Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001

Datum nieuwsfeit: 01-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Nieuws : Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001 (011100)

Bijdrage aan begrotingsbehandeling VROM Bijdrage aan begrotingsbehandeling VROM
CDA start de Competitie van Ideeën (start 4 november) CDA start de Competitie van Ideeën (start 4 november)
CDA over zwarte en witte scholen CDA over zwarte en witte scholen Euthanasie Euthanasie
Begroting Buitenlandse Zaken (271000) Begroting Buitenlandse Zaken (271000)
Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001 (011100) Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001 (011100)
Begroting Defensie 2001 (011100) Begroting Defensie 2001 (011100) Palliatieve zorg (311000) Palliatieve zorg (311000)

Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001 (011100)

Den Haag, 1 november 2000

If we create our world largely through discourse, then we should be ever attentive to our ways of speaking and writing (Gergen)


1. Zoektocht naar menselijkheid


Op de drempel van het derde millennium versnelt het proces van globalisering signaleert de Rotterdamse bisschop Ad van Luyn in het voorwoord van The Quest of Humanity in a Globalising World, juist daarom is nieuwe en fundamentele reflectie hierover dringend noodzakelijk. In dit boek dat op initiatief van de voorzitter van de KUB, Yvonne van Rooy tot stand kwam leveren twintig hoogleraren, waaronder Ruud Lubbers, Ernst Hirsch Ballin, Egbert Schroten en andere deskundigen moraaltheologie en filosofie bijdragen aan discussies over globalisering en het gemeenschappelijk zoeken naar menselijkheid. Het is een aanklacht geworden tegen het vrije-markt denken en onverminderde liberalisering. Gewezen wordt op het belang van spiritualiteit en religie, van persoonlijk welbevinden en het ontwikkelen van een gemeenschappelijke ethiek en moraal. De zorg om de mens als relationeel wezen, de zorg om zijn of haar waardigheid, daar draait het om in the Quest of Humanity.

Ook het Human Development Report 2000 staat bol van de voortschrijdende globalisering en de consequenties ervan voor het ontwikkelingsbeleid. Het roer moet om, er moet meer samenhang komen. Samenhang tussen het respecteren van de klassieke mensenrechten zoals burger- en politieke vrijheden en bestrijding van armoede. Het zijn twee zijden van dezelfde medaille. De rol van de civil society en de internationale gemeenschap dient versterkt te worden, evenals de verantwoordelijkheden van regeringen en bedrijfsleven. Dat is de boodschap van het Human Development Report 2000.

Een zelfde gedachtenlijn wordt uitgewerkt in de debatten over globalisering en ontwikkelingssamenwerking in de 21e eeuw die dit jaar door het CDA zijn georganiseerd. Voor christen-democraten staat daarbij de allesomvattende notie van publieke gerechtigheid centraal. Anders gezegd: recht doen aan mensen, opdat mensen tot hun recht kunnen komen.
Dat vraagt juist in tijden van versnelde economische mondialisering een gerichte en rechtvaardige aanpak van een samenhangend ontwikkelingsbeleid, niet top-down, maar bottom-up.

Daarom pleit de CDA-fractie voor samenhang tussen armoedebestrijding én economische ontwikkeling, tussen werkgelegenheid en bedrijvigheid en het behoud van natuur- en milieuwaarden, tussen het recht op vrije mening en media en het vormen van organisaties en politieke partijen. Daarom verwerpt de CDA-fractie een top-down benadering en wijst op het belang van de rol van de civil society en lokale capaciteit, van het inschakelen van organisaties zoals vakbonden, boerenorganisaties, mensenrechten- en milieucomites,vrouwenorganisaties, mensen zelf dus aan de basis voor menselijke ontwikkeling. Denk globaal, doe lokaal. Daarom vindt de CDA-fractie dat door het nieuwe landenbeleid de armste landen niet buiten de boot mogen vallen, maar dat daarvoor een afzonderlijk hulpbeleid moet komen.
Daarom staat de CDA-fractie nog steeds voor een vast percentage van onze groeiende welvaart 0,8% en keert zich tegen de voortgaande vervuiling van de begroting met f 340 miljoen voor 1e jaars opvang asielzoekers. Daarom vindt de CDA-fractie dat overheden daar en hier transparant moeten werken en in de samenleving draagvlak moeten zoeken voor die armoedebestrijding.
Dat draagvlak is nog steeds nodig. Want armoede, ongelijkheid en onveiligheid in de wereld zijn sinds de globaliseringstrend toegenomen. In vijf jaar tijd is het aantal mensen dat in diepe armoede leeft gegroeid van één tot 1,2 miljard.


2. De begroting beschouwd

Ook in de Memorie van Toelichting wordt de versnelde globalisering in de overgang naar de 21e eeuw genoemd. Daardoor, zo staat er, komt een aantal politieke en sociaal-economische problemen scherper naar voren. Je zou verwachten dat na zon constatering het bestaande beleid wordt bijgesteld, zoals bijvoorbeeld in het UNDP-rapport wordt voorgesteld. Dat is echter niet het geval. De Minister gaat gewoon door op de ingeslagen weg, zoekend naar efficiency en effectiviteit, het bi-laterale en multi-laterale spoor onverkort volgend. Op die manier maakt de Minister zichzelf overbodig. Als het alleen nog maar om het overmaken van geld gaat, dan kunnen we Minister Zalm wel vragen dit te doen met een eenvoudig soft-ware programmaatje. De rol van nationale overheden is in een globaliserende wereld aan het veranderen. Wat je ziet is regionalisering en decentralisatie. Door versnelde privatisering boeten regimes aan macht en autoriteit in. Deze worden verder verzwakt, tenzij democratische instituties, de rechtsstaat en de burgersamenleving versterkt worden en corruptie bestreden wordt. Door globalisering verstedelijkt de armoede. In het landenbeleid, dat op basis van sectorkeuzes is bepaald ontbreekt echter tot nu toe een samenhangende benadering. Er wordt nu afgewacht wat uit de Poverty Reduction Strategy Papers van de landen zelf zal komen. Verwacht de Minister hiervan wel enige samenhang? En wat is dan eigenlijk nog de inhoud van haar eigen beleid? Fractie-genoot de Haan stelde al eerder tijdens een Algemeen Overleg in juni dat met macro-economische beleid en monetaire hervormingen niet automatisch armoede bestreden wordt. Ligt het niet voor de hand , mensen en maatschappelijke organisaties, dus diegenen voor wie het beleid bedoeld is te betrekken bij de opstelling ervan en voordat tot uitvoering wordt overgegaan na te gaan wat de impact van het aanpassingsbeleid op duurzame armoedebestrijding is?
Het landenbeleid staat nog in de steigers, toch riep de Minister vorige week voor de EO Radio al dat het aantal wel verder terug naar vijftien mag en de Latijns-Amerikaanse landen wel van de lijst af kunnen. Waar is de continuiteit, waar is de betrouwbaarheid? Sinds het aantreden van deze Minister is niets meer zeker, riep Ton Dietz tijdens het NOVIB-debat in Amsterdam. Partnerlanden in het Zuiden zouden ervan op aan moeten kunnen dat afspraken niet plotseling doorkruist worden door nieuwe ideeen en gedachten, die zomaar uit de losse pols genoemd worden.
Veel van de bi-laterale hulp zal via begrotingssteun worden verleend. Welke garanties zijn er dat die middelen goed besteed worden? Hebben alle landen zich gecommitteerd aan de 20% doelstelling voor onderwijs en gezondheidszorg? CDA-fractie verwacht, dat dit een harde voorwaarde blijft.

Hoe zijn bijvoorbeeld de honderden miljoenen macro-steun in het kader van het Stabiliteitspact besteed? In Bosnie, waar we vorige week met de Vaste Kamercommissie Defensie waren, hoorden we daarover weinig geruststellends. De Minister kan wel roepen, dat er in die regio geen sprake is van corruptie, maar van burgers tot bestuurders, van burgemeesters tot goeverneurs hebben wij gehoord dat corruptie daar wijdverbreid is. In verband daarmee is de Nederlandse steun aan het mijnenruimprogramma kortgeleden stopgezet, zo werd ons verteld. In de brief over het Stabiliteitspact van 22 september j.l. schrijft de Minister hierover met geen woord. Graag verduidelijking. Overigens vraagt de CDA-fractie de Minister waarom de anti-corruptie richtlijn ter ratificatie zo lang op zich laat wachten.
Het goede werk van onze Cimics in Bosnie, die slechts over een jaarlijks budget van 3 miljoen beschikken, in de volksmond nog steeds het Pronk-potje genoemd, blijft helaas beperkt. Met meer geld zouden meer huizen gerepareerd kunnen worden en daarmee de terugkeer van duizenden families bevorderd. De grote verhuizing is momenteel in volle gang en het lijkt ons wat snel om nu al te concluderen dat alle Westerse hulpverleners maar weg moeten, omdat Bosnie hulpverslaafd zou zijn, zoals de Minister vorige week voor de EO Radio meldde. CDA-fractie wil het Cimic-budget tot tien miljoen te verhogen. (amendement) Het lijkt ons vanzelfsprekend, dat nu ook Servie in aanmerking komt voor de Balkan-gelden. Bovendien herhaalt de CDA-fractie ons eerdere verzoek om Albanie op de landenlijst te plaatsen.

De CDA-fractie heeft zich verbaasd over het toevoegen van Rwanda aan de landenlijst. Welke toets van goed bestuur en goed beleid heeft Rwanda doorstaan? Of wil de Minister ontwikkelingssamenwerking weer terug als instrument van buitenlands beleid. Dat zou de CDA-fractie toejuichen, maar dan dient de Miniser te erkennen dat zij haar koers heeft gewijzigd. Is de Minister bereid om in het kader van deze gewijzigde koers ook Burundi in het landenbeleid te betrekken? Overigens wijst de CDA-fractie het onverkort verlenen van begrotingssteun aan Rwanda en Burundi af, steun voor projecten ligt wel in de rede.

Het amendement-Verhagen voor een apart begrotingsartikel voor ontmijnen was structureel bedoeld. We dit nogmaals in en vertrouwen erop, dat dit nu wel structureel verwerkt wordt. Er is namelijk meer geld en meer lokale capaciteit voor ontmijnen nodig. Het initiatief van de Dutch Relief Association zou wat ons betreft gehonoreerd moeten worden. Nederlandse instructeurs, waarvan er 80 zijn, die thans in het geheel niet ingezet worden, zouden de lokale bevolking kunnen instrueren hoe mijnen te ruimen. Graag reactie Minister. Conflictpreventie zou prioriteit zijn, zo staat in de Afrika-notitie. De uitwerking daarvan blijft vooralsnog steken. Al draagt armoedebestrijding bij aan conflictpreventie, er is meer nodig. Ook hier breekt het plaatsen van schotten tussen de verschillende beleidsterreinen en de weigering van de Minister om met academische en niet-goevernementele organisaties samen te werken op. Het European Platform for Conflictprevention and Transformation en Pax Christi hebben onlangs een aantal aanbevelingen gedaan om bijvoorbeeld een structuur en een pool van deskundigen voor conflict-monitoring en training van hulpverleners voor bemiddeling op te zetten, lokale vredesinitiatieven te steunen. Wat is de reactie van de Minister hierop?
Veel van de conflicten zijn gebaseerd op toegang tot bronnen, zoals land, water en bossen. Voortgaande ontbossing heeft een desastreuze uitwerking op de toegang tot die bronnen en op het leefmilieu van mens, dier en plant. Het belang van het behoud van de biodiversiteit kan niet genoeg benadrukt worden. CDA-fractie is het niet eens met de bewering van de Minister dat milieubeleid waterbeleid is. Dat is een te beperkte kijk op wat -met 0,1%- een van de speerpunten van het ontwikkelingsbeleid zou moeten zijn. Voor Indonesie koos de Minister voor water, hoe ligt dat bij de milieu-programmas in andere landen? Hoe worden organisaties als de Stichting Tropenbos en Conservation International ingeschakeld om de zogenoemde Hot Spots Approach van bio-diversiteit onder andere in Indonesie en Suriname te beschermen?

Nieuw is het streven van de Minister om eenderde van haar budget aan multi-laterale organisaties af te staan, een groeiend bedrag, waarvan het zeer de vraag is waar het terechtkomt, bij de enorme overhead van de multi-laterale instellingen of bij projecten of programmas. De CDA-fractie steunt de Minister in haar streven om de ontwikkelings- architectuur van de internationale instellingen, zoals zij dit zelf aanduidt, te versterken. Die is in een globaliserende wereld belangrijk, maar dan dient wel de voorwaarde gesteld te worden dat de instellingen beter gaan coordineren, efficienter gaan werken en in staat zijn om financiele verantwoording af te leggen. Wanneer je deze organisaties echter in het veld ziet, constateer je nogal eens de overlap, het naast en langs elkaar heenwerken en de mission creep. Dat moet anders. De CDA-fractie vindt dat verhoging van de bijdragen aan de multi-laterale organisaties niet eerder aan de orde kan zijn, dan nadat voldaan is aan de voorwaarden kwaliteit, coordinatie, geen overlap, efficiency, effectiviteit, samenwerking en fors terugdringen van overhead. (zie rapport ARK) Daarnaast moeten deze instellingen transparant en democratisch te werk gaan.
Joseph Stiglitz, de onlangs vertrokken topman bij de Wereldbank, heeft hierop bij zijn vertrek kritiek geuit. Afspraken tussen internationale financiers, zoals Wereldbank en IMF en de Ministers van Financien worden niet zelden achter gesloten deuren gemaakt, zonder enige betrokkenheid of commitment van diegenen die het het meeste aangaat. Die afspraken betreffen veelal aanpassingsprogrammas die de positie van de burgerbevolking in sociaal en economisch opzicht direct raken. Waarom wordt de bevolking daar over de voorstellen van WB en IMF niet geraadpleegd? Waarom wordt door deze instellingen in de ontwikkelingslanden geen verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid? CDA-fractie pleit in dit verband voor een gedragscode ethisch ondernemen voor internationale instellingen. Wil de Minister dit bevorderen?
Ook internationale instellingen zoals de Wereldbank en het IMF zullen zich als maatschappelijk verantwoorde ondernemers moeten gaan gedragen. Dat geldt met name op dit moment voor de rol die zij vervullen na de kwijtschelding van schulden in het kader van het HIPC initiatief. Volgens een rapport van Christianaid zou de Wereldbank Tanzania nu opnieuw een leningenpakket hebben aangeboden, waardoor het land binnen een aantal jaren wederom in een schuldencrisis zal verkeren. Hoezo duurzame armoedevermindering? Over het HIPC-initiatief gesproken, zou de Minister landen met een zware schuldenlast zoals de Filippijnen, Zimbabwe, Peru, Nigeria en Jamaica die buiten dit initiatief vallen willen helpen niet door lastenverlichting via de overheid, maar via de samenleving, door inschakeling van niet-goevernementele organisaties voor armoedebestrijding en maatschappij-opbouw. (MOTIE)
De discussie over de vijfde medefinancieringsorganisatie is wat de CDA-fractie betreft nog niet afgerond. De motie Verhagen/Dijksma om FPP niet op te nemen in het medefinancieringsprogramma is niet uitgevoerd. Nu is Terre des Hommes wel afgewezen. Het belangrijkste bezwaar van de CDA-fractie tegen opname van FPP in het mf-programma is eerder met de Minister gewisseld. FPP is nationaal succesvol als fondsenwerver en internationaal om het lot van kinderen te verbeteren. Dat wil nog niet zeggen dat FPP de kwaliteitstoets van het mf-programma kan doorstaan. De Minister heeft die toets ook niet toegepast, op basis van de niche FPP toegelaten. CDA-fractie vindt dit meten met verschillende maten en onwenselijk. CDA-fractie verzoekt Minister haar besluit terug te draaien en verwacht dat de PvdA-fractie dit met ons eens is. Over de nieuwe koers voor de medefinancieringsorganisaties na het IBO-rapport en in het kader van de nieuwe subsidiewet komen we nog te spreken. CDA-fractie is er niet gerust op, dat de Minister de afstand tot deze organisaties blijft bewaren en deze de eigen verantwoordelijkheid voor het beleid laat. Maar de Staatssecretaris van Cultuur bepaalt toch ook niet het programma van het Concertgebouw?


3. Ondernemen in armoede

De rol van het bedrijfsleven is in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid te lang een ondergeschoven kindje geweest. Ten onrechte vindt het CDA en daarom hebben we ook weinig begrip voor het feit, dat de beloofde notitie over ecomie en ontwikkeling pas na twee jaar is verschenen. Wel is de fractie bij verrast door de positieve toonzetting van de notitie. Eerdere uitspraken van de Minister wezen in de richting dat zij van het ORET/MILIEV programma af zou willen, maar nu wordt dan toch de private sector voor duurzame ontwikkeling ten volle erkend, evenals de rol van technische assistentie voor capaciteitsopbouw. De CDA-fractie neemt aan, dat na het Kamerdebat hierover de hoofdlijn blijft, dat uitzending van deskundigen kan, mits vraaggericht en bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en dat niet volstaan wordt met gebruikmaking van het internet het overmaken van een zak geld om op de een of andere manier de capaciteit daar te versterken. Tropenartsen, landbouwkundig ingenieurs, weg- en waterbouwkundigen, noem maar op, ze blijven nodig, zolang ze nodig blijven. De verpleegsters die nu vanuit Zuid-Afrika, Indonesie en de Filippijnen naar Nederland worden gehaald is voor die landen al een aderlating. Bij de begroting SoZa zal fractiegenoot Gerda Verburg hierover een voorstel doen in het kader van de Wet Arbeid Vreemdelingen. Ik wil hier de suggestie van Wemos noemen om per werknemer uit een ontwikkelingsland, die hierheen wordt gehaald geld te doneren om daar iemand voor diezelfde functie op te leiden, opdat die capaciteit daar aangevuld wordt. Er zijn twijfels of met het nieuwe loket voor het bedrijfsleven de bureaucratie vermindert, de toegankelijkheid vergroot en de onderuitputting van het programma definitief verleden tijd is. De CDA-fractie spoort de Minister aan versneld voort te gaan met verdere clustering van dit type economische stimuleringsinstrumenten, vereenvoudiging en een verhoging van het financiele budget. (MOTIE) Het belang van economische versterking van Afrikaanse landen is evident. Toch missen wij voorstellen daartoe. Verder missen wij in de notitie de rol van de vakbonden en wat de Minister gaat doen voor die noodzakelijke enabling environment voor het bedrijfsleven, zoals in het SER-advies in 1997 al bepleit is. Ter versterking van het lokale ondernemerschap van midden- en kleinbedrijf zou het CBI een veel sterkere rol kunnen spelen, indien het mandaat van CBI verbreed wordt. Wil de Minister dit in overweging nemen?

Wat is er gebeurd sinds de toezegging van de Minister twee jaar geleden om met de Stichting van de Arbeid een gedragscode internationaal ethisch ondernemen op te stellen en nadat de SER vorig jaar december om een advies is gevraagd Is er helemaal niets bereikt of gebeurt er in de praktijk al veel meer? Het was geruststellend om van Stas. Ybema vorige week op een sumposium met werkgevers over ethisch ondernemerschp te vernemen dat internationale ondernemers geen kannibalen met vorken zijn, maar ik denk dat het Kabinet ten aanzien van dit onderwerp teveel soep met een vork zit te eten. Wat is de rol van de Minister hierin?

De Minister is nog volop bezig met haar kruistocht tegen de gebonden hulp. Internationale consensus daarover is wat de CDA-fractie betreft voorwaarde.Als we de Minister mogen geloven dan is die binnen handbereik. Hebben Duitsland en Groot-Brittannie zich al bereid verklaard de gebonden hulp te stoppen? Dat zou winst zijn en een succesje voor de Utstein-vier. Hoe denkt de Minister een aantal landen bereid te vinden met een kleine groep te beginnen met ontbinding van de hulp richting Minst Ontwikkelde Landen?
Terecht zet de Minister in op afbreken handelsbarrieres en tariefmuren, maar realiseert zich onvoldoende, dat dit niet alleen de EU betreft. Ook de V.S. en de groep CAIRNS-landen hebben hierin nog een weg te gaan. Waar eveneens op ingezet moet worden is op het wegnemen van handelsbelemmeringen tussen ontwikkelingslanden. Veel van de economische bedrijvigheid is immers het meest gediend met een sterke lokale en regionale markt. In dat verband waren de uitspraken van Minister Brinkhorst tijdens de 8e zitting van de VN Commissie voor Duurzame Ontwikkeling verrassend. Hij meldde daar dat hij gaat samenwerken met zijn Duitse, Portugese en Britse collega ook een clubje van vier, -en de SADC landen om in de Zuid-Afrikaanse regio capaciteit en instituties te versterken met het oog op voedselzekerheid en duurzame landbouw. Zon regionale benadering spreekt ons aan, evenals de uitdrukkelijke keuze voor duurzame landbouw. Landbouw is voor veel ontwikkelingslanden nu eenmaal de economisch drijvende kracht.


4. Betrokkenheid vergroten

Jongeren zien rijke wereld kopte de Spits afgelopen vrijdag. Uit een opinie-onderzoek van de NCDO blijkt dat jongeren de rijkdom in veel landen overschatten en een beperkt zicht hebben op de grote welvaartverschillen wereldwijd. Toch blijken jongeren internationaal gericht te zijn. Meer dan de helft wil voor kortere of langere tijd in het buitenland werken en vindt dat het zin heeft iets voor ontwikkelingslanden te doen. Via een Europees Fonds en sommige universiteiten zijn voor slechts enkele jongeren momenteel internationale stageplaatsen. Deze kunnen een geweldige sociale en culturele verrijking voor de jongeren zijn. Zou de Minister willen nagaan eventueel met NCDO of anderen hoe het idee van een internationale stage veel breder uitgewerkt kan worden, opdat meerdere jongeren hiervoor in aanmerking kunnen komen (MOTIE) Jongeren zouden eveneens betrokken kunnen worden bij de voorbereidingen van de Kindertop die in september van dit jaar in New York wordt gehouden. Er zijn initiatieven om een Wereldwijde Beweging voor Kinderen op te richten, een GMC. Is de Minister bereid Nederlandse jongeren hiervoor te stimuleren?

Samenvattend: De gedachte dat vrijhandel en liberalisering het armoedeprobleem zouden oplossen is inmiddels door de werkelijkheid afgestraft. Het is veel meer dan alleen maar een kwestie van verdeling. Het gaat erom hoe armoedebestrijding beklijft, hoe het particulier initiatief en de private sector daarbij betrokken worden, hoe de democratisering van onderop bevorderd wordt en de continuiteit van het Nederlands ontwikkelingsbeleid gegarandeerd blijft. Het gaat er ook om hoe de Minister straks haar belofte waarmaakt en zij aantoont hoe haar hulp geholpen heeft, waar die Nederlandse gulden gebleven is en wat ermee bereikt is. Over al deze zaken moet het debat met de Minister vandaag en morgen gaan. Voorstellen samengevat:


- amendement 10 miljoen voor cimic-activiteiten in Bosnie
- Albanie op de landenlijst

- geen begrotingssteun aan Rwanda en Burundie, wel hulp via maatschappelijke organisaties en projecten

- amendement ontmijningsfonds 30 miljoen

- steun voor mijnenruimproject van Dutch Relief Association
- steun voor voorstellen conflictprevenite door EPCT en Pax-Christi
- gedragscode ethisch ondernemen internationale instellingen
- niet eerder hogere bijdragen aan internationale instellingen voordat wordt voldaan aan kwaliteit, coordinatie, efficiency, transparantie en verantwoording

- motie schuldverlichting landen die buiten HIPC-initiatief vallen
- motie rol bedrijfsleven versterken, vereenvoudiging stimulering, verhogen budget, lokaal ondernemerschap in o.s. landen versterken door bv. CBI

- motie internationale stages voor jongeren
Kamerlid: A.M.A. van Ardenne van der Hoeven

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie