Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Rijksbegroting LNV 2001

Datum nieuwsfeit: 08-11-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Rijksbegroting LNV 2001 (081100)

Den Haag, 8 november 2000

Inbreng

Mdv, wij hebben te maken met een jubelende minister, maar boeren hebben geen blijdschap in de ogen. Ik zie boeren en boerinnen die in grote onzekerheid verkeren, en zich afvragen: welke ruimte krijgt de (verbrede) landbouw in ons land nog als het landbouwareaal naar 2030 toe met 20% afneemt? Boeren en boerinnen die denken: waarom maakt staatssecretaris Faber de gewekte verwachtingen met het Agrarische Natuurbeheer niet beter waar? Jonge boeren en boerinnen die denken: hoe moet ik een succesvol bedrijf opzetten zónder de steun waar andere Europese starters wel op kunnen rekenen? Boerenzoons en -dochters die diezelfde vraag hebben bij bedrijfsovername. Boeren en boerinnen die denken: wanneer zal mijn bedrijfsinvestering weer achterhaald zijn door nieuw beleid? En boeren en boerinnen die denken: heb ik nou een kantoorbaan, ben ik nou accountant, of boer?

Mdv, als wij vervolgens kijken langs welke weg de minister beleidsdoelstellingen in de praktijk wil bereiken, dan moet ons allereerst van het hart dat wij de toonzetting van de minister naar de agrarische sector toe aan het begin van het nieuwe parlementaire jaar niet erg gelukkig vinden, en zeker niet bijzonder stimulerend voor het imago van de landbouw. De incidenten van de afgelopen tijd hoef ik hier niet te herhalen. Die zijn een ieder bekend.

De agrarische sector is volop vernieuwend bezig. Veel moet nog wel anders in de landbouw, het kán nog beter, het kán rationeler wij zijn dat wel eens met de minister -, maar bereik je niet meer, als je ook eens melding maakt van de reeds geleverde prestaties van ondernemers voor milieu, dierenwelzijn, en de verbetering van het landelijk gebied? Het mag wel eens wat vaker gezegd worden dat de Nederlandse agrarische sector wat dat betreft over het algemeen zeer gunstig afsteekt bij andere landen!

Wat mijn fractie gemist heeft in deze begroting is een analyse van het sociaal-economische perspectief van de ondernemers, de structurele ontwikkeling in de diverse sectoren, de inkomensontwikkeling, de concurrentiepositie, en een helder daarop afgestemd pakket van beleidsmaatregelen. Kan de minister in dit verband nader ingaan op enkele onderdelen van het landbouwbeleid? Ik doel op de positie van de melkveehouderij, de akkerbouw en tuinbouw, de herstructurering van de varkenshouderij, en de herstructurering van de pluimveehouderij. Welke consequenties verbindt de minister aan het LEI-rapport over de zorgelijke concurrentiepositie van de Varkenshouderij? De CDA-fractie vindt dat milieu- en welzijnseisen zoveel mogelijk afgestemd moeten worden op geplande investeringen, zoals het LEI ook voorstelt.

Ondernemingsklimaat

Mdv, wij moeten inzetten op de eigen kracht van de sector. Dat betekent inzetten op de economisch perspectiefvolle bedrijven. Die bedrijven moeten binnen optimale randvoorwaarden kunnen functioneren. Hier heeft de overheid een cruciale taak, zeker wanneer wij ons bedenken dat de beperkte omvang van ons land (grondprijzen!) en de dientengevolge beperkte milieuruimte al zorgen voor een zeker ingebouwd concurrentienadeel! Om de 80.000 boeren bedrijven die wij nog hebben een goede kans te geven is het noodzakelijk dat wij zorgen voor een uitstekend ondernemingsklimaat. De CDA-fractie vindt dat daarvoor allereerst snel duidelijk moet worden welke fysieke ruimte de landbouw in ons land nog krijgt. De bewindslieden rollen met grondclaims op het landbouwareaal over elkaar heen. 170.000 ha minder (Brinkhorst), tot 200.000 - 400.000 ha minder (Pronk). En de sector die zegt eerder méér dan minder grond nodig te hebben, juist door het overheidsbeleid dat aanstuurt op extensivering en grondgebondenheid! Mdv, zulke claims, daar zit geen licht tussen, daar liggen werelden tussen! Wij vragen de minister hier klare wijn te schenken. Waar staat hij voor? Wat wordt het kabinetsbeleid?

Mdv, in het afgelopen jaar zijn 4000 boeren en tuinders gestopt. Een enquête onder vijftienhonderd agrarische bedrijven heeft uitgewezen dat zeker 40% verwacht het jaar 2010 niet te halen. Voor de gewenste omslag en vernieuwing in de landbouw is het essentieel dat er een krachtige nieuwe generatie van ondernemers aantreedt. De bedrijfsovernamekosten in Nederland behoren tot de hoogste binnen Europa. Het kabinet benut Europese fondsen bedrijfsovername en stoppende boeren onvoldoende. De CDA-fractie vindt dat de problematiek van de doorstroming in de landbouw krachtiger aangepakt moet worden. Landen om ons heen hebben die stap al lang gezet. Er ligt een studie van het Europees Parlement. Er ligt een ontwerpresolutie van de Commissie Landbouw van het Europees Parlement. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt in het Regeerakkoord. Bedrijfsopvolging is in Nederland de afgelopen jaren in Nederland alleen maar zwaarder geworden. De CDA-fractie wil pleiten voor de invoering van een aan strikte voorwaarden verbonden installatiepremie voor jonge boeren, zoals bijvoorbeeld ook Frankrijk die kent. Daarbij zou gedacht kunnen worden aan een revolving fund-constructie.

De CDA-fractie vindt dat de ernstige knelpunten en belemmeringen op het gebied van milieuvergunningen zo veel mogelijk weggenomen moeten worden. Naar onze mening is daarvoor allereerst nodig dat er duidelijkheid komt over het stankbeleid: wanneer komt het Wetsvoorstel Stankemissie naar de Kamer? Er moet ook meer werk gemaakt worden van een integrale benadering van de milieuproblematiek. Waarom heeft de minister het uitstekende plan van de melkveehouderij niet omarmd1? Wij willen ook wijzen op het hoge algemene kostenniveau waar ondernemers mee geconfronteerd worden. Wij roepen de minister op, voor zover dat in zijn macht ligt, concrete stappen te nemen om de kosten te beteugelen (denk kosten agentschappen, aan administratieve lasten voortvloeiend uit wet- en regelgeving (MINAS! Bureau Heffingen, Laser), en de kosten van keuringen.) Kan de minister de Kamer in een brief inzicht geven over de knelpunten die zich voordoen bij het Bureau Heffingen en Laser?

Voor een goed ondernemingsklimaat is een betrouwbare overheid een absolute voorwaarde. Bij de herstructurering varkenshouderij, de Reconstructiewet, de Landinrichting, het agrarisch natuurbeheer, het mestbeleid en de vergunningverlening kunnen wij de nodige voorbeelden vinden hoe het niet moet. Wij vragen de minister aan dit punt extra aandacht te besteden. Het is niet alleen belangrijk voor het ondernemingsklimaat, maar óók voor het behoud van draagvlak bij de sector. De balans van meer dan 6 jaar Paars is op dit punt niet gunstig.

Reconstructie

Mdv, de Wet Herstructurering en de Reconstructiewet zijn uiterst belangrijke instrumenten waarmee de Rijksoverheid een groot maatschappelijk probleem wil oplossen, en een versterking en vernieuwing van het platteland wil realiseren. Het gaat hier om een Rijksverantwoordelijkheid. De genoemde doelstellingen kunnen via wetgeving alléén bereikt worden als er ook voldoende financiële middelen beschikbaar komen, en er voldoende sociale begeleiding plaatsvindt. Met betrekking tot de Reconstructie constateert de CDA-fractie dat in feite alle voorbereidingen kant en klaar zijn. Wij kunnen zó aan de slag, maar er komen onvoldoende financiële middelen beschikbaar. Op welke wijze komt de minister aan voldoende dus meer - geld? Wíj willen de minister graag een suggestie doen om extra geld te vinden door dubbel werk in de regio zoveel mogelijk te voorkomen. Wij denken dan aan de functies van ambtenaren bij de regionale beleidsdirecties van LNV, waar vanwege de decentralisatie naar provincies en regios nog al eens dubbel werk wordt verricht. Hier is nog winst te behalen. Graag een reactie van de minister.

Duurzame landbouw

De CDA-fractie vindt dat de duurzame landbouw krachtig gestimuleerd moet worden. Onder duurzame landbouw verstaan wij dan: alle economisch perspectiefvolle vormen van agrarische bedrijvigheid, die tegelijkertijd goed voldoen aan de geldende normen voor milieu, dierenwelzijn en diergezondheid.
Mijn fractie acht duidelijk argumenten aanwezig zijn om de basis van de DOA/MIA-regeling te verbreden! Dat is namelijk dé manier om ook het brede peloton (80% van de agrarische sector) te stimuleren om verder te gaan op de weg van duurzame productie. Wij pleiten daarnaast voor steun aan geïntegreerde teelten. Daar is soms nog meer milieuwinst te halen dan bij biologische teelten. De CDA-fractie is zeer ingenomen met de uitbreiding van de Duurzame ondernemingsaftrek (DOA) en Milieu-investeringaftrek (MIA) naar andere vormen van duurzame landbouw dan biologische landbouw, en de verhoging van de aftrekbedragen. Wel stellen wij vast dat agrariërs met een laag inkomen van deze regeling waarschijnlijk onvoldoende kunnen profiteren, omdat ze weinig belasting betalen. Wij constateren ook dat de basis voor toekenning van deze aftrek toch nog smal blijft. Er moet voldaan worden aan één duurzaamheidsniveau. De CDA-fractie wil de minister vragen serieus te kijken naar de mogelijkheden van het Duurzame Ondernemings Puntensysteem (DOP) dat ontwikkeld is door LTO-Nederland, en te streven naar een snelle invoering. Dit is een handzaam, omvattend beoordelingssysteem voor groene prestaties. Het maakt het in principe mogelijk duurzaam ondernemerschap in brede zin te ondersteunen (dus ook natuur, landschap, duurzame energie, openstelling landelijk gebied.) Voor duurzame productie is ook duurzame consumptie nodig. Welke stappen gaat de minister ondernemen om ook de consument op het duurzame spoor te krijgen? En hoe kijkt hij aan tegen het spanningsveld dat kan ontstaan tussen de verdere liberalisering van de wereldhandel en ons duurzaamheidstreven? De consument zal toch vaak geneigd zijn het goedkopere (geïmporteerde, minder duurzaam geproduceerde) product te kopen!

Verbrede landbouw

Mdv, ik wees zojuist al op het grote aantal agrarische bedrijven dat stopt. De minister zal ons wellicht tegenwerpen: we houden de krachtige, levensvatbare bedrijven over. Wíj zeggen: als de agrarische sector zó snel krimpt en als die krimp zo snel doorzet als nu het geval is, vormt dat een ernstige bedreiging voor de kwaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied! Wij realiseren ons dat de afname van het aantal agrarische bedrijven tot op zekere hoogte onomkeerbaar is, maar dit kan voor een deel ondervangen worden door meer in te zetten op verbreding en multifunctionele landbouw. Dat is zeker nodig wanneer wij ons realiseren dat het aantal bedrijven met verbreding vorig jaar waarschijnlijk zelfs iets is afgenomen (LEB 2000, p.104.) Wij vragen de minister: stimuleer waar mogelijk nieuwe, economisch perspectiefvolle activiteiten, gericht op verbreding, zoals recreatie, toerisme, zorgboerderijen, natuur-, landschap- water-, en milieubeheer, verwerking van producten op het bedrijf en ontwikkeling van streekproducten. In dit verband nog de vraag: wanneer komt staatssecretaris Bos met een voorstel met betrekking tot de BTW-heffing voor zorgboerderijen?

Biologische landbouw

De CDA-fractie kan in principe instemmen met de inzet voor biologische landbouw. Wij vinden het wel een misser dat tegelijkertijd de premie voor boeren die willen omschakelen afgebouwd wordt. Is dat niet gasgeven en remmen tegelijk, nog afgezien van het feit dat we daarmee vele miljoenen aan EU-subsidie laten liggen? Wij vinden het ook jammer dat er geen stimuleringsregeling voor dierlijke productie (o.a. varkenshouderij) komt. Het is voor ons verder nog steeds de vraag wie er nu precies voor deze regeling biologische landbouw in aanmerking komen. Kan de minister dit aangeven? Kan de minister verder verzekeren dat de regeling voor de biologische landbouw niet marktverstorend gaat werken (afstemming aanbod op vraag), en dat de
concurrentieverhoudingen met gangbare duurzame land- en tuinbouw niet scheefgetrokken worden?

Mdv, mijn fractie staat positief tegenover de biologische landbouw maar heeft nog wel de concrete vraag in hoeverre de claims van de biologische landbouw (beter voor volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn; kringloopsluiting, duurzaamheid) wetenschappelijk zijn onderbouwd. Als wij structureel méér overheidsmiddelen gaan inzetten voor de biologische landbouw, moeten wij wel absolute zekerheid hebben over de gefundeerdheid van deze claims. Wij vinden dat middelen steeds zo effectief mogelijk ingezet moeten worden om gestelde doelen te halen.

Agro-innovatiefonds

Mdv, het idee van een Agro-innovatiefonds spreekt ons aan. Wij vragen ons wél af of het eenmalige bedrag van fl. 40 miljoen voldoende zal zijn om dit fonds structureel op gang te krijgen. Het lijkt ons een onvoldoende stimulans voor de hoge eisen die gesteld worden aan ondernemers om zich te wapenen voor de wereldmarkt en om te voldoen aan de zware eisen die de maatschappij stelt. Wij mogen daarnaast niet vergeten dat de als knellend beschouwde regelgeving een belangrijke belemmering vormt voor innovaties. Datzelfde geldt voor het kostenniveau waarover ik zojuist sprak. Wij ervaren het nieuwe fonds in zekere zin als oude wijn in nieuwe zakken. Er komen middelen in uit het oude Stimuleringskader (welk deel?). De CDA-fractie wil vooral meer duidelijkheid over de invulling van het niet-revolving gedeelte van het fonds. Het nieuwe fonds lijkt (voor dat deel) wel erg op het mislukte Stimuleringskader. Hoe wil de minister verzekeren dat dit fonds wél aanslaat? Wordt de toekenningssystematiek veranderd? Worden individuele ondernemers in het nieuwe Innovatiefonds méér gesteund bij hun innovaties dan in het oude Stimuleringskader? Mijn fractie pleit ervoor in het Agro-innovatiefonds niet te zwaar het accent te leggen op onderzoek. Wij vinden dat juist de primaire sector gebruik moet kunnen maken van dit fonds. Wij vinden dat vooral een stimulerend beleid gevoerd moet worden om innovaties in de praktijk te kunnen brengen. Kortom: Voorkomen moet worden dat de middelen in dit fonds te eenzijdig ingezet gaan worden en dat toegang tot het fonds even lastig blijft als bij het oude Stimuleringskader. De brede landbouw moet kunnen profiteren van dit fonds!

Natuur en Agrarisch Natuur- en landschapsbeheer

Mdv, de staatssecretaris zond ons afgelopen vrijdag een brief inzake de financiële middelen voor natuurbeheer. Wij zullen de brief grondig bestuderen. Wij komen daar in een voortgezet notaoverleg over NBL21 nog uitvoerig over te spreken. Met betrekking tot Natuurrealisatie houdt mijn fractie vast aan de EHS-doelstelling voor 2018, en een goede invulling van het Biodiversiteitsverdrag. Eérst moet dat ingezette beleid met voldoende middelen tot een goed einde worden gebracht. Met betrekking tot het natuurbeleid moeten wij ons verder goed realiseren dat te hoge nieuwe ambities, zonder de benodigde financiële middelen, alleen maar zullen leiden tot het ondermijnen van het draagvlak bij diegenen die dat beleid uit moeten voeren.

Het financiële knelpunt met betrekking tot de landinrichting moet opgelost worden. Voor de uitvoering van de ambities op de terreinen landbouw, natuurontwikkeling, recreatie en waterbeheer is het instrument landinrichting uiterst belangrijk. De bezuinigingen van de afgelopen jaren zijn hard aangekomen. De CDA-fractie heeft zich daar steeds tegen verzet. Overigens is het met landinrichting mogelijk Rijks- en provinciaal beleid integraal uit te voeren tegen de laagst mogelijke kosten en met draagvlak in de streek.

Om de te verwachten financiële problemen enigszins te lenigen, pleit de CDA-fractie voor het flexibeler omgaan met geldstromen voor aankoop van natuur en de diverse inrichtingsmaatregelen, en voor een meer optimale benutting van de financieringsmogelijkheden. Is de minister bereid dit toe te zeggen?

Met betrekking tot het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer verwachten wij concrete voorstellen van de staatssecretaris naar aanleiding van ons puntenplan (ingebracht bij het Notaoverleg Natuur), om de bestaande uitvoeringsproblemen op te lossen. Wij constateren dat de staatssecretaris nog steeds te weinig middelen beschikbaar heeft voor de regeling. Ook na de laatste injectie van fl. 40 miljoen is er nog sprake van een overtekening van de regeling met ongeveer fl. 50 miljoen. Hoe gaat de staatssecretaris hiermee om? Met betrekking tot de ganzenschade die nu weer actueel wordt, dringen wij er bij de staatssecretaris op aan, zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verschaffen over het vergunningenbeleid.

Sociaal-economisch / armoedebeleid

Mdv, de minister heeft ons een notitie over de inkomensproblematiek in de landbouw doen toekomen. De CDA-fractie vindt deze notitie ronduit teleurstellend. 23% van de agrarische gezinnen heeft een inkomen dat onder de armoedegrens ligt. Wat constateert de minister: een deel van de agrariërs accepteert het lage inkomen, en doet vervolgens niets. Het kabinet accepteert het dus ook dat deze gezinnen onder de armoedegrens leven. Het CDA heeft daar andere opvattingen over. Armoede treft met name gezinsbedrijven. Voor het CDA leveren juist deze bedrijven een belangrijke bijdrage aan een leefbaar en dynamisch landelijk gebied. De conclusies uit de verschillende onderzoeken van de afgelopen jaren zijn duidelijk. Mijn fractie constateert dat de minister in zijn brief op een aantal van die conclusies eigenlijk onvoldoende of helemaal niet ingaat2. Daarom hebben we eigen voorstellen en suggesties ontwikkeld, die we in een plan hebben opgenomen. Graag wil ik dit aan de Minister aanbieden en hem vragen om zijn reactie. Ook bied ik het graag aan de voorzitter aan met het verzoek het aan de Handelingen toe te voegen. Enkele van onze voorstellen en suggesties:


1. Een onderzoek naar de hoogte van de vermogenstoets in de IOAZ3 en de Bbz in relatie tot de specifieke kenmerken van agrarische bedrijven. Ook de wijze van waarderen van het vermogen moet hierbij aan de orde komen.

2. Bevordering van deskundigheid bij de uitvoering van deze regelingen, b.v. door regionale uitvoering.

3. Onderzoek naar de vraag of de bescherming van de WAZ voldoende is.
4. Reiskosten van scholieren in het voortgezet onderwijs en het MBO onder de WTS5 . Verhoging van de kinderbijslag.
5. Betaald zorgverlof ook voor (meewerkende) zelfstandigen.
6. Specifiek arbeidsmarkt- en scholingsbeleid voor landbouwers die gestopt zijn met hun bedrijf.

7. In Arboconvenant landbouw zou ook aandacht moeten besteden aan de hoge werkdruk van de zelfstandigen in de sector (niet alleen de werknemers)

Ons dringend advies aan de minister is, dat hij gebruik makend van de op het departement aanwezige kennis sámen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog eens goed nagaat in hoeverre verbeteringen op deze punten mogelijk zijn. We gaan ervan uit dat een minister die hart heeft voor de agrarisch sector zich ook inzet voor de gezinnen die het het moeilijkst hebben.

Kamerlid: Annie Schreijer-Pierik, 070-3182560, 0547-333653, 06-55848516

noten


1Verdere suggesties: een betere afstemming van de vergunningverlening.

Eén loket waar boeren terechtkunnen voor vergunningaanvragen.

Een onderzoek naar de mogelijkheden van een puntensysteem voor milieuaspecten, waarbij het saldo van milieueffecten uitgangspunt is.

Deregulering van wet- en regelgeving, naarmate milieudoelstellingen worden gehaald.

Een evaluatie van de effecten van de vergunningverlening door gemeenten, en de vrije beleidsruimte die zij daarbij hebben.
2

Het gaat veelal om gezinsbedrijven. Het werk wordt door beide partners verricht. Met name voor vrouwen kan de combinatie van arbeid en zorg een knelpunt zijn.

Het uurloon is, gezien de vele uren die men besteedt in het bedrijf, erg laag.

Veel landbouwers combineren het eigen bedrijf met werken in loondienst (en andere activiteiten) om het inkomen aan te vullen (25%?). De werkdruk is daardoor erg hoog.

Er is sprake van veel verborgen, stille armoede. Er rust een taboe op. Mensen schamen zich ervoor. Daardoor is er ook veel niet-gebruik van regelingen.

In de kosten van kinderen wordt door de kinderbijslag en WTS etc. onvoldoende tegemoetgekomen (algemeen probleem).

Veel agrariërs wonen in kleine gemeenten. De regelingen en deskundigheid bij Sociale Diensten zijn er vaak minder, zeker in vergelijking met de grote steden.

Een van de gevolgen van een laag inkomen is dat men bezuinigt op verzekeringen.

M.b.t. de IOAZ en de Bbz worden knelpunten geconstateerd. De regelingen zouden onvoldoende rekening houden met de specifieke kenmerken van het agrarische bedrijf, Bij de uitvoering zou onvoldoende deskundigheid aanwezig zijn en de bekendheid van de regelingen is niet zo hoog.
Ook ten aanzien van de WAZ en gemeentelijke regelingen worden knelpunten geconstateerd.

3 Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

4 Bijstandsbesluit zelfstandigen

5 Wet Tegemoetkoming Studiekosten

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie