Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Uitgangspunten PvdA over de toekomst van de gezondheidszorg

Datum nieuwsfeit: 01-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Beter worden

Pleidooi voor sterke en sociale zorg

Ontwerpuitgangspunten PvdA over de toekomst van de gezondheidszorg

De kwaliteit van het bestaan: onze uitgangspunten
In de sociaal-democratische visie op de samenleving gaat het om de kwaliteit van het bestaan, voor iedereen. Het gaat erom dat mensen zeggenschap hebben of krijgen over hun eigen leven. Dat ze hiertoe in staat worden gesteld. Dat hindernissen worden geslecht. Empowerment, zelfkracht, ontplooiingskansen, solidariteit, het tegengaan van tweedeling: dat zijn de trefwoorden. Sociaal-democraten gaan ervan uit dat mensen van elkaar verschillen. Deze verscheidenheid is van grote waarde voor een samenleving die boeit en kansen biedt in alle opzichten. Nimmer mag deze verscheidenheid echter aanleiding zijn voor maatschappelijke uitsluiting en segregatie. De sociaal-democratie gaat uit van de eigen kracht van mensen en erkent tegelijkertijd hun kwetsbaarheid. Dat definieert de sociale opgaven en de verantwoordelijkheden die hieruit voortvloeien; voor burgers én de overheid.

Deze principes zijn ook leidraad wanneer de Partij van de Arbeid zich uitspreekt over onze gezondheidszorg. De kwaliteit van het bestaan en de waarden 'sterk en sociaal' hebben hier een bijzondere, directe betekenis. Ze zitten letterlijk dicht op de huid, zelfs onder de huid. Ziekte en gebrek grijpen zeer diep in op het individuele leven. En net zo sterk bepalen ze het maatschappelijke functioneren van mensen: in de eigen leefomgeving en op de arbeidsplaats. Daarom zijn zelfkracht, solidariteit en kwaliteit van extra groot belang. Burgers én samenleving verlangen met recht sterke en sociale zorg. Gegarandeerd door een stelsel waarin goed opgeleide zorgverleners kunnen geven wat ze nodig achten en mondige patiënten tijdig kunnen krijgen wat ze nodig hebben, in een omgeving die daarvoor geschikt is. Zorg is daarmee juist ook een economisch goed. Het levert immers grote opbrengsten op in gezondheid - in de zin van geestelijk en lichamelijk welbevinden en verbetering van de kwaliteit van leven - en maatschappelijke participatie.

De PvdA hanteert bij het zorgstelsel de volgende uitgangspunten: · Zelfbeschikking en waardigheid zijn ook in de zorg essentiële normen. · Wie zorg nodig heeft, moet deze tijdig krijgen. · Bij het bieden van zorg vormt de vraag van de patiënt het uitgangspunt. · De overheid moet mensen in staat stellen zo veel mogelijk in en met hun eigen omgeving voor zichzelf te zorgen.
· Zorg is mensenwerk; het waardevolste kapitaal in de zorg is menselijk kapitaal. Goede arbeidsomstandigheden voor de professionele werkers in de zorg zijn geen particulier maar een maatschappelijk belang. Mantelzorgers en vrijwilligers moeten de waardering en de ondersteuning krijgen die zij verdienen.
· Het inkomen van mensen mag nooit een obstakel zijn voor gepaste zorg. Een gevoel van urgentie: de actuele opgave
Wij maken ons zorgen over de stand van zaken in de gezondheidszorg. Dit is een paradoxale situatie. Aan de ene kant lijkt de Nederlandse bevolking gezonder dan ooit, wanneer je het af meet aan de gemiddelde levensverwachting. Het is daarbij wel zaak dat de gewonnen levensjaren vergezeld gaan van voldoende beschikbare en toegankelijke zorgvoorzieningen: de Nederlandse traditie van breed beschikbare zorg is daarbij essentieel.

Wij waarderen deze traditie. Wij waarderen de inspanningen die het kabinet in de afgelopen jaren heeft gepleegd en de onlangs aangekondigde plannen voor verdere verbetering. Alle sectoren van de zorg zijn gegroeid. In vijf jaar steeg het aantal beroepskrachten met 100.000 tot bijna 860.000 personen. De financiële middelen namen toe met meer dan 20%. Er zijn meer mogelijkheden om zorg te verlenen.

Aan de andere kant: Bij alle waardering heeft de PvdA er ook telkens op gewezen dat er nog altijd reële reden is voor bezorgdheid en actie aangaande de kwaliteit van de zorg. Dit heeft geleid tot tal van PvdA-initiatieven, waaronder:
- meer zorg op maat in de AWBZ door de aanspraken op zorg te flexibiliseren;
- het terugschroeven van de eigen bijdragen;
- het door middel van aanbestedingsprocedures verkorten van de wachttijden in ziekenhuizen ;
- het weghalen van 1,6 mld verspilling bij medicijnen (industrie, apotheker) waarna substantieel meer geld beschikbaar is gekomen voor geneesmiddelen;
- herstel van de vergoeding voor het kunstgebit;
- een betere vergoedingsregeling voor fysiotherapie voor chronische patiënten.
De vraag is urgent of dit alles voldoende is. Wij menen van niet omdat vraag en aanbod niet meer met elkaar in evenwicht zijn.

In de eerste plaats moeten we nu reeds anticiperen op de behoefte aan zorg op de langere termijn. We noemden de vergrijzing. We weten ruim van te voren dat die 'grijze golf' eraan komt in de komende dertig jaar. We hebben dus ook ruim de gelegenheid om het zorgstelsel erop aan te passen. Dit betekent niet dat we de aanpassing van het stelsel nog een tijdje kunnen uitstellen. We moeten nú onverwijld beginnen, opdat we niet straks alsnog onnodig achter de feiten aan hobbelen.

In de tweede plaats moeten we bepalen wat de kwaliteit van de zorg is die wij wensen. Het Nederlandse zorgstelsel behoort tot de top twintig in de wereld, zo stelt het jongste rapport van de Wereld Gezondheids Organisatie. Dit betekent weliswaar dat in zo'n negentig procent van de landen van de wereld de zorg minder goed is dan hier, maar dat besef is voor een land met onze levensstandaard niet voldoende. Het is een aansporing om met volle overtuiging en massieve inzet verder te werken aan een verbetering van de zorg. Daar is alle reden toe.

We merken immers, in de derde plaats, in de praktijk voortdurend dat de zorg wringt. · Patiënten klagen over wachtlijsten, gebrek aan aandacht, slechte afstemming tussen verschillende zorgvoorzieningen, bureaucratie, en gevoelens van onzekerheid, machteloosheid en onbehagen.
· Hulp/zorgverleners maken zich zorgen over demotivering, werkdruk, ziekteverzuim, uitstroom, beperkte mogelijkheid voor state of the art zorg en vernieuwing, achterblijvende salariëring, en juridisering van de relatie met de patiënt. · Instellingsbestuurders zien zich geconfronteerd met personeelstekorten, onrust door wachtlijsten, gefixeerde prijzen en budgetten, onderhandelingen over vergunningen, en starre regelgeving. · Zorgverzekeraars worstelen met hun onduidelijke positie en commerciële status, aansprakelijkheid en juridisering, het jojo-beleid van de overheid, en strikte kostenbeheersingmodellen. · De overheid is zoekende naar haar verantwoordelijkheid voor toegankelijke en beschikbare zorg, de eigen regierol, kostenbeheersing, en naar meer duidelijkheid over de gevolgen van 'Europa'.

Vernieuwing in de zorg
Dit alles maakt duidelijk dat er wezenlijk en snel iets moet gebeuren. Het wijzigen van het verzekeringsstelsel is daarbij een cruciaal middel, geen doel op zich. De huidige verschillen in werkingssfeer, financiering en besturingssystematiek tussen de verschillende verzekeringssystemen leiden tot voortdurende problemen. De problematische organisatorische structuur in de zorg verhindert een adequate sturing en leidt tot grote problemen op de werkvloer. Het nu oplossen van knelpunten is het meest urgent, maar zonder iets aan die verschillen en organisatorische structuur te doen, is het dweilen met de kraan wijd open. Systeemaanpassingen kosten tijd. Daar kan niet op gewacht worden. Juist nu gaat het ook om gerichte investeringen, financieel, materieel en organisatorisch, op zeer korte termijn.

Nieuwe ontwikkelingen stellen nieuwe eisen. De maatschappelijke ontwikkelingen zijn niet stil blijven staan, de mogelijkheden in de zorg zijn toegenomen en daarmee is de vraag veranderd. De oude beleidsinstrumenten moeten worden veranderd en geactualiseerd. Geavanceerde medische technieken, medicijnen en hulpmiddelen maken een snellere en betere aanpak mogelijk. Ze verhogen de kwaliteit van de zorg en daarmee van het leven van mensen. De toegenomen welvaart geeft mensen een betere levensstandaard. Die moet zijn weerspiegeling krijgen in de instellingen voor de zorg. Met recht vragen mensen méér privacy, méér informatie, méér inspraak in de wijze waarop ze worden behandeld, méér keuzemogelijkheden in de zorg. Regels moeten worden gewijzigd om in de zorg de menselijke maat vast te kunnen houden. Die kwaliteitsverbeteringen moeten voor iederéén beschikbaar komen, niet alleen voor welgestelden.

Samengevat: we moeten voorbereid zijn op de situatie, de eisen en wensen van de komende decennia. We moeten nadenken en discussiëren over het maatschappelijk gewenste kwaliteitsniveau. En we moeten uiteraard de nu reeds actuele en urgente problemen onverwijld aanpakken. De PvdA wil medeverantwoordelijkheid dragen voor de richting van de keuzes die nu en in de komende jaren aan de orde zijn. Daarop is de nu volgende standpuntbepaling op hoofdzaken gericht. De complexiteit van de organisatie van de zorg vereist in dit stadium gepaste bescheidenheid bij de uitwerking van deze hoofdzaken. Er is nu allereerst draagvlak nodig voor het onderkennen van de urgentie en voor het vaststellen van de juiste koers. Vanuit een principiële opstelling is het vervolgens gemakkelijk om tot een praktische aanpak te komen.

De hoofdzaken zijn daarbij:
1. Zorgstelsel: sociaal stelsel
2. Verzekerd pakket
3. De burger als patiënt
4. De zorgverleners
5. Verzekeraars
6. De rijksoverheid
7. Het toezicht
8. Kosten en baten van de zorg (health economics) 9. Premiesolidariteit en financiering
10. Korte termijn, actuele en urgente problemen

1. Zorgstelsel: sociaal stelsel
Een nieuw stelsel is geen doel op zich. Het gaat om de belangen van de verzekerden. Maar in een stelsel wordt wel vastgelegd wat als gemeenschappelijke aanspraak geldt en solidair wordt betaald en wat aan de individuele verantwoordelijkheid wordt overgelaten. Hierbij zal steeds meer rekening moeten worden gehouden met de regels van de Europese Unie. Daar valt nu het volgende op: waar in andere landen praktisch iedereen sociaal verzekerd is, valt Nederland merkwaardigerwijs uit de toon. In ons land is 60% van de zorg sociaal verzekerd. De overige 40% particulier. Andere Europese landen kennen een totaal andere situatie. Daar valt bijna 100% van de zorg onder een publieke regeling. De ontwikkelingen in de Europese Unie wijzen ook alle die kant op. De Europese code schrijft voor dat minimaal 80% van de werknemers, en 65% van de gehele bevolking in een sociale verzekering tegen ziektekosten, met een breed pakket, moet worden opgenomen. Overheden moeten een keuze maken. Niet op basis van dogma's over privaat of publiek; wel vanwege het feit dat er goede redenen zijn om de verantwoordelijkheid voor een op solidariteit gebaseerde organisatie in publieke handen te houden. Als een overheid waarborgen wil bieden op het gebied van toegankelijkheid, vraaggestuurde inzet en betaalbaarheid, moet gekozen worden voor een publiek gefinancierd sociaal stelsel. In een particuliere zorgmarkt staat de overheid praktisch buiten spel. Ook het toenemend aantal ouderen dat een beroep doet op zorg en een doelmatige organisatie van een zorgverzekering maken de keuze voor een brede zorgverzekering voor iedereen noodzakelijk. 1a. De PvdA kiest voor een kwalitatief goede gezondheidszorg, die voor iedereen gelijk toegankelijk is. Dat vereist een actief optredende overheid in een sociaal stelsel. Nederland heeft zich met eerdere Europese verdragen al gebonden aan een sociaal stelsel. Een consequente uitwerking van die keuze is dat Ziekenfonds, particuliere ziektekostenverzekeringen en AWBZ moeten worden geïntegreerd in één collectief, publiek geregeld zorgstelsel, met een verzekeringspakket voor gepaste zorg waarop iedereen in gelijke mate recht heeft.

2. Verzekerd pakket
Wat iemand nodig heeft aan zorg mag worden bepaald op grond van sociaal-medische overwegingen, niet door de persoonlijke financiële situatie. De sociaal-medische situatie en de noodzakelijke zorg kunnen individueel vanzelfsprekend niet door de politiek worden beoordeeld. Beroepsbeoefenaren en patiënten zijn daarvoor in eerste instantie de aangewezen personen. Vooral chronisch zieken en hun organisaties zijn vaak zeer deskundig waar het gaat om de effecten van medisch handelen. Wel is die politiek verantwoordelijk voor de randvoorwaarden voor het leveren van die noodzakelijke zorg: de verdeling van het geld en de wijze van verzekeren.

Het uitgangspunt hierbij moet zijn dat zorg die noodzakelijk en nuttig is en aantoonbaar effectief tegen een redelijke prijs kan worden geleverd. Deze noodzakelijke en effectieve zorg wordt vastgelegd in een Gepaste Zorgpolis. Elke burger is hiervoor verplicht verzekerd. Verzekeraars hebben voor deze polis een acceptatieplicht. Burgers kunnen één maal per jaar van verzekeraar wisselen.

Onder gepaste zorg wordt een zorg verstaan die adequaat is, dat wil zeggen niet te veel of te weinig, competent en humaan verleend. Gepaste zorg is zorg die voldoet aan criteria die al eerder door de Commissie Dunning werden opgesteld: werkzaamheid en doelmatigheid. Op basis van deze criteria is het inconsequent en dus ook niet wenselijk hele verstrekkingen of grote delen ervan buiten het Ziekenfondspakket te plaatsen. (zie de discussie over fysiotherapie, de pil en IVF). Genoemde criteria dienen immers beschouwd te worden in relatie tot het indicatiegebied of ziektebeeld. Röntgenfoto's, echoscopieën etc. zijn bij bepaalde ziektebeelden zeer werkzaam en doelmatig, bij andere volgens professionele criteria totaal niet. In het eerste geval dienen de kosten wettelijk verplicht te worden vergoed, in het tweede geval niet. Toepassingen buiten het bewezen indicatiegebied zijn immers ongepast. Op deze wijze wordt het pakket aan totale verstrekkingen niet versmald de vergoeding wordt aan de toepassing van de verstrekking gekoppeld en niet aan de verstrekking zelf. Pakketuitdunning kan leiden tot een mogelijke tweedeling in toegankelijkheid. Het koppelen van de toepassing aan de verstrekking geeft de patiënt onverkort recht op noodzakelijke zorg. Geen enkele groep valt daarbuiten. Door de toepassing van de verstrekking aan richtlijnen en protocollen te binden ontstaat er meer ruimte om nieuwe geneesmiddelen en behandelingen, op indicatie, in het pakket op te nemen.

De invulling van wat de Gepaste Zorgpolis behelst gaat via de volgende stappen.
- Op basis van medische en professionele ervaringen wordt de inhoud van gepaste zorg vastgesteld. Daarbij wordt voortgebouwd op de gunstige ervaringen met het werken met protocollen en indicatiestellingen die enerzijds een uitdrukking geven aan wat sociaal- medisch noodzakelijke behandelingen zijn en die anderzijds (ook nu al) functioneren als een richtsnoer voor de artsen, indicatiestellers en andere zorgverleners in de dagelijkse praktijk. Patiëntenorganisaties kunnen en moeten hierbij een belangrijke rol spelen.
- Bij het vaststellen van de inhoud van de zorgpolis baseert de politiek zich op deze professionele invalshoek, die marginaal wordt getoetst. Wel zal de politiek actief participeren in het ontwikkelen van algemene maatschappelijke toetsingskaders over nut en noodzaak van allerlei medische en technologische vernieuwingen,
- De zorgpolis en bijbehorende protocollen zijn de leidraad van zorgverleners en verzekeraars, maar laten de individuele verantwoordelijkheid van de zorgverleners onverlet.

- Er zijn financiële voordelen verbonden aan het uitvoeren van de Gepaste Zorgpolis. Voor patiënten maakt het duidelijk waarop zij recht hebben; voor het meerdere zijn zij zelf verantwoordelijk. Nu betalen patiënten voor een polis waarin ook zorg vergoed wordt die niet noodzakelijk is, de gepaste zorgpolis bevat alleen de noodzakelijke zorg en kan dus voor een lagere premie geleverd worden; de extra's betaalt de patiënt zelf. Zorgverleners kunnen ten opzichte van de huidige situatie voordelen behalen als zij niet noodzakelijke verrichtingen niet uitvoeren en zich houden aan het alleen verlenen van gepaste zorg, volgens door henzelf opgestelde richtlijnen. Verzekeraars krijgen eveneens een vergoeding op basis van de polis. Deze is hoger als de indicatie daartoe aanleiding geeft (hogere risicogroepen betekent een hogere vergoeding via een systeem van normuitkeringen), maar de prikkel om efficiënt te werken blijft omdat verzekeraars bij een relatief hoog aandeel zwaardere risico's schaalvoordelen kunnen behalen. Bij toepassing van de gepaste zorgpolis vergoeden verzekeraars alleen de noodzakelijke zorg, op sociaal- medische indicatie en besparen daardoor kosten.

Wie stelt vast of er gepaste zorg is geleverd? Als een behoorlijke informatievoorziening is opgebouwd, kan gepaste zorg worden verantwoord in maat en getal, zoals indicatiestelling, ligduur, medicatiebeleid en de naleving van richtlijnen en protocollen. De bewijslast ligt dus bij de aanbieders van zorg. Controle zowel op kwaliteit als financiële consequenties door verzekeraars is mogelijk .

Om optimale hulp te kunnen geven moeten er idealiter geen schotten zijn tussen de verschillende sectoren van de zorg. Dit betekent dat de afbakening tussen de nu bestaande verzekeringen wordt afgebouwd en dat de kortdurende en de langdurige zorg, de cure en de care worden geïntegreerd. De huidige verschillen in werkingssfeer, in financiering en in besturingssystematiek tussen de AWBZ en de overige ziektekostenverzekeringen - tussen de verzekeringen voor het eerste en het tweede "compartiment" - leiden tot voortdurende grensproblemen bij de overgang van het ene naar het andere deel. De meest bekende ondoelmatigheid is de zogenaamde verkeerde bedproblematiek: een patiënt blijft tegen hoge kosten onnodig lang opgenomen in een instelling omdat de overgang naar goedkopere vervolgzorg bemoeilijkt wordt door verschillende financiering en organisatie en door bureaucratische rompslomp. Deze problematiek komt voor in alle sectoren van de zorg. Het wegnemen van de grenzen tussen de compartimenten kan een enorme impuls geven aan integrale zorg of ketenzorg. En daarmee aan de gewenste organisatorische kanteling van zorg die door het aanbod bepaald wordt in plaats van door de vraag. En daar ligt de crux van systeemveranderingen.

Bezien moet worden hoe op de kortst mogelijke termijn achtereenvolgens de twee hiervoor noodzakelijke stappen kunnen worden gezet:
- Integratie van ziekenfonds- en particuliere verzekering in de Gepaste Zorgpolis
- Integratie van de huidige AWBZ-voorzieningen in de Gepaste Zorgpolis 2a. Iedereen heeft recht op de zorg die nodig is, daaronder ook begrepen de gepaste tandheelkundige zorg. Alle noodzakelijke zorg is gepaste zorg en opgenomen in het verplicht verzekerde pakket: de Gepaste Zorgpolis.

2b. Gepaste zorg wordt verleend volgens richtlijnen en protocollen die door de beroepsgroepen en regionale indicatieorganen zijn opgesteld naar de laatste stand van de wetenschap, in overleg met patiëntenorganisaties. 2c. Het gebruik, het verlenen en het verzekeren van gepaste zorg wordt gestimuleerd door middel van incentives/prikkels.

2d. Naast gepaste zorg kan gekozen worden voor een aanvullende particuliere verzekering, hetgeen de keuzevrijheid bevordert.

2e. Burgers hebben de mogelijkheid één keer per jaar te wisselen van verzekeraar.

3. De burger als patiënt
Iedereen heeft recht op de sociaal-medische noodzakelijke zorg. Naast directe zorg kennen we aan zorg gerelateerde voorzieningen zoals hulpmiddelen, woningaanpassingen, vervoer voor mensen met een functiebeperking en niet lichaamsgebonden en niet-medische thuiszorg. Op dit punt doen zich afbakeningsproblemen voor, doordat de uitvoeringsverantwoordelijkheden en de geldstromen van elkaar gescheiden zijn en doordat er tegelijkertijd sprake is van overlap in de doelstellingen. Zo worden krukken verzorgd via de AWBZ, een rollator verstrekt in het kader van de Zfw en een rolstoel verstrekt in het kader van de WVG. Er moet nader onderzoek verricht worden naar de vraag welke hulpmiddelen en diensten naast de zorgverzekering via een Wet op de zorgdiensten verkrijgbaar moeten zijn. Het recht op zorg betekent niet alleen zorg volgens gepaste normen; het betekent ook recht op aandacht en een goede bejegening (waar tot op heden de meeste klachten op zijn terug te voeren). 3a. Patiënten hebben recht op gepaste zorg: "kwaliteit op tijd". Dat betekent dat niet afgeweken kan worden van normen binnen welke tijd je wat moet krijgen. De leveringsvoorwaarden voor de verschillende vormen van zorg worden daartoe wettelijk vastgelegd. Dit geldt voor zorg in ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en overige instellingen, alsook voor GGZ, maatschappelijke opvangvoorzieningen, thuiszorg en voor het verkrijgen van hulpmiddelen.

3b. Binnen de grenzen van de gepaste zorg moeten de keuzemogelijkheden van de patiënt zoveel mogelijk worden vergroot. Om beter tegemoet te komen aan de behoefte van individuele patiënten is verdere uitbreiding nodig van het persoonsgebonden budget en het persoonsvolgend budget. In de langdurige zorg hebben flexibele zorgaanspraken de keuzemogelijkheden vergroot. Deze flexibilisering moet worden voortgezet.

3c. In het kader van een heldere verdeling van verantwoordelijkheden en samenhang tussen zorg, wonen en welzijn moet nader onderzoek verricht worden naar de vraag welke diensten naast de zorgverzekering via een Wet op de zorgdiensten verkrijgbaar zouden moeten zijn.
3d. Patiënten moeten zelf kunnen kiezen naar welke zorgverlener zij willen en daadwerkelijk van zorgverlener kunnen veranderen.

3e. Patiënten moeten toegang hebben tot heldere informatie. Openbare informatie over prestaties van zorgverleners dient eenvoudig beschikbaar te zijn.

3f. Iedere patiënt heeft recht op aandacht, een respectvolle bejegening en begrip.

4. De zorgverleners
Zorgverleners zijn het menselijk kapitaal in het zorgstelsel. Hun inbreng is bepalend voor de kwaliteit van de uitvoering. Goede arbeidsomstandigheden dienen dan ook het maatschappelijk belang. Adequate opleidingsmogelijkheden voorafgaand aan en tijdens de werkzame periode zijn noodzakelijk om in de vraag naar personeel te kunnen blijven voorzien.

4a. Zorgverleners moeten de mogelijkheid hebben hun verantwoordelijkheid voor patiënten op professionele wijze in te vullen en daardoor optimale zorg te bieden.

4b. Om het imago van het beroep van verpleegkundigen en verzorgenden te verbeteren moeten er mogelijkheden komen voor persoonlijke ontwikkeling, carrièreplanning en inspraak ten aanzien van de inhoud en organisatie van de zorg. De primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden moeten aangepast en verbeterd worden. Betaalde beroepspraktijkvormen/stageplaatsen (werken-leren) moeten in aantal en omvang worden uitgebreid.

4c. Zorgverleners moeten naast functiedifferentiatie de mogelijkheid hebben hun verantwoordelijkheid voor patiënten daadwerkelijk in te vullen door ook over de grenzen (van instellingen) continuïteit in de zorgverlening te bieden (bv. dezelfde verpleger begeleidt de patiënt in het ziekenhuis en thuis). 4d. De capaciteit van de zorg moet worden afgestemd op de behoefte. Daar moet het instrumentarium op worden aangepast. De Partij van de Arbeid bepleit bij de huidige arbeidsmarktproblematiek afschaffing van de numerus fixus voor de artsenopleiding en uitbreiding van de onderwijsbudgetten om dit proces te begeleiden. Tevens moeten de beroepsopleiding tot huisarts, tandarts en tot specialist worden afgestemd op de capaciteitsplanning.

4e. Een verdere ontwikkeling van de multidisciplinaire gezondheidscentra is gewenst om betere afstemming binnen de eerste lijnszorg te stimuleren.

5. Verzekeraars
Verzekeraars hebben een zorgplicht om te voorzien in de zorg die zij in hun verzekeringen aanbieden. Zij kopen daartoe voldoende zorg van voldoende kwaliteit in om te voldoen aan de behoefte aan zorg van hun verzekerden. 5a. Verzekeraars hebben een acceptatieplicht voor de Gepaste Zorgpolis. Risicoselectie op grond van leeftijd of medische voorgeschiedenis is niet toegestaan. Verzekeraars krijgen een hogere uitkering voor polissen met een hoger risicoprofiel. Zij hebben de vrijheid aanvullende verzekeringen aan te bieden, waarvoor geen beperkingen gelden.

5b. Verzekeraars zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg, waaronder ook de kwaliteit van zorg valt. Verzekeraars moeten de mogelijkheid hebben om zorg te contracteren die hun verzekerden vragen. Daartoe dient het aanbod aan zorg gevarieerder te worden en dienen zij contracteervrijheid te hebben. Verzekeraars en instellingen dienen zich te onderscheiden op de kwaliteit , dienstverlening en service. De kwalitatieve en organisatorische voorwaarden voor contractering van zorgverleners en instellingen in andere EU-landen zijn daarbij gelijk aan de voorwaarden die in Nederland gelden.
6. De rijksoverheid
Zorg kent vele - niet economisch aantrekkelijke - varianten: het grootste deel van de AWBZ-zorg en zorg voor chronisch zieken. Die vormen van zorg gaan aan de markt ten onder. De garantie dat iedereen de noodzakelijke zorg krijgt, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen kan daarom onmogelijk door de markt worden gegeven. De rijksoverheid heeft hier een onmisbare rol. Wel als regisseur: de rijksoverheid bepaalt het kader waarbinnen de zorgverlening plaatsvindt. Dat strekt zich niet alleen uit tot de professionele zorgverlening. Mantelzorgers - familie, vrienden - en vrijwilligers dragen in zeer belangrijke mate bij aan de verzorging van patiënten. De erkenning daarvan veronderstelt ondersteuning op maat. Preventie kan voorkomen dat mensen onnodig patiënt worden. Met name op scholen is aandacht geboden voor gezondheid, de eigen verantwoordelijkheid voor gezondheid en de gezondheidszorg.

De regelgeving van de overheid richt zich met name op de condities voor de zorgverlening: de wettelijke kaders, de financiële randvoorwaarden en het toezicht. De verantwoordelijkheid voor de wijze waarop het aanbod vorm krijgt verschuift daarmee naar verzekeraars en zorgverleners. Aan de aanbodzijde zal daardoor sprake moeten zijn van het terugdringen van de regelgeving. Naast het toepassen van bestaande strategieën om tot een vraaggerichte zorg te komen dient de overheid de voorwaarden waaronder patiënten voor hun belangen kunnen opkomen verder in te vullen. Vraagsturing dient gestimuleerd te worden via het vergroten van keuzemogelijkheden voor patiënten, alternatieve financiering van zorg, het verbeteren van de informatievoorziening en een wettelijke aanspraak op ondersteuning en begeleiding bij het verkrijgen van informatie en een betere zorginhoudelijke onderbouwing van de financiële kaders. Vraaggestuurde zorg haal je het liefst om de hoek. Daarom zijn regionale afspraken over wie wanneer welke zorg levert van groot belang. 6a. De overheid is verantwoordelijk voor de vaststelling van het verzekerde pakket van de Gepaste Zorgpolis. Ze stelt inhoud, kwaliteit en maximaal aanvaardbare wachttijden vast op basis van door de beroepsgroep, in overleg met patiëntenorganisaties, opgestelde richtlijnen en protocollen en bepaalt de grondslag en hoogte van de premie voor de Gepaste Zorgpolis.

6b. De overheid regelt de toelating van verzekeraars. De mogelijkheden van een concessie systeem met sancties voor verzekeraars die de zorg niet adequaat verzekeren dienen ook voor de curesector te worden onderzocht. De overheid draagt er zorg voor dat onafhankelijk toezicht plaatsvindt op zorgverleners, zorginstellingen en verzekeraars. 6c: De kwalificatie-eisen zijn een verantwoordelijkheid van de professie, zonodig te verankeren door de overheid.

6d. Gezond gedrag en maatregelen die ziekte voorkomen of de kansen daarop verminderen zijn van groot belang. De overheid heeft hier een normerende rol en ziet erop dat toe preventieve zorg op scholen en elders voldoende aandacht krijgt. Preventieve zorg dient ook verder te worden verankerd in het arbo-beleid. In het onderwijs dient meer aandacht besteed te worden aan gezondheidszorg en aan de eigen verantwoordelijkheid voor gezondheid. De overheid is in een snel veranderende samenleving verantwoordelijk voor investeringen in public health en de ontwikkeling van nieuwe agenda's van openbare gezondheidszorg. 6e. De overheid voert een ondersteunend beleid ten aanzien van mantelzorgers en vrijwilligers.

6g De overheid dient vraaggerichte zorg te bevorderen en daartoe nieuwe strategieën te hanteren en te ontwikkelen. De afstemming tussen zorg, wonen, welzijn en vervoer dient verbeterd te worden door middel van intersectorale regiovisies en integrale indicatiestelling.

7. Het toezicht
In het zorgstelsel is voldoende evenwicht noodzakelijk tussen de betrokken partijen. Dat vereist een systeem van checks en balances. Beleid en wetgeving behoren gescheiden te zijn van de uitvoering. Het eerste is de verantwoordelijkheid van de overheid, het tweede van verzekeraars en zorgverleners. Om die scheiding van verantwoordelijkheden in tact te houden is voor de kwaliteitsbewaking onafhankelijk toezicht nodig. De verzekeraars werken onder concurrerende verhoudingen. Monopolies en oligopolies leiden tot kwaliteitsverlies en feitelijke beperking van de rechten van burgers. 7a. Het College Toezicht Zorgverzekeringen houdt als onafhankelijk orgaan toezicht op de nakoming van regels terzake van pakket, kwaliteit en tijdigheid van de zorg en de kwalificaties van de zorgverleners.

7b. De Verzekeringskamer houdt toezicht op de wijze waarop de verzekeraars hun taken (kunnen) nakomen.

7c. De Inspectie voor de Gezondheidszorg dient voldoende toegerust te worden om het toezicht op de kwaliteit van de zorg goed in te kunnen vullen.

7d. De Nederlandse Mededingingsautoriteit ziet toe op de concurrentieverhoudingen op de markt voor aanvullende zorgverzekeringen.

8. Kosten en baten van de zorg (health economics)
Jarenlang heeft beheersing van de budgettaire ontwikkeling van de kosten van de zorg centraal gestaan. Mede daardoor zijn in de zorg achterstanden ontstaan. Gezien de huidige economische ontwikkelingen is een situatie ontstaan een ruimere budgettering mogelijk is. Nu die situatie is bereikt, moeten de mogelijkheden ook worden benut. De groei van de sector moet niet langer gezien worden als een probleem, maar als een uitdrukking van de toegevoegde waarde die zorg voor de samenleving heeft. De behoefte aan noodzakelijke zorg rechtvaardigt meer middelen.

Een aantal factoren is bepalend voor de kosten van de zorg. Allereerst is daar de samenstelling en de ontwikkeling daarin van de bevolking. De groei van het aantal mensen, waaronder zeer oude mensen, brengt een groei van de vraag naar zorg mee. Dat is voor een deel een gevolg van die zorg zelf, waardoor mensen met behandelingen, medicijnen en hulpmiddelen in staat zijn langer te leven. Deze kwaliteitsverbetering brengt vanzelfsprekend extra kosten met zich mee. De kwaliteit van de zorg verbetert ook door de ontwikkeling van de medische technologie: nieuwe geavanceerde technieken leveren nieuwe behandelmethoden op en nieuwe hoogwaardige medicijnen tegen ziekten waar voorheen geen kruid tegen gewassen was. Dat brengt extra kosten met zich mee. Grotere welvaart thuis vraagt betere omstandigheden bij opname in instellingen voor gezondheidszorg. Grote zalen in ziekenhuizen en verpleeghuizen behoren tot het verleden. In veel instellingen hebben verbouwingen geleid tot meer privacy, maar ook tot minder capaciteit (kamers). Kwaliteit vraagt méér budget. De verkorting van de opnameduur in veel instellingen leidt ertoe dat de verzorging veel zwaarder is geworden. Omdat zorg vooral mensenwerk is, leidt loonstijging tot een snellere kostenstijging dan het geval is in minder arbeidsintensieve sectoren. Onmiskenbaar zal daarom sprake zijn van groeiende kosten voor de zorg van morgen. Naast de kostenstijging is echter ook sprake van kostenbeperking, al zal die zelden in de zorgsector zelf zichtbaar worden. Maar aangenomen mag worden dat een betere zorg leidt tot minder ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Goede zorg levert dus geld op.

Er zijn betrouwbare ramingen over wat het kost om mee te groeien met de demografie en medisch technologische vernieuwingen. Die groei wil de PvdA realiseren. Daar is macro economisch gezien alle ruimte voor nu het economisch draagvlak is versterkt door hogere werkgelegenheid en het bereiken van een begrotingsoverschot. Daar was het ook om begonnen: het economisch draagvlak was te zeer verzwakt om een sterke publieke dienstverlening duurzaam op te funderen. Berekeningen van instituten als CPB en WRR geven aan dat een jaarlijkse reële groei van ruim 3% van de zorguitgaven nodig is. Bij een dergelijke groei kan voldoende rekening worden gehouden met de ontwikkelingen in de bevolkingssamenstelling, de medische technologie en de groei van de welvaart en de daarmee stijgende kwaliteitseisen. De hiermee gepaard gaande kosten zijn door de samenleving op te brengen zonder koopkrachtverlies voor de burgers onder de voorwaarde van een volgehouden behoorlijke economische groei. Cruciaal hiervoor zijn een toename van de arbeidsparticipatie en een beheersing van het aandeel van andere publieke uitgaven, onder meer door daling van de rentelasten behorend bij de staatsschuld.

Het is mogelijk jaarlijks een betrouwbare raming te maken van de toenemende vraag naar sociaal-medisch noodzakelijke zorg, zoals eerder gemeld. Het geld dat daarvoor noodzakelijk is, wordt verdeeld over de verzekeraars, op basis van een verdeelsleutel die rekening houdt met het risico van categorieën verzekerden. Indicatoren daarvoor dienen verder ontwikkeld te worden. Ook is het van groot belang indicatoren te ontwikkelen die de baten van zorg kunnen aangeven, in gezondheid en maatschappelijke participatie (health economics). 8a. In financiële zin is de overheid verantwoordelijk voor afstemming van vraag en aanbod op grond van betrouwbare ramingen over wat het kost om mee te groeien met de demografische ontwikkelingen en medisch technologische vernieuwingen en voor aanpassing van de financiële ruimte daarop.

9. Premiesolidariteit en financiering
Zorg wordt verleend op basis van verzekeringsrechten. De aanspraken zijn vastgelegd in de gepaste zorgpolis. Tegenover dit recht staat de plicht van premiebetaling. Bij de AWBZ is thans sprake van een inkomensafhankelijk premie die wordt geheven over een deel van het inkomen (eerste en tweede schijf). Daarnaast is bij gebruik van een AWBZ-voorziening een eigen bijdrage verplicht, die afhangt van het inkomen. De eigen bijdrage wordt geheven vanwege uitgespaarde kosten (wie in een instelling verblijft, bespaart thuis kosten). Daarnaast is er een rijksbijdrage voor het restant van de kosten.

Voor het ziekenfonds wordt thans een premie geheven die afhankelijk is van het inkomen, met daarnaast een nominale premie van gemiddeld f 420,- per volwassen persoon per jaar. Voor particuliere verzekeringen is een nominale premie verschuldigd. Daarnaast worden wettelijke solidariteitsbijdragen geheven (WTZ en MOOZ).

Bij de Gepaste Zorgpolis vormt een inkomensafhankelijke premie het uitgangspunt. Draagkracht moet de basis zijn van de organisatie van onze gezondheidszorg. Uit het oogpunt van dubbele rechtvaardigheid zijn inkomenssolidariteit en risicosolidariteit cruciaal. Er bestaan immers grote sociaal-economische gezondheidsverschillen (mensen met lagere inkomens zijn gemiddeld ongezonder). Daarnaast zijn ingewikkelde en omvangrijke compensatieregelingen in financiële zin voor grote groepen in onze samenleving bij een dergelijke premieheffing niet noodzakelijk: hoge administratieve lastendruk wordt vermeden en armoedeval is niet aan de orde.

Zo nodig kan in aanvulling op een inkomensafhankelijke premie een beperkte nominale premie geheven worden, vergelijkbaar met de huidige nominale premie voor de ziekenfondsen. Concurrentie door verzekeraars alleen op nominale premie is schijnconcurrentie omdat de ervaring leert dat verzekeraars meestal de maximale premie hanteren. Een eventuele nominale premie wordt door de verzekeraar vastgesteld binnen met een door de overheid vastgesteld maximum. Een zeer beperkte jaarlijkse stijging is aanvaardbaar. Als patiënten die langdurige zorg nodig hebben op andere terreinen kosten besparen kan in plaats van eigen bijdragen gekozen worden voor een systeem waarin alleen vergoeding van de meerkosten plaatsvindt. Dit sluit aan bij de ontwikkeling die al gaande is om in de AWBZ te komen tot een scheiding van zorgvoorzieningen en overige voorzieningen, zoals het wonen. Het uitgangspunt voor financiering van zorg blijft de inkomensafhankelijke premie. Er moet onderzoek gedaan worden naar een alternatief voor de huidige eigen bijdragen. Een aantoonbare besparing mag een rol spelen in de bepaling van de vergoeding.

De premie voor aanvullende zorg verzekeringen wordt door verzekeraars vastgesteld. 9a. Alle burgers dragen bij aan de bekostiging van het stelsel van gezondheidszorg op basis van hun draagkracht. De premie voor de Gepaste Zorgpolis bestaat uit een inkomensafhankelijke premie. Zo nodig kan een beperkte nominale premie geheven worden.

9b. Wanneer langdurige opname leidt tot kostenbesparing voor een patiënt mag dit meegewogen worden in de bepaling van de vergoeding door alleen de meerkosten te vergoeden. Er moet onderzoek gedaan worden naar de vraag of een inkomensafhankelijke premie een alternatief kan vormen voor de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdragen in de care. 10. Korte termijn
Veel van het bovenstaande heeft betrekking op de middellange en lange termijn. Gezien de huidige problemen in de zorg kan met het oplossen daarvan niet gewacht worden. Dat erkent ook het kabinet. Daarom moet nu een begin worden gemaakt. De aanpassingen moeten dusdanig zijn, dat op nieuwe ontwikkelingen en toenemende vraag geanticipeerd kan worden. Het grootste knelpunt in de zorg wordt nu veroorzaakt door de ontoereikende capaciteit van het menselijk kapitaal. De honorering en salariëring van arts-assistenten in opleiding tot huisarts en verzorgenden dient te worden aangepast. Er moet meer differentiatie komen in de beroepsopleidingen in de zorgsector. De cao's moeten meer flexibiliteit bieden in de arbeidsovereenkomsten, zodat mensen korter kunnen werken en de roosters met diensten kunnen worden aangepast. Om de capaciteit op korte termijn te vergroten moeten artsen, verpleegkundigen en verzorgenden geworven worden binnen de Europese Unie. Nieuwe instrumenten moeten ingezet worden om de wachtlijsten op te lossen. De Partij van de Arbeid heeft daartoe initiatieven ontwikkeld voor de cure en de care, via een systeem van aanbestedingen. Verder dient snel geïnventariseerd te worden welke regels die belemmerend werken ten aanzien van het bieden van gepaste zorg op korte termijn kunnen worden aangepast.

Nog in deze kabinetsperiode zullen voor prestatieverhogende maatregelen de bijbehorende extra middelen (ten opzichte van de huidige kabinetsvoornemens) moeten worden vrijgemaakt. Zo nodig zijn daarvoor ook middelen beschikbaar uit de ruimte voor lastenverlichting die aanzienlijk groter is dan voorzien, als gevolg van inkomstenmeevallers. Als het er op aan komt stelt de PvdA het algemeen belang van een hogere investering in de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg voor iedereen voorop. Dit kan bij een behoorlijke economische groei goed samengaan met een stevig tempo van aflossing van de staatsschuld en met een voortgezet beleid van lastenverlichting gericht op werkgelegenheid en evenwichtige inkomensontwikkeling. Langs deze weg kunnen Nederland en zijn inwoners beter worden.

(1 november 2000)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie