Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage Kalsbeek (PvdA) debat begroting 2001 Justitie

Datum nieuwsfeit: 07-11-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 7 november 2000

BIJDRAGE VAN ELLA KALSBEEK (PVDA) AAN HET PLENAIRE DEBAT OVER DE BEGROTING 2001 JUSTITIE

Cijfers over criminaliteit en onveiligheid zijn altijd met grote onzekerheden omgeven. Toch staat wel vast dat bepaalde vormen van criminaliteit de laatste jaren behoorlijk zijn toegenomen. Andere vormen zijn weer wat afgenomen maar het totaal levert toch een stijging op, hoe je ook meet en telt.

Het hoge criminaliteitsniveau en de gedurige stijging daarvan plus de enorme maatschappelijke aandacht die er de laatste jaren is voor criminaliteit en onveiligheid doet vermoeden dat mensen zich in ons land wel heel erg onveilig zullen voelen. Gek genoeg is dat in het algemeen niet het geval: 70% van de mensen zegt zich nooit onveilig te voelen, maar 5% van de mensen zegt zich vaak onveilig te voelen. Dat valt gemiddeld genomen dus reuze mee.

Maar het gemiddelde is hier maar ten dele van belang. Er zijn twee groepen die er uit springen als het gaat om onveiligheidsgevoelens. Dat zijn slachtoffers (of mensen die een slachtoffer in hun naaste omgeving hebben) en dat zijn mensen die wonen in de armste buurten.

Veiligheid is niet eerlijk verdeeld over de samenleving. Dat is een notie die een grote rol moet spelen als we het hebben over veiligheidsbeleid en criminaliteitsbestrijding. Het schept een verplichting te meer t.a.v. slachtoffers en t.a.v. die wijken waar veel toch al zoveel moeilijker gaat.

De mensen die in die wijken wonen voelen zich niet alleen onveiliger, ze zijn het ook. Waar het peil van de criminaliteit en onveiligheid in de middenklasse en rijke buurten ongeveer gelijk bleef, deed dus alle stijging zich voor in die buurten die toch al met veel achterstanden te kampen hebben.

Ieder zinnig mens weet dat criminaliteit niet uit te bannen is. Het gaat er om criminaliteit beheersbaar te houden. Maar laten we dat dan wel zo doen dat niet juist de meest kwetsbare groepen de meeste last hebben van die criminaliteit. Ook bij criminaliteit en veiligheid gaat het om verdelingsvraagstukken.

Daarom bij deze begrotingsbehandeling aandacht voor jongeren die ernstig in de knel zitten - en dat zijn heel vaak de kinderen die in die kwetsbare wijken wonen - en voor slachtoffers (door mijn collega Santi) maar ook voor (ex)gedetineerden, die weer een plek in de samenleving moeten vinden.

Er is een andere belangrijke tendens die de aandacht vraagt en dat betreft het vertrouwen dat burgers hebben in politie, justitie en rechters. In abstracto is dat vertrouwen groot: wie burgers vraagt of men vertrouwen heeft in politie, Openbaar Ministerie (OM) en rechters krijgt geruststellende antwoorden. Maar er is een andere trend die dit grote vertrouwen wel eens zou kunnen gaan ondergraven. Burgers vinden namelijk ook dat de politie en het OM niet erg goed zijn in het bestrijden van de criminaliteit, dat de politie te vaak niet bereikbaar is, dat veel te veel misdadigers vrij uit gaan en dat de rechters veel te laag straffen.

Op deze tendensen kunnen we niet alert genoeg zijn want op den duur kunnen die het vertrouwen ondergraven en dan wordt het nog vele malen moeilijker om het recht te handhaven. Daarom bij deze begrotingsbehandeling aandacht voor de ophelderingspercentages en de pakkans. Burgers hebben namelijk gelijk: veel te veel mensen die een strafbaar feit begaan blijven onbestraft.

En dan is er nog een derde paradoxale tendens. Hoewel we de omvang van de georganiseerde criminaliteit niet precies kennen wijst wel heel veel er op dat de omvang en ernst van de georganiseerde criminaliteit toenemen. Burgers maken zich daar niet zo druk om. Het is de ver van mijn bed show. "Laten ze elkaar maar lekker afschieten" is een veel gehoorde uitspraak. Dat de bedreigingen van de georganiseerde criminaliteit heel reëel zijn lijkt niet erg duidelijk. Er is zelfs iets waarneembaar wat je zou kunnen aanduiden als het romantiseren van de georganiseerde criminaliteit. Criminelen die als godfathers worden begraven, artikelen die de aardigheid, de aantrekkelijkheid voor vrouwen, de brede interesse van een topcrimineel eens voor het voetlicht plaatsen, semi-autobiografieën die het grootse en meeslepende leven van criminelen belichten. Natuurlijk zijn nooit de mismaakte lijken van geliquideerde criminelen te zien en de angst van de kinderen van criminelen of handlangers die ontvoerd worden en de gevolgen van martelingen. We zien alleen een rij wapens of zakken xtc-pillen op het nieuws. Niet echt om van te schrikken.

Het is, denk ik, van groot belang dat ambtsdragers tegenwicht bieden aan die tendens tot romantisering. Dat zal niet altijd zo eenvoudig zijn, maar het moet wel. Ik denk dat het bewust zijn dat deze tendensen ongewenst zijn een eerste belangrijke stap is. Ik hoor hier ook graag de opvatting van de minister over.

Het vergroten van de pakkans en het ophelderingspercentage

Wie een norm stelt, moet die ook op een serieus niveau willen handhaven. Een steeds dalend ophelderingspercentage dat nu op 16% ligt, is geen serieus niveau van handhaving meer te noemen. Zeker, ik weet dat er wel wat nuances zijn aan te brengen op een graadmeter als het ophelderingspercentage maar niet één interpretatie kan verhinderen dat we tot de conclusie moeten komen dat het ophelderingspercentage veel te laag is. Dat het bij fietsendiefstallen ongeveer nul is hebben we geaccepteerd als een fact of life, maar dat het bij woninginbraken zo rond de 12% ligt is al moeilijker te verkroppen. En dat maar de helft van de misdrijven tegen het leven, zoals moord, doodslag en mishandeling wordt opgehelderd is ronduit onverteerbaar. Dit moet dus echt veranderen.

Wie wat wil veranderen moet weten wat de oorzaken zijn dat iets niet goed loopt. Onderzoek, dat verklaart waarom het ophelderingspercentage steeds verder daalt, heb ik niet kunnen vinden. Wel kunnen we een aantal veronderstellingen uiten die niet erg gewaagd zijn.

Capaciteit van politie en OM zijn zonder twijfel van groot belang. Niet alleen in absolute termen - hebben we genoeg agenten? - maar ook in relatieve termen - waar besteden agenten en officieren van justitie nu precies hun tijd aan? Kan het efficiënter? Kan er meer ondersteunend personeel bij? Of moeten er misschien andere prioriteiten worden gesteld? Hoever moet de politie bijv. gaan met haar dienstverlenende taken? En wordt het nu eens niet de hoogste tijd dat er een oplossing komt voor al die mensen die in de war zijn en op straat zwerven en waar de politie in crisissituaties maar moet zorgen dat zo iemand onder de pannen komt? De minister moet hierover nu dringend in overleg met zijn collega van VWS en Grote Stedenbeleid teneinde eens spijkers met koppen te slaan. Hoe ver is de minister hier nu mee? Dit sleept te lang. Een plan van aanpak zou er nu toch aan het begin van 2001 moeten zijn, lijkt de PvdA-fractie.

De deskundigheid van politie en justitie spelen ongetwijfeld ook een rol. Is het in dat licht niet gek dat 50% van de aanvragen die politiekorpsen doen bij het LSOP voor bijscholing in de recherche moet worden afgewezen? De politie vindt dus zelf dat ze bijgeschoold moet worden, vraagt daar ook om maar kan die bijscholing niet krijgen.

De kwaliteit van de opsporing is natuurlijk ook van belang. Een erkend zwakke stee is de recherche-informatiehuishouding. De PvdA heeft het recent nog weer eens aangekaart en heel vaak daarvoor maar een informatiehuishouding die wat ons betreft het doel is, is nog steeds ver weg.

Het helpt niet om te stellen dat het ophelderingspercentage naar 25% moet zoals de minister recent deed en vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. De PvdA-fractie vindt dat er onderzocht moet worden waarom de ophelderingspercentages steeds verder dalen en dat er strategieën ontwikkeld moeten worden om die ophelderingspercentages omhoog te krijgen. Ik zou de minister dringend willen uitnodigen hiertoe een voorstel te doen en de kamer daarvan op de hoogte te stellen.

Schikken of een vonnis?

Het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat kan ook in het geding komen als blijkt dat sommige verdachten er in slagen niet voor de rechter te komen door met het OM een schikking te treffen. Het OM te Amsterdam bevordert dat actief en dat is niet nieuw. Al op 1 december 1997 stelde een prominent lid van de Tweede-Kamerfractie van de VVD vragen over schikkingen ter voorkoming van vervolging. De vragen geven geen blijk van een positieve grondhouding t.a.v. dit fenomeen. Volgens de PvdA-fractie wordt het de hoogste tijd om nu eens ten principale over dit fenomeen te debatteren. Het eerste wat daarbij van de kant van de PvdA moet worden gezegd is dat een tekort aan zittingscapaciteit een heel slecht argument is om te schikken. Niet in die zin dat er geen tekort is maar wel in die zin dat dat tekort er gewoon niet mag zijn. De minister van Justitie is verantwoordelijk voor de rechtshandhaving in dit land en dus voor voldoende rechters. Het tweede is dat de openbaarheid die inherent hoort te zijn aan bestraffing van mensen in het gedrang komt: er kan gewoon in de schikkingovereenkomst worden afgesproken dat de namen van degenen om wie het gaat niet bekend worden gemaakt. Het derde punt en waarschijnlijk belangrijkste punt is, dat hier rechtsongelijkheid dreigt: wie veel kan betalen, kan schikken. Wie dat niet kan moet de cel in. Wat vindt de minister hier eigenlijk allemaal van? En wat gaat hij daaraan doen?

Jongeren met problemen

Met de meeste jongeren gaat het goed maar een aantal (ongeveer 15%) zit in de knel. Zij moeten beschermd en begeleid worden en gecorrigeerd. Gewoon omdat ieder mens dat waard is maar ook omdat de samenleving natuurlijk het meest gebaat is bij mensen die een positieve bijdrage willen en kunnen leveren aan die samenleving. Daarvoor is veel nodig. Bij meerdere begrotingsbehandelingen zal wat ons betreft dit onderwerp dus terug komen.

Justitie heeft in het bijzonder een verantwoordelijkheid voor kinderen die uiteindelijk bij de kinderbescherming zijn aangeland en voor jongeren die strafbare feiten hebben gepleegd. Maar Justitie maakt die zware verantwoordelijkheden niet waar. Zondagavond was er weer een kinderrechter op televisie die aangaf hoe gek makend het is dat jongeren die volkomen klem zitten gewoon niet geholpen kunnen worden omdat er geen plaats is! De wachttijden voor de justitiële inrichtingen zijn al lang een punt van zorg. Al jaren hamert de kamer op meer inzicht en uitbreiding. En wat horen we tijdens het begrotingsonderzoek? Dat pas in mei 2001 meer inzicht komt in die wachtlijsten! Hoe lang vragen we daar nu al om? Drie jaar? Vier jaar? Veel te lang in ieder geval.

En dan de doorlooptijden in kinderstrafzaken. Recent was er veel aandacht voor de twee kinderen die de vriend van hun moeder neerstaken. Meer dan een jaar hebben ze moeten wachten op berechting. Dat kan dus niet.

Vanmorgen ontvingen we een rapport over doorlooptijden in de jeugdstrafrechtsketen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik me een ongeluk schrok. Gemiddeld duurt het meer dan 10 maanden voor er een vrijspraak, taakstraf of boete volgt. Veroordeling tot jeugddetentie duurt gemiddeld 9 maanden. Veroordeling tot plaatsing in een jeugdinrichting duurt gemiddeld 7,5 maand maar dan duurt het ook nog 5 maanden voor er echt geplaatst wordt. Meer dan een jaar dus in totaal. Hoe bestaat dit? Wat is de reactie van de minister daarop?

Overigens schreef de minister recent dat hij civiel- en strafrechtelijke plaatsingen van jongeren niet wil scheiden. Daar komt de PvdA-fractie op terug.

En dan de gezinsvoogdij. Als ingrijpen door de rechter aan de orde is en een kinderbeschermingsmaatregel wordt opgelegd is er al heel veel geprobeerd. De kb. met de bijbehorende dwang is het laatst wat we als samenleving inzetten. Je zou denken: nu moet alles op alles om dit kind te helpen. Helaas, de werkelijkheid is een andere. Wie onder toezicht gesteld wordt, krijgt een gezinsvoogd en die heeft dan - let wel - anderhalf uur per maand beschikbaar voor contact met het kind en zijn omgeving! En dan zijn er nog zo'n 6 uur per maand per kind beschikbaar om van alles te regelen. Wie kan nu in zo weinig uren een kind in grote moeilijkheden weer op de rails te krijgen? Niemand! Niet voor niets is er tijdens de algemene politieke beschouwingen een motie ingediend: 30 miljoen voor gezinsvoogdij en politie.

Nu dat geld verdeeld is, blijkt dat de gezinsvoogdij maar 8 miljoen krijgt. Wel staat vast dat de gezinsvoogdij ook nog eens gekort wordt: geen prijsbijstelling, een korting van 1,65% i.v.m. arbeidsproductiviteit en een korting van 3% i.v.m. inkoopbeleid. Dat betekent in totaal een korting van 4 à 5 miljoen. Netto houden we dus hoogstens 3 miljoen over voor caseload vermindering. Dat is dus niet de bedoeling.

Het rapport "Leiding geven aan verandering" geeft aan dat er veel meer nodig is, wil de gezinsvoogdij en dus de samenleving zijn verantwoordelijkheid kunnen nemen voor kinderen die ernstig in de problemen zijn geraakt. En dat kost niet eens zoveel. Uiteindelijk is 100 miljoen nodig. maar dat hoeft allemaal niet nu. Als de begroting dit jaar met 30 miljoen verhoogd wordt dan kan er een voortvarend begin worden gemaakt met een behoorlijke caseload vermindering. Amendement dus.

Ama's

Een groep jongeren in onze samenleving is wel bijzonder kwetsbaar: de alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama's). 80% van degenen die hier ook na hun achttiende mogen blijven maakt hun schoolopleiding niet af. Een aanzienlijk aantal van de ama's is behoorlijk getraumatiseerd. Een deel van hen heeft bovendien geen netwerk om op terug te vallen. Dat deze jongeren een grotere kans maken om in de problemen - en dus ook in de criminaliteit
-verzeild te geraken laat zich raden.

Als ama's 18 worden en hier mogen blijven dan valt opeens alle steun weg, terwijl velen nog niet op eigen benen kunnen staan en nog ternauwernood de weg kennen in de Nederlandse samenleving. Het is van groot belang dat de ama's ook na het bereiken van de 18-jarige leeftijd begeleid blijven worden, bijv. bij het vinden van een baan. Een baan is immers nog altijd één van de beste middelen om te integreren. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris hier op.

(Ex) gedetineerden

Verleden jaar is er bij de begroting veel aandacht geschonken aan tbs-ers die ondanks een behandeling alsnog recidiveerden. Vaak nog na lange tijd nog. Maar ook was er veel aandacht voor de gedetineerden die psychische stoornissen hebben. De minister heeft daar vrij adequaat op gereageerd, hoewel ik nog geen wetsvoorstel heb gezien waarin wordt geregeld dat een ex tbs-er lange tijd contact moet houden met de reclassering. Wanneer komt dat?

De mogelijkheden voor hulpverlening op vrijwillige basis worden in ieder geval verruimd en daar is ook geld voor beschikbaar. Heel goed. Toch zal niet iedereen daar mee bereikt worden. Voor een aantal psychisch gestoorden zal meer nodig zijn. De PvdA-fractie zag graag dat de mogelijkheden om onder drang te behandelen in kaart worden gebracht. (bijv. door deel van de detentie voorwaardelijk te maken als men zich onder behandeling laat stellen. Dit moet dan wel door de rechter worden opgelegd.)

Ook de voorwaardelijke invrijheidsstelling moet terug komen. Dat geeft immers de mogelijkheid om werkelijk de vinger aan de pols te houden. Het kabinet is het daar wel mee eens maar wil eerst nog verder onderzoek doen alvorens een definitieve beslissing te nemen. Waarom eigenlijk? De maatschappelijke noodzaak is toch duidelijk? En hoe het precies moet kunnen we toch aan de hand van een wetsvoorstel bespreken?

Wil de rechter tot een goed oordeel kunnen komen over een verdachte alvorens hij een beslissing neemt over de straf dan is zeker bij ernstige delicten of bij veelvuldige recidive een deskundigenrapportage nodig. Helaas is deze niet verplicht en daarom blijft hij nogal eens achterwege. Dat moet veranderen. Graag de reactie van de minister op dit alles.

Reclassering heeft meer geld nodig voor dit alles. Voorlopig zien we op blz. 142 van de begroting alleen nog maar dat de ramingkengetallen voor de reclassering op alle punten behalve werkstraffen terug lopen. Verder is er maar 4 miljoen uitgetrokken voor toezicht op tbs-zedendelinquenten. We zijn er dus nog lang niet. Wat zijn eigenlijk de ambities van de minister hier, ook vertaald in capaciteit en geld? En wat kan de Stichting Exodus verwachten. Bescheiden subsidieaanvraag voor belangrijk werk.

Noordsingel

En dan nog heel concreet over een wijk waar inderdaad veel problemen samenkomen: het Oude Noorden in Rotterdam. Een oude wijk, kleine huizen, veel kinderen en nauwelijks groen. Geen plaats dus om te spelen. Geen plaats om elkaar op een bankje in de zon eens even te spreken. Al vele jaren is een club actieve burgers, mensen die het gewoon niet willen opgeven bezig, om in deze wijk op de plaats van de gevangenis Noordsingel een wijkpark te realiseren Steeds kwam er wat tussen. Dan weer tekort aan cellen, dan weer een tekort aan geld. En men bleef maar volhouden. Het wordt nu de hoogste tijd deze wijk eindelijk te geven wat al zo vaak is toegezegd. Bij de algemene politieke beschouwingen is d.m.v. een motie aangegeven dat hiervoor geld gereserveerd zou moeten worden. De PvdA-fractie wil de minister daaraan houden en dan niet voor een minigroenstrook maar voor een park van ongeveer 2 hectare.

Den Haag, 7 november 2000

BIJDRAGE VAN USMAN SANTI (PVDA) AAN HET PLENAIRE DEBAT OVER DE BEGROTING 2001 JUSTITIE

In mijn bijdrage zal ik aandacht besteden aan de navolgende onderwerpen:

1. positie van tolken en vertalers;
2. positie van het slachtoffer in het strafprocesrecht; 3. schadefonds geweldsmisdrijven;
4. civiele aansprakelijkheid;
5. civiele wetgeving.


1. Tolken/vertalers

In het algemeen overleg met de staatssecretaris van Justitie op 11 oktober jl. heeft de Partij van de Arbeid en, naar ik meen, ook de andere bij dit overleg aanwezige fractie over de positie van de tolken hun zorg uitgesproken. Er zijn nog steeds onderhandelingen gaande met het ministerie over de hoogte van de beloning. Daar wil mijn fractie niet in treden. Wel is het mijn fractie duidelijk geworden dat de tolken/ vertalers, in het bijzonder de zgn. specialisten, onderbetaald worden. Het is van groot belang voor het rechtsbedrijf dat er voldoende gekwalificeerde tolken aanwezig zijn. Kan de staatssecretaris inzicht geven in de stand van zaken van de onderhandelingen?

2. Positie van het slachtoffer in het strafprocesrecht

Mijn fractie heeft aan de positie van slachtoffers aandacht besteed in de eerder door mijn fractiegenote Ella Kalsbeek genoemde PvdA-nota 'Veiligheid verkend'.

Bij de discussie over veiligheid hoort ook gesproken te worden over de positie van slachtoffers van misdrijven. De politie richt zich op het opsporen van daders van delicten, justitie op vervolging en de reclassering op terugkeer in de maatschappij. Gelukkig is de laatste tijd meer aandacht ontstaan voor de positie van slachtoffers in het veiligheidsbeleid. Ik verwijs in dit verband naar het onderzoeksrapport 'Bemiddeling tussen dader en slachtoffer' van het ministerie van Justitie van mei 2000. Het is duidelijk dat er vele initiatieven zijn. Zo is er in zeven arrondissement inmiddels een gezamenlijk loket van politie en justitie waar slachtoffers informatie kunnen krijgen over het verloop van het onderzoek. Ook kunnen worden genoemd: de JIB´s, buurtbemiddeling schaderegeling en conflictregeling door de parketten en het sinds deze week bekende initiatief van het Openbaar Ministerie (OM) te Amsterdam waar het slachtoffer telefonisch informatie kan aanvragen. Nu is echter het moment aangebroken om een zekere uniformiteit in aanpak een procedure te ontwikkelen die bij moet dragen aan effectievere en efficiëntere bemiddeling. Ik krijg de indruk dat door de opeenhoping van regionale initiatieven en projecten het voor de slachtoffers zelf niet overzichtelijker op wordt. Hoe wordt hiermee in de praktijk omgegaan?

Ik zou er ook voor willen pleiten om mediators standaard in te zetten bij niet zware delicten. Wanneer een bemiddeling slaagt, dan zou dat een rol kunnen spelen bij de vraag om al dan niet tot vervolging over te gaan. Daarbij moet ook worden gekeken naar de capacitaire c.q. financiële gevolgen bij de politie, OM en rechterlijke macht. Als het ons ernst is met de positie van het slachtoffer, dan moeten wij daar ook geld voor over hebben. Het moet niet zo zijn dat de positie van de dader moet concurreren tegen andere van zelf sprekende prioriteiten in de strafrechtketen. Graag een reactie van de minister.

Naarmate meer recht wordt gedaan aan de wensen van het slachtoffer om zijn verhaal kwijt te kunnen bij bijvoorbeeld bij politie of OM, blijkt het spreekrecht ter zitting minder urgent. Het recht om een schriftelijke verklaring af te geven kan dan als alternatief fungeren. Ook kunnen de verschillende vormen van bemiddeling hier weer een rol spelen. Het komt erop neer dat mijn fractie voorstander is van de mogelijkheid voor een slachtoffer om schriftelijk een verklaring af te leggen. Hiermede wordt thans geëxperimenteerd in het land. Mocht dit niet afdoende zijn, dan pas zou kunnen worden gedacht aan een spreekrecht ter zitting voor bijvoorbeeld slachtoffers c.q. nabestaanden van geweldsdelicten en zedendelicten.

Bij de algemeen politieke beschouwingen is door D66 bij monde van de heer De Graaf een motie ingediend over gratis rechtsbijstand voor slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. De motie is door ons ondersteund. Dit sluit ook aan bij een van de aanbevelingen van de eerder genoemde PvdA-nota 'Veiligheid verkend'. Mijn fractie vindt dat de minister niet zo duidelijk hierover is in zijn brief van 30 oktober jl. Wat mijn fractie betreft gaat het om gratis rechtsbijstand aan de slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven en zedendelicten. Wij kunnen ons zeer wel vinden in de rechtsbijstand via het Bureau voor Rechtshulp zonder draagkrachttoets. De PvdA wenst dat in de strafprocedure evenzo geen toets plaatsvindt indien het slachtoffer zijn recht op schadevergoeding wenst te effectueren. Indien het slachtoffer zijn recht dient te halen in een civiele procedure, bij voorbeeld omdat een Terwee-procedure niet tot een resultaat leidt, kan een voorwaardelijke toevoeging worden afgegeven zonder draagkrachttoets met daarbij de voorwaarde dat wanneer de dader de schade betaalt, inclusief kosten rechtsbijstand de toevoeging achteraf wordt ingetrokken. Graag een reactie van de minister.

3. Schadefonds geweldsmisdrijven

De Wet gaat ervan uit dat het Schadefonds geweldsmisdrijven geen immateriële schade uitkeert aan nabestaanden. Dat gebeurt bijvoorbeeld wel in België en in Engeland. Ik zou de minister willen uitnodigen om bij wet mogelijk te maken om schade-uitkering aan nabestaanden uit te keren. Deze gedachte heeft niet alleen te doen met de mogelijkheden voor het Schadefonds geweldsmisdrijven om uitkeringen te doen, doch heeft ook betrekking op de door mijn geachte collega van de VVD, de heer Vos aan u gestelde Kamervragen d.d. 19 september 2000 aangaande het arrest van de Hoge Raad, gewezen op 8 september 2000 (baby Joost). De minister heeft in de beantwoording van deze kamervragen toegezegd dat hij een onderzoek zal doen en dat hij niet zondermeer afwijzend staat tegenover het toekennen van smartengeld aan nabestaanden van een overledene en verwanten van een ernstig verwond slachtoffer. De PvdA is van mening dat gezien de ontwikkelingen in het aansprakelijkheidsrecht en onder verwijzing naar de nota 'Naar een claimcultuur' van het ministerie van Justitie, de minister spoedig met wetsvoorstellen op dit punt moet komen. Is hij hiertoe bereid?

In het jaarverslag van het Schadefonds geweldsmisdrijven wordt als een belangrijk knelpunt de lange doorlooptijd genoemd. Deze schijnt met name te wijten te zijn aan het wachten op de benodigde informatie zoals pv's en medische dossiers. Naar de mening van de PvdA-fractie kan een deel dit probleem al worden opgelost wanneer het Schadefonds elektronisch toegang krijgt tot de gegevens bij het OM die van belang zijn bij de afhandeling van een schadeclaim.

Twee andere punten die mijn partij kort naar voren wil brengen is de bekendheid van het Schadefonds en de aangiftetermijn.

Het komt nog vaak voor dat slachtoffers niet bekend zijn met het bestaan van het Schadefonds. Hoe denkt de minister erover om de politie een rechtstreekse verwijsfunctie te geven, bij voorbeeld door de verwijzing naar het fonds op te nemen in het pv-sjabloon?

Tenslotte is gebleken dat de aangiftetermijn van drie jaar voor slachtoffers soms nog te kort is om eerst de procedure bij de eigen verzekeringsmaatschappij af te wachten. De PvdA vindt dat de termijn van drie jaar afgeschaft moet worden. Hoe denkt de minister daar over?

4. Civiele aansprakelijkheid

Zojuist heb ik aandacht gevraagd voor het slachtoffer in het strafproces. Ook in het civiele recht is steeds meer oog voor de positie van het slachtoffer. In de discussie over juridisering wordt veelal gewezen op de toename van procedures door slachtoffers. Dat heeft te maken met zowel het materiële als het procesrecht. Na de nota 'Naar een claimcultuur' (januari 1999) is er weinig meer vernomen. Er zijn in de nota enige aanbevelingen gedaan. Eén van de aanbevelingen is dat het beleid niet zo zeer gericht moet zijn op het tegengaan van het gebruik van het aansprakelijkheidsrecht maar op het voorkomen van uitwassen, zoals extreem hoge schadevergoedingen en op het verkomen van vraagscheppend gedrag door rechtshulpverleners. De makers van de nota constateren dat zich in de 'burgersituatie' nog geen ernstige uitwassen voordoen. Ik wil verwijzen naar pagina 15 en volgende van de zojuist genoemde nota.

In de nota wordt onder meer over het navolgende gesproken:


* de wetgeving laat een toename zien van het aantal bepalingen betreffende risicoaansprakelijkheid (deze week wordt in de Kamer als hamerstuk de productaansprakelijkheid van landbouwproducten behandeld);
* verruiming van vergoeding van immateriële schade, waarover ik zojuist heb gesproken. Gedacht kan worden om bij AMvB de hoogte van de immateriële schadevergoeding vast te stellen. Denk aan de periodiek door de ANWB uitgegeven 'Smartegelduitgaven';

* het meer toepassen van 'mediation';

* betere methode vaststelling letselschade;

* nieuwe causale figuren, zoals 'toerekening naar kansbepaling'.
Aan deze opsomming kan worden toegevoegd de verschuiving van de bewijslast bij procedures. Dit punt is kortgeleden nog aan bod gekomen bij de bespreking van de Mijnbouwwet. Ik kan u zeggen dat mijn fractie van mening is dat in schadegevallen, waarbij het slachtoffer part noch deel aan heeft en moeilijk aan te tonen is of de schadeveroorzaker de schade veroorzaakt heeft er ruimte moet zijn voor een verschuiving van de bewijslast.

In de nota 'Naar een claimcultuur' wordt nadrukkelijk gewezen op de noodzaak om spoedig met voorstellen te komen. Het wordt dan ook tijd dat dit daadwerkelijk gebeurt. Is de minister om op korte termijn met concrete voorstellen op dit gebied te komen.

5. Civiele wetgeving

In de begroting is, zoals altijd, veel aandacht voor straf- en vreemdelingenrecht. Civiele wetgeving heeft niet altijd de hoogste prioriteit. Wel vreemd, omdat iedere burger ongewild daarmee te maken heeft. Iedereen sluit al dan niet stilzwijgend dagelijks overeenkomsten. Dit is des temeer van belang als wij hierover afspraken maken op Europees niveau. Om maar een voorbeeld te noemen, het wetsvoorstel tot wijziging van de Faillissementswet wordt in deelvoorstellen aan de Kamer voorgelegd. Dat geldt ook voor het huwelijksvermogensrecht. Een oordeel uitspreken is makkelijk, maar het is eerder interessant van de minister te vernemen wat hij hieraan zal doen. Ik wil de regering uitnodigen om op korte termijn te komen met een notitie waarin wordt aangegeven welke civiele onderwerpen wel zullen worden afgewerkt, welke niet en wat daarvan de reden is.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie