Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Premier Kok over benoeming Lubbers hoge commissaris UNHCR

Datum nieuwsfeit: 28-10-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Algemene Zaken
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Algemene Zaken


1red8630
27-10-2000, NOS, Gesprek met de minister-president, Nederland 3, 22.57 uur WEKELIJKS GESPREK MET MINISTER-PRESIDENT KOK OVER DE

BENOEMING VAN OUD-PREMIER LUBBERS TOT HOGE COMMISSARIS

VOOR DE VLUCHTELINGEN BIJ DE UNHCR

VAN GALEN:
U heeft vanmorgen namens de ministerraad een felicitatietelegram aan de heer Lubbers gestuurd. "Beste Ruud" staat erboven en er staat onderaan "weet je daarbij verzekerd van onze volledige steun", dat gaat dan over de ministers. Ik heb altijd geleerd dat als je in de politiek de steun uit moet spreken, dan is daar blijkbaar twijfel aan. Moest u dat even hardop zeggen?
KOK:
We wilden dat graag hardop zeggen. Ik heb trouwens van de week met Lubbers ook uitgebreid gesproken, dinsdagochtend toen er contacten tussen Kofi Annan en Jan Pronk waren geweest. Toen hebben we met elkaar een beetje de inzichten naast elkaar gelegd en toen hebben we gezegd: je gaat nu als hoogste baas van de UNHCR aan de gang. Dus ook als Nederlander uiteraard, als Nederlandse oud-premier. We krijgen daarin denk ik ook veel met elkaar te maken. Niet alleen met vakministers, maar ook met het Nederlandse kabinet. En ik denk dat het van enorm belang is dat je gewoon van elkaar weet dat ook in zo'n moeilijke fase die de vluchtelingenorganisatie doormaakt en met al die taken die Lubbers op zijn nek krijgt, dat hij vanuit Nederland, ook als deel van de Europese Unie, alle steun krijgt die hij daarbij nodig heeft. VAN GALEN:
Maar misschien moest u dat nog even expliciet laten weten aan de heer Lubbers, omdat u erg lang op Pronk heeft ingezet?
KOK:
Jawel, maar dat heeft niks hiermee te maken. Dat heeft gewoon te maken met het feit dat Pronk in een vroeg stadium heel veel signalen kreeg dat men aan hem trok. Dus dan zat hij natuurlijk als minister voor de afweging: wat doe ik nou? Ik ben minister van dit kabinet, maar mijn naam gaat ook rond in heel veel hoofdsteden. Dus hij heeft ook contact gehad met mij, met minister Van Aartsen en met collega Herfkens. En dat heeft tot de conclusie geleid dat we zouden kenbaar maken aan New York en aan iedereen die het horen wilde, dat Pronk - als die gevraagd zou worden, als dat nodig was ­ ook voor deze functie beschikbaar was. En dan is het vanzelfsprekend dat je natuurlijk als je voor zo'n kandidaat gaat, dat je dat ook tot aan het einde van de rit volhoudt. VAN GALEN:
Jawel, dat begrijp ik wel meneer Kok. Maar buitenstaanders oftewel de kijkers die zullen denken: wat raar toch eigenlijk dat de SG van de Verenigde Naties voor ú de droomkandidaat van Nederland moet bedenken. Zo komt het een beetje over. KOK:
Ja, wij waren zelf dus ook niet op Lubbers gekomen en Lubbers was ook niet op zichzelf gekomen. Want niks had natuurlijk ook in de weg gestaan, als hij dat echt zelf al had gewild van de zomer om nog eens even een lijntje te leggen en eens een belletje



te plegen en te zeggen: goh, ik zou daar ook wel belangstelling voor hebben. Maar het is blijkbaar ook niet bij hem opgekomen. Ik heb dat ook in zijn interviews gezien van de afgelopen dagen, dat hij zelf ook heel erg verrast was door het telefoontje van Kofi Annan. Kofi Annan was natuurlijk beter geplaatst om op een bepaald moment hem te benaderen dan wie ook. Want hij kon het veld overzien. Hij wist wat op dat moment de voors en tegens in de vorm van twijfels waren rondom de vijf kandidaten die nog figureerden. En hij heeft toen waarschijnlijk gedacht: ik vind het ten eerste heel belangrijk dat Nederland een plek in die top van de organisatie krijgt. En ten tweede, als ik zo eens rondkijk - hoe hij zo op dat idee is gekomen kan ik niet doorzien, dat is zijn verantwoordelijkheid geweest ­ dan kijk ik ook met name naar de oud-premier die een enorm record heeft in de internationale verhoudingen. VAN GALEN:
Dat begrijp ik wel, maar toch is het raar. U heeft zich een maand geleden voor die VN- missie naar Eritrea het vuur uit de sloffen gelopen. Kofi Annan was er ongetwijfeld blij mee dat Nederland daaraan meedoet. En dan gaat Kofi Annan achter uw rug om met Lubbers praten.
KOK:
Maar daar ziet u allerlei samenhangen die er niet zijn. VAN GALEN:
Maar dat is wel het beeld.
KOK:
Maar daarom wil ik ook iets tegen dat beeld zeggen, in het beeld ook. Het is niet zo dat wij ons het vuur uit de sloffen lopen om bij wie dan ook een goede indruk te maken. We weten dat als de wereld er aan hecht dat in Afrika een bijdrage wordt geleverd aan het herstellen en versterken van de internationale rechtsorde ­ en daar zijn mensen voor nodig om daar in te zetten ­ dat Nederland niet de andere kant op kan kijken. Er zijn zelfs al eens hier en daar uitzendingen geweest, ook in het beeld dus weer, waarin werd gezegd: dat heeft ook met die UNHCR-vacature te maken. Nou, nul relatie uiteraard. VAN GALEN:
Nee, maar meneer Kok, als ik u even mag onderbreken. Ik bedoel dit: u heeft een goede relatie met Kofi Annan opgebouwd. Eritrea, hij vindt het prima dat wij daar heengaan. En dan toch gaat hij achter uw rug om, de hoogste politieke baas in Nederland, met Lubbers praten.
KOK:
Vandaar dus dit antwoord. Ook al is die relatie prima en ook al is er heel veel respect voor Nederland en ook al is er heel veel respect voor de kwaliteiten van Pronk - want Kofi Annan heeft dat één en andermaal, aan het begin van de rit en aan het einde van de rit expliciet gezegd -, ook dan nog heeft hij als eerste man van die VN-organisatie het onvervreemdbare recht, nee zelfs de plicht om voor zichzelf tot een eindantwoord te komen op de vraag: wie vind ik nu, alles in aanmerking nemend, de beste op deze plek? VAN GALEN:
Maar voelt u zich niet geschoffeerd daardoor?



KOK:
Nee. Wel verrast.
VAN GALEN:
Is dat niet bijna hetzelfde in politieke termen?
KOK:
Nee, nee, nee. Dat is niet hetzelfde. Verrast is iets waar je van opkijkt. Geschoffeerd is iets wat je niet kunt verdragen. Wat ik respecteer, wat ik móet respecteren en wíl respecteren, dat is dat degene die verantwoordelijk is voor de benoeming, dat is hij, alles afwegend tot het inzicht komt: ik heb prima kandidaten, maar bij ieder van die prima kandidaten inclusief de Nederlandse kandidaat kom ik net onvoldoende ver in termen van totaal draagvlak. En dus - en dan vind ik dat juist wél te prijzen in hem en ook een bewijs dat hij dan de positie van Nederland serieus neemt, inclusief de goede contacten met Nederland ­ dat hij dan zegt: nou ga ik niet naar een Rus of naar een Italiaan of naar een Spanjaard, nu ga ik dus naar Nederland. VAN GALEN:
Maar nu even terug in die reconstructie. We gaan het niet helemaal overdoen, even naar 13 oktober, vrijdag de dertiende. Kofi Annan en u hebben een telefoongesprek. U besluit om dat vertrouwelijk te houden. De naam van Lubbers valt dan. En wat ik dan niet helemaal kan begrijpen: u licht Pronk niet in - dat kan ik begrijpen, want misschien dat hij in zijn emoties zal gaan lekken -, maar u licht ook Van Aartsen niet in, de minister van Buitenlandse Zaken. Waarom is dat?
KOK:
Het enige wat ik dus gedaan heb, is dat ik heb gezegd: het is beter dat we niet over de naam praten. Ik heb voor het overige zowel minister Pronk als minister Van Aartsen volledig geïnformeerd, want die hadden daar natuurlijk recht op. Ik heb alleen tegen Kofi Annan gezegd: luister goed, zolang de kandidatuur Pronk niet van tafel is, zolang u daarover nog geen besluit heeft genomen, blijft Nederland zich voor die kandidatuur Pronk inzetten.
VAN GALEN:
En was die de facto niet van tafel toen de naam van Lubbers viel? KOK:
Nee, met andere woorden: u hebt nog geen besluit genomen, u hebt een aantal twijfels, een aantal onzekerheden. Ik heb hem ook nog wat informaties gegeven over wat dingen die ik wist voor wat betreft de steun die er voor Pronk bestond. Dus laten we afspreken dat we over het weekend heen ons contact hernemen. En wat betreft de naam die nu valt kunnen we twee dingen doen: òf we gaan hier ruimer over praten en dan is het lekrisico enorm groot..
VAN GALEN:
Van Aartsen die lekt?
KOK:
Ik heb het niet over Van Aartsen die lekt. Ik zeg alleen dat als één persoon steeds één ander persoon uitkiest waarop die een vertrouwelijkheid doorbreekt - daarmee is niets



over de heer Van Aartsen gezegd maar wel in het algemeen over dingen die je vertrouwelijk wilt houden en die vertrouwelijk moeten blijven - dan is dat binnen de kortste keren problematisch. Ik heb dus tegen Kofi Annan gezegd: ik neem hier nu kennis van, ik vind dit heel complex. Ik vind het ook belangrijk dat ik nu van je weet dat je daaraan denkt. Maar je hebt nog geen beslissing genomen, dus ik beschouw dit als vertrouwelijk tót het moment waarop we elkaar opnieuw spreken en die vertrouwelijkheid wordt opgeheven.
VAN GALEN:
Want, u weet, als je gaat lekken dan word je afgeschoten als kandidaat? KOK:
Wat voor mij in elk geval een nachtmerriescenario zou zijn geweest, dat zou de situatie zijn geweest dat we én Pronk zouden zijn verloren en dat door onverwachte internationale bewegingen ook Lubbers was afgeschoten. Lubbers heeft eerder kandidaat gestaan voor andere hoge functies en het was op dat moment op die dertiende oktober nog helemaal niet zeker dat het een kwestie was van óf Pronk óf Lubbers. Er waren nog vier andere zware kandidaten in de strijd. En vandaar mijn afspraak, vandaar de verdere gang van zaken en het is in de dagen daarna ook heel duidelijk gebleken dat inderdaad het gordijn ging vallen. Dat weekend heeft toen wat lang geduurd vanwege het verblijf van Kofi Annan in het Midden-Oosten. Die was in Sharm el-Sheikh en die heeft daar die onderhandelingen met Clinton en Barak en Arafat gedaan en hij is daar dieper in de week op teruggekomen. Tegen het einde van die week is in de contacten met Van Aartsen en met mij gebleken dat wat toen nog voorlopig was, wat een beetje in overweging was, dat was toen tot een afronding gebracht. Dat was toen zijn beslissing en toen is de zaak gegaan zoals we die allemaal kennen. VAN GALEN:
Tot slot, meneer Kok, u heeft helemaal niet aan de naam van de heer Lubbers gedacht. Ik begrijp dat wel, want Pronk zien wij in allerlei tv-beelden met zijn laarzen aan door vluchtelingenkampen lopen, al dertig jaar. Ik heb de heer Lubbers daar nog nooit gezien. Anders gezegd: u bent nu juichend over zijn benoeming, maar is die wel zo geschikt?
KOK:
Het laatste wat ik nu weer zou willen doen, dat is nu nog weer eens vragen gaan stellen over de geschiktheid van de heer Lubbers.
VAN GALEN:
Maar ik stel die vraag dus wel.
KOK:
Ja, maar daar geef ik dit antwoord. Kijk, dit is natuurlijk een topkandidaat voor zo'n plaats. De heer Lubbers heeft vanuit zichzelf nimmer een initiatief genomen in die richting. Ook van de zijde van de regering zijn er geen aanleidingen geweest om zijn naam te noemen...
VAN GALEN:
Maar daarom is het zo verbazend. U was er niet opgekomen?



KOK:
Nee, maar nogmaals, je zit niet te kijken: waar kunnen we nu de heer Lubbers nog weer eens een keer kandidaat voor stellen. Hij heeft in het verleden twee keer een belangrijke post gemist in een openbare procedure. Ik denk dat hij zelf dus ook, maar dat kan hij beter voor zichzelf zeggen, heel voorzichtig daarmee omgaat. En tóen hij benaderd werd door Kofi Annan heeft hij dus ook afstand gehouden naar ons toe, omdat hij waarschijnlijk ook gedacht heeft: laat ik nou niet de Nederlandse regering in een soort verlegenheid brengen omdat men immers nog de kandidatuur Pronk tot een goed einde probeert te brengen. Nu het zo gegaan is zoals het is gegaan, zeg ik hier zonder enige reserve dat we in zijn persoon met zijn ervaring en met zijn inzet en deskundigheid daar op die plek iemand hebben van topklasse. En ik ben daar trots op. Met inachtneming van alles wat ik over die procedure heb gezegd en het hebben verdedigd van Pronk tot op het einde ben ik er trots op dat Nederland nu eindelijk op deze plek deze man heeft. En dat vind ik ook een erkenning vanuit New York voor het belang wat Nederland in de wereldorganisatie heeft.
VAN GALEN:
Echt tot slot: de analyse die je wel leest dat Annan eigenlijk op zoek was naar een fondsenwerver, iemand met contacten - want de UNHCR heeft enorme tekorten ­ en niet naar een veldwerker à la Pronk, is dat iets wat u deelt? KOK:
Het eerste punt: een veldwerker à la Pronk. U denkt toch niet dat als Pronk in de UNHCR was gekomen, dat hij dan dag in dag uit met de rugzak door het veld... VAN GALEN:
Nee, maar ik denk even in beelden.
KOK:
Het gaat mij ook om de praktische werkelijkheid. Die is toch weer een wat andere. Je hoort nu allerlei theorieën. Je hoort nu verhalen van: ja, maar de SG VN wilde van begin af aan alleen maar een oud-premier of een oud-president. VAN GALEN:
Daar had hij ook op ingezet.
KOK:
Maar dat is niet waar. Je hoort ook verhalen van: hij wilde alleen maar een type iemand die alleen maar fondsen gaat werven. Alsof de complexiteit van de UNHCR leiden niet veel ingewikkelder is dan dat. Dus ik denk dat we nu echt beter een punt achter dit geheel kunnen zetten: blij zijn dat Lubbers op deze plek zit, ook namens Nederland dus, met onze steun vanuit de regering, prima zaak. Jammer dat Pronk het niet gered heeft, wel fijn dat Pronk doorgaat met ons in het kabinet. We hebben geen vacature, we hoeven niet te kijken wie er minister van VROM moet worden. Dus ik zou zeggen: het was in een aantal opzichten slikken, maar het eindresultaat mag er zijn. (Letterlijke tekst, ongecorrigeerd, DS)



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie