Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV inzake Nederlandse Voedsel Autoriteit

Datum nieuwsfeit: 06-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
P&O/S/2000/3880
datum
06-11-2000

onderwerp
Nederlandse Voedsel Autoriteit doorkiesnummer

bijlagen
1

Geachte Voorzitter,

Mede namens mijn collega van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bied ik u hierbij een notitie aan over de instelling van de Nederlandse Voedsel Autoriteit. De notitie is vrijdag 3 november jongstleden geaccordeerd in de Ministerraad.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

mr. L.J. Brinkhorst

up

datum
06-11-2000

kenmerk

bijlage

De Nederlandse Voedsel Autoriteit
(Modernisering en stroomlijning van de organisatie op het gebied van de voedselveiligheid)


* 1. Kernopdracht

* 2. Maatschappelijke belangen (een situatieschets)
* 3. Het toekomstbeeld

* 4. Ontwikkelingstraject.
+ 4.1 Organisatie
+ 4.2 Wet- en regelgeving
+ 4.3 Investering

* 5. Voorstellen

1. Kernopdracht

De Nederlandse en Europese samenleving wordt zo nu en dan geconfronteerd met crises op het gebied van de voedselveiligheid. Dergelijke affaires schokken het vertrouwen van de consument in de betrouwbaarheid van de garanties die bedrijfsleven en overheid bieden ten aanzien van de veiligheid van het voedselpakket. Steeds nadrukkelijker wendt men zich daarbij tot de overheid als eindverantwoordelijke voor de voedselveiligheid.

Evaluaties van de crises (Berenschot) leiden tot constateringen dat de wet- en regelgeving en de controle, opsporing en handhaving rond de productie, handel en consumptie van voedsel complex is en dat er sprake is van een niet transparante situatie. Actoren in het veld is niet altijd duidelijk waar de grenzen liggen van ieders taak, verantwoordelijkheid en bevoegdheid. Het onderscheid tussen publiek en privaat is onhelder.
Tevens blijkt dat er onvoldoende inzicht is in veranderingen binnen voedselketens bijvoorbeeld in de vorm van het gebruik van bepaalde risicovolle grondstoffen en er soms hiaten in de regelgeving zijn waardoor het lastig is om adequaat in te grijpen. Voedsel is vaak het resultaat van ingewikkelde internationale stromen van grondstoffen of componenten, al dan niet voorafgegaan door dezelfde processen bij diervoeding. Een eenduidige identificatie en traceerbaarheid van processen en producten is daardoor lastig. Een nieuw gebied is bovendien het ontwikkelen van voedselproducten op het grensvlak van voedsel en medicijnen, bijvoorbeeld in de vorm van vitaminepreparaten. Tenslotte geldt dat meer en meer wordt ingezien dat goed voedsel een sleutelelement is in de bevordering van de gezondheid.

Het historisch gegroeide netwerk van controle en toezicht op de voedselketen, ontstaan vanuit een kleinschalig opererende agro-industrie, is toe aan een heroriëntatie en een aanpassing aan nieuw gegroeide inzichten over aansprakelijkheid en garantiesystemen in de keten.

Maar bovenal is van belang dat de ontwikkelingen rond voedselveiligheid in Europa middels het Witboek in een stevige stroomversnelling komen. De Europese Commissie doet voorstellen voor een nieuwe ordening en uniformering van de wet- en regelgeving op het terrein van de voedselveiligheid, waarin een integrale, ketensgewijze benadering centraal staat.
Geconstateerd moet worden dat Nederland op het terrein van wet- en regelgeving en ten aanzien van de organisatorische vormgeving nog niet klaar is om in die Europese beweging volwaardig mee te gaan, laat staan een vooraanstaande positie te vervullen. De huidige wetgeving is niet uniform en kent hiaten in de uitwerking naar de keten. De vermenging tussen publiek en privaat en de versnipperde controlestructuur zijn voorbeelden van een nog niet toegesneden zijn op de Europese ontwikkelingen.
Nederland zal, om aan te sluiten op deze Europese context, de wet- en regelgeving ingrijpend moeten aanpassen. Hoofdpunten daarbij zijn: uniformering, een eenduidig wettelijk kader, duidelijk onderscheid tussen publieke en private verantwoordelijkheden (o.a. rol pbo's) en een transparante controlestructuur.

In de nota Voedsel en Groen heeft het kabinet deze zomer al aangeven dat het groot belang het hecht aan de veiligheid van het voedselpakket en de wijze waarop de overheid daaraan gestalte geeft. Nederland heeft de ambitie om een betrouwbare en geloofwaardige partner te zijn die hoogwaardige garanties kan bieden over de veiligheid van het voedsel, voor de nationale en de internationale consument. In dat licht en ter verdere concretisering van de voornemens uit Voedsel en Groen is onderliggend notitie geschreven. Doel is om in deze kabinetsperiode te komen tot een structurele investering in de borging van de voedselveiligheid in Nederland.

Daarbij staan ons inziens twee zaken centraal:
1. De borging van de voedselveiligheid draait om een ketengerichte aanpaOm te komen tot een passende inrichting van de wet- en regelgeving en controlestructuur is het nodig om de huidige gang van zaken in de ketens eerst diepgaand en gestructureerd te analysereDeze analyses per keten richten zich op vragen als: hoe functioneert de wet- en regelgeving, hoe is de verdeling publiek/ privaat, wat zijn de belangrijkste risico's ten aanzien van de voedselveiligheid en welke maatregelen heeft de bedrijfstak zelf al genomeIn de kadernota Voedselveiligheid zal daarvoor het raamwerk worden geschetst, waarbij tevens zal worden beschreven wat, op basis van de huidige inzichten en ervaringen, de kritische succesfactoren zijn voor de nieuwe aanpak.
2. Het scheppen van een organisatorisch verband waarin op hoogwaardige wijze de verschillende aspecten van de beleidscyclus (onderzoek, beleid, controle en communicatie) wordt behartigHet streven is dat in deze kabinetsperiode gestalte te geveDaarmee wordt een transparante structuur met duidelijke verantwoordelijkheden neergezet, die betrouwbaarheid en duidelijkheid biedt aan consument, burger en bedrijfsleveDe ambitie is om de Nederlandse organisatie voor de borging van de voedselveiligheid internationaal aan de top te brenge

In deze notitie wordt aangegeven met welke maatschappelijke belangen bij de vormgeving van de nieuwe opzet rekening moet worden gehouden, wat het streefbeeld is en hoe dit gerealiseerd kan worden.

2. Maatschappelijke belangen (een situatieschets)

Het thema voedselveiligheid is de laatste jaren in toenemende intensiteit terug te vinden op de maatschappelijke en politieke agenda. Consument en burger, bedrijfsleven, nationale, Europese en internationale instituties stellen hun vragen en eisen ten aanzien van de kwaliteit van het voedselpakket en de wijze waarop die kwaliteit gegarandeerd wordt, met name vanuit de invalshoek van voedselveiligheid.

De consument en burger: De samenleving spreekt de overheid aan op het vormgeven en waarmaken van een duidelijke publieke verantwoordelijkheid. Consumenten vragen de overheid onverkort om garanties voor de kwaliteit van het voedsel. De samenleving vraagt de overheid met kracht sterke marktpartijen tegemoet te treden en op te komen voor de belangen van de consument. De burger wendt zich bij calamiteiten direct tot de overheid.
De eindverantwoordelijkheid voor voedselveiligheid ligt derhalve bij de overheid, wat overigens niet betekent dat de overheid alles zelf ook doet.
Op basis van een stelselmatige afweging over de vraag hoe het publieke belang optimaal kan worden geborgd kan en zal de overheid operationele activiteiten opdragen aan publieke en private partijen. De overheid heeft tot taak een helder kader te bieden voor het bedrijfsleven, niet alleen opdat het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid scherp begrensd weet, maar tevens voor de overheid dit ondubbelzinnig duidelijk is.
Ook zal de overheid, ter bevordering van de algehele volksgezondheid, moeten zorgen voor eenduidige informatie en communicatie naar de consument en burger over de kwaliteit van het voedselpakket.

Samenvattend: de consument en burger vragen van de overheid een goed systeem voor borging van de voedselveiligheid (inclusief de mogelijkheid om in te grijpen in geval van calamiteiten) en willen eenduidig geïnformeerd worden.

Het bedrijfsleven: Het bedrijfsleven wil nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid op het terrein van de voedselveiligheid oppakken, maar vraagt daarbij wel om een duidelijke kaders vanuit de overheid en om een eenduidige en consequente werkwijze die het bedrijfsleven in het internationale verkeer ook garanties biedt, met name van belang voor de exportpositie van het Nederlands agro-foodcomplex. Daarnaast wil het bedrijfsleven dat de overheid efficiënt werkt en dat onnodige kosten vermeden worden. De huidige organisatie met zijn vele diensten en instanties biedt die waarborg niet.

Vanuit de overheid is het noodzaak om het oppakken van de eigen verantwoordelijkheid door het bedrijfsleven te stimuleren en te honoreren. Waar het bedrijfsleven door middel van bijvoorbeeld ketengarantiesystemen en certificering de zaken op orde heeft kan de overheidsrol zich meer richten op toezicht op toezicht. Het bedrijfsleven mag daarbij terecht vragen om een overheidscontrole die effectief en op de maat gesneden is. Daar waar het niet goed geregeld is zal de overheidsrol intensiever zijn (en kostbaarder voor de betreffende bedrijfstak).
In alle gevallen zal de overheid overigens de mogelijkheid willen houden om uit overwegingen van de volksgezondheid in te grijpen wanneer de voedselveiligheid in het geding is, bijvoorbeeld in geval van calamiteiten.

Samenvattend: het bedrijfsleven vraagt gelegenheid om de eigen verantwoordelijkheid in te vullen, duidelijkheid over de eisen die de overheid stelt en een betrouwbare, kosteneffectieve controleorganisatie.

Controle-organisaties: in het verleden zijn in Nederland vele instituties op het gebied van controle en toezicht op de kwaliteit van het voedsel ontstaan. In de afgelopen jaren is herhaaldelijk gebleken (bijvoorbeeld in het rapport Berenschot) dat de gegroeide situatie een zeer complex organisatorisch plaatje oplevert. Private organisaties met (deels) publieke taken en publieke organisaties met private activiteiten: een zeer versnipperd veld waarin de verantwoordelijkheden niet duidelijk zijn en waarin een ongewenst grijs middenveld ontstaat.
Bovendien geldt dat door de internationalisering van bedrijven en grensoverschrijdende grondstoffen- en goederenstromen de nationale instituties zich meer zullen moeten spiegelen aan internationale ontwikkelingen en allianties zullen moeten aangaan in internationale verbanden.
In de toekomst zal er geen twijfel mogen bestaan over de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is. Dit betekent dat de overheid duidelijk zal moeten bepalen waar zij verantwoordelijk voor is en daarmee de verantwoordelijkheid tussen publiek en privaat scheiden.

Samenvattend: De huidige organisatie is het resultaat van historische ontwikkelingen. Zij is niet meer toegesneden op de hedendaagse eisen van publiek bestuur en sluit ook onvoldoende aan op Europese ontwikkelingen. Een nieuwe organisatie moet wel aan die eisen voldoen, hetgeen zich vertaalt in: een heldere taakverdeling publiek/privaat, verdergaande professionalisering en stroomlijning, alsmede optimale afstemming van de publieke onderdelen en het hanteren van methoden en technieken die eenduidig, transparant en over de gehele linie vergelijkbaar zijn.

Europa: In Europa komt het thema voedselveiligheid in een stevige stroomversnelling. De Europese aanpak (Witboek, positionering European Food Agency en Food and Veterinary Office (Dublin)) vraagt om een passende en aansluitende organisatorische constellatie in Nederland. Geconstateerd moet worden dat Nederland in vergelijking met de andere lidstaten in organisatorische zin zeker niet voorloopt in deze aanpassingsbeweging.
De voorstellen van de Europese Commissie inzake de wet- en regelgeving op het terrein van de voedselveiligheid vragen om een ingrijpende herordening en aanpassing van de nationale wet- en regelgeving: uniformering, eenduidig wettelijk kader en een scherpe scheiding tussen publiek en privaat.
Een ander voorbeeld van een noodzakelijke aanpassing is de eis van de Europese Commissie aan Nederland om te komen tot één Nationaal Referentielaboratorium, waar nu Rikilt en RIVM nog beide zijn aangewezen.
De Nederlandse overheid zal de wet- en regelgeving doen aansluiten op de Europese context. Dit zal ook zijn uitwerking hebben naar het beleggen van de wettelijke en dienstverlenende taken zowel op het gebied van onderzoek en laboratoria als ook op het terrein van de voedselcontrole.

Samenvattend: Europese ontwikkelingen vereisen een aansluitende Nederlandse organisatorische constellatie en wettelijke inbedding.

Interdepartementale verantwoordelijkheden: LNV en VWS zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het thema voedselveiligheid. LNV ziet toe op de kwaliteit en de veiligheid van de voedselketen en VWS draagt zorg voor de borging en bevordering van de volksgezondheid. Deze uitgangspunten zijn helder en behoeven ons inziens geen aanpassing. Wel kan er in de operationalisering nog winst geboekt worden. In het rapport Berenschot wordt geconstateerd dat de operationele uitwerking van de verantwoordelijkheden naar de dagelijkse praktijk niet eenvoudig is uit te leggen en leidt tot onduidelijkheden. De inmiddels in gang gezette implementatie van de voorstellen uit het Rapport Berenschot zal hierin de gewenste verbeteringen brengen. Daardoor kan verzekerd worden dat in ieder geval op de beleidsterreinen tussen de betrokken departementen sprake zal zijn van een optimale afstemming.

In het verleden is gebleken dat het voor een succesvolle aanpak van de voedselveiligheid nodig is om, vanuit de verschillende deelverantwoordelijkheden, gezamenlijk op te trekken en open met elkaar te communiceren en transparante afwegingen te maken. Daarbij worden ook de andere departementen op basis van ieders (deel-)verantwoordelijkheid betrokken.

Samengevat: het thema voedselveiligheid vraagt om interdepartementale samenwerking, vanuit heldere onderscheiden verantwoordelijkheden en een optimalisatie van de operationalisering.

3. Het toekomstbeeld

Tegen de achtergrond van bovenstaande ontwikkelingen staat LNV en VWS een duidelijk toekomstbeeld voor ogen, waarmee Nederland zich weer goed positioneert binnen Europa.
In de nota Voedsel en Groen zijn enkele belangrijke componenten van de aanpak al genoemd. In de onderstaande schets worden de verschillende componenten in een samenhangende constellatie gebracht.

De organisatie rond het thema voedselveiligheid zal er als volgt uitzien:

* Er is een Nederlandse Voedsel Autoriteit (NVA). De NVA heeft de centrale regie op drie hoofdstromen: het onderzoek, de controle en de communicatie. De NVA bewaart de samenhang tussen die hoofdstromen en is verantwoordelijk voor de gehele uitvoering van het voedselveiligheidsbeleid.

* De hoofdstroom onderzoek wordt verenigd in een Instituut voor de Voedselveiligheid. Dit instituut maakt deel uit van de kring rond het European Food Agency. In dit instituut zijn de wettelijke en dienstverlenende taken op het gebied van voedselonderzoek samengebracht.

* De hoofdstroom controle wordt verenigd in een Voedsel Waarborgings Bureau. In dit Bureau zijn de publieke taken op het gebied van de voedselcontrole, -keuring en -inspectie samengebracht. Dit bureau zal tevens deel uitmaken van het netwerk rond de Food and Veterinary Office (FVO in Dublin).

* De hoofdstroom communicatie loopt via het VoedingsCentrum Nederland. Het VCN draagt zorg voor de publieke informatie en communicatie over de veiligheid van het voedselpakket.

LNV en VWS zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de besturing van de NVA. LNV heeft de eerste verantwoordelijkheid voor de begroting. De precieze vormgeving van een en ander zal nader worden bestudeerd.

In onderstaande schets is de organisatorische constellatie schematisch weergegeven.

Bovenstaande constellatie is simpel en transparant qua vormgeving en sluit aan bij de laatste inzichten over de Europese ontwikkelingen. Gezien de ontwikkelingen in Europa is het noodzakelijk om slagvaardig te handelen en een stevig tempo in te zetten bij het realiseren van dit streefbeeld. We hebben de ambitie om in deze kabinetsperiode de bovenstaande constellatie vorm te geven.

4. Ontwikkelingstraject.

4.1 Organisatie

Beleidsmatige aansturing
De departementen van LNV en VWS werken gezamenlijk aan het tot stand brengen van het geschetste streefbeeld voor de voedselveiligheid in Nederland.

Om nog deze kabinetsperiode de Nederlandse Voedsel Autoriteit operationeel te hebben zal een strak ontwikkelingstraject moeten worden ingezet, met een sterke regie, slagvaardig management en duidelijke resultaatsverplichtingen.
Dat vraagt een sterke interdepartementale politieke en ambtelijke regiefunctie en besluitvormingsstructuur. Dat wordt vormgegeven in een regelmatig overleg tussen de ministers van LNV en VWS, zo gewenst aangevuld met andere betrokken bewindslieden. Ambtelijk wordt een interdepartementale stuurgroep ingesteld.

Centrale projectorganisatie
Het is nodig dat er kracht, tempo en slagvaardigheid ontwikkeld wordt. Daartoe wordt gekozen voor een interdepartementaal functionerende projectorganisatie, onder leiding van een zware projectleider, die tot taak heeft om de drie hoofdstromen te ontwikkelen tot een samenhangende constellatie, de Nederlandse Voedsel Autoriteit. Deze projectorganisatie is te beschouwen als de NVA in oprichting.

Een van de taken voor de projectorganisatie is het doen van voorstellen over de uiteindelijke organisatorische vormgeving van de NVA, en de daarin verbonden drie hoofdstromen: onderzoek, controle en communicatie

Deeltraject 1: Onderzoek (Instituut voor de Voedselveiligheid)

Het te vormen Instituut voor de Voedselveiligheid zal het gehele terrein van de voedselveiligheid beslaan en zal in principe alle wettelijke en dienstverlenende taken op het gebied van onderzoek met betrekking tot de voedselveiligheid vervullen, die momenteel nog over meerdere organisaties verdeeld zijn.
Binnen het Europese netwerk dat zich zal vormen rond de European Food Agency zal dit instituut als gezaghebbende, onafhankelijke wetenschappelijke partij optreden namens Nederland.

Tussen Rikilt en RIVM bestaat al een intensief samenwerkingsverband, dat een stevige basis is voor een toekomstige gezamenlijke organisatie. Rond deze kern zullen ook andere onderzoeksactiviteiten met een publiek karakter (bijvoorbeeld van de RVV, maar ook van TNO) worden samengebracht.

Dit vergt een ingrijpende herpositionering van activiteiten waarbij meerdere partijen inhoudelijk en bestuurlijk betrokken zijn. Dit vergt een zorgvuldig traject met betrokken partijen vanuit de wetenschap dat de verschillende partners een eigen historie, een eigen organisatieverband en eigen belangen hebben. Onderwerp van nadere studie is welke organisatievorm en rechtspersoon het meest geëigend is in de nieuwe Europese context.

Deeltraject 2: Waarborging (Voedsel Waarborgings Bureau)

Het tweede deeltraject van de stroomlijning van de organisatie van de voedselveiligheid betreft de keuring, de controle en het toezicht op de voedselketen. De realisatie van een Voedsel Waarborgings Bureau zal leiden tot een noodzakelijke versobering van het nu complexe (organisatorische) landschap. In het licht van de complexiteit van de materie en de gevoeligheid van dit dossier is een zorgvuldige, op feitelijke analyse gestoelde aanpak noodzakelijk.

Tegen die achtergrond is gekozen voor de volgende fasegewijze aanpak, met als basis de in de inleiding genoemde diepgaande analyse van de voedselketens in de verschillende sectoren.

Eerste fase: In de eerste fase worden de afzonderlijke sectoren ketensgewijs diepgaand en gestructureerd onderzocht, waarbij de gehele keten met de verschillende schakels in beeld wordt gebracht (van uitgangsmateriaal en grondstoffen tot gereed produkt). Op basis van onder andere risico-analyses wordt de voedselveiligheidssituatie in de verschillende ketens in kaart gebracht, waarbij zal ook worden verdisconteerd in hoeverre sectoren zelf ketengarantiesystemen kennen, HACCP hebben geïntroduceerd en er goede "tracking en tracing"-methodieken zijn ontwikkeld.
Tevens wordt onderzocht of taken publiek dan wel privaat van karakter zijn en hoe de wettelijke inbedding en de organisatorische vormgeving moet zijn om de voedselveiligheid in de keten optimaal te waarborgen. Op basis van die analyses worden aanbevelingen gedaan naar het beleid, waar besluitvorming plaatsvindt.

Tweede fase: in de tweede fase wordt de betreffende keten onder de werking van het Voedsel Waarborgings Bureau gebracht, wat ook vergezeld zal gaan met de benodigde wijzigingen in de wet- en regelgeving ter zake.

Het Voedsel Waarborgings Bureau zal op korte termijn worden ingesteld als een organisatorische basisvoorziening waarin in de eerste fase nog geen daadwerkelijke activiteiten op het gebied van controle, keuring en inspectie op voedsel plaatsvinden. Het Bureau zal als het ware fungeren als "gastheer" voor de voedselketens die na het doorlopen van de eerste fase onder zijn verantwoordelijkheid zullen worden gebracht. Op die manier wordt fasegewijs pijler voor pijler toegevoegd aan het uiteindelijke Bureau dat de hele controle, keuring en inspectie op de voedselkwaliteit covert. Voorgesteld wordt om een zekere volgtijdelijkheid te hanteren in de aanpak en te beginnen bij de sectoren groente en fruit (complex) en bij de grondstoffen (risicovol).

Deeltraject 3: Communicatie (VoedingsCentrum Nederland)

Het derde deeltraject betreft de communicatie. De communicatie naar burger en consument over de daadwerkelijke veiligheid van ons voedselpakket moet plaatsvinden door een betrouwbare, gezaghebbende partij: het VCN.

De activiteiten van het VCN zullen worden gericht op het thema voedselveiligheid. VCN zal daarom zeer korte en intensieve lijnen moeten onderhouden met overheid, wetenschap en bedrijfsleven. Dit betekent voor de huidige stichting VCN een forse herpositionering en vraagt van organisatie en medewerkers een nadrukkelijke professionalisering op dit terrein.

In het omvormingstraject zal ook aandacht worden besteed aan de vraag hoe wordt omgegaan met de afsplitsing van de private activiteiten die het VCN momenteel vervult en welke organisatievorm in de toekomst, gezien de gevraagde herpositionering, de meest geëigende is.

4.2 Wet- en regelgeving

Naast de organisatorische aanpak zal de Nederlandse wet- en regelgeving op het terrein van de voedselveiligheid moeten worden aangepast. We onderscheiden dat als een apart deeltraject dat onder verantwoordelijkheid van bovengenoemde projectorganisatie zal worden opgepakt, met de taak om te komen met voorstellen over een eenduidig wettelijk kader, uniforme aanpak en een heldere scheiding tussen publiek en privaat.

4.3 Investering

Bovenstaande voornemens vragen een investering van het kabinet. In kort tijdsbestek zal een aanzienlijke extra inspanning moeten worden geleverd. De centrale projectorganisatie zal voorstellen doen voor de noodzakelijke investeringen en de financiering van de autoriteit.

Ons inziens is deze extra investering even noodzakelijk als gewenst. In Europese en internationale context is de investering noodzakelijk om een geloofwaardige partner te zijn. De investering is ook gewenst omdat er een transparante organisatie ontstaat, die de controle op maat kan toesnijden op het "risicogehalte" van een keten, die een grotere efficiëntie en doeltreffendheid bereikt en die de consument vertrouwen biedt en het bedrijfsleven duidelijkheid.

5. Voorstellen

Op voordracht van de bewindslieden van LNV en VWS heeft het kabinet ingestemd met:


* De analyse dat in het licht van Europese ontwikkelingen een snelle en ingrijpende modernisering van de organisatie van de voedselveiligheid in Nederland noodzakelijk is.
* De totstandkoming van een centrale structuur voor voedselveiligheid (de Nederlandse Voedsel Autoriteit in oprichting), waarin de regie wordt gevoerd over de publieke taken ten aanzien van het onderzoek, de controle en de communicatie op het gebied van de voedselveiligheid.

* Het starten van een zorgvuldig en slagvaardig ontwikkelingstraject, onder aansturing van LNV en VWS als beleidsmatig verantwoordelijken, om binnen deze kabinetsperiode tot de realisatie van de NVA-constellatie te komen.
* Het starten van een traject om de Nederlandse wet- en regelgeving te doen aansluiten op de Europese aanpak, waarbij gestreefd wordt naar een eenduidig wettelijk kader, een uniforme benadering en een helder onderscheid publiek / privaat.

* De centrale projectorganisatie draagt zorg voor de totstandkoming van voorstellen voor de noodzakelijke investeringen en de financiering van de autoriteit. De op de begroting van LNV beschikbare middelen voor voedselveiligheid kunnen in eerste aanleg voor de dekking van deze kosten worden aangesproken.



reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie