Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Voorstel Europees voedselagentschap nog onvoldoende

Datum nieuwsfeit: 25-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

Straatsburg, 25 oktober 2000

Voorstel Europees voedselagentschap nog onvoldoende

Het Europees voedselagentschap moet meer verstrekkende bevoegdheden krijgen. In de huidige voorstellen bestaat het takenpakket vooral uit het doen van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, het verstrekken van advies en een rapid alert system om problemen vroegtijdig te signaleren. CDA-Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten (consumentenbeleid) vindt dit onvoldoende en stelt dat het Europees agentschap analoog aan het Amerikaanse FDA ook de notificatie en goedkeuring van producten onder beheer moet krijgen.

Oomen-Ruijten:"Het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedsel wordt zwaar op de proef gesteld door alle commotie rondom de gekke-koeienziekte, salmonella-besmetting van kippen, de varkenspest, het Nederlandse advies om geen paling meer te consumeren en de recente ontwikkelingen rondom genetische modificatie. Om de consument en producent meer zekerheid te geven moet een zo sterk mogelijke controle tegenover staan. Vandaar mijn pleidooi voor een krachtige onafhankelijke instelling met zware bevoegdheden. Zo zal in mijn ogen het agentschap de bevoegdheid moeten krijgen om zonder voorafgaande toestemming in de lidstaten te kunnen controleren. Het rapport van Bowis voorziet hier niet in, vandaar dat ik op dit punt een aantal amendementen heb ingediend die in het EP naar verwachting zullen worden aangenomen.

Ria Oomen-Ruijten, telefoonnummer + 33 388 17 5863 Eduard Slootweg, telefoonnummer +32 75 721 280

Brussel, 18 oktober 2000

Nederlandse jonge boeren slechter af dan Europese collega´s

De Commissie en de Raad moeten een einde maken aan de situatie dat niet alle lidstaten gebruik maken van de mogelijkheden die er zijn om jonge boeren te helpen bij het overnemen en voortzetten van een agrarisch bedrijf. Zo maken Nederland en het Verenigd Koninkrijk geen gebruik van de Brusselse regels terwijl de andere lidstaten dit wel volop doen. Jonge Nederlandse en Britse boeren zijn hiervan de dupe. Dit zegt CDA-Europarlementariër Albert Jan Maat (landbouw), die hierover een amendement heeft ingediend op het initiatief rapport van het Europees Parlement over de situatie jonge boeren in de Europese Unie. Bovendien heeft Albert Jan Maat in een eerder stadium als rapporteur van de landbouwbegroting een amendement ingediend om 10 miljoen euro extra te reserveren voor jonge boeren.

Om de situatie van jonge boeren in de Europese Unie in kaart te brengen heeft het Europees Parlement onderzoek laten doen en naar aanleiding daarvan een initiatief rapport over dit onderwerp opgesteld wat nu wordt behandeld in de landbouwcommissie van het Europees Parlement. Uit onderzoek blijkt nog eens dat er nog steeds lidstaten zijn, waaronder Nederland en het Verenigd Koninkrijk, die geen gebruik maken van de mogelijkheden die door de Europese Unie worden geboden om jonge boeren te ondersteunen bij hun bedrijfsovername.

Volgens Albert Jan Maat is dit een kwalijke zaak, omdat op deze manier er sprake is van oneerlijke concurrentie tussen de verschillende lidstaten in de Europese Unie. Daarnaast onderstreept hij het belang van jonge boeren, zeker als het gaat om innovatie en vernieuwing in de landbouwsector. "Er moet druk komen op deze lidstaten vanuit de Europese Commissie en ook in de Europese Raad om aan de ongelijkheid een einde te maken. Alle jonge boeren in de Europese Unie verdienen dezelfde kansen aangaande de overname van een bedrijf. Ik vind dat de lidstaten op dit terrein één lijn moet trekken zeker gezien de dramatische cijfers aangaande de gemiddelde leeftijd van boeren die duidelijk in het rapport naar voren zijn gekomen" aldus Albert Jan Maat.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Albert Jan Maat tel: 06 54271314 of Eduard Slootweg, persvoorlichter, 0032-75 721 280.



Brussel, 16 oktober 2000

Kritiek op Europese Commissie in Korenwolf-affaire

De Europese Commissie is niet van mening dat er bij het totstandkomen van het expertiserapport over de milieurechtelijke kwesties rond het Avantisterrein bij Heerlen sprake is van een schijn van belangenstrengeling. Dat blijkt uit de antwoorden van milieu-commissaris Wallström op vragen die europarlementariër Ria Oomen-Ruijten onlangs aan de Commissie stelde. Het onderzoek naar de "korenwolfkwestie" werd uitgevoerd door een Duitse deskundige die tevens lid is van de Naturschutzbund, welke partij is in de slepende zaak.

Om duidelijkheid te verkrijgen omtrent de kansen van de korenwolf in het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis bij Heerlen liet de Europese Commissie onlangs een onderzoek uitvoeren. Zij stelde daarvoor de Duitse deskundige professor Stubbe aan. De aanstelling van Stubbe wekte alom verbazing, daar deze ook lid is van de Duitse natuurbeschermingsorganisatie die diverse stappen heeft ondernomen tegen het bedrijvenpark. Ria Oomen-Ruijten (CDA) stelde de kwestie aan de kaak bij de Europese Commissie, die onlangs antwoordde dat er volgens haar geen sprake is geweest van "enig belangenconflict". De Commissie beroept zich onder meer op de vrijheid van vereniging, terwijl het bovendien volgens de Commissie niet ongewoon is voor biologie- en ecologieprofessoren om lid te zijn van de voornaamste verenigingen voor natuurbescherming.
Oomen-Ruijten: "Het antwoord van de Europese Commissie rammelt aan alle kanten. Hoewel het best kan zijn dat de betrokken professor onpartijdig is, dient de Europese Commissie ook elke schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Dat is voor de Nederlandse overheid in wetgeving en jurisprudentie overduidelijk vastgesteld en dient zeker ook voor de Europese instellingen te gelden. Ik zal mijn ongenoegen hierover dan ook uiten aan Commissievoorzitter Prodi en een beter gemotiveerd antwoord eisen. Overigens heeft de Europese Commissie na kritiek van de milieucommissie van het Europees parlement al gesteld dat ook andere onderzoeken zullen worden meegenomen. Daaruit blijkt dat zij zich bewust is van het kritisch volgen door de Europese volksvertegenwoordiging".

Voor meer informatie: Ria Oomen-Ruijten: 00 32 75 475 838 0f 06 53232412



Straatsburg, 5 oktober 2000

Gunstige uitspraak Hof van Justitie voor voormalige Nederlandse grensarbeiders.

Het Europese Hof van Justitie heeft vorige week een uitspraak gedaan die zeer gunstig uitpakt voor gepensioneerde Nederlanders die in België gewerkt hebben. Het Belgische gezinspensioen mag niet meer tot 60% gekort worden. De uitspraak houdt aldus een duidelijke verbetering in van de inkomenspositie van voormalige grensarbeiders die in België gewerkt hebben.

Nederlandse grensarbeiders die in België gewerkt hebben ondervinden reeds jaren hinder van het gebrek aan coördinatie met betrekking tot een Nederlands AOW en een Belgisch rustpensioen. Deze botsing tussen de twee systemen heeft grote financiële schade aan de betrokken grensarbeider tot gevolg.
Ria Oomen-Ruijten, lid van het Europees Parlement voor het CDA, trekt zich al jaren de belangen van grensarbeiders aan en verhief het probleem tot één van de 10 pijnpunten in haar "10-punten verplichtingenprogramma voor de grensarbeid", dat zij vorig voorjaar presenteerde.

De kwestie is uiteindelijk terechtgekomen bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Dit Hof oordeelde onlangs in de zaak die de Belg Engelbrecht had aangespannen tegen de Rijksdienst voor de Pensioenen. België mag het aan een voormalige grensarbeider toegekende gezinspensioen (75%) niet verlagen tot het alleenstaandenpensioen (60%) wanneer het totale gezinspensioen van de Nederlandse grensarbeider niet toeneemt als de AOW-toeslag voor de jongere huwelijkspartner omgezet wordt in een eigen AOW pensioen op het moment dat deze jongere partner 65 jaar wordt.

Oomen-Ruijten: "De uitspraak van het Hof betekent een grote stap vooruit voor de grensarbeider. Omdat Europa geen geharmoniseerd stelsel van sociale zekerheid kent, maar slechts de verschillende stelsels coördineert, doen zich nog te vaak problemen voor grensarbeiders voor. Ik pleit dan ook al jaren voor een toets van sociale en andere relevante nationale wetgeving op de effecten voor grensarbeiders. Onlangs heb ik een rapport geschreven voor het Europees Parlement waarin de Europese Commissie met klem verzocht wordt zo'n toets verplicht te stellen. Ik verwacht daar nog zeer veel van, maar ben ook zeer tevreden met deze verstandige uitspraak van het Europese Hof.

Meer informatie: Ria Oomen-Ruijten, telefoon 0032-75.475.838 of 06-53.23.24.12


4 oktober 200

Ongewenste stoffen in diervoeding

De christen-democraten in het Europees Parlement willen aanscherping van de huidige regels over de kwaliteit van diervoeders. Zij steunen daarom de twee Commissievoorstellen om de maximale toegestane hoeveelheid van gevaarlijke stoffen verder terug te dringen. Het gaat om een ontwerprichtlijn inzake strengere grenswaarden van stoffen als kwik, cadmium, dioxine en PCB´s en een ontwerprichtlijn over officiële controles op het gebied van diervoeding. Dit blijkt uit de plenaire behandeling vandaag in het Europees Parlement.

Bestaande regels worden in de conceptrichtlijn aangescherpt. Voortaan mogen de bedrijven voeder met een te hoge concentratie niet meer mengen met ander voer om op die manier de concentratie van verboden stoffen te verminderen.

De CDA-Europarlementariërs Ria Oomen-Ruijten (milieu) en Albert Jan Maat (landbouw) steunden tijdens het debat ook het voorstel om ambtenaren van de Europese Unie het recht te geven onaangekondigd inspecties uit te voeren bij bedrijven die verdacht worden de strengere eisen niet na te leven.

Ria Oomen-Ruijten is blij met deze regeling: " Voedselveiligheid is een kwestie van kiezen en dat betekent dat de belangen van producent en consument, van de boer en van degene die de produkten koopt, hand in hand moet gaan. De derogaties die gegeven worden in de artikelen 6 en 7 geven mogelijkheden om op bepaalde punten niet alleen soepeler maar ook strenger op te treden"

Albert Jan Maat:" Nederland loopt al voorop in Europa met de controle op veevoer. Met open grenzen is deze Europese Richtlijn een welkome aanvulling voor veilig voedsel. Veevoederbedrijven kunnen zo in Europa mee in de pas lopen. Met hetgeen boeren en voedselverwerkers al tot stand hebben gebracht".

De behandeling van de ontwerprichtlijn vindt plaats in het kader van de medewetgevingsprocedure. Dit betekent dat de richtlijn alleen van kracht zal worden wanneer de Raad van Ministers en het Europees Parlement het eens zijn over de definitieve tekst. Beide instellingen hebben het recht van veto.

Woordvoerders:
Ria Oomen-Ruijten, telefoon 00-33 388 175863
Albert Jan Maat, telefoon 00-33 38817 5954

Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, persvoorlichter EVP-ED fractie telefoon 00-32 75 721 280


Brussel, 3 oktober 2000

Uitbreiding Europese Unie voor 2004

De EVP-ED-fractie wil dat de Europese Unie en de individuele lidstaten een inspanningsverplichting aangaan om de interne obstakels uit de weg te ruimen voor een snelle de toetreding van nieuwe landen. "De interne hervorming van de EU moet mogelijk maken dat voor 2004 kandidaat-lidstaten kunnen toetreden zodat zij kunnen deelnemen aan de Europese verkiezingen van 2004 en aan een nieuwe IGC-ronde over bijvoorbeeld de nieuwe Europese grondwet." aldus Wim van Velzen, vice-voorzitter van de EVP-ED-fractie tijdens het debat over de toetredingsonderhandelingen. Zowel minister Moscovici die namens de Raad het woord voerde, als Commissaris Verheugen, reageerden hierop positief. "Vanaf 1 januari 2003 moet de EU klaar zijn om nieuwe lidstaten op te nemen", zei Pierre Moscovici en Commissaris Verheugen benadrukte in het debat dat vanaf 2003 nieuwe lidstaten moeten kunnen toetreden, alhoewel hij geen voorspelling wilde doen welke landen dit zou betreffen.

Van Velzen vindt dat de meeste aspirant-lidstaten een zeer grote inspanning hebben geleverd: "Terugkijkend op 10 jaar transitie van een communistisch commandosysteem naar een sociale markteconomie moet geconstateerd worden dat de regering en de bevolking van de toetredingslanden een gigantische inspanning hebben geleverd aan dat veranderingsproces. De Europese Unie zelf mag dit proces niet frustreren door bijvoorbeeld nieuwe blokkades op te werpen die de toetreding nodeloos vertragen."

De EVP-ED fractie doet verder een oproep aan de huidige vijftien lidstaten om de ratificatieprocessen in eigen land zodanig te stroomlijnen dat het zo snel mogelijk kan gaan. Alleen op die manier kan de vaart in het toetredingsproces blijven. Tot slot pleit Van Velzen voor een brede informatiecampagne over de betekenis en gevolgen van de uitbreiding: "Teveel wordt gecommuniceerd dat de uitbreiding alleen maar problemen met zich meebrengt, dat we vrees zouden moeten hebben voor de werkgelegenheid of dat de criminaliteit zou toenemen zonder dat er een tegenwicht in argumentatie vanuit de EU lidstaten heeft plaatsgevonden. We vergeten de historische kansen die we krijgen dankzij de uitbreiding. Hoe zouden we nu de Kosovo-crisis aanpakken als er nog Koude Oorlog was geweest of grote instabiliteit in de landen uit Midden- en Oost-Europa?""

Fractiewoordvoerder: Wim van Velzen, vice-voorzitter EVP-ED fractie, telefoon 0-33 388 175623
Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED fractie telefoon 00-32 75 721 280


Straatsburg, 3 oktober 2000

Reactie Hanja Maij-Weggen op speech Prodi

De CDA-delegatie ondersteunt de waarschuwing van Romano Prodi voor de trend om steeds meer Europese thema´s intergouvernementeel te behandelen en niet gemeenschappelijk. Woordvoerder Hanja Maij-Weggen noemt deze ontwikkeling een gevaar voor het democratisch gehalte van de Europese Unie. "Deze trend moet worden gestopt, hoe eerder hoe beter", aldus Hanja Maij-Weggen vandaag in het debat over de Top in Biarritz

Zij verwacht verder dat Biarritz zeker nog geen doorbraken zal opleveren. Dit zal tijdens de Top in Nice wel moeten gebeuren. De waarde van de bijeenkomst in Biarritz is dat het een basis zal moeten leggen voor de besluitvorming in Nice.

Tijdens de top in Biarritz moeten de "left-overs" van Amsterdam snel worden opgelost. Wat het aantal Commissarissen betreft is één Commissaris per lidstaat voldoende en het Europees Parlement kan volstaan met een maximum van 700 leden, zoals overigens nu al in de Verdragen is vastgelegd. Verder dient volgens Maij-Weggen alle wetgeving van de Unie onder de gekwalificeerde
meerderheidsbesluitvorming te vallen met co-decisie van het Europees Parlement.

Wat echter vooral nodig is in Biarritz is een heldere visie te ontwikkelen over de toekomst van de Europese Unie. De huidige verdragen voldoen niet meer en het is de hoogste tijd om de Europese Unie een heldere constitutionele basis te geven met een duidelijke taakverdeling tussen de EU en de lidstaten en met opname van het Handvest voor grondrechten van de burgers.

Woordvoerder: Hanja Maij-Weggen, CDA-delegatievoorzitter, telefoon 0-33 388 175867
Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED fractie, telefoon 00-32 75 721 280


Brussel, 21 september 2000

Europese regels problematisch voor uitleenbeleid musea

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, gaat de problemen onderzoeken die musea ondervinden bij het organiseren van gezamenlijke tentoonstellingen. Dit schrijft Eurocommissaris Bolkestein in reactie op vragen van CDA-Europarlementariërs Hanja Maij-Weggen en Maria Martens over problemen die met name het Fries Museum heeft ondervonden bij de organisatie van de internationale tentoonstelling "Koningen van de Noordzee".

De tentoonstelling Koningen van de Noordzee was een samenwerkingsproject van musea uit Nederland, Denemarken, Engeland, Duitsland en Noorwegen. Omdat de regels betreffende de financiering en bruikleenbeleid per land erg verschillend zijn duurde het meer dan twee jaar om de tentoonstelling te realiseren.

Commissaris Bolkestein erkent in zijn antwoord dat Europese regels met betrekking tot bescherming van nationaal erfgoed het uitlenen van topstukken kunnen belemmeren. De Europese Commissie wil dit aspect van de regelgeving onderzoeken.

Maria Martens (cultuurbeleid) vindt het antwoord van Bolkestein nogal magertjes: "Uit alles blijkt dat het onderwerp hem niet echt interesseert. Het antwoord komt erg laat:maanden na het stellen van de vragen. Bolkestein zegt weliswaar dat hij het probleem inziet en dat hij daar "bijzondere aandacht" aan wil besteden, maar geeft niet aan wat hij feitelijk wil doen aan harmonisatie van wetgeving op dit gebied. Daar zal ik dus vervolgvragen over stellen, als ook over de tijdsplanning. Indien nodig zal ik het plenair in het vragenuur aan de orde stellen."

Woordvoerder: Maria Martens, telefoon 00-32 2 284 5857 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED fractie. telefoon 00-32 75 721 280.



Brussel, 28 augustus 2000

Betere afstemming Europese tabaksmaatregelen nodig

CDA-Europarlementariër Albert Jan Maat (rapporteur voor de landbouwbegroting 2001) wil het Europese ontmoedigingsbeleid met betrekking tot het roken beter laten aansluiten op de Europese subsidieregeling voor Zuideuropese tabaksboeren. Hij heeft hiervoor een amendement ingediend op de landbouwbegroting voor het jaar 2001. Op 12 september wordt hierover gestemd.

Maat wil een bedrag van 1 miljoen euro weghalen uit de subsidieregeling en dit geld gebruiken voor onderzoek naar een betere afstemming tussen het productiebeleid en andere beleidsterreinen zoals het consumentenbeleid en volksgezondheid.
Albert Jan Maat: "Het is te zot voor woorden dat de ene Europese Commissaris wetsvoorstellen maakt om reclame voor sigaretten te verbieden en de andere commissaris de tabaksproductie via een subsidieregeling stimuleert. Blijkbaar opereert de Europese commissie niet echt als een collegiaal bestuur maar gaat ieder zijn eigen gang. Via dit -overigens bescheiden- onderzoeksfonds moet maar eens worden nagegaan waar discrepanties zitten en wat eraan gedaan moet worden."

Woordvoerder Albert Jan Maat, telefoon 00-32 2 284 5954 Voor meer informatie: Eduard Slootweg, telefoon 00-32 2 284 2230



Brussel, 22 augustus 2000

Creditcardfraude op het internet

CDA-Europarlementariër Wim van Velzen, ICT-woordvoerder, heeft vandaag schriftelijke spoedvragen gesteld aan de Europese Commissie en aan de Raad van Ministers over creditcardfraude via het internet, naar aanleiding van de berichten in de Volkskrant en het NRC Handelsblad van 22 augustus 2000.
Deze fraude komt volgens deze beide kranten in grote mate voor, Wim van Velzen wil weten wat de EC aan feiten heeft, en wanneer de Raad deze fraude actiever gaat vervolgen, en hoe het vertrouwen van de burger in de interneteconomie in de EU verbeterd kan worden.

woordvoerder: Wim van Velzen, telefoon 0032-2-28.45.623



Schriftelijke spoedvragen aan de Europese Raad ingediend door WG van Velzen, CDA op 22 augustus 2000

onderwerp: creditcardfraude op het internet

Creditcardfraude blijkt op het internet veel vaker voor te komen dan bij creditcard aankopen in de traditionele winkel. Grote creditcard maatschappijen bevestigen dat dit een groot probleem is, hetgeen de verdere ontwikkeling van en het vertrouwen in de nieuwe internet-economie in gevaar kan brengen.
Een publicatie van het Openbaar Ministerie in Nederland stelt dat de opsporing van de fraude met creditcards via het internet, ondanks het hoge aantal slachtoffers een lage prioriteit heeft, zowel binnen de Lidstaten van de EU als in internationaal perspectief.


1. Kan de Raad een overzicht geven van de stand van zaken op dit terrein, (hoeveel fraude met creditcards via het internet wordt er aangemeld, wat zijn de cijfers voor creditcard-betalingen in traditionele winkels), kan de Raad bevestigen dat creditcardfraude bij internethandel ongeveer drie keer zoveel voorkomt als bij gewone creditcardtransacties?


2. Is de Raad van mening dat deze creditcardfraude inderdaad de ontwikkeling van e-commere, en E-europe belemmert, op welke manier voorkomt de Raad de schadelijke gevolgen tot een minimum, en hoe waarborgt de Raad, deze context in ogenschouw nemend, de realisering van de doelstellingen zoals geformuleerd tijdens de speciale ICT-top in Lissabon?


3. Kan de raad aangeven, mede in het licht van de speciale top in Lissabon over ICT-beleid in de EU, welke prioriteit het opsporen en vervolgen van deze fraude op dit moment heeft?


4. Kan de Raad bevestigen dat de lage prioriteit van het vervolgen van dit soort fraude in de EU een rem betekent voor het vertrouwen van de burger in de interneteconomie in de EU, en dat hiermee de goede voornemens zoals geformuleerd tijdens de speciale ICT-top in Lissabon in gevaar kunnen komen?


5. Kan de Raad aangeven op welke manier de prioriteit van het opsporen en vervolgen van deze fraude en andere internet-gerelateerde fraude verhoogd kan worden, om zo de ontwikkeling van de Ecommere in de EU zo veel mogelijk te blijven stimuleren?


6. Wanneer verhoogt de Raad deze prioriteit?



Schriftelijke spoedvragen aan de Europese Commissie ingediend door WG van Velzen, CDA op 22 augustus 2000

onderwerp: creditcardfraude op het internet

Creditcardfraude blijkt op het internet veel vaker voor te komen dan bij creditcard aankopen in de traditionele winkel. Grote creditcard maatschappijen bevestigen dat dit een groot probleem is, hetgeen de verdere ontwikkeling van en het vertrouwen in de nieuwe interneteconomie in gevaar kan brengen.


1. Kan de Commissie een overzicht geven van de stand van zaken op dit terrein, (hoeveel fraude met creditcards via het internet wordt er aangemeld, wat zijn de cijfers voor creditcard-betalingen in traditionele winkels), kan de Commissie bevestigen dat creditcardfraude bij internethandel ongeveer drie keer zoveel voorkomt als bij gewone creditcardtransacties?


2. Is de Commissie van mening dat deze creditcard-fraude inderdaad de ontwikkeling van ecommere, en E-europe belemmert, op welke manier voorkomt de Commissie de schadelijke gevolgen tot een minimum, en hoe waarborgt de Commissie, deze context in ogenschouw nemend, de realisering van de doelstellingen zoals geformuleerd tijdens de speciale ICT-top in Lissabon?


3. Hoe voorkomt de Commissie dat er een barrière of zelfs een concurrentienadeel wordt opgeworpen voor internetwinkels, die als gevolg van de fraude, en het doorberekenen van de kosten daarvan door de creditcard maatschappijen aan de internetwinkels, een hogere commissie moeten betalen aan de creditcard maatschappijen dan de gewone winkels, en die steeds meer moeten investeren in kostbare fraudeverzekeringen en de beveiliging van het betalingsverkeer, zowel in absolute bedragen als vergeleken met de traditionele winkels?

Brussel, 18 juli 2000

Schoolmelk gered!

Europees Parlement en Raad van Ministers besluiten steun schoolmelk voort te zetten

De Europese landbouwministers hebben tijdens hun raadsvergadering van 17 juli besloten de steun voor schoolmelk in de Europese Unie te continueren. De genomen besluiten hieromtrent komen overeen met de voorstellen van Albert Jan Maat (CDA/EVP), die namens het Europees Parlement het dossier behandelt.

Eind 1999 werd duidelijk dat de Europese Commissie van plan was de steun voor schoolmelk te beëindigen. Het Europees Parlement heeft zich hier krachtig tegen verzet. Dit leidde tot een voorstel van de Commissie dat voortzetting weliswaar mogelijk maakte, maar met een verplichte 50%-50% co-financiering. In zijn oorspronkelijke bericht pleitte Maat voor een voortzetting van de steun ter hoogte van 75% van de richtprijs voor melk, een uitbreiding van het aantal producten met bijvoorbeeld drinkyoghurt en melkdrank en het onderzoeken van de mogelijkheid om de hoogte van de steun te koppelen aan andere bestanddelen dan vet. De poging van de landbouwcommissie van het Parlement om de steun op het oude niveau (95%) te handhaven haalde het niet. Alle oorspronkelijke voorstellen van Maat zijn overgenomen door de ministers. De hoogte van de steun is definitief vastgelegd op 75%, waarbij de rest door de nationale overheden of door het bedrijfsleven kan worden bijgelegd. Een verplichting tot co-financiering, zoals voorgesteld door de Commissie, is er niet. Het toevoegen van nieuwe producten en het koppelen van de steun aan andere bestanddelen dan vet zal door de Commissie verder worden uitgewerkt.

Albert Jan Maat: "Dit is een groot succes. Een jaar geleden leek beëindiging van dit populaire programma nog een reële optie. Die dreiging hebben we echter omgebogen in een overwinning en we zijn gekomen tot een eigentijdse schoolmelkregeling met nieuwe producten en aandacht voor gezonde bestanddelen. Tienduizenden kinderen in Nederland en miljoenen in Europa blijven zo verzekerd van een gezonde portie zuivel op school".

Voor meer informatie: Albert Jan Maat, telefoon 0032 2 284 59 54 Esther de Lange, telefoon 0032 2 284 79 54



Straatsburg, 5 juli 2000

Overeenkomst Commissie-Parlement: Commissarissen persoonlijk verantwoordelijk voor politieke daden

De CDA-delegatie heeft vóór de Overeenkomst tussen Parlement en Europese Commissie gestemd omdat er een belangrijke vooruitgang is geboekt in vergelijking met de oude afspraken. De overeenkomst was een initiatief van de Europese christen-democraten. In de nieuwe overeenkomst staat dat leden van de Europese Commissie persoonlijk verantwoordelijk worden voor hun politieke daden. Dit was een belangrijke eis van het Europees Parlement bij de aantreding van de Commissie Prodi.

Zowel de fractievoorzitter van de EVP-ED als de voorzitter van de Liberale fractie hebben duidelijk gemaakt dat deze overeenkomst nog kan worden verbeterd op het gebied van de openbaarheid van documenten. Dit zal moeten gebeuren bij de behandeling van de ontwerpverordening over de openbaarheid van documenten bij Commissie, Raad en Parlement. Hanja Maij-Weggen is een van de rapporteurs namens de Constitutionele commissie van het Europees Parlement voor deze verordening.

De CDA-delegatie benadrukt dat regels van de overeenkomst scherper zijn dan die van de overgrote meerderheid van de EU lidstaten maar dat met name de openbaarheid van documenten nog flink zal moeten worden verbeterd. Dit betreft niet alleen de Commissie maar vooral ook de Raad.

Woordvoerder. Hanja Maij-Weggen, telefoon 00-33 388 175867 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA, telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 5 juli 2000

Verbod weekmakers in kinderspeelgoed

De christen-democraten in het Europees Parlement willen een totaal verbod op het gebruik van weekmakers in kinderspeelgoed. Dit blijkt uit de eerste behandeling van de ontwerprichtlijn over het gebruik van deze mogelijk schadelijke stoffen in kinderspeelgoed.

Er bestaat veel twijfel over de effecten op de gezondheid van ftalaten, weekmakers die o.a. in kunststof speelgoed worden toegepast. De Europese Commissie stelde dan ook onlangs regelgeving hierover voor. Ten eerste wenst de Commissie een verbod op het gebruik van zes soorten weekmakers in speelgoed dat gemaakt is om in de mond te stoppen door kinderen jonger dan drie jaar. Daarbij kan gedacht worden aan spenen en bijtringen.
Ten tweede moet op de verpakking van speelgoed voor kinderen tussen de drie en zes jaar een waarschuwing komen te staan dat het artikel niet in de mond gestopt mag worden.

CDA-Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten vindt dat de regels nog niet ver genoeg gaan en pleit voor verscherping van de aanpak: "Zolang de effecten niet geheel duidelijk zijn, moeten we uit voorzorg strenge maatregelen nemen. Een geschreven waarschuwing voor kinderen die niet kunnen lezen heeft weinig zin. Bovendien stoppen kinderen van alles in de mond; een onderscheid tussen speelgoed dat bedoeld is om wel of niet in de mond te stoppen heeft dus ook geen zin. Ik pleit daarom voor een totaal verbod voor gebruik van weekmakers in speelgoed, ongeacht de leeftijd en wijze van gebruik. Dit is helder voor de industrie en biedt de beste bescherming voor de consument."

Woordvoerder: Ria Oomen-Ruijten. telefoon 00-33 388175863 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 5 juli 2000

Verplichte etikettering vleesproducten

De christen-democraten in het Europees Parlement vinden het overbodig dat voortaan op het etiket van vleesproducten ook het diersoort (kalf, jonge stier, stier, stierkalf, koe en vaars) moet worden vermeld waarvan het betreffende onderdeel afkomstig is. Volstaan kan worden met een verplichte vermelding waar het dier is geboren, gemest en geslacht. Dit blijkt uit het debat vandaag over etikettering van vleesproducten.

De verscherpte etiketteringregelingen zijn een onderdeel van het pakket maatregelen die de EU neemt naar aanleiding van de BSE- en later de dioxinecrisis. Uitgangspunt is dat het vlees zowel in de productiefase als in de afzetfase volledig traceerbaar blijft. De Raad van Ministers wil dat op het etiket ook het diersoort wordt vermeld. De christen-democraten vinden dit laatste overbodig.

CDA-Europarlementariër Ria Oomen-Ruijten: "Ik begrijp niet waarom Nederlandse ministers hiermee hebben kunnen instemmen. Voor de volksgezondheid is vermelding van het diersoort niet nodig, het gaat daar vooral om de traceerbaarheid van het vlees. Het verplicht stellen van de diersoort maakt de regeling onnodig duur en gecompliceerd. De voorgestelde categorieëndeling is discutabel, in Frankrijk worden kalveren eerder geslacht dan in Nederland. Daarnaast moet in Nederland bijvoorbeeld de slacht anders georganiseerd worden met gescheiden slachtlijnen e.d. Dit maakt het Nederlands vlees duurder dan het buitenlands vlees. Het lijkt er meer op dat sommige lidstaten de verordening willen misbruiken voor commerciële doeleinden en dat Nederland daarvan de dupe wordt."

Indien het Europees Parlement en de Raad van Ministers het oneens zijn over een definitieve tekst volgt een derde behandeling van het voorstel waarin afgevaardigden van zowel Raad als Parlement proberen alsnog tot overeenstemming te komen. Indien dit niet lukt moet de Europese Commissie met een volledig nieuw voorstel komen.

Woordvoerder: Ria Oomen-Ruijten, telefoon 00-33 388 175863 Voor meer informatie: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 4 juli 2000

Reactie CDA op het Handvest voor Midden- en Kleinbedrijf (besluit Feira)

De uitvoering van het Handvest voor Midden- en Kleinbedrijf waartoe op de Top in Feira is besloten is vooral een zaak voor de individuele lidstaten. De Raad van Ministers mag de Europese Commissie er niet mee opzadelen. Dit zegt CDA-Europarlementariër Karla Peijs tijdens het laatste debat met het Portugese voorzitterschap in het Europees Parlement.

De uitvoering van het Handvest valt onder de lidstaten omdat het vooral beleidsonderwerpen betreft die onder de subsidiariteit vallen. Zo vallen onderwijs en opleidingen in de regel niet onder EU-beleid maar onder nationaal beleid. Ook voor wat de noodzakelijke deregulering betreft zijn de lidstaten zelf hoofdverantwoordelijk omdat zij meestal bij de omzetting van Europees recht naar nationaal recht de zaak nodeloos ingewikkeld maken. Steun aan startende ondernemingen en het bevorderen dat het MKB toegang krijgt tot internet zijn zaken waar de Europese Commissie zich niet moet bezighouden, maar de afzonderlijke lidstaten. Aldus Karla Peijs.

Enkel de maatregelen die worden voorgesteld over de werking van de interne markt is een echte Europese aangelegenheid. Karla Peijs: "Maar juist daar zie je dat het de lidstaten zelf zijn die marktbelemmerende maatregelen nemen. Er zijn voorbeelden te over van bijvoorbeeld aannemers die grote moeilijkheden ondervinden als zij over de grens willen werken. "

Karla Peijs roept de Raad van Ministers op om de uitvoering van het Handvest voor het MKB zelf ter hand te nemen: "Schuif de uitvoering niet af naar de Europese Commissie. Die heeft absoluut niet het soort budget en ook niet de macht om zaken die de subsidiariteit betreffen, door te drukken. Het Europees Parlement vindt het Handvest een goede zaak en wij zullen de voortgang in de uitvoering nauwlettend volgen."

Woorvoerder: Karla Peijs, telefoon 00-33 388175861 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 4 juli 2000

Reactie Hanja Maij-Weggen op plannen Chirac

Tijdens het Franse voorzitterschap moet de aanzet worden gegeven voor een heldere structuur van de Europese Unie. Op dit moment is er een vreemde mengeling van intergouvernementeel beleid en van gemeenschappelijk beleid waar haast niemand meer iets van begrijpt. Het Franse voorzitterschap moet leiden tot een herziening van het Verdrag van Amsterdam. In Nice moet worden gekozen voor een Federaal Europa met een opdracht dit binnen twee à drie jaar uit te werken.

Volgens CDA-delegatievoorzitter Hanja Maij-Weggen moet in het Federale model de Europese Commissie zich ontwikkelen richting een Europese regering, de Raad van Ministers moet als een Senaat of Bondsraad gaan werken en het Europees Parlement als een Nederlandse Tweede Kamer.

Hanja Maij-Weggen: "Op dit moment functioneren de Europese Commissie en de Raad al enigszins als "regering" en "senaat". Dit zal moeten worden uitgebouwd omdat zonder zo´n heldere structuur de Europese Unie na de uitbreiding met 10 à 15 landen niet meer bestuurbaar is. Natuurlijk zal bijvoorbeeld Nederland ook binnen een federaal Europa blijven bestaan, compleet met een volwaardige regering en Staten-Generaal zoals wij dat nu kennen. Juist binnen het federale model kan het Nederlandse parlement invloed uitoefenen op het beleid van de EU door de handel en wandel van de Nederlandse ministers in de Raad van Ministers streng te controleren. Op dit moment vergadert de Raad in het geheim en binnen het federale model met een Senaat of Bondsraad zal dat niet meer kunnen. De democratische controle op de besluitvorming zal dus toenemen."

Zij pleitte verder tijdens het debat met president Chirac voor een beperkte Europese Commissie door te kiezen voor één commissaris per lidstaat. Daarnaast zou over alle Europese wetgeving -die niet de grondwetten van de lidstaten betreft- door de Raad met gekwalificeerde meerderheid moeten worden besloten met mede-wetgevende bevoegdheden van het Europees Parlement.

Woordvoerder Hanja Maij-Weggen, telefoon 00-33 388175867 Meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA, telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 4 juli 2000

De landbouwbegroting van de Europese Unie frustreert maatschappelijk ondernemen

De conceptbegroting 2001 voor landbouw van de Europese commissie ondermijnt een verdere globalisering en wakkert problemen aan in plaats van ze op te lossen. De begroting 2001 laat een grote verschuiving zien naar Zuid-Europese landen. Zo gaat het budget voor de wijnbouw met 64% omhoog en wordt er opnieuw meer geld uitgegeven aan tabak terwijl tevens de wetgeving voor tabaksreclame wordt aangescherpt. Tegelijkertijd krijgen landen die toch al weinig krijgen uit het budget opnieuw minder.

CDA-Europarlementariër Albert Jan Maat (landbouw) vindt deze ontwikkeling voor de Nederlandbouw zeer ongunstig. Juist bedrijfstakken die zich de laatste jaren steeds sterker op de markt oriënteren, hun milieu balans verbeteren en een duidelijke landschappelijke functie hebben dreigen het stiefkind te worden. Ook dreigt een kaalslag in de rijke variatie aan teelten en dieren in de Europese Unie en wordt geen enkele impuls gegeven voor de verbetering van het dierenwelzijn. Nederland is met andere Noordzeelanden de dupe van het nieuwe Europese beleid. Ook internationaal is dit gevaarlijk daar onder meer de VS en Australië al hun middelen inzetten om hun positie op de wereldmarkt te versterken. Het zijn juist de Noordelijke landen die op de wereldmarkt opereren. Nederland krijgt slechts 3.5% van het budget, terwijl de productiewaarde meer dan 10% van de Europese Unie is.

De crisis in bijvoorbeeld de Nederlandse akkerbouw wordt op deze wijze versterkt in plaats van bestreden. Ook de geweldige inzet van Nederland op het terrein van milieu en landschap wordt hierdoor gefrustreerd. Albert Jan Maat zal als rapporteur daarom een aantal gerichte amendementen indienen om tot een beter maatschappelijke oriëntatie te komen voor o.a. de genetische variatie in de plantaardige sector, het zuivelbeleid, verbetering van dierenwelzijn en marktversterking.

woordvoerder:
Albert-Jan Maat, telefoon 00-33 388 17 5954
voor meer informatie: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA telefoon 00-32 75 721 280


Brussel, 27 juni 2000

Spoeddebat over Molukken in Europees Parlement

Hanja Maij-Weggen heeft vandaag een spoeddebat aangevraagd in het Europees Parlement over het aanhoudende geweld op de Molukken. Zij is onlangs benoemd als rapporteur over de relatie tussen de EU en Indonesië en is woordvoerder mensenrechten.

Hanja Maij-Weggen vindt dat de huidige Indonesische regering moet worden gesteund in haar pogingen om democratie en respect voor mensenrechten te herstellen. Zij roept de Indonesische regering op om alles in het werk te stellen om de gewelddadigheden op de Molukken te stoppen en een vreedzame samenwerking tussen de Moslims en de Christelijke bevolking , zoals die jarenlang mogelijk was, te herstellen.

Zij wil verder van de Europese Commissie en de Raad van Ministers weten in hoeverre internationale waarnemers kunnen helpen om de rust op de eilanden te helpen terugkeren. Dit spoeddebat is een vervolg op een plenaire debat dat enkele maanden geleden is gehouden over de situatie op de Molukken. Daarin zegde de Europese Commissie toe financieel bij te dragen aan de hulp aan de slachtoffers van de gewelddadigheden. Maij-Weggen wil tevens weten wat daarvan is terechtgekomen.

Woordvoerder: Hanja Maij-Weggen. telefoon 00.32 2 284 5867 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, telefoon 00-32 75 721 280

Straatsburg, 16 juni 2000

Verslag inzake de naleving van de gedragscode

De Nederlandse leden van het Europees Parlement verkeren in de unieke positie te beschikken over een door henzelf ontworpen gedragscode. Daarin wijken zij scherp af van alle andere leden van het EP en van vrijwel alle parlementariërs ter wereld. Een centrale rol in deze code valt toe aan de verantwoording van de uitgaven.

Om aan de code te voldoen heeft de CDA-delegatie in de periode van juli 1999 tot februari 2000 de gegevens verzameld die, per persoon, een inzicht geven in de wijze waarop de algemene, forfaitaire, onkostenvergoeding wordt gebruikt.

Alle notas en berekeningen stonden ter beschikking van de vertrouwenslieden drs. V.I. Goedvolk en dr. De Moor. Zij waren in overleg met het partijbestuur van het CDA uitgenodigd om, als onafhankelijke monitoren, op de procedure toe te zien. De vertrouwenslieden bevorderden onder andere de uniformiteit van de gegevens door het aangeven van criteria. De categorieën van uitgaven werden tussen de delegaties afgestemd.

De uitkomsten betreffen gemiddelde uitgaven per maand. De gegevens werden verzameld over drie á zes maanden en kunnen daarom als representatief worden beschouwd. De opgaven zijn uiteraard niet uitputtend. Bij een andere opstelling van cijfers blijkt dat ongeveer 2/3 van de uitgaven een vast of semi-constant karakter dragen en de rest van maand tot maand kan verschillen. De verzameling en indeling van de gegevens over de uitgaven kostten heel wat tijd. Het was een onprettig, maar door diverse leden wel als heel nuttig ervaren, karwei. Nog niet eerder hadden wij een zo gedetailleerd inzicht in het gebruik van de vergoedingen.

De uitgavenpatronen verschillen van persoon tot persoon. Maar ze tonen aan dat de forfaitaire vergoeding (van NLG 7500,-) volledig voor het parlementaire werk gebruikt wordt. Het zou bijvoorbeeld niet mogelijk zijn om een deel van de vergoeding om te zetten in inkomen, zoals enige jaren geleden in de Tweede Kamer is gedaan. Het feit dat sinds die omzetting het inkomen van de Nederlandse leden van het Europees Parlement NLG 25.400 lager is dan dat van Tweede Kamerleden, wordt derhalve als onrechtvaardig ervaren.

Uit de persoonlijke verklaringen, ten aanzien van de wijze waarop de gedragscode wordt nageleefd, blijkt het volgende:


1. De Nederlandse leden van het Europees Parlement declareren alleen werkelijk gemaakte reiskosten. Dat wil zeggen dat zij de forfaitaire vergoeding daadwerkelijk innen voor zover dat voor een dekkende vergoeding nodig is, dan wel niet-gebruikte bedragen terugstorten in de kas van het EP. Voor berekening van reiskosten is 1ste klas treinbiljet of vliegticket met aansluitende taxikosten, dan wel de kilometerprijs volgens ANWB-maatstaven toegepast. Tevens worden chauffeurskosten meegerekend.
Leden van de CDA-delegatie behouden zich het recht voor om buitengewone uitgaven voor parlementair werk, die niet door andere regelingen gedekt kunnen worden, uit eventuele overschotten van de forfaitaire reisvergoeding te bestrijden.


2. De algemene onkostenvergoeding wordt uitsluitend besteed aan de ondersteuning van parlementaire werkzaamheden (zie het verslag).

2a. De vergoeding voor personeelskosten (voor twee á drie formatieplaatsen en eventuele stagiaires), die de leden (anders dan de gedragscode suggereert) overigens niet zelf kunnen ontvangen, wordt uitsluitend aangewend voor personele ondersteuning. De uitgaven die de assistenten doen ten behoeve van hun ondersteunende werk (kantoorartikelen, telefoon, boeken, kranten, etc.) vallen onder de algemene onkostenvergoeding.


3. De leden nemen geen deel (meer) aan de vrijwillige aanvullende pensioenregeling van het EP. Ter zake van deze pensioenregeling bestaan populaire misverstanden. Daarom volgt hier een beknopt overzicht van de condities.10 Jaar lidmaatschap van de Tweede Kamer levert een pensioenopbouw van 24,5 % van de schadevergoeding. De door de leden te betalen premie bedraagt NLG 400,- per maand. 10 Jaar lidmaatschap van het Europees Parlement levert een pensioenopbouw van 35,0 % van vrijwel een zelfde bedrag. De leden betalen echter zelf een premie van NLG 1600,- per maand. In feite ruim 4 (vier) maal zoveel. Het is dus geenszins zo dat deze voorziening gratis zou zijn geweest! Vergeleken met de Tweede Kamer regeling was ze voor de leden zelfs peperduur.


4. Neveninkomsten worden door de leden bij het daartoe bestaande openbaar register aangemeld. Dit wordt op internet gepubliceerd.


5. De leden aanvaarden alleen een dagvergoeding voor dagen die daadwerkelijk worden besteed aan parlementaire activiteiten. Als je niet in Brussel woont (wat voor geen van de CDA-leden het geval is) is het moeilijk denkbaar hoe je deze regel zou kunnen overtreden! Overigens is deze vergoeding geen in-de(-plenaire)-zaal-aanwezigheids- of stempremie, hetgeen abusievelijk wel eens gesteld wordt, maar een vergoeding voor de gemaakte verblijfskosten, voortvloeiend uit de noodzaak vergaderingen e.d. bij te wonen.

De vertrouwenslieden zijn van mening dat zij niet behoren te oordelen over de effectiviteit of de noodzaak van bepaalde parlementaire uitgaven. Zij zien uitsluitend toe op de naleving van de gedragscode.

De CDA-delegatie ziet er scherp op toe dat uit de te harer beschikking staande gelden geen oneigenlijke partijfinanciering plaats vindt. Ze steunt het streven naar een goede rechtsbasis voor financiële bijdragen aan de Europese partijen.

De leden zien uit naar de totstandkoming van het uniforme statuut voor de leden van het EP. Het rapport van de wijzen biedt een objectief inzicht in de vraag wat normale inkomens en arbeidsvoorwaarden van leden van het EP zouden moeten inhouden.

Hierna volgen de bijlagen met een overzicht van de uitgaven. Aan de vertrouwenslieden werden uiteraard veel uitvoeriger detailleringen voorgelegd. Bovendien stonden hen notas en berekeningen ter beschikking die de uitgaven aantonen. In de bijlagen zijn tevens de verklaringen van de individuele leden ten aanzien van het naleven van de diverse punten van de code opgenomen. Ten slotte treft U de verklaring van de vertrouwenslieden aan.

De CDA-delegatie is van mening hiermee de nodige openbaarheid te hebben gegeven aan de naleving van de code conform het daarin vervatte punt 6. De keuze van vertrouwenslieden is tevens een garantie van objectiviteit, deskundigheid en privacybescherming, welke bij een weergave als deze van wezenlijk belang zijn. Dat betekent dat een nadere detaillering van de verslaggeving uitsluitend plaats vindt tussen de individuele leden en de vertrouwenslieden.

BIJLAGE 1: TOELICHTING BIJ DE UITGAVENPOSTEN

De uitgavencategorieën in de navolgende overzichten per Lid kunnen als volgt omschreven worden:

Reiskosten
Kosten van binnenlandse reizen. Ik heb er op aangedrongen om de officiële lijsten van de ANWB te volgen. Daaruit volgt een kilometerprijs aan de hand van de aankoopkosten, het aantal kilometers dat per jaar voor het werk gereden wordt en het aantal jaren waarmee men met de betreffende auto rijdt. Verder zitten daar treinkosten in volgens 1ste klas biljet en aansluitende taxikosten. Een aantal leden berekent het totaal dat voor de baas gereden wordt, trekt daar de geïnde reisvergoedingen vanaf en voert het restant op. Onder deze post vallen ook de reisbenodigdheden of de afschrijvingskosten daarvan, alsmede chauffeurskosten en een forfaitaire post van NLG 50,- voor werkdagen buitenshuis in Nederland.

Kantoor
Kosten van het aanhouden van een kantoor in Nederland (economische waarde) en ten dele soms ook in Brussel (buiten het Parlement). Ook de energie en onderhoudskosten zijn daarin begrepen.

Inrichting
Hieronder vallen de kosten van meubilair, wandkasten en kleine verbouwingen die het volume van het huis niet beïnvloeden. De afschrijvingsperiode is vijf jaar.

Telefoon
Dit spreekt voor zich. Ook het fax-abonnement valt daaronder.

Kantoorartikelen
Dit zijn portokosten, drukwerk, papier etc., inktpatronen, faxrollen. Tevens vallen daar de kosten onder die de assistenten in Brussel voor het EP maken.

Boeken en kranten
Dit betreft abonnementen op kranten en vaktijdschriften, kranten e.d. in losse verkoop en boeken, die de Leden en/of hun assistenten nodig hebben.

Databanken en internet
Het aanvankelijk apart opgegeven postje abonnement internet heb ik hierbij gevoegd, evenals het website-onderhoud.

Apparatuur
Hier vallen de telefoons, ISDN, computers, kopieermachines, scanners, faxen, etc. onder. De afschrijvingstermijn is drie jaar.

Diversen
Daarbij zijn de verhuiskosten van enkele Leden gevoegd, met als afschrijvingsduur vijf jaar. Tevens zitten daar de kosten van werkdiners, representatie, een aandeel in de werkkleding, schade vergoedingen, lidmaatschappen i.v.m. het werk, niet vergoede lesgelden en andere minder structurele kosten.
Het verdient vermelding dat deze kosten betrekking hebben op de leden en hun medewerkers (2 ½ á 3 per lid).

BIJLAGE 2: SAMENVATTINGEN VAN DE UITGAVEN

Dhr. Albert-Jan Maat

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 1110
Kantoor 1750
Inrichting 675
Telefoon 1260
Kantoorartikelen 1100
Boeken en kranten 470
Datanetten 0
Apparatuur 200
Diversen 1300
Totaal 7865

Verklaring Albert Jan Maat

Aan de vertrouwenspersoon van het CDA
inzake de gedragscode EP leden

t.a.v. de deken van de Nederlandse EP leden

Brussel 3 mei 2000

Geachte heren,

Inzake de op 14 mei 1999 overeengekomen gedragscode voor Nederlandse leden van het Europees Parlement kan ik u het volgende meedelen. Inzake punten 1 en 2 van de gedragscode heeft u reeds mijn verklaring ontvangen. Inzake punt 3 van de gedragscode kan ik u meedelen hieraan te hebben voldaan.

Inzake punt 4 van de gedragscode kan ik u meedelen in 1999 voor een tweetal functies presentiegeld te hebben ontvangen, namelijk voor het bestuur van de CAH Dronten en het bestuur van AOC Terra. In totaal betrof de vergoeding gedurende de parlementaire periode ruim fl 3.000,=. Voor overige functies is alleen een reiskostenvergoeding of geen kostenvergoeding ontvangen. De functies staan op mijn internetsite vermeld.

Aan punt 5 van de gedragscode heb ik ook voldaan. Aan punt 6 van de gedragscode is door de delegatie voldaan.

Hoogachtend

Albert Jan Maat



Dhr. Arie Oostlander

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens Reiskosten 1175
Kantoor 1215
Inrichting 330
Telefoon 770
Kantoorartikelen 1405
Boeken en kranten 697
Datanetten 271
Apparatuur 555
Diversen 1154
Totaal 7572

Verklaring Arie Oostlander

Straatsburg 15 juni 2000

Inzake de gedragscode van de Nederlandse leden van het Europees Parlement verklaar ik het volgende:


1. De forfaitaire reiskostenvergoedingen worden door mij slechts geïnd voor zover dat ter dekking van de reële kosten nodig is. Ik behoud me het recht voor om bijzondere buitenlandse onkosten, die niet vergoed worden, uit deze post te bestrijden (bijvoorbeeld meereizende assistent of tolken).


2. De algemene onkostenvergoeding wordt besteed zoals in de stukken is beschreven. De vergoeding voor personeelskosten gaat geheel op aan salariskosten voor twee fulltimers en twee à drie parttimers.


3. Ik neem niet meer deel aan het vrijwillige pensioenponds.

4. Ik heb geen betaalde nevenfuncties


5. Uiteraard in ik alleen een dagvergoeding indien het werk me naar Straatsburg of Brussel roept.

A.M. Oostlander



Dhr. Bartho Pronk

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens Reiskosten 1319
Kantoor 1840
Inrichting 416
Telefoon 905
Kantoorartikelen 818
Boeken en kranten 645
Datanetten 228
Apparatuur 833
Diversen 1125
Totaal 8129

Verklaring Bartho Pronk

Beste Arie,

Hierbij mijn beschrijving van de manier waarop ik met de code omgegaan ben:


1. Ik ga uit van de werkelijk gemaakte reiskosten.
2. De uitgaven ter ondersteuning van parlementaire werkzaamheden, zijn zoals is aangegeven hoger dan de maandelijkse vergoeding.
3. Ik ben geen lid meer van het pensioenfonds van het Europees Parlement. Verder heb ik in de afgelopen periode op geen enkele wijze gebruik gemaakt van regelingen bedoeld in 3.

4. niet van toepassing

5. Ik claim alleen een dagvergoeding op dagen die besteed worden aan parlementaire werkzaamheden.

Met vriendelijke groet,

Bartho Pronk


Dhr. Lambert Doorn

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 1300
Kantoor 800
Inrichting 360
Telefoon 1450
Kantoorartikelen 644
Boeken en kranten 450
Datanetten 328
Apparatuur 525
Diversen 2120
Totaal 7977

Verklaring Bert Doorn

Ondergetekende, L.Doorn, verklaart hierbij overeenkomstig de gedragscode voor Nederlandse leden van het Europees Parlement:

ad.1: dat hij de gemaakte reiskosten correct declareert; ad 2: dat hij de algemene onkosten vergoeding alleen aanwendt voor de ondersteuning van de parlementaire werkzaamheden. De vergoeding die hij ontvangt voor personele ondersteuning wordt alleen aangewend voor personeelskosten;
ad 3: dat hij alleen gebruik maakt van Europese regelingen, wanneer de nationale regelingen niet toereikend zijn. Hij maakt geen gebruik van de vrijwillige pensioenregeling van het Parlement; ad 4: dat hij inkomsten uit nevenactiviteiten volgens de gebruikelijke procedures heeft aangemeld;
ad 5: dat hij alleen dagvergoedingen ontvangt voor dagen die daadwerkelijk besteed worden aan parlementaire werkzaamheden.

Wassenaar, 10 mei 2000



Mevr. Hanja Maij-Weggen

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 1954
Kantoor 800
Inrichting 400
Telefoon 1370
Kantoorartikelen 595
Boeken en kranten 462
Datanetten 28
Apparatuur 800
Diversen 1127
Totaal 7536

Verklaring Hanja Maij Weggen

Verklaring Hanja Maij-Weggen ten behoeve van de Gedragscode juli-december 1999

ad 1
A De forfaitaire reiskosten worden geïnd voor zover nodig voor de dekking van reële reiskosten.
B Er is gebruik gemaakt van de regeling voor extra reizen (3000 ECU per jaar) ten behoeve van de jaarvergadering van PD Burma in Bangkok.

ad 2
A De algemene onkostenvergoeding is besteed aan werkzaamheden ten behoeve van het Europees Parlement zoals gerapporteerd aan de vertrouwenspersonen
B De vergoedingen voor personeelskosten worden uitsluitend aangewend ten behoeve van personele ondersteuning

ad 3
A Er is geen gebruik gemaakt van de zogenaamde regelingen
-voorzieningen zijnde extra verzekeringen van het parlement. B Er wordt niet deelgenomen aan de aanvullende pensioenregeling

ad 4
A Er worden geen inkomsten ontvangen uit nevenactiviteiten (behoudens gedeclareerde reiskosten)
B Nevenactiviteiten: Voorzitterschap Dierenbescherming Nederland, Voorzitterschap EIA, Lid Board MPG. Het gaat hier om vrijwilligerswerk.
ad 5 Dagvergoedingen worden alleen aanvaard voor parlementaire werkdagen in Brussel en straatsburg



Mevr. Karla Peijs

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 355
Kantoor 1013
Inrichting 350
Telefoon 1357
Kantoorartikelen 1389
Boeken en kranten 615
Datanetten 146
Apparatuur 925
Diversen 1588
Totaal 7738

Verklaring Karla Peijs

Brussel, mei 2000

Verklaring inzake gedragscode leden Europees Parlement

LS

ad. 1 Ik declareer werkelijke reiskosten
ad. 2 Zoals gerapporteerd aan de vertrouwenspersonen wordt de algemene onkostenvergoeding besteed aan parlementaire werkzaamheden en de ondersteuning daarvan.
ad. 3 Ik maak geen gebruik (meer) van de vrijwillige pensioenvoorziening. Waarbij ik constateer dat de schade toegebracht aan vrouwen onevenredig groot is. Ik maak alleen gebruik van regelingen en voorzieningen van het parlement als de Nederlandse voorzieningen ontoereikend zijn.
ad 4 Ik heb nevenfuncties. Precies zoals bij Nederlandse parlementariërs zijn die alle opgetekend in het openbare register van het Parlement. Vanwege mijn nevenfucties wordt mijn schadeloosstelling maximaal gekort tot ongeveer f 76.000,--
ad 5 De dagvergoeding wordt alleen geind voor dagen, die daadwerkelijk worden besteed aan parlementair werk.
ad 6. De rapportage aan de vertrouwenspersonen en deze verklaring moeten gezien worden in het licht van punt 6

Karla Peijs, MEP



Mevr. Maria Martens

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 1092
Kantoor 1015
Inrichting 210
Telefoon 838
Kantoorartikelen 1562
Boeken en kranten 520
Datanetten 241
Apparatuur 323
Diversen 1665
Totaal 7466

Verklaring Maria Martens

Verklaring inzake de gedragscode voor de Nederlandse leden van het Europees Parlement.

ad 1. Ik declareer alleen de werkelijk gemaakte reiskosten. ad 2. De algemene onkostenvergoeding wordt uitsluitend besteed t.b.v. de ondersteuning van de parlementaire werkzaamheden. De vergoeding voor personele ondersteuning wordt aangewend voor personele ondersteuning.
ad 3. Ik maak alleen gebruik van regelingen en voorzieningen van het Parlement als de Nederlandse regelingen ontoereikend zijn. Ik houd me aan de afspraak inzake de vrijwillige pensioenvoorziening, zoals vastgelegd in de gedragscode: ik maak geen gebruik van deze vrijwillige aanvullende pensioenvoorziening.
ad 4. Ik heb nevenfuncties. Sommige ervan voorzien in een tegemoetkoming van de gemaakte kosten.
ad 5. De dagvergoeding wordt alleen geïnd voor dagen die worden besteed aan parlementaire activiteiten.
ad 6. De rapportage aan de vertrouwenspersoon en deze verklaring moeten worden gezien als de verantwoording zoals gevraagd in punt 6 van de gedragscode.

Brussel, mei 2000

M.J.T. Martens, MEP



Ria Oomen-Ruijten

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 1073
Kantoor 1403
Inrichting 212
Telefoon 1102
Kantoorartikelen 1150
Boeken en kranten 520
Datanetten 36
Apparatuur 750
Diversen 1485
Totaal 7731

Verklaring Ria Oomen-Ruijten

Maasbracht, 1 mei 2000

Betreft: Gedragscode voor de Nederlandse leden van het Europees Parlement.

Met betrekking tot de gedragscode van de leden van het Europees Parlement verklaar ik:


1. De reiskosten te declareren op werkelijk gemaakte kosten;
2. De algemene onkostenvergoeding te besteden aan de ondersteuning van mijn parlementaire werkzaamheden;

3. Vanaf juni 1994 reeds geen deel meer uit te maken van het Vrijwillig Pensioenfonds;

4. Alle nevenactiviteiten zijn geregistreerd in het openbaar register. Inkomsten in de vorm van onkostenvergoeding worden geregistreerd;
5. Het vanzelfsprekend te achten dat ook dagen waarop een dagvergoeding wordt gedeclareerd ook besteed worden aan parlementaire activiteiten;

6. Het overzicht van de maandelijkse onkosten toont overduidelijk aan dat wanneer een Europees afgevaardigde (zoals dat hoort) veel publieks-/burger gerichte activiteiten onderneemt, dat meer financiën vergt, zoals bijvoorbeeld voor de personele bezetting op het kantoor op de thuisbasis.

Ria Oomen-Ruijten.



Dhr. Wim van Velzen

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 2091
Kantoor 736
Inrichting 359
Telefoon 850
Kantoorartikelen 1058
Boeken en kranten 343
Datanetten 215
Apparatuur 382
Diversen 1693
Totaal 7727

Verklaring Wim van Velzen

10/5/2000

Hierbij verklaar ik het volgende:

1. Ik heb een overzicht van besteding van de algemene secretariaatsvergoeding over de 2e helft 1999 ter hand gesteld aan de twee vertrouwenspersonen.

2. Ik heb bij het EP alleen de werkelijk gemaakte reiskosten gedeclareerd

3. Sinds de instelling van de nieuwe mandaatsperiode van het EP neem ik niet meer deel aan het vrijwillig pensioenfonds van het EP
4. Er is geen beroep gedaan in de tweede helft van 1999 op voorzieningen van het EP zoals bedoeld in art. 3 van de gedragscode
5. Nevenactiviteiten zijn opgenomen op mijn website. Betaalde nevenfuncties zijn opgenomen in het register van het EP.
6. Er is alleen dagvergoeding ontvangen voor dagen die besteed zijn aan parlementaire activiteiten.



GEMIDDELDE UITGAVEN VOOR DE CDA-DELEGATIE

Uitgavecategorie en daarnaast bedrag in guldens

Reiskosten 1274
Kantoor 1175
Inrichting 368
Telefoon 1100
Kantoorartikelen 1080
Boeken en kranten 525
Datanetten 187
Apparatuur 588
Diversen 1537
Totaal 7834

Gemiddelden zijn afgerond in hele guldens

Verklaring van de vertrouwenscommissie

De Vertrouwenscommissie stelt vast dat, uitgaande van globale juistheid van de declaraties van elk der fractieleden, de algemene kostenvergoeding volledig wordt gebruikt, waarbij per lid variërende "tekorten" zouden zijn ontstaan. De realiteit van deze "tekorten" hangt af van de interpretatie die de individuele leden aanhouden met betrekking tot het declarabel zijn van bepaalde uitgaven voor de uitvoering van het parlementair mandaat.

21 juni 2000

mr. L. de Moor

drs. V.I. Goedvolk



Straatsburg, 13 juni 2000

Liberalisering telecom: Europees Parlement stemt in met rapport Wim van Velzen

Het Europees Parlement stemt in met een aantal aanpassingen in de wetgeving rondom de liberalisering van de telecomdiensten en netwerken. Het doel van die aanpassingen is zowel in het directe belang van de consument als in het belang van de sector als geheel. Dit blijkt uit de stemming vandaag over het rapport van CDA-Europarlementariër Wim van Velzen. Europees Commissaris Erkki Liikanen heeft tijdens het debat verklaard het op hoofdlijnen eens te zijn met de visie van het Europees Parlement.

In de komende wetsherziening zal de Europese wetgever de transparantie van de pijzen moeten garanderen. Op dit moment is het zeer moeilijk voor de consument tevoren te weten wat een mobiel telefoongesprek zal gaan kosten, zeker wanneer dit gesprek over meerdere netten loopt.

Daarnaast moet het Europees alarmnummer 112 toegankelijker worden gemaakt voor de burger. De 112-centrales zouden verder oproepen minimaal in twee talen moeten kunnen beantwoorden. Ook zou de 112 dienst voorzieningen moeten treffen om de oproeper te kunnen lokaliseren. Dit laatste vergroot de effectiviteit en gaat misbruik tegen.

Tijdens het plenair debat in het EP over het 99 Review rapport van Wim van Velzen is gebleken dat de EC door schriftelijke spoedvragen van Wim van Velzen gedwongen is naar de economische gevolgen van de UMTS veilingen te kijken, in combinatie met artikel 11 van de vergunningenrichtlijn.
Tijdens het debat gaf Liikanen aan door de vraag van Van Velzen over een mogelijke inbreukprocedure tegen het VK onder druk te staan. De commissaris heeft moeite de veilingen van UMTS frequenties te rechtvaardigen, vooral gezien artikel 11 van de vergunningenrichtlijn. Met name komt er nu aandacht voor een economische analyse van de gevolgen van de veilingen, en zal dus kijken naar criteria als lengte van de vergunningen, kosten voor het netwerk en de gevolgen voor de roaming prijzen. Wim van Velzen is bang dat de hoge prijzen die bij de veilingen worden betaald, de ontwikkeling van nieuwe diensten in deze sector zal belemmeren en de consument uiteindelijk de rekening zal betalen.
Wim van Velzen is blij dat de Commissaris een eerste indicatie van zijn antwoord op de spoedvraag heeft gegeven, en verwelkomt een spoedig vervolgantwoord op zijn vraag.

Van Velzen pleit voorts in zijn rapport dat de nationale sectorspecifieke controle-organen op termijn worden geïntegreerd in de algemene marktcontrolerende organisaties. Verder zouden de nationale controle-organen meer met elkaar moeten samenwerken zodat er van "one stop shop" bij het verlenen van vergunningen sprake is. Een toewijzing van een vergunning voor de hele EU zou op die manier bij één OPTA kunnen worden geregeld.

Tot slot pleit Van Velzen om de looptijd van de nieuwe regelgeving te beperken tot 2005. Eventuele tussentijdse evaluaties zou moeten plaatsvinden tussen een werkgroep van de Europese Commissie en een werkgroep van het EP. Op eenzelfde manier zijn ook de WTO-onderhandelingen voorbereid. Van Velzen:" Door de evaluaties eenzijdig te leggen bij een ambtelijke werkgroep ontstaat een democratisch tekort. Het gaat om wetgeving die iedere telefoongebruiker binnen de EU raakt. Dit mag niet in ambtelijke achterafkamertjes worden besloten."

Meer informatie:
Wim van Velzen.Telefoon. 00-33 388175623 of
Eduard Slootweg, voorlichter. Telefoon 00-32 75 721 280



Brussel, 13 juni 2000

Maria Martens over de tabaksrichtlijn

"Het is niet reëel te denken dat wetgeving ervoor kan zorgen dat er niet meer gerookt wordt in de wereld. Wat we wel kunnen proberen is te voorkomen dat mensen op jonge leeftijd, steeds jongere leeftijd, beginnen met roken. Met het oog daarop zouden lidstaten kunnen overwegen de prijzen van sigaretten te verhogen en de verkoop aan kinderen onder de 16 jaar te verbieden." aldus Maria Martens, woordvoerder namens de EVP-ED fractie in het Europees Parlement over de tabaksrichtlijn.

De richtlijn is met name gericht op nieuwe bepalingen inzake toegestane gehaltes teer, nicotine en koolmonoxide, alsook de teksten die op de verpakking van tabaksprodukten moeten komen om te waarschuwen voor de gevaren van roken.

De EVP-ED fractie is voorstander van een duidelijke en strenge waarschuwing op tabaksproducten, ook over de gevaren van passief roken. Opvallend zijn de nieuwe inzichten met betrekking tot de gehaltes van teer, nicotine en koolmonoxide. Voorgesteld wordt geen gehaltes meer te noemen, omdat deze misleidend werken. Een lager gehalte is even verslavend, stimuleert tot het roken van meer sigaretten en geeft vaak ernstiger vormen van kanker. Het is voldoende er op te wijzen dat er teer, nicotine en koolmonoxide in zit en dat deze de gezondheid schaden. De christen-democratische fraktie vindt dat de strenge gezondheidseisen die voor de Europese markt worden gehanteerd, ook moeten gelden voor de export. Martens: " "Het kan niet zo zijn dat de gezondheid van niet-EU-burgers minder belangrijk is dan die van Europeanen. Het spreekt voor zich zelf dat consumenten informatie over alle ingrediënten in het product gemakkelijk en gratis moeten kunnen krijgen.

Martens wil een onderscheid maken tussen enerzijds sigaretten, anderzijds pijptabak en sigaren: "Sigaren en pijprokers zijn over het algemeen oudere, minder frequente rokers, gezelligheidsrokers. Het betreft een duurder product. Daarom zou de kleur en de grootte van waarschuwing anders mogen zijn dan bij sigaretten. Het gaat om een andere doelgroep dan de jonge of beginnende roker.

Maria Martens pleit ervoor de Europese subsidie op het verbouwen van tabak af te bouwen: Het is niet geloofwaardig om enerzijds roken te ontmoedigen en anderzijds het verbouwen van tabak in de zuidelijke lidstaten te stimuleren. "

Woordvoerder: Maria Martens. telefoon 00-33 388 17 5857 Meer bijzonderheden: Eduard Slootweg. telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 18 mei 2000

Nieuwe maatregelen tegen vrouwenhandel

Het Europees Parlement steunt de nieuwe maatregelen die de Europese Commissie voorstelt in de strijd tegen vrouwenhandel. Dit blijkt uit het plenaire debat dat vandaag is gehouden in het Europees Parlement.

Vrouwenhandel blijkt financieel zeer lucratief en is in toenemende mate verbonden met internationale criminele organisaties. Mensenhandel is in vergelijking met bv. handel in verdovende middelen zeer lucratief omdat de strafmaat relatief laag is en de winstmarge hoog. Volgens schattingen van de VN worden jaarlijks 500.000 mensen Europa binnengesmokkeld. De Europese Commissie wil daarom de strafmaat met betrekking tot mensenhandel harmoniseren. Daarnaast zouden de vereisten voor het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning aan slachtoffers niet meer per lidstaat mogen verschillen. Ook hiervoor zal de Europese Commissie voorstellen doen.

CDA-Europarlementariër Maria Martens pleitte tijdens het debat voor verdere afstemming van regelgeving in de lidstaten: "De Europese Commissie moet concrete maatregelen treffen om opsporing en vervolging gemakkelijker en efficiënter te laten verlopen. Dus niet alleen het strafrecht harmoniseren, maar ook samenwerking en coördinatie tussen politie en justitie in de opsporingsfase stimuleren."

Martens wijst verder op de zeer belangrijke rol die NGO´s vaak vervullen. Martens pleit er voor dat daaronder ook levenbeschouwelijke en religieuze organisaties kunnen vallen, die de opvang en de begeleiding van de slachtoffers tot hun taak hebben gesteld. Martens roept de regeringen en de Commissie op maatregelen goed te keuren om beginnende plaatselijke NGO´s te steunen, met name is dit nodig in kandidaat-lidstaten van de Europese Unie.

woordvoerder: Maria Martens, telefoon 00-32 2 2845857 meer informatie: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA. telefoon 00-32 75 721 280



Straatsburg, 17 mei 2000

Euro-11 niet klaar voor uitbreiding met Griekenland

De economische en monetaire unie is niet klaar voor uitbreiding. Volgens het Verdrag kunnen landen als Zweden en Griekenland toetreden als zij aan alle toetredingscriteria voldoen. Binnenkort zal de Ecofin-raad en daaropvolgend de Europese Raad een besluit nemen over de eventuele toetreding van Griekenland. Hierover brengt het Europees Parlement vandaag advies uit. CDA-woordvoerder monetaire zaken Karla Peijs vindt dat de uitbreiding van de eurozone niet moet plaatsvinden omdat de huidige economische en monetaire coördinatie tussen de elf Euro-lidstaten onvoldoende is.

Landen als Duitsland, Frankrijk, België en vooral Italië brengen volgens haar niet de gewenste structurele hervormingen in hun markten tot stand. De lage koers van de euro is hiervan onder meer het gevolg. Zij voorziet nog minder vertrouwen bij de mensen en de markten als toch wordt overgegaan tot uitbreiding.

Karla Peijs:"De grote landen en België moeten op een serieuze manier de arbeidsmarkt op elkaar afstemmen en een streng begrotingsdiscipline handhaven. Pas dan zal het vertrouwen van de markt in de euro toenemen en is de euro stabiel genoeg om nieuwe landen op te nemen."

Peijs zal zich onthouden bij de stemming over de toetreding van Griekenland: "Hiermee wil ik een signaal afgeven richting de Euro-elf. Het is jammer voor Griekenland, want ik denk dat dit land even goed aan de criteria voldoet als indertijd Italië. De koers van de euro is voor mij een onafhankelijke graadmeter van het economisch beleid van de 11 deelnemende landen. En dit beleid laat geen uitbreiding toe."

Voor wat de huidige lage koers van de euro betreft stelt Peijs dat momenteel de nadelen groter zijn geworden dan de voordelen. De lage koers is enerzijds een stimulans voor de Europese export, aan de andere kant maakt een sterke dollar de importen steeds duurder: "Met de dure dollar staan we op het punt om inflatie te importeren. En daar wordt niemand beter van."-einde bericht-

Woordvoerder: Karla Peijs, lid Europees Parlement. tel 00-33 388 17 5861
Meer informatie: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA: tel 00-32 75 721 280



Humanitaire hulp komt altijd te laat

Van Velzen pleit voor modernisering EU-buitenlands beleid

Straatsburg , 14 maart 2000

Bij de ontwikkeling van een Europees buitenlands beleid moet de Europese Unie prioriteit geven aan het analyseren van humanitaire crisis, het coördineren van inzet en middelen en snelle reacties. Met name een operationele transportcapaciteit is van groot belang. Dit zegt CDA Europarlementariër Wim van Velzen tijdens het debat vandaag over het jaarprogramma van de Europese Commissie.

Van Velzen ziet in het jaarprogramma van de Europese Commissie te weinig aandacht voor een rol van de Europese Unie als humanitaire hulpverlener. Het optreden van de EU in Mozambique laat zien dat dit hoognodig is. De hulp van EU-lidstaten kwam traag op gang en was versnipperd onder andere door het gebrek aan coordinatie bij het gebruik van schaarse transportmiddelen. Van Velzen deed tijdens het debat een dringend beroep op de Europese Commissie om hierover tot onderlinge afstemming te komen met de heer Solana, Hoge Vertegenwoordiger van de Raad.

Van Velzen: Het aanzien van de Europese Unie in de wereld zal in hoge mate worden bepaald door het al of niet adequaat opereren in crisissituaties en in het bijzonder bij het al of niet efficient inzetten van EU soldaten en materieel bij humanitaire operaties. Dit moet dus goed worden geregeld.

Meer bijzonderheden:
Wim van Velzen, lid Europees Parlement. Telefoon 00-33 3 88 17 5623 Eduard Slootweg, voorlichter EVP/CDA delegatie. Tel 00-32 75 721 280



Brussel, 2 maart 2000

Vragen over Echelon

Onlangs vond in het EP een hoorzitting plaats over dataprotectie. Ook het afluisterproject Echelon kwam hierbij aan de orde. Telefoon-, fax-, mobiele telefoon- en email-verkeer kunnen hiermee wereldwijd worden afgeluisterd door de Verenigde Staten. Ook is gebleken dat in software sleutels kunnen worden ingebouwd, waardoor gebruikers via deze geheime achterdeur in hun computer gevolgd kunnen worden in hun activiteiten. Ter voorbereiding op het plenaire debat over dit onderwerp in de maartzitting van het Europees Parlement heeft CDA-Europarlementariër Wim van Velzen hierover vragen gesteld aan Commissaris Liikaanen.

Van Velzen wil weten in hoeverre er daadwerkelijk klachten zijn binnengekomen over verborgen software achterdeuren in PC-besturingssystemen of internetbrowsers. Daarnaast vraagt hij of de Europese Commissie bereid is de dataprotectierichtijn uit 1998 aan te passen zodat het verboden wordt software te maken met verborgen sleutels. Op dit moment legt de richtlijn enkel verplichtingen op aan aanbieders van diensten en netwerken. De software is vooralsnog buiten de werking van de richtlijn gebleven.

Tot slot wil Van Velzen van de Europese Commissie een overzicht krijgen van de mate waarin lidstaten uitzonderingen voor hun eigen inlichtingendiensten hebben toegestaan bij de omzetting van de dataprotectierichtlijn naar nationale wetgeving.

Van Velzen: Met deze vragen wil ik zo mogelijk voordat het plenaire debat begint een overzicht krijgen van de zwaarte van het probleem. Daarnaast wil ik weten in hoeverre EU-lidstaten in hun eigen wetgeving Echelon-achtige praktijken toestaan. Het gaat er mij om dat een einde wordt gemaakt aan alle onzekerheid over het al dan niet bestaan van stelselmatige afluisterpraktijken. Daarnaast moet er een helder wettelijk kader worden gemaakt waarbinnen spionagediensten mogen opereren, zodat er een proportioneel evenwicht komt tussen individuele belangen en de belangen van de staatsveiligheid.

Woordvoerder: Wim van Velzen. telefoon 00-32 2 284 5623 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA. telefoon 00-32 75 721 280

De letterlijke tekst van de vragen:

Onlangs vond in het EP een hoorzitting plaats over dataprotectie. Ook het afluisterproject Echelon kwam hierbij aan de orde. Telefoon-, fax-, mobiele telefoon- en email-verkeer wordt hiermee wereldwijd afgeluisterd door de USA. Ook is gebleken dat in software sleutels kunnen worden ingebouwd, waardoor de burger via deze geheime achterdeur in zijn computer gevolgd kan worden in zijn activiteiten.

De Richtlijn over dataprotectie in de telecommunicatiesector (Richtlijn 97/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 December 1997 inzake de verwerking van persoonlijke gegevens en de bescherming van het privéleven in de telecommunicatiesector, PB L 24, 30.01.1998) legt verplichtingen op aan aanbieders van diensten en netwerken maar lijkt software buiten schot te laten.


1. Zijn er bij de Europese Commissie klachten binnengekomen over dit onderwerp?

2. Is de Europese Commissie bereid in een herziening van de richtlijn 97/66/EG de software loophole te dichten ten behoeve van de daadwerkelijke bescherming van de burgers tegen ongewild meekijken in /afluisteren van de computerbestanden en communicatiestromen?
3. Is de Europese Commissie van mening dat met veralgemeniseerde afluisterpraktijken door autoriteiten en algemene verplichtingen voor dienstverleners om data van hun klanten op te slaan, de lidstaten een juiste balans hebben getroffen tussen de privacy rechten van de burger en de belangen van nationale veiligheid en misdaadbestrijding ?
4. Toetst de Europese Commissie in het kader van haar taak om toe te zien op de juiste omzetting van Europese Richtlijnen in nationale wetgeving, de proportionaliteit van maatregelen die lidstaten nemen onder de uitzonderingen die zijn toegestaan in de Europese data protectie richtlijnen ? Wat zijn de bevindingen op dit vlak ?




1 maart 2000


Europa eindelijk van start met nieuw Jeugdprogramma

Afgelopen nacht is overeenstemming bereikt tussen Raad van Ministers en het Europees Parlement over het Actieprogramma Jeugd. Dit actieprogramma loopt van 2000-2006 en het totale budget bedraagt 520 miljoen euro. Dit Europees programma subsidieert uitwisselingsprogramma´s zodat tal van jeugd- en jongerenorganisaties kennis kunnen nemen van andere culturen. In Nederland gaat het om zo´n 140 uitwisselingen per jaar en daarnaast zijn er 85 projecten van jongeren die een half jaar tot een jaar vrijwilligerswerk in een ander Europees land doen.

Eén van de onderhandelaars namens het Europees Parlement is CDA-Europarlementariër Maria Martens: Het is overigens niet dankzij de Nederlandse Staatssecretaris Vliegenthart dat overeenstemming is bereikt. Nederland heeft namelijk tot op het laatste moment geweigerd om de begroting aan te passen. Daarmee zette mevrouw Vliegenthart het voortbestaan van het Jeugd-Programma op het spel.

Het Europese programma is vooral bedoeld om internationale uitwisseling van kansarme jongeren te stimuleren. Zo werden in Nederland uitwisselingprogramma´s van gehandicapte jongeren gefinancierd uit dit Europese fonds. Verder biedt het programma ook mogelijkheden voor vrijwilligers, professionals en beleidsmakers op het gebied van jeugd- en jongerenwerk.

Voor inlichtingen: Maria Martens, woordvoerder jeugd; telefoon 0032 2 284 7857.
Persvoorlichter: E. Slootweg, telefoon 0032 75 721 280.



28 februari 2000

EVP steunt Servische oppositie

De Servische oppositie moet sterk worden gesteund in de aanloop naar de verkiezingen in Servië. Daarnaast moet het embargo selectief worden opgeheven. Dit staat in de verklaring van Thessaloniki die tijdens een congres van politieke partijen van de Europese christen-democraten (EVP), conservatieven (Europese Democratische Unie) en verwante politieke partijen uit Zuid-Oost Europa is aanvaard. Vice-voorzitter Wim van Velzen hoopt dat ook bijvoorbeeld minister Van Aartsen zijn verzet tegen een gedeeltelijke opheffing van het embargo wil opgeven.

De EVP en EDU organiseren regelmatig bijeenkomsten met verwante politieke partijen uit niet EU-kandidaatlidstaten om hen te steunen met het democratiseringsproces. Tijdens de bijeenkomst deden oppositiepartijen als de Demokratska stranka en de Demohriscanska partije Srbije een oproep om het embargo te versoepelen. Volgens de vertegenwoordigers van de oppositie versterkt het embargo het gevoel van solidariteit onder de bevolking met Milosovic die sinds zijn partijcongres vorige week de oppositie probeert de criminaliseren en hen afschildert als landverraders omdat zij heulen met het westen die verantwoordelijk is voor het embargo. Als het embargo wordt versoepeld
-zodat de Servische bevolking wordt ontzien- kan de oppositie aantonen dat niet het westen maar Milosovic het probleem is.

Vice-voorzitter van de EVP-partij Wim van Velzen meent dat alleen een samenwerkende oppositie sterk genoeg is om Milosovic te verslaan in de verkiezingsstrijd: Er is een cruciaal jaar aangebroken. De verkiezingen zijn nog niet uitgeschreven, maar iedereen verwacht dat deze in de komende maanden zullen worden gehouden. De oppositiepartijen zijn momenteel nog te zwak. Het ontbreekt hen aan een goede infrastructuur en contacten met het westen. Daarom hebben wij aangeboden ze te steunen in deze strijd door middel van trainingsprogramma´s. De EVP wil hiermee niet zozeer partijpolitiek actief zijn want alle partijen die een bijdrage leveren aan het herstel van de democratie in Servië, zoals de Socijaldemokratija (sociaal-democraten), kunnen hiervan gebruik maken.

Woordvoerder: Wim van Velzen, telefoon 02-2844623 Voor meer bijzonderheden: Eduard Slootweg, voorlichter EVP-ED/CDA, telefoon 075-721 280

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie