Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

BZ toespraak conflictpreventie in Afrika

Datum nieuwsfeit: 25-10-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken


www.minbuza.nl\content.asp?Key=402075



Dit is de derde opeenvolgende maandagavond dat ik optreed in de krachttour voor Afrika. Eerder hadden we het over handel en over media. Het onderwerp van vanavond - conflictpreventie - is van die drie misschien wel de grootste krachttoer. Conflicten in Afrika staan in het brandpunt van mijn belangstelling. Evenals de vraag hoe we ze kunnen beeindigen en voorkomen. Zie het debat over onze deelname aan de vredesmissie in Eritrea en Ethiopie. Maar de verschillende onderwerpen staan niet los van elkaar. Het licht valt steeds op een andere kant. Het blijft een en dezelfde diamant.

Ik ga graag in op de vraag die de EVS vanavond centraal heeft gesteld: de rol van de bilaterale Nederlandse ontwikkelingshulp in conflictpreventie.

Twee opmerkingen vooraf.

Ik hou niet zo van het begrip conflictpreventie. De vele conflicten die al woeden in Afrika vallen er buiten. Dat lijkt me weinig zinvol. Bovendien gaat het mij om meer dan alleen geweldsuitbarstingen op korte termijn helpen voorkomen. Die invulling is te beperkt. Samenlevingen moeten veerkracht ontwikkelen. Om politieke en economische geschillen op vreedzame wijze op te lossen. Daar gaat het om. Het begrip 'vredesopbouw' dekt die lading beter.

De rol van onze hulp. De mogelijkheden en onmogelijkheden van Nederland. Het zijn zinnige vragen, maar laten we niet gaan borstkloppen of navelstaren. Iedereen is het er inmiddels wel over eens dat wij, als deel van de buitenwacht, bij de oplossing van Afrikaanse problemen niet de doorslaggevende rol spelen. Het is in de eerste plaats aan de Afrikanen zelf om hun lot in eigen hand te nemen. Om verantwoording te nemen voor hun eigen ontwikkeling. Dat kunnen wij niet van hen overnemen, want dat werkt niet. Afrikanen kopen niets voor betutteling. Een luisterend oor en een ferme steun in de rug. Dat moeten we bieden. Op vele manieren en via vele kanalen: via overheden, internationale organisaties en particuliere organisaties.

Over naar het bilaterale beleid. Ik vergeleek Afrika net met een diamant, waarvan we vanavond een kant belichten: vredesopbouw. De andere kanten staan daar niet los van. Je kunt conflicten niet helpen oplossen of voorkomen zonder stil te staan bij bestrijding van armoede. Bij verbetering van beleid en bestuur. Bij democratisering. Bij het bieden van meer ruimte aan Afrika in de handel. Die samenhang moeten we niet uit het oog verliezen. Ik vind het onzinnig om alleen op een smaldeel van de bilaterale activiteiten de sticker 'vredesopbouw' te plakken. Daarvoor is de onderlinge verwevenheid veel te groot.

Onze langdurige steun aan arme Afrikaanse landen, die ernst maken met goed bestuur, kun je ook zien als een bijdrage aan conflictpreventie, aan vredesopbouw. Structureel, buiten de schijnwerpers van de mediahypes. Vaak ook zonder direct zichtbare resultaten. Niet uitgebroken conflicten komen nu eenmaal niet in de geschiedenisboeken.

Maar die bijdrage is daarom nog niet minder reeel of belangrijk. Want te denken dat het allemaal wel snor zit in die kernlanden waarmee we samenwerken berust op een misverstand.

Neem Mozambique. Jarenlang een bloedige burgeroorlog. Tot dusver een van de meest succesvolle voorbeelden van conflictoplossing. De steun van de internationale gemeenschap heeft de regering de kans gegeven ruimhartig met de gewapende oppositie om te gaan. Die is nu opgenomen in het politieke bestel. Maar het is niet zeker of dat proces de goede kant op blijft gaan. De oppositie krijgt weinig ruimte.

Of neem Rwanda, waarvan ik net heb voorgesteld het toe te voegen aan de kernlanden. De genocide ligt nog vers in het geheugen. Rwanda is een kwetsbaar land met een zeer traumatisch verleden in een zeer roerige regio.

Of neem Mali. Tien jaar geleden nog een corrupte dictatuur. Pas sinds enkele jaren de strijdbijl in het noorden begraven tussen regering en nomaden. Een nog altijd straatarm land met een wankele toekomst.

Of neem Zambia, grenzend aan de grootste oorlog in Afrika. In november staat een bezoek aan dat land gepland, samen met mijn collega's uit Zweden, Engeland en Noorwegen, zodat we niet steeds lastig hoeven te vallen met verschillende missies.

Er is in elke maatschappij strijd om de verdeling van de koek. Dat brengt spanningen met zich mee, zeker in de armste landen waar de koek nu eenmaal niet groot is. Het vermogen van Afrikaanse overheden om conflicterende belangen op vreedzame wijze te sturen is niet goed ontwikkeld. De stabiliteit is ook kwetsbaar, omdat er in die landen vaak nog teveel sprake is van een politieke cultuur naar het 'winner takes all' model. Dat wil zeggen: nog te weinig een participatief, inclusief model.

De landen waarmee we nauw samenwerken zijn geen groene oases van stabiliteit en zekerheid. Het zijn geen Afrikaanse paradepaardjes waar we veilig op kunnen inzetten, terwijl we de mankepoten aan hun lot overlaten. Het zijn wel landen waar de signalen op groen staan, waar de intenties deugen. En waar onze inzet daarom effectiever kan zijn.

Met al die landen hebben we intensieve relaties. Daarom kunnen we daar ook een rol van betekenis spelen. Ik spreek de leiders van die landen regelmatig. Ook over de conflicten in hun land of regio. Onze ambassades in die landen beschikken over veel contacten. Niet alleen met overheden, maar ook met tal van maatschappelijke organisaties. Die proberen ze meer bij het beleid te betrekken. Want uitsluiting en marginalisering zijn voedingsbodems voor geweld.

Als ik naar die landen toega, spreek ik niet alleen de autoriteiten in de hoofdsteden. Ik spreek met mensen in het veld, academici, vrouwenbewegingen. De boodschap die ik uitdraag? Bij verbetering van bestuur en beleid. Bij armoedebestrijding met eerlijke verdeling van de koek. Bij decentralisatie. Bij corruptiebestrijding. Bij participatie van maatschappelijke en politieke krachten in uw land. Bij al die onderwerpen vindt u Nederland aan uw zijde.

Waar mogelijk draag ik die boodschap uit samen met anderen, bijvoorbeeld in Utstein-verband. Dat zijn de ministers van Noorwegen, Engeland, Duitsland en Nederland. We waren samen te gast op de EVS-dag over Afrika eerder dit jaar.

Omgekeerd kunnen we natuurlijk hulp aan regeringen die betrokken zijn bij conflicten wel opschorten. Dat gaat dan vergezeld van een weloverwogen strategie voor hervatting van de hulp. Kortom: gebruik maken van de honing en van de vliegenmepper.

Een goed voorbeeld is het koppel Ethiopie en Eritrea. Bij de oplossing van dat conflict spelen we inmiddels via onze deelname aan UNMEE meer dan een bilaterale rol voor beide landen

De bevriezing van de hulp blijft in eerste instantie gehandhaafd. Bij positieve ontwikkelingen zullen we de ontwikkelingsrelatie geleidelijk, stap voor stap, hervatten. Gericht op demobilisatie en reintegratie. Gericht op vredesopbouw via ondersteuning van de civil society. Zo gaan we stapgewijs richting naar de normalisatie van de betrekkingen waar deze week in de Kamer ook Melkert op aandrong. Uitgangspunt bij de ontdooiing is 'evenhandedness'. Naarmate het vredesproces vordert en beide landen gepaste maatregelen nemen op gebied van goed economisch en algemeen bestuur, zullen beide partijen meer hulp krijgen. Zoveel mogelijk zullen we dit afstemmen met gelijkgezinde landen.

Kortom, in de kernlanden waarmee we een nauwe relatie hebben, dragen onze activiteiten direct en indirect bij aan vredesopbouw. Maar wat is onze rol in landen waarmee we geen langdurige hulprelatie hebben? Ook daar valt heel veel over te zeggen. Ik zal me beperken tot de hoofdlijnen.

Ten eerste zijn er Afrikaanse landen waar we ons expliciet richten op verbetering van mensenrechten, goed bestuur en vredesopbouw. Zo zijn we betrokken bij demilitarisatie in Bissau. En onze jarenlange relatie met Kenya richt zich nu geheel op verbetering van het bestuur. Dat is hard nodig in dat land, waar de gewapende binnenlandse conflicten uit de hand dreigen te lopen.

Verder heb ik in mijn begroting een centraal beheerde pot voor goed bestuur en vredesopbouw. Zo'n dertig miljoen gulden daarvan gaat naar vredesopbouw, waarvan een groot deel in Afrika. Trouwens, vijftig procent van al onze bilaterale hulp gaat naar Afrika.

Een greep uit de dossierkast:


· Steun voor het Carter Center dat bemiddelt tussen Sudan en Uganda. Dit in de eerste plaats om de invloed van het Leger van de Heer in Noord-Uganda tegen te gaan. Als direct uitvloeisel daarvan is er een accoord tussen Uganda en Soedan getekend, terwijl nu verder wordt gewerkt aan herstel van diplomatieke relaties tussen beide landen.


· De ondersteuning van de IGAD gericht op vrede in Sudan. Vrede in Sudan is de verantwoordelijkheid van de landen in de regio. Dat wordt financieel mede mogelijk gemaakt door Nederland, Noorwegen en nog een paar landen.


· In Congo betalen we mee aan de diplomatieke bemiddelingspogingen door de Botswaanse ex-president Masire. En in Burundi de pogingen van Mandela. Tegelijkertijd financieren we daar versterking van grass root organisaties en hun bijdrage aan vrede via UNDP.


· Training van Afrikaanse vredeshandhavers.


· Steun aan programma's om kindsoldaten na afloop van een conflict in staat te stellen weer een zo normaal mogelijk leven te leiden.


· Financiële bijdrage aan VN-programma's voor ontwapening, demobilisatie en reintegratief (DDR-programma's).

Dit zijn allemaal uitgaven die meetellen als echte ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast hebben we nu een vredesfonds met vijftien miljoen gulden waaruit we ook puur militaire zaken kunnen betalen.

Landen in conflict vergen actieve politieke betrokkenheid van de internationale gemeenschap. Niet alleen door in geval van nood tussenbeide te komen. Maar vooral ook door een combinatie van politieke druk en handige diplomatie. Ik ijver daar ook voor. Dat hoeft niet in te houden dat ik zelf een rol speel in de diplomatieke schijnwerpers. Zeker niet in landen waar Nederland nauwelijks banden mee heeft. Dat oogt mooi, maar wat is dan de meerwaarde? Andere landen of organisaties kunnen beter geplaatst zijn voor die rol. Daar moeten we ze dan ook toe aansporen en soms bij assisteren. Denk bijvoorbeeld aan de Organisatie van Afrikaanse Eenheid. Betrokkenheid, laat staan effectiviteit, valt niet af te lezen aan de zichtbaarheid van een Nederlandse minister.

De politieke dimensie en de ontwikkelingsdimensie zijn ook binnen het Nederlands beleid nauw met elkaar verweven. Vrede en stabiliteit staan centraal in de gezamenlijke Afrika-notitie die Van Aartsen en ik hebben opgesteld. We trekken de kar samen. Zo gaat de minister van Buitenlandse Zaken binnenkort naar Nigeria. Dat land is politiek van enorm belang voor vrede en stabiliteit in West-Afrika, zoals Zuid-Afrika dat is in de punt van het continent.

In de EU, in de Verenigde Naties, in de Veiligheidsraad. We wenden onze invloed aan om Afrika hoger op de agenda te krijgen. Om conflicten aan te pakken. En ook de wortels ervan. Want vooral dat is nodig om conflicten te voorkomen.

Een wortel van conflicten is de eenzijdige economie. Daarover zijn interessante nieuwe onderzoeken (Collier). Welke landen lopen het meeste kans op een gewapend conflict? Een hoge risicofactor blijkt de afhankelijkheid van een klein aantal grondstoffen. Liefst makkelijk te winnen en te exporteren. Gewapende groepen kunnen hier bezit van nemen. De inkomsten die dit oplevert verdedigen ze met hand en tand. En die strijd kunnen ze weer volhouden dankzij die inkomsten. Angola en Sierra Leone zijn de twee duidelijkste voorbeelden van dit mechanisme. Het zijn oorlogen die zichzelf financieren.

Het afknijpen van zulke financieringsbronnen kan vrede bevorderen. Wij zijn in de VN daarom actief betrokken bij ontwikkeling van regelgeving. Deze week wordt in Londen een conferentie gehouden over maatregelen tegen illegale diamanthandel.

Er liggen vergaande voorstellen van de diamantindustrie zelf op tafel om de naleving van Veiligheidsraadsancties tegen de handel in diamanten uit Angola en Sierra Leone in de praktijk mogelijk maken. Juist bij diamanten is de controle op de naleving van sancties geen eenvoudige zaak; een klein pakketje in de binnenzak van een colbert vertegenwoordigt al snel grote waarde. Door smokkelpraktijken kan bovendien de legale diamantenindustrie in een kwaad daglicht komen te staan. We moeten bovendien voorkomen dat landen als Namibië, Botswana en Zuid-Afrika schade ondervinden van de illegale diamanthandel. Voor deze landen vormt hun volkomen legale diamantindustrie een belangrijke bron van inkomsten, waarvan de sociaal-economische ontwikkeling in deze landen voor een belangrijk deel afhankelijk is.

Dames en heren,

Met de notitie 'Een Wereld in Geschil' in 1993 nam Nederland internationaal een voorhoederol in op het terrein van conflict en ontwikkeling. Ik heb veel kussens opgeschud in het beleid. Bij het conflictbeleid is het 'business as usual'. Op sommige punten mogen de accenten iets anders liggen, de hoofdlijnen van het beleid zijn onverkort doorgezet. Want het was goed beleid.

Daarmee wil ik niet zeggen dat we voor nu en altijd de wijsheid in pacht hebben. Vredesopbouw in Afrika is niet eenvoudig. We weten nog lang niet genoeg van de oorzaken van conflicten. Van de onderlinge verbanden. Meer onderzoek is nodig. Dat stimuleren en financieren we ook. Bijvoorbeeld Clingendael en de International Conflict Group.

Luisteren naar Afrikanen betekent ook niet automatisch dat je oplossingen krijgt ingefluisterd. Hoe dieper je betrokken bent bij een land, hoe dieper je doordrongen raakt van de complexiteit.

Maar het belang van vermindering van armoede en vergroting van participatie staat voor mij vast. Hoe minder mensen te verliezen hebben, hoe groter de kans op conflict. Effectieve ontwikkelingssamenwerking draagt er aan bij dat mensen iets te verliezen krijgen.

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie