Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage CDA wetgevingsoverleg Euthanasie

Datum nieuwsfeit: 02-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

: Nieuws : Euthanasie (021100)

Bijdrage aan begrotingsbehandeling VROM Bijdrage aan begrotingsbehandeling VROM
CDA start de Competitie van Ideeën (start 4 november) CDA start de Competitie van Ideeën (start 4 november)
CDA over zwarte en witte scholen CDA over zwarte en witte scholen Euthanasie Euthanasie
Begroting Buitenlandse Zaken (271000) Begroting Buitenlandse Zaken (271000)
Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001 (011100) Begroting Ontwikkelingssamenwerking 2001 (011100)
Begroting Defensie 2001 (011100) Begroting Defensie 2001 (011100) Palliatieve zorg (311000) Palliatieve zorg (311000) Euthanasie (021100) Euthanasie (021100)
Eerste-Kamerfractie CDA dient verzoek in tot parlementaironderzoek besteding gelden gezondheidszorg Eerste-Kamerfractie CDA dient verzoek in tot parlementaironderzoek besteding gelden gezondheidszorg

Euthanasie (021100)

Den Haag, 2 november 2000

Algemene informatie:

Het Wetgevingsoverleg heeft tot doel helderheid te verschaffen over wetstechnische gegevens. Het gaat dan ook om wetstechnische vragen die door de fracties gesteld worden (artikelsgewijs). Deze zijn nog in voorbereiding. Deze vragen worden vanzelfsprekend niet los van de politieke context gesteld. Wanneer vragen helder beantwoord zijn kan daar echter niet uit worden afgeleid dat daarmee politieke overeenstemming bereikt is. Ik zal mij dan ook aan het begin van het overleg op het standpunt stellen dat dit wat mij betreft het geval zal zijn en ik mij het recht voorbehoud om op de onderwerpen die in het wetgevingsoverleg aan de orde zijn, terug te komen in de plenaire behandeling.
Hieronder volgt voor de fractie een benadering op hoofdlijnen van de politieke context waarin de vraagstelling geplaatst zal zijn.

Wetsvoorstel Euthanasie en hulp bij zelfdoding

De regering gaat van een nee, tenzij- naar een ja, mits benadering van opzettelijke levensbeëindiging. Het onderhavig wetsvoorstel houdt in dat in het Wetboek van Strafrecht het verbod op opzettelijke levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding gerelativeerd wordt. De strafbaarheid zal namelijk niet gelden voor artsen die zich aan bepaalde zorgvuldigheidseisen houden bij uitvoering en melding van de levensbeëindiging. Het Openbaar Ministerie wordt op afstand gezet en zal niet langer over ieder geval van euthanasie. Det oordeel wordt overgelaten aan een toetsingscommissie bestaande uit leken. Slechts bij een negatief oordeel van de toetsingscommissie zal het OM om een oordeel gevraagd worden. De bedoeling hiervan is de meldingsbereidheid van artsen te vergroten.
Het voornemen van het kabinet zoals uitgesproken in het wetsvoorstel om kinderen tussen 12 en 16 jaar zelfstandig de bevoegdheid te geven te beslissen over euthanasie is onder druk van de maatschappelijke kritiek door het kabinet terug genomen, zo staat in de nota naar aanleiding van het verslag.
Het wetsvoorstel verschaft een wettelijke basis voor een euthanasieverklaring (wilsverklaring). Wilsbekwame mensen kunnen daarin vragen dat, wanneer zij wilsonbekwaam zijn geworden en in een bepaalde onwenselijke toestand komen, euthanasie op hen zal worden toegepast. Er kan derhalve sprake zijn van een ongelijktijdigheid in het euthanasieverzoek en de euthanasie zelf. Euthanasie op een demente patiënt die beschikt over een wilsverklaring die hij in het verleden in wilsbekwame toestand heeft opgemaakt wordt mogelijk gemaakt. Hieruit kan geen rechtsplicht van de arts voortvloeien tot het opzettelijk levensbeëindigend handelen, aldus het kabinet.

CDA-inbreng op hoofdlijnen:

Het CDA erkent het bestaan van de noodsituatie waarin een patiënt uitzichtloos lijdt en het het voor de arts medisch gesproken niet mogelijk is het lijden van de patiënt te verlichten, laat staan hem te genezen. In zon geval kan de arts, op uitdrukkelijk en weloverwogen verzoek van de patiënt, euthanasie toepassen en zich beroepen op overmachtsartikel 40 in het Wetboek van Strafrecht. Het dilemma moet echter nadrukkelijk aanwezig zijn: de morele vraag mag nooit te herleiden zijn tot een procedurele vraag. In het algemeen zal steeds beoordeeld moeten worden of opzettelijke levensbeëindiging wel verenigbaar is met een verantwoorde gezondheidszorg en met de rechtsstaat en hoe die zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Het CDA beschouwt het leven van ieder persoon beschermwaardig, er bestaat geen algemene rechtvaardiging voor euthanasie of hulp bij zelfdoding. Het opnemen van een veroorlovende norm in de wet betekent dat euthanasie voorwaardelijk gelegaliseerd wordt en de wettelijke bescherming wordt aangetast. Immers, niet ieder geval van euthanasie zal nog aan het oordeel van het OM worden onderworpen, lekenrechtspraak wordt geïntroduceerd. Het scheppen van ruimte in de wet zal er onherroepelijk toe leiden dat grenzen worden verlegd.

Voorstel 12 tot 16 jarigen.
Het CDA is tevreden over het feit dat het voorstel over 12-16 jarigen verdwenen is. Wel verbazing en verontrusting over het opperen ervan en de opmerking in de nota naar aanleiding van het verslag dat het weliswaar thans niet meer aan de orde is, maar klaarblijkelijk nog niet helemaal van de agenda gepoetst is. Dit doet sterk denken aan het recentelijk meermalen gehoorde traject van de maatschappelijke acceptatie inzake ethisch bezwaarlijke voorstellen.

Meldingsbereidheid artsen en rol toetsingscommissie. Het wetsvoorstel beoogt de rechtszekerheid van artsen te vergroten teneinde hen tot melden te bewegen. Opmerking over de meldingsbereidheid van artsen: 60% meldt niet. Er is vooralsnog geen reden om aan te nemen dat het laten oordelen door toetsingscommissies hierin verandering brengt. Waardering voor het SCEN-project, artsen krijgen op die manier goede voorlichting van collegas over hoe in de praktijk te handelen. Verbazing over uitspraak van de minister dat zij nu een onderzoek wil gaan instellen naar werking toetsingscommissies en meldingsbereidheid. Voor het CDA is dit onderzoek zeer noodzakelijk, maar zouden de uitkomsten daarvan afgewacht moeten worden alvorens een uitspraak te kunnen doen over de rol van de toetsingscommissies zoals het redmiddel om meldingen te doen toenemen, zoals nu door de minister gedacht. De minister geeft toe dat er op dit moment nog geen zinnige uitspraak gedaan kan worden over de werking van de toetsingscommissies, hoe kan zij hen dan nu reeds opzadelen met de loodzware taak het oordeel van het OM te vervangen? Er is geen enkele garantie dat het onderhavige wetsvoorstel een fundamentele verbetering in de meldingsbereidheid van artsen teweeg zal brengen.

Het moment van indienen wetsvoorstel.
Op grond van uitspraken van paars twee jaar geleden toen men nog stelde dat er geen enkele reden was om opnieuw de euthanasie discussie te voeren wekt het moment van indienen verbazing.

Internationaal recht.
Indringend ingaan op de problemen die de strijdigheid van dit wetsvoorstel met art. 2 EVRM opleveren. (Dat artikel legt de op de overheid de verplichting om in de wet het recht van een ieder op leven te beschermen. Het betreft hier een algemene verplichting voor de overheid passende maatregelen te nemen ter bescherming van het leven. In het bijzonder wordt in dat artikel de wetgever gewezen op zijn verantwoordelijkheid om het recht op leven bij wet te beschermen. Dit betekent dat opzettelijke levensberoving in de wet moet worden verboden en strafbaar gesteld, buiten de gevallen waarin die levensberoving ingevolge art. 2 EVRM is toetegestaan. In het wetsvoorstel wordt afbreuk gedaan aan de in dat artikel neergelegde verplichting door een algemen regeling neer te leggen die straffeloosheid beoogt van artsen (in het algemeen) die zich aan bepaalde zorgvuldigheidseisen houden en hierover geen oordeel door de rechter maar door toetsingscommissies geveld wordt. De opzettelijke levensbeëindiging kan in casu niet door de rechterlijke macht beoordeeld worden.)

Gewetensbezwaarden
Vooral artsen die euthanasie principieel afwijzen dreigen in een moeilijke situatie te komen. In sollicitatieprocedures kan bereidheid om mee te werken aan euthanasie een soms doorslaggevend criterium zijn. Zij mogen nooit beschouwd worden als tweederangs zorgverleners, net zo min als verpleegkundigen die niet aan euthanasie willen meewerken.

Palliatieve zorg.
Het CDA wil nadrukkelijk wijzen op de zinssnede in de MvT bij het wetsvoorstel dat euthanasie alleen verantwoord kan plaatsvinden in de context van een goede palliatieve zorg. Wrang is dat het in Nederland absoluut nog onvoldoende gesteld is met de palliatieve zorg en minister Borst bijna met geen stok naar de Tweede Kamer te krijgen is voor een overleg. Hierop dus kritiek want aan de door het kabinet gestelde voorwaarde wordt geenszins voldaan. Eerst moet het aanbod van terminale palliatieve zorg worden uitgebreid en verbeterd alvorens tot een verdere wettelijke versoepeling van euthanasie kan worden overgegaan. Hierbij aansluitend opmerkingen over de maatschappelijke discussie die ook in de media gevoerd is naar aanleiding van het wetsvoorstel waar het gaat over de relatie tussen een verzoek om euthanasie en het gebrek aan zorg en een samenleving waarin afhankelijken, zieken en gehandicapten zich tot een last gaan voelen. Wanneer euthanasie een meer en meer gewone optie wordt in de gezondheidszorg zal de druk die mensen ervaren om euthanasie vermoedelijk toenemen. Meer geld voor palliatieve zorg nodig, 7 miljoen per jaar tot 2003 volstrekt onvoldoende.

Wilsverklaringen.
Afwijzen van voldoen aan schriftelijke wilsverklaring uit het verleden die niet door de patiënt in wilsbekwame toestand kan worden bevestigd. Er lijkt een recht op euthanasie te gaan ontstaan, ondanks de opmerking van de regering dat er geen rechtsplicht uit de wilsverklaring voortvloeit. De euthanasieverklaring waarin het voorstel voorziet kan artsen in de zorg voor demente en psychiatrische patiënten in een zeer moeilijke positie brengen, leidt tot een verder verruiming van de zorgvuldigheidseis van ondraaglijk lijden en geeft een zeer ruime interpretatie aan de zorgvuldigheidseis weloverwogen en duurzaam verzoek in wilsbekwame toestand. Tegen deze wettelijke verankering is vanuit de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen is bezwaar aangetekend. In alle sectoren zullen artsen immers moeten besluiten tot opzettelijke levensbeëindiging op grond van de situatie van de patiënt (uitzichtloos en ondraaglijk lijden) en niet slechts op grond van diens verzoek. De aandacht moet vooral uitgaan naar verbetering van de behandel- en verzorgingsmogelijkheden van dementen. Regeling van levensbeëindiging bij mensen op grond van dementie en een euthanasieverklaring is een verkeerd signaal. Temeer daar het huidige overheersende maatschappelijke klimaat het opstellen van een dergelijke verklaring in de hand lijkt te werken. Het zou moreel wel helemaal onverantwoord zijn opzettelijke levensbeëindiging te gaan toestaan op grond van een in principe behandelbare aandoening.

Algemene toonzetting in het Wetgevingsoverleg staat de juridische vraagstelling centraal. In de plenaire afronding zal ik niet in de eerste plaats een juridisch bestuurlijke toon kiezen (hoewel uiteraard wel met kracht van argumenten) als wel getuigend van enerzijds betrokkenheid en begrip voor noodsituatie, anderzijds verontrusting (normaliseren van de tragiek van een dergelijk levenseinde mag niet, grote zorg over waarborg beschermwaardigheid menselijk leven).

Kamerlid: Clémence Ross-Van Dorp

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie