Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag 8e zitting VN-Commissie voor Duurzame Ontwikkeling

Datum nieuwsfeit: 24-10-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=402082



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 DEN HAAG Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 24 oktober 2000 Auteur drs. W. Ramsoekh

Kenmerk DVF/FS-0687/00 Telefoon 070-3484863

Blad /1 Fax 070-3484817

Bijlage(n) 1 E-mail dvf-(fs@minbuza.nl)

Betreft VN/Commissie voor Duurzame Ontwikkeling/ Verslag 8e zitting

Zeer geachte Voorzitter,

Hierbij heb ik het genoegen U, mede namens de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

het verslag van de achtste zitting van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties aan te bieden, die heeft plaats gevonden in de periode 24 april - 5 mei 2000.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Eveline Herfkens

Verslag van de achtste zitting van de VN-Commissie voor Duurzame Ontwikkeling, New York, 24 april - 5 mei 2000

Inleiding

De achtste bijeenkomst van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (CSD-8) viel uiteen in drie delen, te weten een Multi-stakeholder Dialogue (MSD), een High Level Segment (HLS) en de eigenlijke onderhandelingen. Op de agenda stonden de volgende onderwerpen: "Sustainable agriculture and rural development; integrated planning and management of land resources; financial resources/trade and investment/economic growth; preparation for the 2002 review of progress since UNCED". De Nederlandse delegatie werd geleid door minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en minister Brinkhorst van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Naast ambtelijke leden maakten ook leden van de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de Tweede Kamer en enkele vertegenwoordigers van maatschappelijke groepen deel uit van de delegatie.

Onderstaand volgt een verslag van de bijeenkomst.

I. Multistakeholder dialogue (24-25 april)

De eerste twee dagen van CSD8 werden gewijd aan de multi-stakeholder dialogue. In elk van de vier segmenten kregen eerst de verschillende belangengroeperingen, International Federation of Agricultural Producers/Via Campesina, International Agri-Food Network, Vakbonden en NGO's, het woord. Vervolgens kregen een lidstaat uit respectievelijk het Noorden en het Zuiden gelegenheid om te reageren. Elk segment bood tot slot de mogelijkheid tot discussie, waaraan helaas te weinig door lidstaten werd deelgenomen.

I.1. Choices in agricultural production techniques, consumption patterns and safety regulations: potential threats to agriculture

Na een inleiding van de vier major groups en reacties van Bolivia en Minister Brinkhorst van LNV constateerde Vz Mayr convergentie over een noodzakelijke verhoging van de voedselproductie, hoewel over de implementatie verschillend werd gedacht. Vz stelde daarom twee vragen: 'Hoe kan nieuwe technologie benut worden zonder negatieve effecten voor milieu en maatschappij?' en 'Kan de organische landbouw een optie zijn voor duurzaamheid in de landbouw?' Hiermee versmalde hij de discussie. Opgemerkt werd dat zowel de productie als de consumptie te divers en plaatsgebonden zijn om de keuze voor bepaalde productietechnologieën in deze vragen te 'vangen'. In zijn bijdrage aan de discussie hield minister Brinkhorst een pleidooi voor een hogere plaats voor de landbouw op de politieke agenda van ontwikkelingslanden, omdat deze sector een drijvende kracht is in deze landen.

Vz Mayr verzocht de vergadering ook te reageren op de vragen: 'Welke verandering in productie / consumptie systemen zijn noodzakelijk?' en '(Hoe) moet deze dialoog worden voortgezet?'.

Naar aanleiding van deze vragen ontspon zich een levendige discussie, die overigens niet tot heldere conclusies leidde.

II.2. Best practices in land resource management to achieve sustainable food cycles

In de bijdrage van de industrie stond centraal de zoektocht naar goede (landbouw)praktijken om te komen tot vergroting van de productiviteit in de landbouw onder het gelijktijdig waarborgen van de noodzakelijke randvoorwaarden van natuur en milieu. De boeren onderstreepten het belang van de positie van vrouwen en "small-scale farmers" in het streven naar duurzame landbouw en vroegen om steun voor de overschakeling van boeren naar organische landbouw. De vakbonden wezen op het belang van de werkvloer om te komen tot een meer op duurzaamheid gerichte inzet van hulpbronnen in de landbouw en op de noodzaak van het respecteren van wezenlijke rechten van werknemers, waaronder het recht zich te organiseren in vakbonden. De NGO's tot slot namen het in hun bijdrage op voor de "small-scale farmers" en hielden in dat verband een pleidooi voor een zodanige landhervorming, dat land van goede kwaliteit ook ten goede komt aan "small scale farmers".

Tijdens de discussie is lang en inhoudelijk stilgestaan bij de vraag wat nu precies verstaan moet worden onder duurzame landbouw. De uiteindelijke conclusie was dat deze discussie de noodzaak van een voortzetting van de dialoog tussen de betrokken maatschappelijke groepen ook na CSD-8 aantoonde. Van de zijde van de boeren werd nog stilgestaan bij het feit, dat in welke definitie van duurzame landbouw ook rekening gehouden moest worden bij de verschillende omstandigheden in klimaat, bodemgesteldheid, maatschappelijke organisatie en dergelijke en dat deze verschillen niet typisch waren voor de landbouw in het Noorden en de landbouw in het Zuiden, maar ook tussen typen landbouw in de betreffende regio's. De meningen liepen uiteen over de omvang van de bijdrage, die biologische landbouw kan leveren aan het oplossen van de problematiek van onvoldoende voedselzekerheid in de wereld.

Verschillende concrete aanbevelingen van deze sessie:


* voortzetting van de dialoog in een multi-stakeholder werkgroep tussen nu en 2002;


* onderzoek en voorlichting meer richten op agro-ecologie en de biologische landbouw;


* het versterken van boerenorganisaties;


* training van alle betrokkenen in het identificeren van goede (landbouw)praktijken en de introductie van betrokkenheid van alle belanghebbenden bij de implementatie ervan;


* het ontwerpen van nationale en internationale wettelijke mechanismen om landeigendom en -pacht voor allen zeker te stellen;


* het opzetten van een internationaal werkprogramma voor onderzoek en voorlichting over goede (landbouw)praktijken onder diverse omstandigheden;


* het tegengaan van niet-duurzame landbouwpraktijken;

* het ondersteunen van "small-scale farmers".

I.3. Knowledge for a sustainable foodsystem: identifying and providing for education, training, knowledge-sharing and information needs

De industriegroep meende dat de private sector steeds eenzamer staat wat betreft de financiering van onderzoek. De boerengroep claimde dat onderzoek door boeren gestuurd moet worden en traditionele systemen diende te ondersteunen. Vakbonden stelden dat kennis van landarbeiders niet voldoende werd benut. NGO's vroegen om beleid inzake opleiding en informatie over voedsel van alle betrokkenen bij de voedselketen, met name van boeren en inheemse volken.

Vz Mayr concludeerde na enige discussie dat verschillen bestaan over de appreciatie (wetenschappelijk vs traditioneel/inheems), het eigendom en de oriëntering van kennissystemen. Hij verzocht de bijeenkomst zich te concentreren op de opleiding van voorlichters, het gebrek aan financiën, de noodzakelijk geachte mechanismen om verandering van kennissystemen te stimuleren en de TRIPS discussie.

Over intellectuele eigendomsrechten (IPR) werd verschillend gedacht. Het huidige systeem van IPR beperkt het gebruik van inheemse en traditionele kennis. Gemeenschappen dienen gecompenseerd te worden voor het gebruik van hun (kennis over) genetische hulpbronnen. De schone beloften van GMO's verlokken tot het verlaten van die kennis. Wetenschappelijke en traditionele/inheemse kennissystemen kunnen gecombineerd worden.

I.4. Globalization, trade liberalization and investment patterns

De discussie was levendig en ging voornamelijk over de rol van subsidies in de landbouw.

Openingsstatements werden verzorgd door de agri-food business (met name over het wegnemen van handelsbarrières), de internationale federatie van voedselproducenten (de Nederlander Doorenbosch noemde zes kadervoorwaarden voor duurzame landbouw, waaronder een stabiele beleidsomgeving en regelgeving), de trade unions (met name over de arbeidsomstandigheden en werk in ILO) en door het Third World Network namens de NGO's (met name over de machttoename bij transnationale ondernemingen en bedreigingen door globalisering).

In de respons door de regeringsvertegenwoordigers benadrukte Zuid-Afrika de protectionistische tendens van het begrip multifunctionaliteit. De EU riep op tot het voorzichtig omgaan met subsidies, deze zijn niet als zodanig goed of slecht, het hangt er van af of ze bijvoorbeeld verstorend werken of onduurzame omstandigheden creëren. Duitsland stapte uit het EU-blok met een opmerking over het afbouwen van subsidies in 10 jaar. Frankrijk legde de nadruk niet zozeer op afbouw van subsidies maar op het beter laten werken van markten. Hiertoe zou wel eens temporisering van liberalisering nodig kunnen blijken. Frankrijk vroeg zich met andere woorden af of je de hele markt kan herstructureren door de subsidies af te schaffen. De EU herhaalde het commitment om te streven naar vrije markttoegang voor de minst ontwikkelde landen conform inzet voor Seattle en afspraken in Bangkok tijdens UNCTAD-X.

Vertegenwoordigers van de industrie vroegen om de afname van subsidies en het eind van protectionisme, en een duidelijk dispute settlement systeem voor problemen tussen de WTO en MEA's. Vakbonden pleitten voor een gedifferentieerde benadering van subsidies, en aandacht voor bescherming van de werkers. Boerenorganisaties benadrukten het maken van onderscheid tussen verstorende en niet-verstorende subsidies. Het gaat om het creëren van een level playing field met oog voor de sociale aspecten van landbouw. NGO's wensten een in-depth evaluatie van de gevolgen van handelsliberalisering met intussen een moratorium op de WTO-onderhandelingen.

II. High Level Segment (ministerieel niveau)(26-27 april)

II.1. Landbouw en landgebruik

Vanwege de lange sprekerslijst bleef er helaas weinig tijd over voor dialoog. Vz Mayr concludeerde dan ook dat de dialoog over landbouw en landgebruik na CSD8 moet doorgaan met als doel alsnog tot actiegerichte conclusies te komen. Hij haakte met deze conclusie in op de geluiden in deze richting die tijdens de Multi-Stakeholder Dialogue over landbouw herhaaldelijk waren geventileerd.

De G77 greep de behandeling van het thema landbouw aan om de ontwikkelde landen nog eens dringend te wijzen op de wenselijkheid te voldoen aan de ODA-norm van 0,7% BNP; op het belang van het vinden van een alomvattende oplossing van de schuldenproblematiek van alle ontwikkelingslanden en op het belang van een open en niet-discriminatoir multilateraal handelsbeleid. De G77 verklaarde niet alleen problemen te hebben met het concept van het multifunctionele karakter van de landbouw, maar ook zorgen te hebben over het concept van de duurzaamheidseffectrapportage. Verder drong Nigeria aan op meer aandacht voor de positie van vrouwen in de landbouw en voor de toegang van vrouwen tot landbezit/gebruik.

Namens de EU spraken het Portugese voorzitterschap over landgebruik en Commissaris Fischler over de landbouw. Onderstreept is het grote belang om door middel van een participatoire en transparante aanpak in het besluitvormingsproces te komen tot duurzaam en productief landbeheer. 'Good governance', gelijke toegang tot land voor allen en wettelijke waarborgen voor landgebruik, zijn daarbij van groot belang, terwijl voor de financiering in de eerste plaats de landen zelf verantwoordelijk zijn.

Verder heeft de EU - onder andere op verzoek van de G77 - haar medewerking aan het bereiken van de doeleinden van de Wereldvoedseltop (halvering van het aantal ondervoede mensen in 2015) bevestigd.

Minister Brinkhorst gebruikte zijn interventie om voort te bouwen op zijn betoog tijdens de Multistakeholder dialoog (MSD) door aan te dringen op een hogere plaats voor de landbouw op met name de politieke agenda van ontwikkelingslanden. Deze hogere plaats is gerechtvaardigd gezien de positie van de sector landbouw als economisch drijvende kracht in deze landen. In deze is niet alleen een belangrijke ondersteunende taak weggelegd voor donoren, maar ook voor internationale instituties als de FAO en de Wereldbank en de betrokken maatschappelijke groeperingen. Hij drong aan op voortzetting van de dialoog over landbouw en landgebruik na CSD8 in een 'Consultative Forum on Sustainable Agriculture and Rural Development'. Daarnaast maakte de Minister melding van het feit, dat hij samen met zijn collega-landbouwministers van Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland overeenstemming heeft bereikt om niet alleen een dialoog aan te gaan met de SADC-landen, maar ook te streven naar concrete samenwerking op het gebied van capaciteits- en institutionele opbouw met het oog op het bevorderen van voedselzekerheid en duurzame landbouwontwikkeling.

II.2. Bossen

Het rapport van de 4e zitting van het Intergovernmental Forum on Forests (29 januari-11 februari 2000, New York) is tijdens het HLS besproken.

Tijdens de korte gedachtenwisseling drong de G77 aan op voldoende financiële armslag om nationale implementatie van de IPF/IFF-voostellen voor actie mogelijk te maken. De EU benadrukte haar voorkeur voor de totstandkoming van een juridisch bindend instrument. Voortbouwend op de unilaterale verklaring die Nederland in de notulen van de Landbouwraad van 17 en 18 april jl. heeft laten opnemen, is op verzoek van Nederland de EU-verklaring aangescherpt met onder meer een oproep aan alle partners in het bossenproces om de implementatie van de IPF/IFF-voorstellen voor actie ter hand te nemen en als EU de bereidheid uit te spreken bij de implementatie een leidende rol op zich te willen nemen.

II.3. Financial Resources and Investment

In de voorbereide interventies en de daarop volgende dialoog kwamen geen nieuwe gezichtspunten naar voren. Zowel de ontwikkelingslanden als de geïndustrialiseerde landen brachten de bekende punten op. Van een echte gedachtenwisseling en enige toenadering was geen sprake. Dit bracht het VK (minister Foulkes) en Egypte (Tolba) er toe op te merken dat de opzet van de bijeenkomst dient te worden heroverwogen (geen formele toespraken, informele bijeenkomsten/discussie). Een oproep die tijdens het HLS vaker is gehoord.

II.4. Trade, Investment and Economic Growth

De G77 ging in op de bekende punten, zoals dat milieu niet een obstakel voor handel mag zijn, afbouwen van subsidies in het Noorden, toegang tot kennis en technologie, afname van ODA. De G77 sprak ook bezorgdheid uit over mogelijke gevolgen van moderne biotechnologie. De Europese Commissie, sprekend namens de EU, ging in op de drie peilers van duurzame ontwikkeling en legde de link met het Kopenhagen-proces en 'Financiering voor Ontwikkeling' in 2001. De EU benadrukte het nut van sustainability impact assessments (SIA) voor het nemen van de juiste beslissingen en refereerde aan de workshop hierover in Quito die mede door NL was gefinancierd. Hij benadrukte dat de EU nog steeds voorstander is van een brede WTO-ronde, en dat de WTO en MEA's gelijke status hebben. Ecuador verzorgde de officiële terugmelding, mede namens Nederland, van de workshop in Quito. SIA's werden gezien als middel om het vertrouwen te bevorderen. Vanuit de EU kwamen veel steunbetuigingen. Zelfs Brazilië was genuanceerd positief. Verder veel woorden over handel en ontwikkeling die wederzijds versterkend moeten zijn, zonder dat hieraan een concrete invulling werd gegeven. Onder andere Japan en de EU stelden dat het goed zou zijn als er milieu-richtlijnen zouden komen in verband met exportkredieten langs de lijn zoals nu aan de orde is in OECD.

Hoofdelementen voor de voortzetting van de discussie lijken: 1) SIA, en 2) het omgaan met het beginsel van 'common but differentiated responsibilities' in relatie tot het WTO-begrip 'special and differential treatment'.

II.5. Rio + 10

Het High Level Segment (HLS) inzake de voorbereiding van 'Rio + 10' (verder aan te duiden als 'de top') verliep in zoverre teleurstellend dat het grootste deel van de tijd werd besteed aan voorbereide statements in plaats van aan een echte dialoog.

Nigeria zei namens de G-77 dat de top in een ontwikkelingsland zou moeten worden gehouden, en dat het dus aan de G-77 is om te bepalen op welk land de keus zal vallen. Verder meende de G-77 dat de CSD zou moeten worden omgevormd tot een PrepCom van alle VN-lidstaten. Als dat niet mogelijk zou blijken te zijn, dan zou er een aparte PrepCom moeten komen.

Portugal sprak de vantevoren binnen de Unie afgestemde tekst uit, met als opvallende afwijking dat de passage over de voorgestelde titel (World Summit on Sustainable Development), die wel in de uitgedeelde tekst stond, niet werd uitgesproken. Het VK stelde voorts in een eigen interventie uitdrukkelijk voor om de top aan te duiden als 'Summit on Poverty, Development and the Environment'.

De overige interventies kenden een aantal gemeenschappelijke elementen. Zo was er een vrij brede consensus over de wenselijkheid van het houden van de top buiten New York. Ook werden thema's als globalisering, armoedebestrijding, productie/consumptiepatronen, regionale voorbereiding, participatie door 'major groups', financiering, waterbeheer, bossenbeheer en voedselveiligheid regelmatig genoemd. Verder werd van alle kanten betoogd dat Agenda 21 niet ter discussie mag staan.

Na afloop van de voorbereide toespraken was er nog een korte ronde van dialoog. Minister Pronk kreeg veel bijval toen hij benadrukte dat het centrale thema van de top 'Quality of Life' zou moeten zijn en dat de uitkomst van de top niet een vantevoren ambtelijk uitonderhandelde tekst zou mogen zijn, maar het resultaat van het politieke debat op de bijeenkomst zelf.

III. Onderhandelingen (1-5 mei)

Vooraf.

De onderhandelingen tijdens CSD8 verliepen moeizaam. In vergelijking met CSD7 kon minder duidelijk een lijn getrokken worden van 'multi-stakeholder dialogue' (MSD) via 'High-level segment' (HLS) naar de uitendelijke CSD8-beslissing. De G77 reageerde terughoudend op nieuwe ideeën en soms bleek het zelfs nauwelijks mogelijk eerder overeengekomen tekst overeind te houden.

III.1. Duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling

Tijdens de onderhandelingen toonde de Nigeriaanse G77- vertegenwoordiger zich weinig inschikkelijk en weigerde akkoord te gaan met vernieuwende voorstellen. Ook weigerde de G77 enkele malen zelfs in te stemmen met eerder in het kader van hoofdstuk 14 van Agenda 21, de Habitat Agenda en de Wereldvoedseltop overeengekomen teksten. Bovendien hield de G77 zich niet aan het tijdschema en liep enkele malen tijdens het onderhandelingsproces de zaal uit. Op de laatste dag dreigde de G77 alles wat de groep niet zinde te willen schrappen. Door ingrijpen van de voorzitter van de contactgroep en een gezamenlijke actie van alle donoren, op initiatief van de EU, ontstond daarna weer een goed onderhandelingsklimaat.

Tot het allerlaatste moment was het onzeker of er over alle onderwerpen overeenstemming kon worden bereikt. De discussie heeft zich toegespitst op de volgende onderwerpen:


- de uiteenlopende functies van de landbouw en eventueel door CSD8 op dat punt te ondernemen actie (multifunctionele karakter van de landbouw):

De G-77 heeft - met name onder invloed van de in die groep op dit punt overheersende landen als Argentinie, Brazilie en Zuid-Afrika - elke verwijzing naar het multifunctionele karakter van de landbouw van de hand gewezen. De EU heeft niet aangedrongen op opneming in de tekst van het begrip 'multifunctionaliteit' als zodanig, maar zich geconcentreerd op het zo goed mogelijk verwoorden van de inhoud van het begrip. Deze strategie is in die zin succesvol geweest, dat landbouw in de tekst gekwalificeerd wordt als een "important and special" activiteit in de samenleving. Verder zijn de functies, die de EU aan de landbouw had toebedeeld, uiteindelijk bijna allemaal in de tekst opgenomen.


- landbouw en water;

Een referentie naar de Conferentie van Den Haag kon geen genade vinden in de ogen van de G77. Daaraan lagen zowel inhoudelijke redenen ten grondslag (de toegang tot water tegen "affordable" kosten werd onder meer afgewezen, evenals de absolute eis van landen als Turkije, Soedan en Egypte om waterbeleid als een uitsluitend nationale aangelegenheid te beschouwen) als procedurele (de weigering van Brazilie om de ministeriele verklaring van Den Haag als een aanvaard document te erkennen). Uiteindelijk is besloten een paragraaf op te nemen op basis van de zoetwatertekst van CSD6.


- landbouw en biotechnologie;

In een contactgroep is over dit onderwerp op relatief snelle wijze overeenstemming bereikt, waarbij op evenwichtige wijze aandacht is geschonken aan de zorgen van enerzijds G77, EU en landen als Noorwegen over ongebreidelde toepassing van biotechnologie en anderzijds aandacht is besteed aan de opvattingen van de Miami-Groep (Verenigde Staten en leden van de Cairns-groep).


- wereldhandel in landbouwprodukten;

Met het oog op de moeizame discussie over handel is besloten tot een middenweg. Er zijn twee handelsparagrafen opgenomen, waarin de positie van ontwikkelingslanden, in het bijzonder de minst ontwikkelde ontwikkelingslanden, centraal staat.


- voortzetting van een 'multi-stakeholder dialogue'.
De EU heeft een basistekst ingediend op basis waarvan besloten kon worden tot voortzetting van een 'multi-stakeholder dialogue' na CD8. De FAO heeft publiekelijk aangekondigd bereid te zijn een eerste 'multi-stakeholer dialogue'-bijeenkomst te organiseren in januari 2001.


- financiering

Pas na langdurige discussie was de G77 bereid een tekst over financiering van duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling te aanvaarden. Strijdpunt was het (opnieuw) introduceren van het belang van binnenlandse geldbronnen voor de financiering van dergelijk beleid. Uiteindelijk is als compromis een tekst gevonden in de evaluatie van Agenda 21 en CSD in 1997, die stelt dat de financiering van de implementatie van Agenda 21 in het algemeen dient plaats te vinden uit binnenlandse geldmiddelen.

III.2. geintegreerd landbeheer

Hoewel de discussie over de beslissing van CSD8 over geïntegreerd landbeheer in een positievere sfeer verliep dan die over het hoofdstuk duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling, zijn ook hier concrete resultaten tot het allerlaatste moment uitgebleven. De overeenstemming over een groot deel van de tekst werd lange tijd opgehouden door de weigering van de G77 in te stemmen met paragrafen over 'good governance', 'equal access to land' en 'legal security of land tenure'. Naast deze onderwerpen is er vooral lang gediscussieerd over water, de relatie tussen landgebruik en landmijnen en tussen landgebruik en mijnbouw.


- 'Good governance'

Tijdens het EU-overleg over dit speerpunt moest het voorzitterschap herhaalde malen tot scherpere actie gemaand worden, want het was geneigd op dit punt naar de zin van vooral Nederland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en Duitsland te snel met minder aanvaardbare teksten in te stemmen. Uiteindelijk is ingestemd met de tekst 'transparant, effective, participatory and accountable governance conducive to sustainable development and responsive to the needs of people.'


- 'Equal access' en 'legal land tenure'

De G77 zei weinig boodschap te hebben aan bestaande teksten uit de Habitat agenda, aangezien die agenda niet over geïntegreerd landbeheer gaat maar over huisvesting. Bovendien verweerde de G77 zich door te verwijzen naar traditionele waarden en culturele tradities ten aanzien van landtoegang en landbezit. Nigeria wist daarbij bloemrijk te verhalen over eigen ervaringen met het familiebezit in een Nigeriaans dorp. Uiteindelijk is de EU akkoord gegaan met een compromisvoorstel van de Pakistaanse facilitator, waarbij erkend wordt dat er verschillende nationale wetgevingen en/of systemen van landtoegang en -bezit bestaan.


- Landgebruik en water

De EU heeft besloten in het hoofdstuk geïntegreerd landbeheer af te zien van een paragraaf over water (beter geen tekst dan een slechte tekst, waarin waterbeleid tot een nationale aangelegenheid wordt verklaard).


- Landgebruik en landmijnen

Van de zijde van de G77 is de problematiek aan de orde gesteld van landdegradatie in verband met de aanwezigheid van landmijnen gericht tegen soldaten en tegen tanks.


- Landgebruik en mijnbouw

Door Canada, ondersteund door de G77, is de problematiek van het verband tussen landdegradatie en mijnbouwactiviteiten aan de orde gesteld.

III.3. Handel en economische groei

Over de tekst inzake handel en economische groei werd pas na zeer moeizame onderhandelingen een akkoord bereikt. Belangrijkste punten waren: uitfasering (handelsverstorende, of milieu- onvriendelijke) subsidies, het buiten het milieudomein brengen door de G77 van de notie 'common but differentiated responsibilities' uit de Rio principes, rol en doel van sustainability impact assessments (SIA), een multilateraal kader voor investeringen en het afzwakken van (o.a.milieu-) standaards voor het aantrekken van investeringen, certificering, arbeidsomstandigheden, relatie MEA's en WTO. Binnen de EU bestond hechte consensus over de inzet. Harde onderhandelingen waren nodig om eerdere aanbevelingen van de CSD overeind te houden. Er is geen meerwaarde bereikt. De uiteindelijke tekst bevat nu wel verwijzingen naar SIA's, sociale aspecten (niet de term 'core labour standards'), subsidies, bijdrage FDI aan sustainable development (in plaats van expliciete vermelding niet verlagen van milieu-standaarden). Er zijn goede teksten opgenomen over de verhouding tussen MEA's en WTO, over subsidies, en over de rol van certificering voor het 'promoten' van duurzame productie- en consumptiepatronen , de rol van investeringen ter bevordering van duurzame ontwikkeling en het ontwikkelen van mechanismen voor milieu-evaluaties van met exportkredieten ondersteunde projecten.

III.4. Financial Resources and Mechanisms

Door de G77 is gewezen op het beginsel van 'common but differentiated responsibilities'. Voorts werd gewezen op ODA als belangrijkste externe bron van financiering en de noodzaak van nieuwe financieringsbronnen. Bij herhaling werd richting ontwikkelde landen aangedrongen op nakoming van financiele verplichtingen in het kader van de implementatie van Agenda 21. De VS wees wederom op de onomkeerbaarheid van de neergaande trend in ODA en de groei in (het belang van) 'private capital flows'.


- 'Governance'

Vanuit de EU is gepleit voor een verwijzing naar goed bestuur. De G77 weigerden hiermee in te stemmen. Uiteindelijk is er een tekst geformuleerd waarin verwezen wordt naar 'transparent, effective, participatory and accountable governance, conducive to sustainable development and responsive to the needs of the people.' (zie ook hierboven).


- Global Environment Facility

De tekst inzake het 'Global Environment Facility (GEF)' is in afgezwakte vorm geaccepteerd. Het voorstel van de G77 met betrekking tot een verhoging van de GEF-middelen tijdens de eerstvolgende 'replenishment' bleek voor de meeste ontwikkelde landen niet acceptabel. Men voelde meer voor het compromisvoorstel van de EU ('governments should adjust its resources accordingly'). Het compromisvoorstel bleek voor de G77 echter weinig relevantie te bezitten waardoor er uiteindelijk geen verwijzing naar een verhoging van GEF-middelen is opgenomen. Het EU-tekstvoorstel inzake versterking en verbreding van het GEF binnen het mandaat is zonder problemen overgenomen.

III.5. Voorbereiding van 'Rio + 10'

CSD8 boog zich over de voorbereiding van de volgende 'comprehensive review' van de uitvoering van de resultaten van UNCED, die in 2002 zal plaatsvinden.

De EU heeft tevergeefs geprobeerd om een aantal substantiële thema's indicatief in de tekst opgenomen te krijgen. Uiteindelijk wilde de G77 niet verder gaan dan een verwijzing naar 'possible main themes', die door de 55e AVVN zouden kunnen worden aangewezen. Overigens wordt in de tekst wel uitdrukkelijk verwezen naar de discussie tijdens het HLS.

De belangrijkste elementen van het besluit dat uiteindelijk is overeengekomen, zijn:


1. In 2002 zal eerst de tiende zitting van de CSD plaatsvinden, gevolgd door een topconferentie;


2. Agenda 21 blijft het kader en zal niet worden opengebroken;

3. CSD10 zal worden omgevormd tot PrepCom voor de top;

4. De eerste zitting van CSD10 zal plaatsvinden in de week direct volgend op CSD9;


5. De top zal buiten New York, bij voorkeur in een ontwikkelingsland worden gehouden;


6. Major Groups moeten kunnen participeren in de voorbereiding en in de top zelf.

De VS handhaafden hun reserve ten aanzien van punt 5. Dit werd overigens door Nigeria luchthartig afgedaan met de mededeling dat hij verwachtte dat de VS uiteindelijk toch wel over de brug zouden komen.

III.6 Bossen

CSD8 aanvaarde een kort procedureel besluit waarin het rapport van IFF4 werd verwelkomd en ECOSOC en de AVVN werden verzocht conform de annex van het rapport actie te nemen ten aanzien van de institutionele voorzieningen binnen de VN voor een internationaal mechanisme voor bossen zoals aanbevolen door IFF-4. Om dit proces te vergemakkelijken is in de CSD8-beslissing een voorstel van Canada overgenomen om voorafgaand aan de ECOSOC-zitting (juli 2000) informele consultaties over dit onderwerp te beginnen.

IV Nabeschouwing

De multi-stakeholder dialoog droeg een levendig en inderdaad interactief karakter, al bleven de reacties en overige bijdragen van de gouvernementele deelnemers zeer beperkt. De verdienste van deze dialoog tussen vooral de diverse representanten van 'civil society' en enkele internationale organisaties was dan ook het overzicht dat aldus in dit VN-forum werd gepresenteerd van die opvattingen.

Ook binnen de CSD zelf bleken de opvattingen vaak uiteen te liggen. G-77 landen stelden zich vaak defensief op ten aanzien van specifieke maatregelen inzake duurzame landbouw, en de notie van multifunctionaliteit van landbouw en landgebruik stuitte tijdens deze zitting op niet te overwinnen reserves bij de leden van de Cairns-groep.

De discussies over financieringsbronnen en -mechanismen voor duurzame ontwikkeling verliepen weinig bevredigend en stonden reeds in het teken van de voorbereidingen van 'Rio + 10.

Bij het subthema 'handel en investeringen' werden bijna alle eerder gevoerde discussies nog eens overgedaan zonder dat dit iets nieuws opleverde.

Ook werd wederom langdurig onderhandeld over het gebruik van het begrip 'good governance', resp. een omschrijving daarvan.

CSD-8 verliep aldus minder bevredigend dan de CSD in eerdere jaren, ook indien men het niet tot de eerste taken van de CSD rekent om met concrete, operationele resultaten te komen. Het onderhandelingsproces in de tweede week, met drie nachtzittingen, verliep moeizaam. Als verklarende factoren kunnen worden genoemd:

de agenda; de sector landbouw ligt om tal van redenen gevoelig en is in andere internationale fora voorwerp van overleg; de deskundigheid van veel CSD-delegaties t.a.v. dit onderwerp liet te wensen over, terwijl ook het aantal deelnemende vakministers voor dit thema te beperkt bleef; de cross-sectorale thema's waren eveneens te zeer verbonden met elders lopende onderhandelingsprocessen;

de door de intersessionele zitting in februari voorbereide onderhandelingsteksten waren veel te lang en bevatten tal van kwesties waarvoor geen oplossing van de CSD kon worden verwacht;

het zwakke voorzitterschap van Juan Mayr, die zich in de onderhandelingsfase niet liet zien en kennelijk alleen geïnteresseerd was in het procedurele besluit inzake RIO+10; hij werd bovendien gesecondeerd door een viertal zwakke co-voorzitters.

Het functioneren van CSD8 is ook tijdens het informele ochtendoverleg tussen de ministers in kritische zin aan de orde geweest. Eén en ander zal zeker verder worden besproken in de voorbereiding van en tijdens RIO+10".

De EU heeft in de onderhandelingen in het algemeen goed gefunctioneerd. Wel is duidelijk dat een beperkt aantal landen binnen de Unie de toon aangeeft, mn. het VK, NL, Zweden en Denemarken, gevolgd door Duitsland, Frankrijk, Finland en Oostenrijk. De overige landen intervenieerden niet of nauwelijks, als ze al aanwezig waren. Het is niet echt duidelijk hoe aan deze ongewenste situatie een eind kan worden gemaakt.

Kenmerk
Blad /1

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie