoudigingsvoorstellen.


7) De Raad verzoekt de Commissie hem op de hoogte te houden van de stand van deze vereenvoudigingswerkzaamheden.

WTO-ONDERHANDELINGEN OVER DE LANDBOUW

De Raad luisterde naar een uiteenzetting van Commissielid FISCHLER over de WTO-onderhandelingen over de landbouw en kwam overeen tijdens zijn zitting van 20/21 november in het licht van de besprekingen die intussen op technisch niveau moeten worden gevoerd een tekst op te stellen met het standpunt van de Unie in deze onderhandelingen.

SUIKER

De Raad luisterde naar de presentatie van Commissielid FISCHLER van het voorstel om - vóór de uiterste datum van 31 december 2000 - een tussentijdse regeling aan te nemen, die vanaf 1 juli 2001 van toepassing zou zijn op de volgende twee verkoopseizoenen en die op hoofdlijnen overeenkomt met de huidige regeling.

De Raad nam nota van de opmerkingen van de lidstaten, die met name betrekking hadden op de looptijd die de nieuwe regeling moet krijgen en op de voornaamste technische aspecten van het Commissievoorstel (met name de afschaffing van het vereveningsstelsel voor de opslagkosten en de permanente verlaging van de quota (met 115.000 ton, wat overeenkomt met 50% van het structurele overschot)); ten aanzien van deze punten maakte het merendeel van de delegaties bezwaar tegen het Commissievoorstel. In het bijzonder moet geconstateerd worden dat tien delegaties met aandrang pleitten voor een looptijd van ten minste 5 jaar.

De Raad kwam overeen dat met de conclusies die uit dit debat moeten worden getrokken, rekening zal worden gehouden, opdat met inachtneming van de uiterste datum van 31 december 2000 snel een akkoord kan worden bereikt, en aldus een rechtsvacuüm kan worden vermeden.

BIOLOGISCHE PRODUCTIE

De Raad nam nota van de opmerkingen van de delegaties over de uitvoering van de aanbevelingen die aangenomen zijn door de Europese Conferentie, die op 27 en 28 mei 1999 te Wenen (Baden) plaatsgevonden heeft en die gewijd was aan de perspectieven van de biologische landbouw in de Europese Unie.

De Raad memoreert dat de biologische landbouw een belangrijke bijdrage levert aan het Europese landbouwmodel.

DIVERSEN


-
Mageremelkpoeder

De Raad nam nota van een mededeling van de Italiaanse delegatie over de invoering van een verklikstof in mageremelkpoeder.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)

LANDBOUW

Wijn: bilaterale overeenkomsten - Conclusies van de Raad

"De Raad is verheugd over de toename en de omvang van de mondiale wijnhandel, waarbij hij vaststelt dat de invoer van wijn in de Europese Unie voortdurend stijgt (de ingevoerde hoeveelheid is met een factor 2,3 toegenomen en de overeenkomstige waarde in 1993 en 1999 met een factor 4, oftewel 6,3 miljoen hectoliter in 1999) en dat de uitvoer van de Europese Unie naar derde landen qua hoeveelheid stagneert, maar qua waarde is verdubbeld.

De Raad wenst dat de handel tussen de landen van de Europese Unie, die een lange en oude wijnbouwtraditie hebben, en de nieuwe producerende landen zich verder ontwikkelt met inachtneming van regels voor eerlijke concurrentie. Daarom herhaalt de Raad dat hij hecht aan het sluiten van bilaterale overeenkomsten, en hoopt op vele initiatieven, van de zijde van de Unie of van derde landen, gericht op het sluiten van dergelijke overeenkomsten.

De Raad heeft nota genomen van het verslag van de Commissie over de stand van zaken in de onderhandelingen met derde landen. De Raad bevestigt dat hij oplossingen wil vinden voor de ondervonden moeilijkheden, middels een aanpak die gedifferentieerd kan worden, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de in- en uitvoercapaciteit en met het niveau van de administratieve controles van de betrokken derde landen, zonder dat echter de door de Unie verdedigde grondbeginselen en de basisbeginselen van haar interne regelgeving worden aangetast, en zonder dat onze aanspraken en ons acquis in de internationale en multilaterale fora worden verzwakt en, tot slot, zonder dat de positieve, reeds in de bilaterale onderhandelingen verkregen resultaten, verloren gaan.

De Raad bevestigt in het bijzonder dat de multilaterale onderhandelingen over de TRIP-overeenkomsten de registratie van de in de Unie beschermde geografische aanduidingen moeten bevorderen.

Als vervolg op het verslag van de Commissie waarin de belangrijkste moeilijkheden in de onderhandelingen worden belicht, legt de Raad onderstaande gedragslijn vast:

I. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN


1) Wat betreft de namen die in derde landen worden beschouwd als soortnamen of semi-soortnamen, is het hoofddoel van de onderhandelingen over de bilaterale overeenkomsten dat er overgangsperioden worden vastgesteld na afloop waarvan een eind moet komen aan het gebruik van de aanduidingen die overeenkomen met in de Unie beschermde geografische aanduidingen (de zogeheten "phasing out"-onderhandelingen).

2) Voor de andere aanduidingen is de Raad bereid te overwegen dat over de bescherming van de geografische aanduidingen ook kan worden onderhandeld volgens een benadering die gebaseerd is op de wetgeving voor de etikettering. Deze benadering moet echter leiden tot het bereiken van dezelfde doelstellingen als die van de traditionele benadering. In dit kader dient erop te worden toegezien dat deze benadering alleen wordt gebruikt voor de landen waarvan de bestuurlijke structuur voldoende garanties biedt voor de verlangde bescherming, die betrekking moet hebben op de merken en de overige verkoopaanduidingen ongeacht de verpakking, en tevens op de promotie.

II. TRADITIONELE AANDUIDINGEN

De Raad bevestigt dat hij vasthoudt aan de verdediging en de bescherming van de traditionele aanduidingen, gezien de belangrijke rol die zij in de handel vervullen. De Raad benadrukt de noodzakelijke samenhang tussen de bilaterale overeenkomsten en de communautaire regelgeving inzake etikettering, waarbij hij vooral doelt op het bestaan van twee soorten aanduidingen, aanduidingen die op onweerlegbare wijze verbonden zijn aan geografische aanduidingen en aanduidingen die veeleer betrekking hebben op een wijze van wijnbereiding.

Traditionele aanduidingen die zeer nauw verbonden zijn met hun oorsprong moeten op dezelfde wijze beschermd kunnen worden als de oorsprongsaanduidingen en dus ook wanneer zulks mogelijk is middels de controle op de etikettering. Voor de overige aanduidingen is de Raad bereid om te bezien of landen die deze aanduidingen reeds gebruiken, daarmee door kunnen gaan, op de uitdrukkelijke voorwaarde dat deze landen zich houden aan voorwaarden die inzake productie, bereiding en afzet voorschriften opleggen die gelijkwaardig zijn aan die in de Europese Unie, zodat de voorwaarden voor een eerlijke concurrentie gehandhaafd blijven en een goede voorlichting van de consument wordt gewaarborgd.

III. OENOLOGISCHE PRAKTIJKEN

De Raad bevestigt dat hij vasthoudt aan de gezamenlijke opstelling van een positieve lijst van erkende oenologische praktijken die aan iedere bilaterale overeenkomst worden gehecht.

In dezelfde geest moeten de procedures in de toekomst een evaluatie mogelijk maken van iedere nieuwe oenologische praktijk op basis van onderstaande beginselen:


- de noodzaak om de gezondheid van de consument te beschermen,
- de noodzaak om daarnaast de authenticiteit van het product te beschermen. In het bijzonder moeten de oenologische praktijken (waarvoor in de Unie een strikte toepassing geldt die de authenticiteit en het karakter van het product respecteert en die uiting geeft aan de communautaire wijnbouwtraditie) de belangrijkste kenmerken veiligstellen van de oogst, die daaraan zijn eigen karakter ontleent,

- een benadering die gedifferentieerd wordt al naar gelang de door de derde landen verstrekte inlichtingen, met name over de bodemgesteldheid en het klimaat en de betrokken hoeveelheden, maar zonder dat wordt getornd aan het beginsel dat de kwaliteit van de wijn rechtstreeks is verbonden aan de wijze van wijnbouw.

Gedurende de evaluatie en eventueel in afwachting van de afloop van de overleg- en arbitrageprocedures zal de handel tussen de partijen bij de overeenkomst evenwel niet worden onderbroken.

Wat betreft de vraag welke graad van precisie er moet worden gehanteerd, blijft de Raad er aan vasthouden dat er exacte referenties worden gebruikt die zijn gedefinieerd door de communautaire norm, eventueel en indien nodig aangepast aan de zich voordoende situaties en rekening houdend met de werkzaamheden van met name het OIV (Internationaal wijnbureau).

IV. GESCHILLENREGELINGSPROCEDURE VOOR FYTOSANITAIRE ASPECTEN

Teneinde het risico van een onverwachte onderbreking van de handelsstromen te vermijden, hetgeen schadelijk zou zijn voor de handel, is de Raad van mening dat in de bilaterale overeenkomsten beveiligde procedures moeten worden ingebouwd voor het toezicht op en de regeling langs bilaterale weg van geschillen die tussen de partijen kunnen ontstaan, in het bijzonder over pesticiden en contaminanten, in geval van gevaar voor de gezondheid of het milieu. In afwachting van de afloop van eventuele geschillen, wordt de handel tussen de partijen bij de overeenkomst niet onderbroken.

V. TARIEFCONCESSIES EN DOUANEOORSPRONGSREGELS

De Raad bevestigt dat hij eraan hecht dat in de bilaterale overeenkomsten preferentiële douaneoorsprongsregels worden vastgesteld waarin voor wijn de in de Unie toegepaste regel van "geheel en al in dat land verkregen" wordt erkend.

De tariefconcessies moeten worden bezien in het licht van het huidige door de Raad vastgestelde kader, en in het bijzonder van de vooruitgang die is geboekt op het gebied van geografische en traditionele aanduidingen.

VI. GEDISTILLEERDE DRANKEN

Voorzover deze problemen zich op gelijkaardige wijze voordoen voor gedistilleerde dranken, en onverminderd het standpunt van de Europese Unie ten aanzien van de bescherming van de geografische aanduidingen en beschermde benamingen krachtens de communautaire regelgeving, is de aldus vastgelegde gedragslijn van toepassing.

VII. VERLOOP VAN DE ONDERHANDELINGEN

De Commissie brengt de Raad landbouw regelmatig op de hoogte van het verloop van de onderhandelingen, waarvan alle onderdelen met elkaar in evenwicht moeten zijn."

Eiland Man: invoer van schapenvlees en rundvlees

De Raad nam de beschikking aan houdende verlenging tot eind 2005 van de geldigheidsduur van Beschikking 82/530/EEG waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd de autoriteiten van het eiland Man toe te staan een stelsel van bijzondere invoervergunningen toe te passen voor schapenvlees en rundvlees. Doel hiervan is de invoer van schapenvlees en rundvlees zodanig te beperken dat de interne productie niet wordt verstoord.

GMO in de sector zaaizaad

De Raad nam een wijziging aan op Verordening (EEG) nr. 2358/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad.

Met deze verordening wordt beoogd Finland, wegens zijn specifieke klimatologische omstandigheden, de mogelijkheid te laten behouden om, onder voorbehoud van machtiging door de Commissie, steun te verlenen voor de productie van bepaalde zaden.

MILIEU

Benzeen en koolmonoxide in de lucht

Aangezien de Raad heeft ingestemd met het enige amendement dat het Europees Parlement in tweede lezing op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad heeft ingediend, wordt de Richtlijn betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht geacht te zijn aangenomen in de vorm van het door het Parlement geamendeerde gemeenschappelijk standpunt. In overweging 11 spreekt het Parlement de wens uit dat bij de herziening van de richtlijn in 2004 eveneens rekening wordt gehouden met de luchtverontreiniging in binnenruimtes.

In de richtlijn worden voor het eerst voor de gehelde EU luchtkwaliteitsnormen vastgesteld voor de gehele EU met betrekking tot de aanwezigheid van benzeen en koolmonoxide in de lucht. In de richtlijn wordt een grenswaarde gesteld voor benzeen van 5 µg/m3, waaraan op 1 januari 2010 moet zijn voldaan, en voor koolmonoxide van 10 mg/m3 waaraan op 1 januari 2005 moet zijn voldaan. Hiertoe moeten de emissies van benzeen met 70% worden teruggedrongen en moeten de piekwaarden van CO met een derde naar beneden.

Zoals bekend is koolmonoxide een van de meest voorkomende toxische stoffen die de lucht verontreinigen en schaadt de stof de menselijke gezondheid doordat de voor het lichaam beschikbare hoeveelheid zuurstof wordt verminderd. Van benzeen is bekend dat het een genotoxische kankerverwekkende stof is die het risico op leukemie verhoogt. Voor beide stoffen is het wegverkeer de belangrijkste emissiebron. Voor benzeen zijn ook de brandstofdistributie, petroleumraffinaderijen en de chemische industrie belangrijke bronnen van emissie, terwijl koolmonoxide ontstaat bij alle verbrandingsprocessen.

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Verdrag van Den Haag - informele vergadering in Washington

De Raad bevestigde dat hij akkoord gaat met de ontwerp-verklaring van het voorzitterschap voor de informele vergadering in Washington (30 oktober tot en met 1 november 2000), die zal worden gehouden in het kader van de voorbereiding van een toekomstig Verdrag van Den Haag inzake rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen.

Financieel reglement SISNET - wijziging

De Raad nam een besluit aan tot wijziging van bepaalde aspecten van het financieel reglement SISNET. Hiermee wordt beoogd een aantal praktische moeilijkheden te verhelpen die voortvloeien uit het financieel reglement met betrekking tot de budgettaire aspecten van de sluiting en het beheer van de SISNET-overeenkomsten.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie