Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervraag over verdeling hulpvormen per land

Datum nieuwsfeit: 26-10-2000
Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken

www.minbuza.nl\content.asp?Key=402344



Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 DEN HAAG Directie Financieel Economische Zaken Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag

Datum 26 oktober 2000 Auteur F.C. Keppels

Kenmerk FEZ/BZ-241/00 Telefoon 070 - 3485471

Blad /1 Fax 070 - 3486128

E-mail (fc.keppels@minbuza.nl)

Betreft Antwoord op kamervraag 16 van Groen Links n.a.v. de novemberbrief (TK 26433, nr. 18, 1999-2000)

Zeer geachte Voorzitter,

In antwoord op de schriftelijke vragen over de novemberbrief inzake het structurele bilaterale hulpbeleid (Kamerstuk 26433, nr. 21, 1999-2000) zegde ik toe de Kamer nader te zullen informeren over de verdeling van de steun per land over een aantal hulpvormen. Hierbij gaat u een overzicht daarvan toe per land voor de periode 1998 t/m 2000.

de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

Eveline Herfkens

Antwoord op vraag 16 van de leden van de Groen Links fractie, n.a.v. de novemberbrief (TK 26433, nr. 18) inzake Landenbeleid structurele bilaterale hulp d.d. 10 november 1999.

Vraag:

Kunt u per land een overzicht geven van het percentage hulpgelden dat uitgegeven wordt aan sectorale steun en aan sectorale begrotingssteun vanaf 1998 tot en met de verwachting voor 2000 (bijlagen novemberbrief)?

Antwoord:

Uit bijgevoegd overzicht blijkt welk deel van de totale hulp aan een land bestaat/bestond uit macro-georiënteerde programmahulp (onder andere schuldverlichting) en sectorale programmahulp (waaronder sectorale begrotingssteun). De omvang van beide vormen van programmahulp is afgezet tegen de landenallocatie. Onder landenallocatie wordt verstaan de macro-georiënteerde programmahulp en alle hulp die valt onder één van de landenprogramma's voor Mensenrechten, Vredesopbouw en Goed Bestuur, Milieu, Sociale Ontwikkeling, Onderwijs en Cultuur en Economische Ontwikkeling. Hulpvormen met een meer incidenteel karakter, zoals noodhulp, worden niet tot de landenallocatie gerekend en zijn dan ook buiten beschouwing gehouden. De vraag welk aandeel van de hulp betrekking heeft op de gekozen sectoren (sectorale steun) is niet goed voor alle gevraagde jaren te beantwoorden. In 1998 was van gekozen sectoren nog geen sprake en in 1999 was het proces van sectorkeuze nog in volle gang.

Het overzicht betreft de landen waarmee een structurele samenwerkingsrelatie bestaat. Per land is voor 1998, 1999 en 2000 zowel de absolute omvang van de landenallocatie als het relatieve aandeel van elk van de twee hulpvormen aangegeven. Van een trend dat een groter deel van de landenallocaties wordt besteed aan macro en sectorale programmahulp kan nog niet echt worden gesproken. In absolute bedragen stijgt zowel de macro als de sectorale programmahulp wel zeer duidelijk.

Dat de stijgende trend zich vooralsnog alleen vertaalt in absolute bedragen heeft te maken met de stugheid van het proces. In dat proces spelen PRSP's een grote rol. In dit verband wijs ik er op dat in 1998 en in 1999 nog geen (interim) PRSPs waren goedgekeurd, maar dat sinds begin 2000 inmiddels 2 PRSPs en 14 Interim PRSPs zijn goedgekeurd.
Deze documenten geven het raamwerk van beleidsprioriteiten om een beleid gericht op armoedevermindering te kunnen realiseren. Binnen dit raamwerk zal verdere uitwerking op sectoraal niveau moeten gaan plaatsvinden. Derhalve is aan twee belangrijke randvoorwaarden voor het verhogen van het aandeel sectorale steun in de bilaterale hulpverlening nu langzamerhand voldaan: de concentratie op de 18+4 landen door een forse verhoging van de allocatie naar deze landen en het beleidsraamwerk, zoals afgesproken tussen donoren, ontvangende landen en Bretton Woods Instellingen in de vorm van (interim) PRSPs.

De beleidswijzigingen die voortvloeien uit de introductie van de sectorale benadering kunnen niet van vandaag op morgen worden gerealiseerd. Naast het vervullen van bovengenoemde randvoorwaarden, dienen op het niveau van de beleidsuitvoering een groot aantal institutionele, beheersmatige en financiële knelpunten te worden opgelost. Dat proces is nu volop gaande, waarbij donoren projectmatige vormen van hulp gaandeweg moeten loslaten en hun steun meer en meer via begrotingen van het ontvangen land moeten laten lopen. Over de voortgang van het proces wordt in diverse internationale fora gesproken, zoals het
Strategic Partnership with Africa.

De mogelijkheden tot verschuiving worden voorts beperkt door de doelstelling 0,1 procent van het BNP te besteden aan internationaal milieubeleid. Deze doelstelling kan per definitie niet worden gerealiseerd met macro-georiënteerde vormen van hulp en vereist bovendien vooralsnog veelal projectmatige inspanningen in de bilaterale samenwerking. Prioriteit wordt daarbij uiteraard gegeven aan het integreren van projecten onder een sectoraal beleid volgens de principes van sectorale benadering.

In sommige landen waarmee de samenwerkingsrelatie gedeeltelijk wordt afgebouwd (themalanden) gaan de landenallocaties vooralsnog niet omlaag en/of stijgt het aandeel programmahulp niet of nauwelijks. Dit heeft te maken met het effect dat in deze landen een zorgvuldige afwikkeling van het programma op korte termijn juist een intensivering vereist, bijvoorbeeld om een goede overdracht te waarborgen of om kapitaalvernietiging te voorkomen.

Tot slot zij vermeld dat in de voorlopige cijfers voor 2000 sprake is van een onderschatting van het aandeel programmahulp, dat uiteindelijk hoger zal uitvallen. Recent is besloten tot additionele macrosteun van NLG 350 miljoen ter compensatie van de gevolgen van ruilvoetverslechtering voor vijf HIPC-landen van de 18+4 lijst, naar aanleiding van de toezegging bij de Algemene Politieke Beschouwingen zwaar verschuldigde landen op dit punt tegemoet te komen. Toekenning zal nog dit jaar geschieden.

Kenmerk
Blad /1

1 Voor Oeganda en Burkina Fasso zijn PRSPs goedgekeurd. Interim PRSPs zijn inmiddels goedgekeurd voor Albanië, Bolivia, Tsjaad, Kameroen, Ghana, Honduras, Mali, Nicaragua, Mozambique, Sao Tomé, Senegal, Tadjikistan, Tanzania en Zambia.

===

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie