Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Eindadvies ACT 'Vertrouwen in verantwoordelijkheid'

Datum nieuwsfeit: 01-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Persbericht van de Ambtelijke Commissie Toezicht over eindadvies Vertrouwen in onafhankelijkheid


Een persbericht bij het onderwerp Organisatie rijksdienst
1 november 2000

Toezicht is enerzijds een instrument ter ondersteuning van de ministeriële verantwoordelijkheid, maar moet anderzijds bijdragen aan het realiseren van de maatschappelijke effecten die met de taakuitvoering van de onder toezicht staanden worden beoogd. Dat laatste is het belangrijkste, maar wordt het minst naar voren gebracht in de politieke discussie. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen ministeriële verantwoordelijkheid en politieke aanspreekbaarheid en er moet duidelijkheid bestaan over de grenzen van de verantwoordelijkheid van een minister voor het toezicht. Dat vindt de Ambtelijke Commissie Toezicht in haar eindadvies, getiteld "Vertrouwen in onafhankelijkheid", dat zij op 1 november jl. heeft aangeboden aan minister K. de Vries van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
De commissie, onder voorzitterschap van mr. H.C.J.L. Borghouts (secretaris-generaal van het ministerie van justitie), werd door de minister van BZK op 27 september 1999 ingesteld met het verzoek de verschillende departementale evaluaties te toetsen en advies uit te brengen over te formuleren kaders voor toezicht. Het advies van de commissie beoogt een bijdrage te leveren aan de in het Regeerakkoord aangekondigde kaderstellende visie op toezicht.

Toezicht en ministeriële verantwoordelijkheid
De commissie is geregeld de stelling tegengekomen dat de minister ergens voor verantwoordelijk is, omdat hij daarover in het parlement kan worden aangesproken. Volgens de commissie moet er onderscheid gemaakt worden tussen ministeriële verantwoordelijkheid en politieke aanspreekbaarheid. Er moet duidelijkheid bestaan over de grenzen van de verantwoordelijkheid van een minister voor het toezicht. Hierover moet naar buiten en naar binnen helder worden gecommuniceerd en deze grenzen moeten, juist in de relatie tot het parlement en de politieke aanspreekbaarheid, goed worden bewaakt.
De ministeriële verantwoordelijkheid omvat altijd een verantwoordelijkheid op systeemniveau. Het gaat daarbij om de instelling en inrichting van het toezicht als zodanig en om het functioneren van de toezichthouder. Vanuit zijn verantwoordelijkheid op systeemniveau dient de minister te beschikken over een algemene aanwijzingsbevoegdheid en een bevoegdheid bij taakverwaarlozing. Toezicht is enerzijds een instrument ter ondersteuning van de ministeriële verantwoordelijkheid, anderzijds is het een instrument ter versterking van de maatschappelijke effectiviteit van de onder toezicht staande organisatie of sector. Deze laatste functie krijgt niet altijd de vereiste aandacht. De commissie meent dat het toezicht altijd gezien moet worden als onderdeel van het besturingsmodel, waarvan ook sturing, beheersing en verantwoording deel uitmaken. De invulling van dit model moet aansluiten bij de beleidsdoelstellingen van het terrein waarop de besturing en het toezicht betrekking hebben. Niet de toezichthouder zelf, maar de beleidskaders van de minister en de wet- en regelgeving bepalen waarop toezicht wordt gehouden.
Gelet op onafhankelijkheid en transparantie pleit de commissie voor de scheiding van beleid, uitvoering en toezicht, waarbij toezicht moet worden uitgeoefend zonder directie beïnvloeding door een minister. Om deze scheiding en de onafhankelijkheid van het toezicht optimaal te waarborgen wil de commissie de ministeriële verantwoordelijkheid voor het toezicht inperken. Daarbij neemt zij als uitgangspunt dat het toezicht extern wordt gesitueerd, mits aan een aantal randvoorwaarden is voldaan. Dit geldt niet voor het toezicht op individuele zelfstandige bestuursorganen en individuele uitvoeringsorganisaties. De commissie formuleert de volgende randvoorwaarden:


* de bestuurlijke verhoudingen maken externe verzelfstandiging niet onmogelijk;

* de beleidskaders en wettelijke normen zijn in voldoende mate geëxpliciteerd;

* er zijn voldoende mogelijkheden voor de feedback van toezicht naar beleid;

* de toezichtorganisatie of taak is van voldoende omvang.
Bij externe verzelfstandiging van het toezicht heeft de ministeriële verantwoordelijkheid geen betrekking meer op specifieke en individuele beslissingen en handelingen van de toezichthouder. Bovendien draagt de minister geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van rapportages of jaarverslagen van de toezichthouder. Wanneer niet aan de randvoorwaarden voor externe verzelfstandiging is voldaan, dient het toezicht onder de volledige ministeriële verantwoordelijkheid te blijven en moet er binnen het ministerie sprake zijn van een functiescheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht op een zo hoog mogelijk niveau, bij voorkeur direct onder de secretaris-generaal.

Externe verzelfstandiging van het toezicht bevordert het vertrouwen in een onafhankelijke toepassing van de regels door de toezichthouder, zonder beïnvloeding door beleidsverantwoordelijken en politieke opportuniteit. Bovendien wordt het bij externe verzelfstandiging transparanter wanneer de minister vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid wenst in te grijpen en welke overwegingen hij daarbij heeft. De commissie is van mening dat een onafhankelijke terugkoppeling van de bevindingen uit de toezichtpraktijk bijdraagt aan de kwaliteit van het politieke debat en de bestuurlijke besluitvorming.
De beperking van de ministeriële verantwoordelijkheid voor het toezicht betekent, volgens de commissie, geen aantasting van het primaat van de politiek. Regelgeving, systeeminrichting en benoemingen blijven behoren tot de verantwoordelijkheid van de minister.

Europese dimensie
De commissie vindt dat bij de inrichting van het toezicht aandacht moet worden geschonken aan de ontwikkeling van het Europese recht. Dat raakt soms op essentiële onderdelen aan de organisatie en de inrichting van het toezicht. Er moet ook rekening worden gehouden met de opkomst van het toezicht op het niveau van de Europese instellingen zelf. Hoewel elke lidstaat zelf een verantwoordelijkheid heeft voor het toezicht in eigen land, neemt de noodzaak tot samenwerking tussen de nationale toezichthouders toe. Door de voortgaande ontwikkeling naar een vrije Europese markt beperken onder toezicht staande organisaties hun activiteiten niet langer tot één lidstaat.

Relevante links:
Eindadvies Ambtelijke Commissie Toezicht Vertrouwen in onafhankelijkheid

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie