Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Meer bescherming voor samenwoners zonder contract

Datum nieuwsfeit: 27-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Universiteit Maastricht
Zoek soortgelijke berichten
Universiteit Maastricht

PR & Voorlichting

Persbericht 25 oktober 2000

Hoogleraar Europees familierecht Forder in oratie: Partners zonder samenwoningscontract moeten ten opzichte van elkaar betere rechtsbescherming krijgen

In Nederland ben je voor de wet getrouwd en geregistreerd partner of je hebt niets geregeld. Samenwonende stellen (h/h) van de laatste categorie kunnen als ze dat willen bij de notaris een samenlevingscontract laten opmaken. Maar een grote groep doet dat niet, met alle onzekere juridische gevolgen van dien wanneer de relatie eindigt en het tot een verdeling van de bezittingen komt. Om in de leemte te voorzien, pleit de Maastrichtse hoogleraar prof.dr. C. Forder voor uitbreiding van het Nederlandse familierecht met een wettelijke regeling naar het voorbeeld van de Zweedse Wet Samenwonenden. Daarin vallen alle goederen die voor gezamenlijk gebruik zijn verworven onder een speciaal regime dat beide partners gelijke eigendomsrechten geeft.
Prof. Forder spreekt a.s. vrijdag 27 oktober haar oratie uit ter gelegenheid van de benoeming tot bijzonder hoogleraar European Family Law aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht (UM). De rede is getiteld: Het informele huwelijk: de verbondenheid tussen mens, goed en schuld.

Specifieke aard affectieve relatie
Volgens het CBS telt ons land momenteel 1,3 miljoen mensen die samenwonen, met een verwachte groei in 2025 tot 2 miljoen mensen. Hoewel exacte cijfers ontbreken, zou prof. Forder er niet raar van opkijken als de meerderheid van de samenwoners geen notariële afspraken maakt over de verdeling van de boedel in het geval het tot een breuk in de relatie komt. Het Nederlandse recht biedt in die gevallen weinig hulp. De wetgever gaat er volgens prof. Forder om drie redenen vanuit dat samenwonenden hun relatie zelf regelen. Ten eerste is het moeilijk om voor de verscheidenheid aan de relaties tussen samenwonenden algemene criteria op te stellen. Het tweede argument is de relatievrijheid: samenwonenden hebben er nu juist voor gekozen om zich niet aan de regels van het huwelijk te onderwerpen. Ten slotte gaat de wetgever er vanuit dat zich in de praktijk geen problemen zullen voordoen, temeer omdat samenwonenden een notariële samenlevingsovereenkomst kunnen opstellen.
De wetgever miskent hiermee volgens prof. Forder de specifieke aard van een affectieve relatie; die is niet vergelijkbaar met de verhouding van bij voorbeeld een koper en een verkoper. Forder: "Partners in een samenlevingsrelatie zijn geen zakenmensen die met arms length dealing expliciet of impliciet afspraken maken. Veeleer gaat juist het tegenovergestelde op en zou een zakelijke benadering in de relatie van samenwonenden als ongepast worden ervaren. Het innemen van harde juridische standpunten zou het emotionele aspect van de relatie in gevaar kunnen brengen". Forder ziet hierin een verklaring voor het relatief lage aantal afgesloten samenlevingscontracten tussen samenwonenden.

Ongerechtvaardigde verrijking
Buiten de wettelijke huurbescherming en diverse aspecten van het ongehuwd ouderschap is in het Nederlandse (privaat)recht niets geregeld voor de relatie tussen samenwonenden. Naar analogie van de ontwikkeling van de Canadese rechtspraak zou de Nederlandse rechter in het geval van een rechtszaak over de verdeling van goederen kunnen aannemen dat de ene partner zich ten koste van de ander ongerechtvaardigd verrijkt. De rechter zou ook kunnen uitgaan van een stilzwijgende overeenkomst tussen de partners over de eigendom van goederen. Beide rechtsfiguren bieden volgens prof. Forder echter geen uitkomst voor het oplossen van goederenrechtelijke geschillen tussen samenwonenden. In het geval van iemand die veel tijd en energie heeft gestoken in het opknappen van de woning van zijn/haar partner, die daardoor flink in waarde is gestegen, zal de rechter oordelen dat verarming moet worden bewezen: had deze persoon elders geld kunnen verdienen in de tijd dat hij/zij aan de woning heeft gewerkt? Als zulks al is aangetoond, komt de hoogte van de schadevergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking nooit overeen met de waardevermeerdering van de woning. Ook het aannemen door de rechter van een stilzwijgende overeenkomst kan volgens Forder op grond van de hierboven genoemde specifieke aard van de affectieve relatie niet als een bruikbare oplossing worden gezien.

Wettelijke regeling
Wanneer het trouwen of laten registreren kan worden gezien als een welbewuste stap, dan geldt dat maar ten dele voor het tegenovergestelde. Er zijn stellen die het huwelijk overbodig vinden omdat de partners zich toch al gebonden voelen. Anderen zijn principieel tegen het huwelijk en weer anderen hebben helemaal geen redenen tegen het huwelijk maar zijn gewoon beginnen samen te wonen zonder dat ze hierover hebben nagedacht. Bovendien zijn samenwonenden slecht op de hoogte van de verschillen in goederenrechtelijke en andere juridische gevolgen van het huwelijk en buitenhuwelijkse relaties. Volgens Forder blijkt uit Nederlands onderzoek dat bij meer dan één op de drie samenwonende stellen een onjuist beeld bestaat over de goederenrechtelijke situatie. Forder: "In het bijzonder gaan stellen ervan uit dat de partner die een niet-registergoed heeft betaald, zoals een auto, wasmachine of computer, de eigenaar van dat goed is. Ze beseffen daarbij niet het belang van de vraag aan wie het goed is geleverd". Voeg daarbij het sociologische gegeven dat de moderne persoonlijke relatie veel meer is dan een keuze tussen trouwen/registreren of niet, dan is er volgens Forder alle reden om voor mensen die (willen) samenwonen zonder samenlevingsovereenkomst een wettelijke regeling te creëren.

Prof. Forder heeft daartoe gekeken naar de familierechtelijke wetgeving van een groot aantal landen, waaronder Canada, Australië, Noorwegen, Zweden, Hongarije en Eritrea. Inspiratie voor haar voorstel vond Forder in de Zweedse Wet Samenwonenden. Op grond van deze wet vallen alle gezamenlijk verworven goederen onder een speciaal regime. Daarbij wordt uitgegaan van gelijke eigendomsrechten voor de partners en wordt in eerste instantie niet gekeken naar de door elk der partners geleverde bijdrage aan de verwerving van de goederen. De wet is van toepassing wanneer twee personen, van gelijk of verschillend geslacht, samenwonen in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met een huwelijk. De Wet Samenwonenden is uitsluitend van toepassing op de gezamenlijke woning en op de huishoudelijke inboedel. Verder geldt de eis dat de goederen zijn verworven met het oog op gezamenlijk gebruik. De regeling is daarom niet van toepassing op, bijvoorbeeld, vakantiehuizen, recreatiegoederen (boot, auto), bedrijfsgoederen, goederen in de gezamenlijke woning die uitsluitend door een van de partijen worden gebruikt en bankrekeningen.

Zolang de relatie voortduurt heeft de regeling geen juridisch effect; elk der partijen blijft eigenaar van haar of zijn goederen en elk der partijen is verplicht de door hem of haar aangegane schulden te voldoen. Een enkele bepaling is wel reeds tijdens de relatie van toepassing: evenals bij gehuwden het geval is, zijn samenwonenden niet bevoegd om zonder toestemming van de partner te beschikken over de goederen die onder het wettelijk regime vallen. De werking van de Wet Samenwonenden doet zich pas gevoelen als de relatie wordt afgebroken. Zo wordt bepaald dat, indien de relatie anders dan door de dood wordt beëindigd, één van de samenwonenden zich tot de rechter mag wenden met een verzoek tot gelijke verdeling van het gezamenlijk huis en van de gezamenlijke huishoudelijke goederen. Verder kan bij overlijden van een van der partners de overlevende partner om een gelijke verdeling van de onder de wet vallende goederen verzoeken.

Curriculum
Caroline Forder is geboren in Engeland en heeft daar aan de universiteiten van Nottingham (1976-1979) en Cambridge (1979-1980) haar juridisch opleiding gevolgd. Van 1980-1987 heeft zij als Lecturer in Law aan de Universiteit van Lancaster gewerkt. Vanaf 1991 is zij werkzaam geweest als universitaire docent, en sinds november 1999 als universitair hoofddocent aan de UM. Zij publiceert in Engelse, Canadese, Nederlandse en Italiaanse tijdschriften op het terrein van het vergelijkend familierecht en de rechten van de mens.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie