Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage Koenders (PvdA) plenair debat begroting 2001 BZ

Datum nieuwsfeit: 01-11-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 1 november 2000

BIJDRAGE VAN BERT KOENDERS (PVDA) AAN HET PLENAIRE DEBAT OVER DE BEGROTING 2001 BUITENLANDSE ZAKEN

In de afgelopen weken hebben we in dit huis een groot aantal debatten gevoerd gelukkig ook over de inhoud van Nederlandse buitenlandse beleid. Sinds vorig jaar is er veel veranderd. Het Afrikabeleid dat toen werd ingezet wordt nu breed gesteund door de coalitie. Er is een herwaardering van de Verenigde Naties waarbij het Nederlandse parlement onder leiding van twee liberale ministers een verantwoorde internationalistische lijn heeft gekozen met de uitzending van Nederlandse mariniers naar Ethiopië en Eritrea. Dat doet mijn fractie uiteraard genoegen. Het of van een europees vredes- en veiligheidsbeleid is sinds vorig jaar gelukkig ingeruild voor een meer volwassen beleid over het hoe, het hoe snel en het hoe democratisch en welke rol Nederland daar tussen de groten kan spelen. Ik kom daar nog op terug. Vergeleken met vorig jaar is er ook het begin van volwassen relaties met Indonesië en Suriname op een nieuwe en juiste leest geschoeid, al blijven we ons hart vasthouden bij het voortgaande geweld op de Molukken en de gevaren van een Oost-Timor scenario in Papua. Nederland is tevens bezig aan onze roep te voldoen om onze internationale bijdrage in het kader van de VN of in andere internationale organisaties gepaard te laten gaan aan proportionele invloed. Dat zal nog bewezen moeten worden bij UNMEE- ik vraag dan ook nu naar de voortgang over onze verzoeken met betrekking tot waarnemerschap bij de vredesonderhandelingen en de noodzaak van een Europese verklaring ter ondersteuning van de continuïteit van deze vredesoperatie - maar voorts zijn we er in geslaagd een goede positie in de Veiligheidsraad op te bouwen.

De debatten van de afgelopen dagen worden wat de PvdA-fractie betreft vandaag dus overschaduwd door een voortgaande richting van beleid die voor een belangrijk deel past bij onze prioriteiten. Buitenlandse Zaken is meer dan een stapel dossiers. Nu het Kabinet Kok over de helft is zullen de puntjes op de i gezet moeten worden vanuit een meer uitgesproken visie en prioriteitsstelling Buitenlandse Zaken. Zo'n visie moet allereerst gaan wat ons betreft over de rol van Nederland, de herijking en de vermaatschappelijking van het buitenlands beleid als voorwaarde voor goed beleid en goed bestuur. Ik kijk dus eerst wat naar binnen voor te komen op de belangrijke thema's van uitbreiding, Europees vredes- en veiligheidsbeleid, de Balkan en het Midden-Oosten.

De kwestie over plaatsbepaling en invloed van Nederland in de internationale politiek is niet van de laatste tijd, maar blijft actueel. De kwestie speelt vooral en terecht in het debat over hervormingen en uitbreiding van de EU, bij uitzending van militairen en bij benoeming van Nederlanders. Het is een thema dat enigszins ongemak laat blijken. Want hoe groot is Nederland nu eigenlijk waar we in de EU relatief en zeker na de uitbreiding aan invloed zullen verliezen? Zijn we inderdaad de grote van de kleine, zelfs middelgroot en hoe zien de anderen ons eigenlijk en komt dat wel overeen met hoe goed we zelf soms denken dat we zijn? En op welke speerpunten en met welke strategieën slepen we er dan het meeste uit daar waar we meer dan vroeger in grotere verbanden compromissen moeten sluiten?

In Europa lijkt Nederland een tussenpositie te willen innemen tussen de kleine en grote lidstaten. Maar Nederland is niet de kleinste van de grote lidstaten, maar wel de grootste van de kleine. Door teveel aan te schurken tegen de grote landen bestaat het risico dat Nederland zich vervreemdt van de kleine lidstaten, terwijl de grote vijf eurolanden nooit Nederland als een van hun zullen zien. Wat is nu de visie van de Nederlandse Regering hierop? Per beleidsgebied zal een keuze gemaakt moeten worden. Het nabuurlandenbeleid is verbreed, maar niet altijd blijkt of winnende coalities worden gezocht. Evenmin betekent dit dat altijd bij de kleintjes steun moet worden gezocht, soms kunnen zij voor ons de kastanjes uit het vuur halen. Een gebied waar dit nu actueel wordt - en ik kom daar nog uitgebreider over te spreken - is het Europees vredes- en veiligheidsbeleid. Hier dreigt al gauw een dictaat van de grote landen waarbij anderen dan mogen aansluiten. Een echte oplossing valt niet via de Commissie te behalen die hier tweede viool speelt en dus moet Nederland een actieve rol spelen. Mijn vraag is hoe het kabinet richting de troepencommiteringsconferentie hier ook buitenlands politiek mee omgaat zodanig dat de 'left overs' niet aan de kleintjes toevallen. Ik kom daar nog op terug. Daarbij dient wat ons betreft nu echt een apart punt gemaakt te worden van de democratisering van het Europese buitenlandse beleid. Naast de hybride figuur van Solana, die geldt hier de al eerder gedane oproep om te komen tot een assemblee van nationale en Europarlementariërs en wellicht de NAVO en WEU Assemblees teer controle op de tweede pijler. Aangezien die nu vaste vorm begint te krijgen is er wel haast geboden. Ik zou graag van de rgering vernemen hoe en op welk moment zij nu deze ideeën concreet wil ondersteunen en wil inbrengen bijvoorbeeld tijdens het WEU-voorzitterschap. Ik kom hier in tweede termijn nog op terug.

Het gebrek aan democratische controle wordt steeds pijnlijker nu de publieke opinie steeds het min of meet arbitrair gekozen ambitieniveau op buitenlands politiek niveau actief en terecht beïnvloedt. Het gebrek aan democratische controle is ook aan de orde bij de internationale financiële instellingen zoals IMF en Wereldbank, maar ook de WTO. Het gaat hier om de randvoorwaarden van de globalisering en de strijd tegen de armoede in grote delen van de wereld die in een pool van instabiliteit leven. Burgers hebben hier te weinig greep op. Mijn vraag is ook hier hoe de Regering genomen initiatieven terzake actief gaat ondersteunen.

De rol van Nederland kan tevens versterkt worden door coherente en vroegtijdige standpuntbepaling. Dat vereist meer pro-actieve voorbereiding en coördinatie door het ministerie van Buitenlandse zaken. Op de Apenrots gaat het daarbij allereerst om de beide ministers Van Aartsen en Herfkens. Zij werken goed samen, beter dan in het verleden op deze terreinen wel eens het geval is geweest. Ik denk daarbij aan het Afrikabeleid, waar ik me overigens wel afvraag waar beide bewindslieden nu gezamenlijk de prioriteiten leggen. Goede samenwerking kan zich soms echter ook paren aan een soort van non-interventiebeginsel. Gezamenlijk zal wat ons betreft nog meer gekeken moeten worden naar het inzetten van middelen voor conflictpreventie, handelspolitieke instrumenten en Europese standpuntbepaling vanuit een geïntegreerde visie van het Nederlandse internationale belang. Hoe wordt nu bijvoorbeeld het beleid van de minister van Buitenlandse zaken gekoppeld aan dat van Ontwikkelingssamenwerking als het moeilijk wordt, bijvoorbeeld als het gaat om de rooftochten van de Ugandese en Rwandese legers in Oost-Kongo en de steun van Burkina Fasso voor de rebellen in Sierra Leone? Wij houden wel van risicovol beleid maar dit punt blijft vaak te onderbelicht.

Naast de relatie BuZa/OS is het van belang dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn missie nog duidelijker gaat definiëren. Anders zou wel eens verder erosie kunnen dreigen en dat lijkt mijn fractie onwenselijk. Aan de ene kant is er de noodzaak van versterking van het klassieke buitenlandse beleid; ik noem vredesmissies (die juist meer vergen van onze diplomatie om invloed te behouden), non-proliferatie en wapenbeheersing (ik denk aan de goede inspanningen die hoop ik doorgaan als het gaat om de Bende van Vijf) en conflictpreventie, waar ik nog op terug kom.

Dit vereist zoals al gesteld bij de behandeling van de Commissie Bakker een betere uitwisseling van ambtenaren van Buza en Defensie, maar ook tussen het traditionele bastion van het Directoraat Generaal Politieke Zaken en andere delen van het ministerie. Gaat dit nu ook echt gebeuren? De herijkingsbrief van het kabinet is hier wel magertjes.

Daarnaast is het van belang dat Buitenlandse Zaken nu echt prioriteit maakt van haar rol als coördinator van het internationale beleid van het kabinet, zowel intern als breder in de maatschappij. Buitenlandse Zaken moet wat ons betreft beter coördineren en meer vermaatschappelijken. De Europese coördinerende rol van Buitenlandse zaken begint vorm te krijgen, maar dit moet nu ook in den brede gaan gelden. De vele vertragingen van de notitie over Indonesië afgelopen jaar was daarbij geen goed voorbeeld. Het gezamenlijke instrumentarium (ambassades; HGIS; REIA; regiostrategieën) kunnen betere benut worden. De matrix is er nu eenmaal, en dat geldt ook voor de Regiodirecties; het gaat er om daadwerkelijk met andere ministeries tot coördinatie te komen. Dat geldt ook voor de vermaatschappelijking. Minister Van Aartsen heeft in de VN een grotere rol van het bedrijfsleven geagendeerd. Zou de Regering dit jaar dan ook samen met dat bedrijfsleven en de vakbeweging - want die hoort er wat ons betreft dan ook bij - willlen weken aan een aantal ronde tafelbijeenkomsten met andere maatschappelijke groeperingen over bijvoorbeeld de EU-uitbreiding en maatschappelijk verantwoord ondernemen in conflictgebieden en anticorruptie? Bij dit laatste spelen de verschillen van mening binnen het kabinet over de rol van Ballast Nedam in Suriname een te grote rol. Mijn collega Dijksma komt daar nog op terug. Ook zou ik de Nederlandse regering willen vragen hoe nu actief wordt bijgedragen aan het onderzoek naar de Suharto-miljoenen nu blijkt dat velen de weg naar de Nederlandse financieringsmaatschappijen hebben gevonden. Terecht anticorruptiebeleid daartoe mag nooit leiden tot het aanleiding geven om geld te vermeerderen in Nederland.

Ten aanzien van de grote noodzaak van vermaatschappelijking van het buitenlands beleid is er nog een belangrijke trend in de Nederlandse samenleving die een pro-actieve rol van het kabinet vereist. Ik denk aan de groeiende rol van (minderheids)groepen en migratiegroepen ten aanzien van het buitenlands beleid. Recentelijk is dit op heel verschillende manieren naar voren gekomen bij het beleid ten aanzien van Indonesie en het Midden-Oosten. Graag een visie van het kabinet hierover. Het gaat erom de gevoelens van betrokkenheid bij diverse regio's die extra aandacht verdienen zoals Turkije, Marokko tot Israël en Palestina en Indonesië en Suriname te verbinden met de bredere doelstellingen Dat is niet altijd makkelijk. Soms moet dit leiden tot directe maatschappelijke betrokkenheid van deze groep bij het beleid. Ik denk aan de nieuwe relatie met Suriname; worden nu overigens de Surinamers, zoals we gevraagd hebben, inderdaad actief bij dat beleid betrokken?

Soms is meer een indirecte maar wel zeer betrokken relatie nodig zoals bij de Molukken. En soms is een meer actieve benadering vereist zowel economisch, politiek als cultureel ten aanzien van landen als Turkije en Marokko. Ik zou hier graag een visie en eventueel een notitie van de regering over verkrijgen. Misschien dat dan ook meegenomen kan worden wat met een motie door ons ingediend is gebeurd met betrekking tot de noodzaak van een meer heldere relatie tussen asielbeleid, migratienbeleid, buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking ten aanzien van Noord-Irak en andere landen. We horen hier als het gaat om het bilaterale en multilaterale spoor weinig over.

Dat brengt mij op het tweede thema van vandaag namelijk mensenrechten, conflictpreventie en sanctiebeleid.

In 1979 verscheen de laatste integrale mensenrechtennota van de regering. Dat was een zeer belangrijk werkstuk en een naslagwerk voor vele jaren. Voor ons is mensenrechtenbeleid een hoeksteen van het buitenlandse beleid. De mensenrechtenambassadeur en de minister staan hier gezamenlijk voor een belangrijke uitdaging. Activisme over zaken als de nog steeds voortdurende mensenrechtenschendingen in bijvoorbeeld Tsjetsjenië en Turkije - ik verwijs naar het bezoek van de minister president - horen daarbij. Het zou mij een lief ding waard zijn als we na het reces een meer uitgebreid debat kunnen voeren aan de hand van een geheractualiseerde notitie van het kabinet. Er is veel veranderd en de mensenrechtenschendingen in de wereld zowel economisch sociaal als burgerlijk politiek worden schrikbarend geschonden in een aantal conflictgebieden en in landen als Irak, Iran maar ook in China. Er is een nieuwe balans tussen positieve en negatieve maatregelen in het mensenrechtenbeleid. De evaluaties van de mensenrechtendialogen zou hier bij betrokken moeten worden.

In dit debat zou ik aandacht willen vragen voor de noodzaak in het kader van het Europese buitenlandse beleid te komen tot mensenrechtenrapportages met de suggestie te beginnen met een onderzoek naar de voortdurende en weinig opgemerkte mensenrechtenschendingen in Kongo. Daarnaast vraag ik de minister nu specifieke aandacht voor het statenklachtrecht, en wil ik zijn mening horen over de Conventie Migrerende Werknemers die belangrijke bescherming biedt aan migrantenmaar al jaren in een bureaula verstoft. Nu migratie zo'n belangrijk element van de nieuwe wereld is vraag ik de regering hier nu serieus na te kijken en de Raad van State ook om advies te vragen met betrekking tot eventuele problemen met de Nederlandse wetgeving.

Dan het belangrijke thema van de conflictpreventie dat we vorig jaar hebben geagendeerd en dat via een motie geleid heeft tot de instelling van een vredesfonds waaruit onder andere conflictpreventieactiviteiten kunnen worden gefinancierd. Duidelijkheid is nog vereist hoe het geld nu precies zal worden besteed. Allereerst zijn criteria nodig voor de besteding van het vredesfonds voor vredesmachten waar denk ik een nadruk moet liggen op Afrikaanse initiatieven. Daarnaast zou wat mij betreft het geld gedeeltelijk kunnen worden ingezet door ambassades ook buiten de geselecteerde ontwikkelingssamenwerkingslanden voor informele dialogen. Ik zou het goed vinden als Nederland samen met het Zweedse EU Voorzitterschap richting Solana een initiatief neemt om te komen tot een echt serieus conflictpreventiebeleid en een agenda op te stellen voor een conflictpreventietoets bij grotere projecten.

Nederland moet eigen prioriteiten stellen voor
conflictpreventie-initiatieven. Voorkeur PvdA: Israël/Palestina, Indonesië, Grote Meren (follow-up stabiliteitspact) en Ethiopië/Eritrea (i.v.m. UNMEE parallelliteit)

Recentelijk heeft een fundamenteel debat plaatsgevonden over de sancties tegen Irak. De minister van BuZa heeft aangekondigd een door mij ingediende en door de Kamer aangenomen motie niet te willen uitvoeren. Deze kwestie zal zeker aan de orde komen, waarbij het principe is dat Kameruitspraken door de regering moeten worden uitgevoerd. Het debat over Irak moet plaats vinden binnen de bredere discussie over de effectiviteit van sancties (smart sanction).

Europees veiligheidsbeleid en uitbreiding van de EU/NAVO

De defensiecomponent moet geïncorporeerd worden in een - wat ons betreft sociaal-democratisch - Europees buitenlands beleid. Nu is er het gevaar dat Europa wel een buitenlands-politieke Supremo kent (Solana) en een president van de Centrale Bank, maar dat de EU niet overtuigt haar economische en buitenlandse politieke doelstellingen in de wereld duidelijk te maken (cf. recente verschillen van mening over het Midden-Oosten, Noord-Korea). De inhoud van de Europese strategieën is te beperkt en de aard/geografische inbedding/juridische legitimatie van Europese acties is niet benoemd. Deze vraag wordt des te prangender nu de discussie in de VS gaat over een verdere arbeidsdeling tussen de VS en de EU (troepen Balkan).

Onze aandachtspunten:


* Nederland moet zich samen met andere landen actief en initiërend inzetten voor een helderder Buitenlands politiek concept, Toetsingskader en definiëring van Petersberg Taken. Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen directe belangen die altijd heldere overeenstemming met de VS verlangen (cf. Bosnië, Zuidoost-Europa, Balkan) en identificatie van Europese prioriteiten elders (cf. noodzaak versterking Europees Afrikabeleid).

* Commissarissen Patten en Solana zouden een initiatiefrecht moeten bezitten, onder verbeterde democratische controle.
* Naast Groot-Brittannië en Duitsland zal Nederland ook zijn buitenlands politieke prioriteiten moeten afstemmen met Frankrijk en andere landen (cf. UNMEE-solidariteit en de noodzaak van een EU-verklaring terzake).

* Invulling WEU-voorzitterschap van Nederland in 2001. (Harakiri Top; gezamenlijke oefening en wellicht Nederlands voorstel voor gezamenlijk Europese Militaire Academie en Diplomatenacademie).

NAVO/EU-uitbreiding

Voor de PvdA blijft hier een prioriteit liggen. De korte termijn agenda van politieke leiders in het westen leidt tot vervreemding in het Oosten terwijl juist de economische en politieke kosten van niet uitbreiding hoog zijn.

Bij NAVO-uitbreiding gelden de geschiktheidscriteria alsmede investering in betere besluitvormingsmechanismen en een opbouw van de relatie met Rusland als context (incl. samenwerking op het terrein van proliferatie, wapenbeheersing en antiterrorisme). NAVO-uitbreiding moet echter op de Agenda blijven. Bij de EU-uitbreiding dienen er streefdata te komen. Het verwachtingspatroon is in Oost-Europa t.a.v. beide uitbreidingen hoog (cf. ook uitlatingen Chirac, Schröder, Verheugen etc.) terwijl tegelijkertijd de indruk van verminderde interesse aan de Westerse kant moeilijk weggenomen kan worden.

De volgende punten zijn hierbij voor de PvdA van belang:


* Uitbreiding vormt de politieke, veiligheids- en economische context voor de Europese burgers en de volgende generatie. Een Nederland profiel is hierbij van belang.

* De discussie wordt te technocratisch gevoerd zowel in West-Europa als in de toetredingslanden. Dat moet snel veranderen. Hierbij is van belang een benadrukking van de daadwerkelijke belangen en problemen en een actief debet (cf. motie Koenders 1998 t.a.v. cultuurbeleid (Felix Merites, Theaterinstituut, Summer University, MAPA, Essay International). Kan de Nederlandse regering niet met deze instituten een aantal uitbreidingsmanifestaties organiseren met betrokkenheid van het middenveld in Oost-Europa?

* Buitenlandse Zaken moet duidelijk coördinerende leiderschap geven aan andere ministeries (BiZa, Justitie, EZ, VROM) die geneigd zijn uitbreiding minder belangrijk te vinden.

* Er moet een initiatief komen voor versnelde hervorming van het Europese landbouwbeleid en de Midterm Review (dit is ook goed voor WTO).
* De grens van "uitsluiting" mag niet verschuiven naar de Ukraïne, Moldavië. Er is een gedifferentieerde benadering nodig om nieuwe scheidslijnen te vinden (dus er mag een verschuiving van fondsen komen naar deze landen die zeer snel verpauperen).

* Met de Balkanlanden moet een nieuw perspectief geopend worden middels het Stabiliteitspact en PfP, zeker nu Joegoslavië een nieuwe rol kan spelen.

* De Kosovo-problematiek moet door de EU met de buurlanden worden geagendeerd (cf. Commissie Persson over "geconditionaliseerde onafhankelijkheid'; stabiliteitspact met FRY politieker invullen).
* Met een nieuwe VS Administratie zou direct overlegd moeten worden over de diverse percepties t.a.v. NAVO- en EU-uitbreiding.Er moet een speciale task force anticorruptie komen voor de toetredingslanden.

Enkele korte punten


* Midden Oosten: elk aangrijpingspunt voor vrede moet worden aangegrepen zonder de meer fundamentele oorzaken van het conflict te vergeten. Nederland verkeert in de gelukkige omstandigheid met beide partijen goede relaties te onderhouden. De kritische opstelling ten opzichte van beide partijen die de Nederlandse regering tot op heden heeft gekozen, heeft de steun van de PvdA. Het excessieve geweld van het Israëlische leger moet worden veroordeeld (zoals is gebeurd in de Resolutie 1322 van de Veiligheidsraad) evenals de weinig gedisciplineerde rol van Arafats eigen jeugdbeweging. Risico's zijn nu vooral het "verzwakte" leiderschap in Israël en de enigszins geïsoleerde positie van Arafat. Daarnaast is er toename van het geweld binnen Israël en het gevaar van een voortgezette politiek van afgrendeling, isolering en economische afscheiding. Nederland zou enerzijds actief een rol moeten zoeken vanwege haar contacten met beide kanten en Van Aartsen zou zo spoedig mogelijk zijn afgezegde reis moeten hervatten. De EU zou - nu de VS in verkiezingen gedompeld zijn - actiever zijn economische relaties positief moeten inzetten om weer verbindingen te zoeken voor een regionale benadering van het probleem i.p.v. economische scheiding. Op deze wijze kan economische invloed ook politiek wat betekenen.
* Molukken: noodzaak is een follow-up EU-missie en vormgeving permanente dialoog EU-Indonesië (idem Papua-New Guinea).
* Gedetineerdenzorg: positief beleid van deze minister. Echter noodzaak om de conclusies van de Rekenkamer te verwerken en daarbij te bezien of het werk van EPAFRAS verder gesteund kan worden.
* Visa: graag een brief van de regering over (mal)functioneren van visadiensten, de personele bezetting en de spanningen met de IND (cf. post Syrië/post Rabat).Uitvoering van de motie over de relatie asielbeleid/migratiebeleid/buitenlands beleid in het bijzonder ten aanzien van Noord-Irak, maar ook gezien relatie met Marokko en Turkije (zowel bilateraal als multilateraal); dient meer Nederlandse aandacht te krijgen.
* Hoe is de stand van zaken met betrekking tot het Nederlands Initiatief over Stabiliteitspact Grote Meren (regiobenadering/consultatie Nederlandse en Britse parlementariërs).

* Anticorruptie Initiatief: de gelden van Suharto en het gebruik van Nederlandse financieringsmaatschappijen zijn een voorbeeld van hoe het niet moet.

* Transparantie: noodzaak publicatie Art. 32 proces over nucleaire wapenbeheersing in het kader van voortgezet actief proliferatie beleid.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie